+ Meer informatie

De laatste bladzijde

3 minuten leestijd

Onzinnig volk, bezint uw wegen, En laat het zwaarste 't meeste wegen, Gaart 't hemels' meer dan 't aardse goed. 't Is waar, gij moet uw huis bezorgen, Maar denkt ook, dat of nu of morgen Uw ziel van hier verhuizen moet.

(Willem Sluiter)

Het kerkelijk jaar loopt anders dan het burgerlijk jaar. Als wij de kalenders verwisselen, is het kerkelijk jaar al ruim vier weken oud. Het laatste is begonnen bij de eerste adventszondag en het kalenderjaar neemt zijn aanvang op de eerste Januari. God is de wereld een slag voor. Dat is Hij altoos geweest en dat zal zo blijven.

We kunnen de laatste dagen van het jaar heel sentimenteel doen en er zijn mensen, die de godsdienstoefening op Oudejaarsavond niet gi'aag zouden overslaan, omdat zo'n bijeenkomst zo wonderlijk kan werken op het gemoed, vooral bij het ouder worden; er wordt zo gewezen op het vergankelijke en dat pakt een mens wel op die ogenblikken. Er wordt vergeten, dat het (wat dat betreft) altijd Oudejaarsdag is: wij zijn immers allemaal even oud, want er is maar één schrede tussen ons en de dood.

De vraag komt onwillekeurig bij ons op: Wat is dit jaar voor mij geweest? Wat ben ik voor mijn naaste geweest en wat was ik voor God? Maar omgekeerd spréékt het jaar 1953 ook ons aan. Het zegt: Ik neem alles van u mee; ik neem uw menselijk zijn en uw menselijk handelen van al die driehonderd vijf en zestig dagen mee. Het jaar gaat niet ledig van ons heen. De geschiedenis van de wereld, van de volken, van ons land, van ons geslacht, van ons gezin en van ons persoonlijk neemt het mee. Alles staat in het jaarboek opgetekend, en wij kunnen er geen streep door halen. En het is dwaas om te proberen de laatste bladzijden van het jaarboek schoon te houden: de omgeslagen bladen zijn vol vlekken en vegen en doorhalingen. Het ziet er miserabel uit. Wat helpen die enkele schone bladzijden, ingeval we ze schoon zouden houden? We zijn verplicht elke dag zo te leven als God het van ons eist. Dat is een zware opdracht en die zullen we nooit kunnen vervullen in eigen kracht. Daarom is het zo heilzaam als wc eens extra worden stilgezet bij de mijlpaal die Oudejaarsdag heet. Dan zien we weer eens opzettelijk terug op de afgelegde weg en de slotsom is: geen zelfverheffing maar beschaamdheid; wij struikelen allen in vele. En op Nieuwjaarsmorgen schijnt dan Gods geduld met ons zo klaar: wij worden nog een kans gegeven; ons leven is nog verlengd. Hoe zullen we die kans benutten ? Alleen kunnen we niet verder, geen enkele schrede. Er zal een uitzien moeten zijn naar een Ander, Die ons helpen kan en wil en zal, wanneer we werkelijk om Hem verlegen worden.

Laten we de tijd uitkopen, want

Weet, eenmaal gaan de deuren dicht: Dan komt gij tevergeefs gelopen.

Er is geen hand meer om te dopen, Het laatste w r onder werd verricht, Geen mens die iets meer heeft te hopen, De Heer verhult Zijn aangezicht.

Weet: eenmaal gaan de deuren dicht! De wachters zijn niet om te kopen, Geen hart. dat nog uit meelij zwicht, Een venster zelfs blijft nergens open: Doodsadem doofde licht na licht.

Weet: eenmaal gaan de deuren dicht!

(Roel Houwink)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.