+ Meer informatie

Christelijk Gereformeerd huisbezoek?

11 minuten leestijd

In de nrs. van januari en februari j.I. publiceerde ik „Tien regels voor huisbezoek”. In regel 7 werd geponeerd: Voer het gesprek geestelijk-nuchter. In de toelichting zei ik: „Hier zou natuurlijk veel over te schrijven zijn. In een afzonderlijk artikel ‘Is er Christelijk Gereformeerd huisbezoek’ hoop ik op enkele elementen nog nader in te gaan. De redactie vond het beter dat deze belofte later werd ingelost. Om deze reden geef ik nu pas het beloofde artikel.

Laat ik beginnen met te zeggen dat er bepaalde gevaren zijn, die juist ons christelijk gereformeerd huisbezoek bedreigen. Menig huisbezoek wordt hierdoor feitelijk getorpedeerd.

1) We zijn vaak te weinig systematisch en te weinig organisatorisch in de manier van ons huisbezoek. Waarschijnlijk is dit een reaktie tegen formalistische huisbezoeken, die soms in andere kerken worden afgestoken. We geven ons te weinig rekenschap van de gezinssamenstelling; de leeftijd van de kinderen; kerk- en catechisatiebezoek. Als we met z’n tweeën op huisbezoek gaan stellen we nog te weinig de lijn vast. We nemen de leiding niet genoeg en laten ons te veel leiden door de gang van het gesprek, dat door de bezochten wordt gevoerd. Op deze gevaren wees ik in de genoemde tien regels.

2) We zien het huisbezoek teveel als een gesprek van hart tot hart en we verliezen het ambtelijk karakter uit het oog. We praten niet allereerst als broeder tot broeder of zuster. We komen als ambtsdragers. Dat betekent niet dat we uit de hoogte moeten doen en dat wij het weten. Het betekent wel dat we geroepen worden geestelijke leiding te geven krachtens de bevoegdheid ons door de grote Ambtsdrager gegeven.

3) In deze lijn ligt het ook dat we te veel en te vaak met onze persoonlijke ervaringen en belevenissen komen. Dan krijgen we rapporten in de geest van: hoe moeilijk en hoe heerlijk het huisbezoek is en wat wij hebben meegemaakt! Op deze wijze gaan we tussen de leden en de Here instaan. Onze persoonlijke kijk is dan zo belangrijk. Hij verricht goed huisbezoek, die van zichzelf af- en naar de Here God heenwijst. Het gaat er niet om of wij een goede avond gehad hebben, maar of we de concrete boodschap Gods in de situatie van dit gezin hebben weten te formuleren en door te geven.

Na het signaleren van deze niet denkbeeldige gevaren komen we tot het eigenlijke onderwerp. Het is duidelijk dat het in dit artikel niet gaat over de techniek van het huisbezoek, maar over de inhoud van het gesprek. Wat moet in het huisbezoek aan de orde komen?

Is christelijk gereformeerd huisbezoek anders dan het huisbezoek namens een andere kerk gebracht?

Hebben onze ouderlingen een andere boodschap dan ouderlingen van een andere kerk van gereformeerde belijdenis?

De vraag heeft ruimer strekking: leren wij als Chr. Geref. Kerken iets bijzonders? Hebben wij een aparte leer of zijn er aparte ‘stukken’ die bij ons extra nadruk verdienen te krijgen? Welke stokpaardjes berijden wij? Waar moet je precies in geloven om goed christelijk gereformeerd te zijn?

Het antwoord op deze vragen moet duidelijk worden gegeven: wij Ieren niets bijzonders; wij berijden geen stokpaardjes; wij leggen niet de nadruk op bepaalde elementen van de Bijbel.

In de samenspreking met de vrijgemaakte deputaten is aan de orde geweest ons spreken over het schriftuurlijk-confessioneel beginsel van onze kerken. Op de eerste samenspreking van de tweede serie werd uiteengezet dat in deze uitdrukking drie motieven doorklinken:

1. De hartelijke begeerte om ons te binden aan Schrift en belijdenis alleen.

2. Tegenover Kuyper’s speculatief systeem met z’n wijsgerige inslag willen we ons houden aan de voorstelling van de belijdenis.

3. De geref. belijdenis staat in het teken van de religie; het gaat niet om beschouwingen, maar om de vreze des Heren.

De belangstellende lezer kan het vinden in de Acta van de Synode van 1959, pag. 276. Een en ander betekent dus dat we als Chr. Geref. Kerken geen bijzondere leer hebben, maar recht willen doen aan Schrift en belijdenis.

Omdat we er van overtuigd zijn dat in andere kerken op de een of andere wijze — hetzij door aanvulling, eigen verklaring of weglating — aan Schrift en belijdenis geen recht gedaan wordt op de wijze, waar op Schrift en belijdenis recht hebben, zijn we christelijk gereformeerd. Hier ligt de bestaansreden van onze kerken. Uiteraard is de verhouding tot de verschillende kerken niet gelijk. De ene kerk staat ook anders t.o.v. de handhaving en functionering van Schrift en belijdenis dan de andere.

Christelijk gereformeerd huisbezoek is dan ook heel gewoon huisbezoek, waarin Schrift en belijdenis dienen te functioneren en waarin recht gedaan wordt aan „de religie van de belijdenis”.

Waarin komt dat uit en welke zaken dienen aandacht te krijgen en wat is het waarin andere kerken Schrift en belijdenis niet volkomen honoreren?

1) Het is schriftuurlijk om zowel aan de positie in Adam als in Abraham recht te doen. Niet alleen Adam en niet alleen Abraham. In de Geref. Gemeenten loopt men gevaar alle nadruk te leggen op de positie van de gemeente in Adam. In de Geref. Kerken daarentegen wordt heel gemakkelijk de positie in Abraham overtrokken. Anders gezegd: Er moet recht gedaan worden aan de grote betekenis van Gods belofte, betekend en verzegeld aan de bondelingen, maar die belofte staat in de werkelijkheid van het zondaarsleven. Dat laatste behoort er wezenlijk bij. Het is niet juist om alleen de nadruk te leggen op de belofte Gods. We gaan dan spoedig idealiseren en stellen de belofte gelijk met de verwerkelijking. Het is evenmin juist om de belofte Gods te negeren en de werkelijkheid van het zondaarsleven over te belichten. Bij een goed christelijk huisbezoek gaat het om de juiste belichting — voorrecht en appèl — van Gods belofte in de werkelijkheid van ons leven.

2) In dit verband kan gewezen worden op de prachtige uitdrukking uit ons doops-formulier: ons toeëigenende wat wij in Christus hebben. Dat geeft precies weer wat we boven schreven. We hebben in Christus de belofte van rijkste geestelijke goederen. Maar die belofte moet verwerkelijkt worden; wat in Christus gegeven is moet ons worden toegeëigend. Beide elementen behoren in een goed huisbezoek aan de orde te komen.

3) Het is overeenkomstig Schrift en belijdenis om de weg tot Christus te laten uitkomen. We kunnen ook zeggen: het karakter en de functionering van het geloof behoren aan de orde te komen. Is het geloof een onmogelijkheid of een vanzelfsprekendheid? Wat is geloven eigenlijk? Wat is het aannemen van Christus? Tegenover alle remonstrantisme, dat de meeste pinkstergroepen eigen is, dient duidelijk te worden gesteld dat het geloof een gave van God Zelf is. Maar de Heilige Geest werkt het geloof door middel van het Evangelie. In de klassieke antwoorden van de Catechismus 21 en 60 klinkt duidelijk door dat het geloof zich richt op de belofte en dat dit zich richten op en bezig zijn met de belofte niet om gaat buiten het zondaarzijn. De weg tot Christus mag niet in systeem gebracht worden: eerst dit en dan dat en vervolgens nog iets anders. Maar er moet een duidelijke levensbetrekking zijn. Geloven is geen koude verstandsaangelegen-heid. Het is geen rekensommetje. Het behoort tot een goed huisbezoek — en dat behoort christelijk gereformeerd huisbezoek te zijn! — dit uit te laten komen.

4) Het is overeenkomstig Schrift en belijdenis dat op de betekenis van het Avondmaal gewezen wordt. Niet over het Avondmaal spreken bij leden, die geen Avondmaal vieren is niet juist, uitzonderingen daargelaten. Het Avondmaal moet veel meer in het centrum van het gemeentelijke en geestelijke leven staan dan nu vaak het geval is. We geven de indruk dat het Avondmaal op de rand staat. Dat is zeker niet de bedoeling en ook niet in overeenstemming met de praktijk van de eerste christelijke kerk.

Uiteraard is het niet verstandig om op het huisbezoek direct als eerste vraag de Avondmaalsgang aan de orde te stellen. Er is, zeker in brede kringen van ons kerkelijke leven, nog een vrees voor het Avondmaal. Er is een bepaalde Avondmaals-huiver. Aan de andere kant moeten we ook waken voor de gedachte: als je maar Avondmaal viert, zit het wel goed. De Avondmaalsvraag moet benaderd worden vanuit de betekenis van en de verhouding tot Christus. Zo krijgen we de goede lijn en v/orden we bewaard voor onderschatting èn overschatting van het Avondmaal.

5) In een huisbezoek moet aan de orde komen het leven des geloofs, met zijn strijd en overwinning, met zijn ups en downs, met zijn donkerheid en licht. Een gelovige leeft in de spanning, prachtig geformuleerd in Filippenzen 3 : 12. Ik jaag er naar of ik het grijpen mocht, waartoe ik ook van Christus Jezus gegrepen ben. Gegrepen om te grijpen. Die spanning mogen wij niet elimineren. Het is van betekenis hier de belijdenis te laten spreken. In art. 29 van de Ned. Geloofsbelijdenis worden de merktekenen der Christenen aangewezen. „Alzo nochthans niet, alsof er nog geen grote zwakheid in hen zijn, maar zij strijden daartegen door de Geest al de dagen huns levens”. Ook in de Dordtse Leerregels wordt het geloofsleven prachtig getekend. Vooral in het vijfde hoofdstuk, waarin gesproken wordt over het verbergen en aanschouwen van Gods aangezicht en de strijd tegen de zonde.

Het is niet specifiek christelijk gereformeerd, maar door en door schriftuurlijk, wanneer zo over deze dingen wordt gesproken, die het leven van de kerk en haar leden raken.

6) Evenzeer moet aangedrongen worden op een leven in heiliging als voortvloeiende uit het leven met Christus. We zijn niet klaar als we weten dat onze zonden vergeven zijn. Vergeving mag niet het eindpunt zijn, ook niet in het gesprek op het huisbezoek. Vragen we wel eens naar groei in het geloofsleven? En hangt die groei niet samen met ons leven in de heiliging? Hier komt de betekenis van de totale Christus aan de orde. Christus is geschonken tot rechtvaardiging, heiliging en verlossing. We mogen niet blijven steken in het eerste. De strijd tegen de zonde, het karakter, het humeur is essentieel voor-de heiliging. Als dit op de juiste wijze aan de orde wordt gesteld — vanuit de betekenis van Christus — hebben we een wapen tegen allen, die de heiligmaking accentueren ten koste van de rechtvaardiging.

7) Het is ook naar Schrift en belijdenis wanneer in het huisbezoek eerbied en respect voor de kerk doorstraalt. Dat betekent geen afgoderij met de kerk bedrijven. Maar alle kerkelijk relativisme moet ons vreemd zijn. Het huisbezoek dient kerkelijk besef aan te kweken. Het is niet juist wanneer kerkgang en kerkelijk meeleven niet aan de orde komen tijdens het huisbezoek.

Slechts enkele dingen noemde ik die bij ons huisbezoek aan de orde moeten komen. Het kan daaruit duidelijk worden dat ‘het eigen geluid’ dat we moeten laten horen een schriftuurlijk geluid is.

Wie van studie houdt verwijs ik naar het artikel in het gedenkboek van de Theol. Hogeschool 1954 van prof. W. Kremer over „Een eigen theologie?”. Ook in „Wat is Christelijk Gereformeerd” en „Kerk tussen klem en knoop” schreef ik over dezelfde dingen.

Een paar algemene opmerkingen tot. besluit:

1) Er zijn ten alle tijde allerlei geloofstypen geweest in de kerk des Heren. Er is verschil in ligging, accent en levensleiding. Laten we niet proberen om exclusief te zijn of de ander te vervormen naar onze visie of beleving. Hier is grote liefde nodig plus wijsheid en tact. Men zal oog moeten hebben voor de persoonlijke inslag van de broeder en zuster, die men bezoekt. Eerst wanneer men zich helemaal verplaatst in de ander kan men onder Gods zegen iets bereiken.

2) Laat men toch zoveel mogelijk aanknopen bij de prediking. Het is funest voor een gemeente wanneer er een duidelijke controverse is tussen de lijn van het huisbezoek en de lijn van de prediking. Of wanneer op het huisbezoek openlijk kritiek geleverd wordt op de prediking. Kritiek moet uitgebracht worden waar zij behoort uitgebracht te worden. Doet men dit niet, dan verliest men het ambtelijke karakter van het huisbezoek helemaal uit het oog.

3) En tenslotte: eigen geloofsleven is toch van betekenis. We mogen niet onze eigen beleving brengen. Maar hoe beter men zichzelf kent hoe beter kan men de ander begrijpen en hem leiden. Wat is het van grote betekenis wanneer er in ons eigen leven lijn zit. Inderdaad gedurige oefening in de overlegging en verborgenheden des geloofs is nodig om schriftuurlijk huisbezoek af te leggen tot eer van God, tot bouw van de kerk en tot heil van de kerkleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.