+ Meer informatie

De Heere onze gerechtigheid

4 minuten leestijd

1.

Wij, die onder de nieuwe dag leven, weten dat de Heere alle beloften, die betrekking hebben op de komst van Christus, heerlijk heeft vervuld. Ook in de weg der historie heeft God bewezen een Waarmaker te zijn van Zijn Woord. Zijn trouw heeft Hij tegenover onze ontrouw bevestigd. Christus is gekomen in het vlees. De menselijke natuur heeft Hij aangenomen. In die natuur heeft Hij de zonden Zijns volks gedragen. Daarin heeft Hij de vloek Gods ondergaan. Zo heeft Hij een volkomen en altoosdurende gerechtigheid voor Zijn volk teweeg gebracht. Doch dat alles zal ons niet baten, als het ons door de Heilige Geest niet geleerd wordt. Wij zijn door de zonde diep ellendig geworden. Zodra wij in de wereld komen, liggen wij reeds onder de vloek Gods. In Adam verdoemelijk. Wanneer wij in de leer der waarheid zuiver onderwezen zijn, zo weten wij dat alles. In het voorwerpelijke kan ons zelfs geen nieuws meer geleerd worden. En toch nemen wij van nature dat alles slechts voor kennisgeving aan. Het pakt ons niet. Het grijpt ons niet aan. Het laat ons van binnen koud. Bovendien kunnen wij niet eens goed verdragen, dat het volk Gods daarover met ons spreekt. Onze afkeer daartegen worden wij gewaar. Inwendig komen wij in verzet. Ook dat bedrukt niet. Wij gaan onder al die koude en kille gewaarwordingen op dat doolpad voort.

Wat is de mens toch diep ongelukkig geworden. Wat is hij toch zonder het te beseffen slachtoffer van zijn verkeerd koningschap. Want hij meent steeds, dat hij zichzelf wel leiden kan. En dat hij een metgezel heeft, die hem zoetjes leidt naar een eeuwig verderf, ziet hij niet. Daarom gelooft hij het ook niet.

Wat er dan nodig is? Dat zijn ogen geopend worden. Dat hij het nieuwe leven ontvangt. Dat hij dus van blind ziende, van doofhorende, en van dood levend gemaakt wordt. Er moet dus een almachtige daad Gods tot zaligheid aan des mensen hart plaats grijpen. Dat is het, onherborene, die dit leest of hoort lezen, wat gij nodig hebt. Maar dit geeft geen vrijheid om in onmacht daar achter te schuilen, terwijl gij in zorgeloosheid voortgaat. Ook daarin hebben wij afstand te doen van ons koningschap, door te buigen voor God en Hem te vragen, ja voortdurend te vragen, of Hij onze blinde zielsogen eens wil openen en ons wederbaren wil door Woord en Geest. Want daar zit bij ons de oorzaak onzer ellende, dat onze wil tegenover des Heeren wil staat, en wij daarom niet willen, dat Hij Koning over ons zij. Want het is vrije genade, als de Heere ons redt. Doch het is onze schuld, wanneer wij in onze verharding voortgaan. Wat wij niet kunnen door het niet te willen, dient ons uit te drijven tot de troon van Gods genade om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Daarom, mijn medereiziger naar die ontzaglijke eeuwigheid, bedenk toch, dat de Heere een Koning heeft gezalfd over Sion, de berg Zijner heiligheid. En van die Koning onderdaan te worden, is nodig tot ons eeuwig welzijn. Dat onderdaan-zijn wil zeggen: voor Hem onderdoen. Dus afhankelijk en onderworpen. Bid de Heere, dat Hij het u lere. Saulus van Tarsen heeft eens met Christus kennis gemaakt als een Koning, Die hem ter aarde velde. Een Koning, Die hem de wapenen ontnam, waarmee hij tegen des Konings onderdanen, mitsdien tegen de Koning Zelf streed. Toen dat plaats greep, wilde hij in eigen kracht onderdaan van Koning Jezus zijn. Doch ook die kracht werd spoedig verbroken. In de straat de Rechte kwam Saulus als een gans hulpeloze, rechtloze, voor die Koning terecht. Toen pas kon de Koning Zijn hogepriesterlijk werk aan hem kwijt. Toen is hij pas gewaar geworden wat Zijn naam wil zeggen: De Heere onze gerechtigheid. Vanaf dat ogenblik heeft hij deinhoudvandie Naam gepredikt en beschreven in zijn brieven, tegenover de gerechtigheid des mensen in hun vals steunen op de heilige wet. Hij wilde van niets anders weten dan van Jezus Christus en Die gekruisigd.

En dit hebben al zijn mede-apostelen met hem gemeen. Ja, het ganse Woord Gods getuigt niet anders. Doch het wordt door Gods volk niet in één ogenblik geleerd. Het moet het leren in de weg van teleurstelling inzake het steunen op gestalten, ontmoetingen. De Heilige Geest breekt Zijn volk voortdurend af, wanneer het probeert zijn vertrouwen te stellen op datgene, wat in strijd is met de eer Gods en de verdienste van Christus.

Uit: De Heilsbeloften.

Toepassing van preek over Jeremia 23 : 5 en 6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.