+ Meer informatie

Opwekken tot de dienst van de barmhartigheid

14 minuten leestijd

W. Huizer, assistent deputaten A.D.M.A.

Op weg naar een veranderend diaconaat zou het thema van deze bijeenkomst ook kunnen zijn.

Op weg, omdat vaak een duidelijke visie nog te veel ontbreekt, wij zijn er nog niet, én wij komen er nooit vanaf, bezinning blijft noodzakelijk.

Veranderend, omdat wij misschien bepaalde werkzaamheden moeten afstoten, maar nieuwe activiteiten ontplooien zich, vandaar dat vandaag het accent op het ge-meentediaconaat wordt gelegd.

Hierbij moeten wij één ding direct vaststellen. Dit is geen liefhebberij of medemenselijkheid zondermeer. Deze verandering moet Bijbels gefundeerd zijn en dat is wel duidelijk uit de verf gekomen door de toelichting wat de kerk nu eigenlijk is, nl. lichaam van Christus. Het ambt aller gelovigen moet beter gaan functioneren in de onderlinge dienst. De vraag is echter van groot belang, welke functie heeft hierin het diaconaat? Wat is de opdracht van het diaconaat, respectievelijk van de diaken? Die opdracht is m.i. samen te vatten in het raam van „dienst van de barmhartigheid”. En dan moet u bedenken dat „barmhartigheid” veel meer is dan het openen van de geldzak voor een bepaalde uitkering.

Het bevestigingsformulier van diakenen zegt het zo; „zij zullen ten behoeve van deze dienst de gemeente opwekken”. Gemeentediaconaat kun je dus noemen; opwekken tot de dienst van de barmhartigheid.

Het grote voorbeeld is in deze dingen Jezus Christus. Laat Zijn persoon en werk eens rustig op u inwerken.

Dit „opwekken” impliceert tevens dat de diakenen niet zelf alleen de dienst moeten uitvoeren. In het kader van ons onderwerp valt alle nadruk op het element „opwekken” — er op wijzen — desnoods wakker schudden.

Als wij dit in het oog houden krijgt de tekst uit Efz. 4 : 12 volop betekenis; „om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus”. Kunt u zich hierin vinden broeders diakenen? Zo ja, dan krijgen wij vandaag opnieuw een opdracht mee die wij zo getrouw mogelijk zullen moeten uitvoeren.

Wij zullen het niet laten bij een beschouwing over de opbouw van het gemeentediaconaat, maar het element „opwekken” praktisch toepassen.

Wat wordt er nu eigenlijk verstaan onder gemeentediaconaat?

Ik vraag mij af of dit niet voldoende bekend is bij u. Uit diverse contacten met diaconieën is mij wel gebleken dat men wel weet waar het om gaat. Er wordt al veel gedaan, hoewel aanvulling van diverse activiteiten soms gewenst is. Trouwens het is niet de eerste keer dat de diaconieën geconfronteerd worden met deze zaken.

Reeds in 1965 verscheen in ons blad ambtelijk contact een „diaconale handreiking”, waarin diverse problemen en werkzaamheden op dit gebied aan de orde kwamen. Binnen diverse classes vinden ook regelmatig diaconale bijeenkomsten plaats waarin met elkaar wordt gesproken over deze dingen.

Daarom zou ik als eerste aanzet, voor de discussie voor vandaag en voor verdere bezinning het element „opwekken” wat nader met u willen uitwerken. Ik denk aan een volgend werkprogramma:

— Bespreek het onderwerp van vandaag eerst uitvoerig op een diaconale vergadering. Tussen twee haakjes, u vergadert toch wel regelmatig afzonderlijk?

— Bezint u op de vraag, wat moet er minimaal komen voor een goed functionerend gemeentediaconaat; wat is er reeds op dit gebied in onze gemeente en loopt dit alles naar wens?

— Besteedt er vervolgens een kerkeraadsvergadering aan; het is een zaak voor de gehele kerkeraad. Ook de predikant en ouderlingen zullen hun inbreng moeten hebben en kunnen meewerken aan de opbouw van het gemeentediaconaat.

Hierin moet ook de eenheid van de ambten uitkomen.

— Zoals gezegd gaat het om een goed functioneren van het ambt aller gelovigen, een gemeentevergadering, waarin de kerkeraad zijn plannen nader bekend maakt is zeer noodzakelijk. Denk hierbij ook aan de jeugd van de gemeente. Coördineer het e.e.a. met de evangelisatiecommissie.

— Bekijk aan de hand van een gemeente-gids wie er in aanmerking komen om zitting te nemen in diverse commissies zoals hulp aan bejaarden, bezoek aan eenzamen, technische hulpgroep enz. enz. Betrekt u daar dan .ook eens wat figuren bij van diegenen die min of meer aan de kant staan.

— Benader diverse personen afzonderlijk en roep daarna de commissie bijelkaar en geef ze een duidelijk programma mee. Denkt u eraan, zet niet alles tegelijk op stapel dan komt er niets van terecht.

— Blijf als diaconie zelf op de achtergrond, weet u wel u moet alleen maar toerusten.

— Houdt u alles goed in de gaten of het blijft functioneren, u zult bemerken dat u daar de handen vol aan heeft.

— Uw werkzaamheden op dit gebied houden nooit op, maar blijven aandacht vragen. Begeleid daarom ook de nieuwe diakenen in uw kring goed zodat ook die broeders na enige tijd op de hoogte zijn.

— Let u er wel op, dit alles is slechts een „onderdeel” van uw diaconale arbeid, het andere zoals diaconaal huisbezoek en begeleiding van de individuele gevallen moet u ook blijven verrichten, maar dit is gezien het kader van ons onderwerp nu niet aan de orde.

— Dit alles heeft tot gevolg dat uw diaconie wat de bezetting betreft niet te klein mag zijn, een verdeling van taken is gewenst. Dit alles hangt natuurlijk af van de grootte van uw gemeente.

Nog enkele algemene opmerkingen:

a. Een goed functioneren van het ge-

meentediaconaat zal ook vruchten afwerpen voor de totale samenleving waarin wij verkeren.

Niet de kerk als instituut, maar de individuele gelovige heeft een taak in de samenleving.

b. U hebt een deputaatschap dat op dit terrein voorlichting wenst te geven. Betrek daarom bij uw activiteiten de assistent van deputaten ADMA en vergeet uw classicale diaconale correspondent niet.

c. Doe alles biddend, de Grote Opdrachtgever zal u dan zeker bekwamen.

Discussie

5. Discussie

De vergadering ging in zes discussiegroepen uiteen, ter bespreking van het gehoorde. Dit nam alle tijd in beslag tot aan de mid-dagpauze.

Na deze pauze was er een kort overleg met de rapporteurs van deze discussiegroe-pen, ter voorbereiding van de behandeling der vragen door het aangevi'ezen forum. Dit forum werd gevormd door de drie sprekers van de morgenvergadering, met als voorzitter ds. G. Bilkes te Westzaan.

6. Behandeling der vragen door het forum

Na de opening van de middagvergadering met samenzang en gebed nam het forum achter de bestuurstafel plaats. De voorzitter stelde de volgende vragen aan de orde. Het antwoord, kort samengevat, is bij iedere vraag te vinden.

a. Hoe moet men aan met een gezin, dat niet tot de kerk behoort en het blijkt dat er moeilijkheden zijn? Behoort de kerk daar iets aan te doen?

De discussie hierover deed uitkomen, dat te bieden hulp afhankelijk is, deels van het betrokken zijn op het kerkelijk leven, deels van de aard van de bestaande behoefte. Bestaat er niet meer dan een tijdelijk contact, dan kan volstaan worden met z.g. indi-recte hulp. Wijs betrokkenen zo mogelijk de weg om uit de impasse te raken.

Is er een meer blijvend en groeiend contact, als gevolg van evangelisatie-arbeid of aparte leiding Gods, dan staat het geval niet ver van het normale kerkelijke leven af. Met het verlenen van financiële hulp zij men uiterst voorzichtig. De praktijk kent gevallen, waaruit blijkt, dat het alleen om geld te doen is.

Waar wezenlijke nood is, moet naar beste weten in de gegeven situatie worden ge-holpen. De juiste besteding der gelden is een zaak van beleid, evenzeer als wanneer het leden der gemeente betreft.

b. Hoe wordt gedacht over de ontwikke- ling, die er gaande is in de stichtingen, nu van hogerhand wordt gepropageerd om alles in èèn stichting onder te bren-gen, een algemene stichting dus.

De discussie maakte duidelijk, dat men al-gemeen met bedoelde ontwikkeling te maken heeft. De structuren van het maat-schappelijke werk zijn aan het veranderen. Met name wordt ook op schaalvergroting aangedrongen, niet alleen gerekend naar de bestuurlijke kant, maar ook naar de zijde van de werkers.

Dit laat niet zonder zorg.

Een territoriale schaalvergroting, die voor-ziet in een organisatie van èèn werksoort in een groter gebied is mogelijk zonder dat de ,,levensbeschouwing” daarbij in het ge-drang behoeft te komen.

Hetzelfde geldt van de functionele schaal-vergroting, waarbij meerdere werksoorten in èèn organisatie worden ondergebracht. Moedijkheden kunnen ontstaan bij de le-vensbeschouwelijke schaalvergroting, waar-bij inter-levensbeschouwelijke instellingen worden samengevoegd.

Kan men de samenvoeging niet houden binnen de kring van de Geref. gezindte of eventueel de protestants christelijke sfeer, dan zoeke men een federatief verband, dat de mogelijkheid biedt naar eigen visie te handelen. Samenvoeging met Humanitas en de R.K. Kerk worde afgewezen.

Deze zaak is bijzonder actueel. Overleg is gaande tussen het ministerie en de orga-nen voor maatschappelijk werk. Een be-paalde overgangstijd is genoemd. Van be-lang is, dat ons standpunt in bedoelde organen vertolkt wordt. Zij die als lid onzer kerken een bestuursfunctie erin hebben, kunnen hun stem doen horen en hebben hun stem wellicht doen horen.

Deputaten A.D.M.A. zullen op dit punt ongetwijfeld diligent zijn en de bestaande contacten weten te benutten. Anderzijds kunnen zij de diaconieën zoveel mogelijk inlichten en stimuleren.

Ook in de kring van het ontmoetings- en bezinningscentrum (B.O.C.) heeft men reeds aandacht aan deze zaak geschonken. Onze mensen zullen in de praktijk van het maatschappelijk werk actief moeten zijn voor het behoud van het christelijk karakter van dit werk. Temeer omdat vanwege het ministerie is toegezegd, dat bij de uitvoe-ring van de te nemen maatregelen rekening zal worden gehouden met de levensbe-schouwelijke achtergronden van vele instel-lingen en de behoefte aan dienstverlening op basis van de eigen levensbeschouwelijke opvattingen bij de verschillende groeperin-gen in de bevolking.

c. Hoe kan de gemeente worden opgevoed om haar diaconale roeping te verstaan en die op te volgen?

Bij de beantwoording werd gesteld, dat het er vooral om gaat het ambt der gelovigen zo veel en zo goed mogelijk te doen func-tioneren. Er is eerder meer dan minder werk voor het gemeentediaconaat te doen. Hier en daar is men drukker dan ooit en heeft men zelfs het aantal diakenen uitge-breid. Voorlichting van de gemeente is no-dig om de leden te doen verstaan, dat de dienst der barmhartigheid niet geheel aan de diakenen kan worden overgelaten.

Men zal als lid waar nodig en mogelijk ook zelf moeten handelen en dienen. Wat die voorlichting betreft, is te denken aan de prediking, het huisbezoek, ook het spe-ciale bezoek door de diakenen, uiteenzet-ting omtrent het diaconaat in ledenverga-deringen (voor de gemeente als geheel of per wijk), voorlichting per brief of via kerkelijke organen, classicaal of plaatselijk. De diakenen moeten er op uit zijn leden in te schakelen voor de dienst der barmhar-tigheid als geheel en voor het dienstbetoon meer individueel.

Dit is niet eenvoudig, maar het moeilijke ervan mag toch niet tegenhouden. Uiter-aard kan het specifieke van het diaconale werk niet aan de gemeente worden over-gedragen.

d. Is het gewenst, dat de diaconie afzonderlijk vergadert, ook als er slechts twee of drie diakenen zijn?

Hoe moet verslag in de kerkeraads-vergadering worden uitgebracht?

Speciale bezinning op de zaken van het gemeentediaconaat in de kring van de dia-conie, hoe klein ook, verdient alle aanbe-veling. Men kan zodoende wat aanhangig is meer voorbereid en concreet ter tafel van de kerkeraad brengen.

Wat het lopende werk betreft kan regel-matig verslag worden uitgebracht in de kerkeraadsvergadenng. Dit betreft de glo-bale cijfers van inkomsten en uitgaven. Het ligt voor de hand, dat aparte gevallen van hulpverlening de kerkeraad zullen worden voorgelegd. Deze heeft het recht nadere informatie omtrent de onderdelen van het werk te vragen.

Het houden van diaconale vergaderingen regelt zich naar de omvang van het werk. Wel is het goed een zekere regelmaat te hebben, b.v. eens per 14 dagen of eens per maand.

Vaste punten voor het agendum zijn notu-len, financiën, bespreking diaconale zorg en taakverdeling. Stukken, die bij de ker-keraad inkomen en betrekking hebben op het diaconale werk zullen om advies of ter afdoening aan de diaconie worden doorge-geven.

Men doet er goed aan m.b.t. de bespre-king van ie diaconale zaken in de kerke-raadsvergadering tevoren overleg te plegen met de voorzitter van de kerkeraad. Dan kan men er zeker van zijn, dat de diaconale zaken vooraan op het agendum komen. Ook schenke men volle aandacht aan de zaken, die behandeling vragen bij de bre-dere kerkelijke vergaderingen, zoals classis, particuliere synode en generale synode. Ook de afvaardiging naar die vergaderingen hebben alle aandacht.

Ten overvloede wordt aangehaald art. 40 K.O. ,,De diakenen komen regelmatig sa-men om onder aanroeping van de Naam des Heren de diaconale aangelegenheden te behandelen. Zij doen verantwoording van hun beleid en beheer aan de kerke-raad.”

e. De verzorging van een invalide kind uit een gezin vraagt opname in een in-richting, of als het kind thuis blijft (zoals de moeder kennelijk wil) zijn thuis speciale voorzieningen nodig, waarvan het verlenen van bijstand af-hankelijk wordt gesteld.

Moet de diaconie zich op hetzelfde standpunt plaatsen?

Voorop moet staan wat het beste is voor het kind. Is het een jong kind, dat door opname in een inrichting, behalve goede en noodzakelijke hulp, ook nog onderwijs krijgen kan waarvan het later plezier kan hebben, dan moet hier vóór alles op wor-den aangedrongen.

Is het kind in sterke mate afhankelijk van de moeder en wordt het welzijn van het kind er door bevorderd, dat het bij de moeder blijft, dan verdient dit alle over-weging. Zo nodig kan geholpen worden voor het treffen van de nodige voorzienin-gen thuis.

Van de ouder(s) mag verwacht worden, dat zij het uiterste doet(n) voor het welzijn van het kind.

De diaconie kan zich niet onttrekken, maar moet betrokkenen met raad en daad ter-zijde staan. f. Er is gesproken van diaconaal huisbe-zoek en van commissies, die wijkge-wijze te werk gaan. Moet dit gezien worden als tegenstelling of als aanvul-ling?

De diakenen zullen van tijd tot tijd de ge-zinnen in hun wijk bezoeken om het contact te onderhouden, het bestaan van aparte behoeften te ontdekken en tot de arbeid van het gemeentediaconaat op te wekken.

Men kan echter voor bepaalde vormen van hulpverlening, zoals aan bejaarden, een-zamen of zieken, een commissie inschake- len. Dit biedt juist gemeenteleden de moge-lijkheid hun bijdrage in het onderling dienstbetoon te leveren. De opmerking werd nog gemaakt, dat men geen drempel-vrees behoeft te hebben. Ongeacht voor welke arbeid men komt, het gaat om het welzijn van de gemeente.

g. Naar aanleiding van een vraag om meer voorlichting ten behoeve van de diaconieën door deputaten A.D.M.A. deelde de voorzitter van deputaten, ds. K. Boersma, mede dat een handleiding of handboek in bewerking is. De uit-gave hiervan komt aan de behoefte om meerdere voorlichting tegemoet.

Helaas ontbrak de tijd om alle uit de dis-cussie-groepen opgekomen vragen te be-spreken.

De voorzitter van het forum sloot de be-spreking af met nog eens te wijzen op het grote belang van bezinning en discussie. De vele vragen bewijzen, dat de werkv^^jze van de conferentie zoals vandaag gevolgd, zinvol is.

Het conferentiewerk behoudt z'n betekenis. In de loop der jaren zijn tal van onder-werpen besproken. Het geheel der gedrukte handelingen biedt zeer waardevol materiaal. Wat in deze conferentie naar voren is ge-bracht heeft duidelijk aangetoond, dat het diaconale werk veel omvat. Waar komt de idee vandaan, dat de taak van de diaconie gereduceerd is tot vrijwel nihil? Wie zijn taak goed ziet, heeft handenvol werk. Ook aan de opbouw van het gemeentediaconaat is nog veel te doen. Dit werk vraagt tijd en dus geduld.

Het is te begrijpen, dat om meer voorlich-ting wordt gevraagd. De beschikbare vor-men voor publikatie dienen ten volle benut te worden.

Moge het conferentiewerk ook in de toe-komst een goede hulp zijn en een sterke stimulans voor de vervulling van de diaco-nale taak.

Zegene God alle arbeid.

Landelijke diakenen' conferentie 1970

7. Sluiting

De voorzitter van het comitè, br. K. Geleynse, sprak een slotwoord. Sprekers, leden en voorzitter van het forum werd dank gezegd voor hun werk. Er werd op gewezen, dat in Ambtelijk Contact een resumè van de bespreking zou worden ge-geven.

Erkentelijkheid werd uitgesproken aan het adres van de aftredende br. C. Drieënhui-zen te 's-Gravenhage, die veel gedaan heeft als lid van het comitè en als voorzitter van de diakenenconferentie. Helaas was hij niet in staat de conferentie mee te maken. Spreker drong er bij de diakenen op aan om zich goed waar te maken in de kerkeraad. Er is voor de afvaardiging van de diakenen naar classis, particuliere synode en generale synode nogal gevochten. De diaconale in-breng is echter nog niet zo groot.

Hier moet meer over gesproken worden in de kerkeraadsvergaderingen. Ook bij de keuze van afgevaardigden moet men zich de betekenis daarvan goed bewust zijn. Het diakenambt is een prachtig ambt. Getuige het voorbeeld van Filippus, een van de zeven uit Handel. 6. Zij zijn geroe-pen om de leemten op te vullen, die de ouderlingen moeten laten.

Wat een rijk contact had Filippus met de kamerling. Hij predikte hem Jezus. De diaken-evangelist in actie.

Het eind was: de kamerling zag hem niet meer, want hij reisde zijn weg met blijd-schap. Filippus werd ergens anders ingezet. Laten wij zo allen in ons ambtelijk werk gedreven worden door de liefde voor en tot Christus.

Schriftlezing: 1 Timotheus 6 : 11-16.

Dankgebed.

Samenzang: psalm 135 : 1 en 12.

Hiermede kreeg de landelijke diakenen-conferentie 1970 z'n besluit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.