+ Meer informatie

/^Meló van MamL

3 minuten leestijd

Eenmaal per jaar kan ik er niet onderuit. Zo ook vandaag. Aan het eind van de dag gekomen bekijk ik het resultaat van een liele dag bakken. Twee volle emmers met goudkleurige bollen staan op de keukentafel. Daarnaast een grote bak met appelflappen. Die vindt Piet zo lekker. De oliebollen gaan er bij de rest van het gezin gretig in. Wat zag ik er tegen op. Het resultaat doet de tegenzin gelukkig vergeten. Ook de genietende gezichtjes van Jojanneke en Chieltje. Daar heb je Chiel warempel alweer. Een greep in de volle emmer en weg is hij. Vlug schiet ik hem achterna. „Denk je eraan dat je nog eten moet", waarschuw ik hem. Volgens mij is dit zijn tiende oliebol al in korte tijd. Zijn gezichtje vol met poedersuiker kijkt me onschuldig aan. „Ze zijn zo lekker mam. Ik eet vanavond gewoon ietsje minder. Dat mag toch wel voor één keertje? " Milder gestemd door dat snuitje ga ik overstag. Laat maar voor die ene keer.

Terwijl ik moegebakken aan de keukentafel vlug een kopje koffie drink, overzie ik de smeerboel in de keuken. Alles is vet geworden, dat betekent nog een uurtje driftig aan het schoonmaken. Zuchtend met pijn in mijn rug sta ik op om me van mijn taak te kwijten. Als Sietske wat vroeger thuis zou komen dan afgesproken was, kon ze me nog even helpen. Die wordt al zo handig in de keuken, 't Zou een stuk schelen. Helaas kan ik die verwachting van me wél op mijn buik schrijven. De dame is een dagje winkelen. En als die gaat winkelen zie je haar pas op het laatste nippertje verschijnen. Eerlijk gezegd kan ik haar geen ongelijk geven. Bovendien heeft ze het van geen vreemde. D 'r moeder is net zo.

Onverscliillig

Twee uur later is het karwei geklaard. De keuken is kraakhelder. Op de salontafel prijkt een grote schaal met besuikerde oliebollen. Een leuke vaas met bloemen ernaast doet het geheel een stilleven lijken. Met een voldaan gevoel nestel ik me op de bank. Nog net even tijd voor een rustig halfuurtje. Kan ik lekker op mijn gemak de krant doornemen, voor de rest van het gezin hem moet hebben.

Driftige stappen op het pad langs het huis vertellen me dat de krant blijft liggen. Nieuwsgierig kijk ik wie daar aankomt. Zou dat Piet al wezen? Dat kan niet. Hij zou wat langer doorwerken. Tjeerd misschien? Zou die al klaar wezen met zijn krantenwijk? Dan is hij vandaag wel erg vlot geweest.

Mijn nieuwsgierigheid wordt snel bevredigd. Het is Sietske die met grote stappen richting achterdeur loopt. Haar gezicht spreekt boekdelen. Tsjonge, wat kijkt die kwaad. Zou er wat gebeurd zijn tijdens het winkelen, ze kan wel ruzie gehad hebben met haar vriendin. Vragen hoef ik niet te stellen. Terwijl ze haar jas uittrekt en op de bank neerploft zegt ze donker: „Ik heb me toch zo verschrikkelijk geërgerd mam. Het was zo 'n fijne dag geweest. De winkels waren feestelijk ingericht. Maar in de trein naar huis". Haar gezicht vertrekt van afschuw.

„In de trein zaten we tegenover twee mannen. Die twee zaten toch zo te klagen. Ze baalden van hun werk. Die ene vertelde dat hij al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.