+ Meer informatie

„Holland-dorf" richt zich direct op Duitse klant

Gebundelde agrarische exportinspanning

7 minuten leestijd

DÜSSELDORF — „Het elangrijkste element in de richting van de Holland Promotion Club en de presentatie van het „Holland-dorf" vind ik het gezamelijk aanpakken van de Duitse markt. Als we deze grote koopkrachtige willen vasthouden, maar liefst uitbreiden, dan is het absoluut verleden tijd dat van ieder bedrijf apart een man met een monsterkoffertje er op uit trekt. Aan de inkoopzijde staan zulke giganten dat aan aanbodkant bundeling hoogst noodzakelijk is."

Aan het woord is Herman Hilgeman, adjunct-landbouwattaché in de bondsrepubliek. Samen met mr. K. van der Beek, secretaris van de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel, en Hendrik Lentz van het Nederlands Zuivelbureau in Aken is hij de gastheer van enkele Nederlandse journalisten die het Holland-dorf in Düsseldorf bezoeken. We krijgen een uitvoerige uiteenzetting over hoe belangrijk de Duitse markt voor ons land is.

Van de 145,8 miljard gulden die we verleden jaar exporteerden, ging 43,9 miljard naar de Bondsrepubliek, dat is ongeveer 33 procent. Hoe sterk daarin het agrarische aandeel is vertegenwoordigd wordt eveneens uit de cijfers duidelijk. De agrarische export naar West-Duitsland vertegenwoordigde in 1980 een waarde van 10,8 miljard gulden, ofwel 26 procent van onze totale uitvoer naar dat land. Na Frankrijk is Nederland de belangrijkste handelspartner van de Bondsrepubliek. Van een aantal agrarische produkten is ons land de belangrijkste leverancier. Zo exporteerden we vorig jaar 110.000 ton kaas en daarmee was eenvierde van het totale Duitse verbruik gedekt.

Om nog even op de kaas door te gaan: het is niet zo, dat we misschien toch wel de top van de mogelijkheden hebben bereikt. Hendrik Lentz licht dat toe: We zijn nu met het „Holland-dorf" in Rheinland-Westfalen, omdat het erg belangrijk is dat we ons met veel inspanningen verkregen grote aandeel zullen verdedigen tegen de concurrentie van andere landen. Maar we zullen in de toekomst ook meer naar het zuiden gaan. Hier in het Rheinland eten de insumenten per jaar namelijk 2,9 kilo Hollandse kaas per hoofd van de bevolking, maar in Beieren is dat bijvoorbeeld maar 300 gram. Hier moeten voor onze kaas dus nog grote kansen liggen".

Kwaliteit wint
In het „Holland-dorf" is een speciaal kaashuisje aanwezig. Daar worden broodjes met kaas verkocht en de in Duitsland erg populair zijnde Toast Hawaii. Maar ook kaas aan het stuk is verkrijgbaar. De mensen staan gewoon in de rij. Dat is wel opvallend, want in de warenhuizen in de omgeving is de Nederlandse kaas toch ook verkrijgbaar. We zien daar later zelfs dat de prijzen enkele dubbeltjes per 100 gram hoger liggen. Lentz heeft daar wel een uitleg voor. „De Duitsers zijn erg gesteld op kwaliteit. Daar hebben ze ook wel wat extra voor over. In hun visie is het zo dat als de Hollanders zelf hun kaas komen propageren ze dat doen met erg goede produkten. We kunnen er ook een les uit leren. Nederland moet zich concentreren op de kwaliteit en dan pas op de prijs. De exporteurs bevechten elkaar soms op leven en dood om orders te krijgen. Het is wel eens zo erg dat het er wel op lijkt dat men elkaar het verlies nog niet gunt. Dat is niet nodig. Veel belangrijker is de presentatie, de verzorging in de winkels. Wie daar aandacht aan schenkt behoeft niet op allerlaagste niveau met zijn prijzen te zitten."

Gezondheid

Van uitzonderlijk belang is de uitvoer naar Duitsland wel voor onze tuinders. Van de totale groente-export ging in '80 tweederde deel naar onze Oosterburen. Het gaat daarbij om reusachtige hoeveelheden. Ook hier weer een paar cijfers. 205.000 ton tomaten, 187.000 ton komkonuners en 74.000 ton sla. In vrijwel alle Duitse groentewinkels en supermarkten zijn deze „grote drie" wel te koop. Overigens heeft de Duitse huisvrouw ook grote belangstelling voor de nieuwe groenten. Vorig jaar werden 13.200 ton vleestomaten verkocht, 9700 ton paprika's en 3500 ton aubergines.

Momenteel is er een test aan de gang om te zien hoeveel belangstelling er is voor groentesappen. Evenals bij ons is er in Duitsland een grote belangstelling voor dit vrij nieuwe artikel te constateren. In allerlei gezondheidsdiëten woirden deze sappen aanbevolen, in ons land o.a. in het Moerman-dieet. In het „Holland-dorf*' krijgen de bezoekers in een van de huisjes een drietal bekertjes met respectievelijk wortelen-, komkommer- en tomatensap aangeboden. Hun wordt daarbij gevraagd op een formulier in te vullen welke smaak de voorkeur heeft. De animo is groot en ajmdachtig worden de produkten gekeurd.

Vleesexport

Wat ons opviel was de grote belangstelling voor Gelderse rookworst. Zo'n halve warme worst tussen een broodje bleek erg te worden gewaardeerd. Wel-' licht zijn er goede kansen voor dit op de Duitse markt nog niet zo bekende produkt. Zoals bekend zijn de Duitsers erg goede worstmakers. Het is voor buitenlanders dan ook niet gemakkelijk een plaats op die markt te veroveren. Het omgekeerde lijkt soms het geval. In veel Nederlandse winkels verschijnen Duitse vleeswaren die zeker niet goedkoop, maar wel erg lekker zijn. Wèl wordt er veel vlees naar Duitsland uitgevoerd. Zo ging er in 1980 niet minder dan 200.000 ton varkensvlees de grens over en 38.000 ton kalfsvlees. Een niet zo gelukkige ontwikkeling voor de Nederlandse slachthuizen en vleesfabrieken is dat er steeds meer levende dieren de grens over gaan. Het slachten en verwerken van de dieren blijkt in Duitsland goedkoper te kunnen worden gedaan dan in ons land. Het probleem is volgens insiders niet dat de Duitse lonen veel lager liggeh dan in Nederland. Het zijn vooral de hogere keuringskosten, het lagere werktempo en het hogere ziekteverzuim waardoor een stuk werkgelegenheid wegvloeit.

Om de aandacht op de Gelderlander Rauchwurst te vestigen wordt er in het „Holland-dorf" iedere dag een aantal wedstrijden mastklimmen, georganiseerd. Boven in de mast hangt een aantal worsten en ouderen en jongeren worden uitgenodigd om hun krachten te beproeven op de vijf meter hoge gladde paal. De meeste jongeren wisten de top wel te bereiken, maar een overigens nog vitale man van 72 jaar kwam maar halverwege. Maar op aandrang van het publiek, dat vond dat hij toch wel een dappere poging heeft gedaan, mocht hij toch de buit mee naar huis nemen.

Holland-bloemenland

In zo'n Holland-presentatie moeten natuurlijk ook bloemen een plaats hebben. Vorig jaar exporteerden wij voor ongeveer 1,5 miljard gulden aan bloemen en planten naar Duitsland. Per hoofd van de bevolking gaven de Duitsers jaarlijks voor ruim 90 mark aan bloemen uit. Ons aandeel daarin bedraagt ongeveer 25 procent. Concurrenten zijn Israël, Frankrijk, Italië, Kenia en Zuid-Amerika. Onze korte verbindingslijnen en het eeuwenlange vakmanschap van onze tuinders geven ons echter een voorsprong die evenwel niet vanzelfsprekend blijft. Steeds moeten nieuwe ontwikkelingen niet alleen worden gevolgd, maar ook worden aangegeven wil men de markt vasthouden en uitbreiden. Zo waren vroeger de tulpen uit Holland toonaangevend, maar nu staan de rozen boven aan de' lijst.

Het is een goede gedachte dat ook het Nederlandse bureau vqor toerisme aanwezig is op een plek waar, zoveel mensen komen. Vorig jaar gaven Duitse toeristen voor 1,4 miljard gulden in Nederland uit en dat was bijna de helft het van totale deviezenbedrag dat vanuit het toeristenverkeer de schatkist kwam versterken. Zoals bekend is onze toéristenbalans erg negatief en het is belangrijk om daar het nodige aan te doen. De meeste Duitsers die naar Nederland komen doen dat voor een korte trip. Vooral in het voorjaar is de Keukenhof een gewaardeerd reisdo^. In de zomer is de kust erg in trek. Voor de mensen uit Rheinland-Westfalen is de Nederlandse kust dichterbij dan hun eigen stranden in Noord Duitsland.

Voorbeeld voor industrie

De voorzitter van de Nederlandse kamer van koophandel, de heer Van der Beek heeft erg veel waardering voor de gezamenlijke agrarische aanpak. „Zo zou men dat ook, in een andere vorm natuurlijk, bij de industrie moeten doen. Ik merk nog al te veel bij grote Duitse afnemers dat ze nauwelijks weten wat Nederland al niet kan leveren. Er is voor onze mensen echt nog veel meer te bereiken op die grote, koopkrachtige „Duitse markt". Onder het motto „de nieuwe exportkansen liggen naast de deur", komt nu het eerste deel uit van een Handboek voor de Duitse exportmarkt waarin gelntereseerden alles kunnen vinden wat ze nodig hebben om vaste voet te krijgen op deze markt.

Een eresaluut daarom zeker voor de agrarische wereld, die nu weer door middel van een „Holland-dorf", tracht ieder gaatje in de markt te vullen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.