+ Meer informatie

Naar de katechisatie

4 minuten leestijd

102

DE VOLDOENING DOOR CHRISTUS (3)

In de leer van de voldoening door Christus moeten we volledig vasthouden aan de LIJDELIJKE en DADEUIJKE gehoorzaamheid van Christus.

We mogen die ook niet van elkaar scheiden, want het verlossingswerk van Christus is één werk. Ook de DADELIJKE gehoorzaamheid van de Borg, het volbrengen en vervullen van de Wet, behoort tot de voldoening. Christus deed dit vóór Zijn volk. Het is de Pclagiaanse dwaling, welke stelt, dat Christus’ lijden en sterven beperkt blijft tot Zijn werk en dat de mens nu Zijn werk moet AANVULLEN door zijn goede werken, zoals duidelijk ook Rome leert. Beiden, het lijden en sterven en het volbrengen van de Wet, liggen begrepen in het zesde kruiswoord van den Heere Jezus: „Het is volbracht!”

Door Christus’ volkomen genoegdoening aan de eisen van de Gerechtigheid Gods is de VERZOENING verworven.

En die verzoening door Christus houdt in, dat zij is een verzoening van de Zijnen met God alsook een verzoening van God met Zijn volk. In het Nieuwe Testament worden voor „verzoening” twee woorden gebruikt, welke beide genoemde zijden uitdrukken. In Rom. 5 : 10 en 2 Kor. 5 : 18 staat een woord voor verzoening, dat wijst op de verzoening van de gelovigen met God, de herstelling in de verzoende gemeenschap met God. In I Joh. 2 : 2 heeft het woord „verzoening” de betekenis van het verzoend zijn van GOD met Zijn volk.

We schrijven hier van een verzoend zijn van God met Zijn volk.

Het gaat hier over de vraag of Christus dan niet gestorven is voor alle mensen. En velen menen wel teksten te vinden, welke daarop wijzen. Zo vaak horen we de opmerkingen, ook in eigen kerkelijke kringen: „die voor onze zonden heeft geleden ”en” voor ons is gestorven”. En als wij dit geloven, Jezus aannemen, dan zijn we een kind van God. Maar welk een geloof is dit, waarvan men spreekt? Houden velen het „verstandelijk” geloven of aannemen niet voor het echte, zaligmakende geloof? Wat een zelf-misleiding!

We zien vanaf de eerste eeuwen na Christus de dwalingen in de kerk zich openbaren, namelijk, dat Christus voor allen heeft voldaan.

Het oude „universalisme” leerde zelfs, zoals Origenes, de wederherstelling aller dingen en van allen. Sommigen gingen zo ver, dat zelfs na het sterven er nog bekeringsmogelijkheid was, ja, dat zelfs de duivel zal bekeerd worden.

De Remonstranten leerden en leren, dat Jezus voor allen de verzoening heeft verworven, maar dat het aan de mens zelf ligt of hij die verzoening wil aannemen of niet.

Leren dit de Remonstranten? Is dit dan niet zo? Wij moeten toch geloven en ons bekeren? Zegt de Schrift niet telkens: bekeert U en gelooft in de Heere Jezus?

Staat de mens dan niet verantwoordelijk voor God?

Metterdaad! Voor 100%. Maar — deze raakt de verhouding tot de BOODSCHAP van het Evangelie, welke aan alle mensen moet gebracht worden. „Predikt het Evangelie aan alle creaturen” Markus 16 : 15. D. Leerr. 1/5.

Deze boodschap van het Evangelie nu houdt wel in de bekendmaking van de verzoening door Christus’ voldoening. Die verzoening is ook ALGENOEGZAAM. D.w.z. al zouden er nog meer werelden zijn, die verzoend moesten worden, dan zou Christus niet opnieuw moeten lijden en sterven.

Maar „algenoegzaam” is niet hetzelfde als: „voor alle mensen gestorven en betaald.”

Indien Christus voor alle mensen persoonlijk zou gestorven zijn en betaald hebben, dan zouden ook alle mensen zalig worden. En zo niet, dan zou Christus dus voor hen, die niet zalig worden, tevergeefs betaald hebben. En dit kan niet.

Neen, daarom leert ons de Schrift duidelijk, dat Christus Zijn offerande heeft gebracht voor Zijn volk. De voldoening is strikt persoonlijk. Zij is geen erfgoed.

In een volgende les willen we nog enkele Schriftplaatsen bespreken, waarin velen wèl een aanwijzing vinden, dat Christus voor alle mensen is gestorven. Maar dan zal bij onze bespreking van die teksten weer blijken, dat men zo dikwijls de teksten losrukt uit hun verband.

Wat is zulk een Evangelie, waarbij het moet afhangen van de mens of hij het wil aannemen of, zoals ook vaak gezegd wordt, „wil aanvaarden” een troostloos Evangelie. Want dan zou er niemand zalig kunnen worden. We denken hierbij aan het bekende antwoord, dat KI. Kuipinga gaf aan Ds. H. de Cock: O dominé, als ik nog één zucht aan mijn zaligheid moest toedoen, was het een verloren zaak!

Hebt u dit ook al mogen leren, lezer(es)?

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.