+ Meer informatie

In het snijpunt: van horizontaal en verticaal

35 minuten leestijd

Mannenbroeders,

U vanmorgen zo aan te spreken betekent niet meezingen in het koor van hen, die een voorbijgegane tijd laken en spotten en met een cynische glimlach de parade 1) afnemen van onze ouders en grootouders, boven wier leven wij zouden zijn uitgegroeid. Maar deze aanspraak bedoelt te constateren dat we hier zijn als mannen, hopenlijk niet alleen in biologisch opzicht, maar vooral in de schriftuurlijke zin van het woord: weest manlijk 2) — èn als broeders in geloof en ambt, die staan voor hun opdracht in deze tijd in dit geestelijke klimaat en die zich samen op dit alles willen bezinnen.

Het onderwerp dat ons vanmorgen èn vanmiddag bezig houdt wil dienstig zijn aan deze bezinning om ons werk te kunnen doen verantwoord en gericht, principieel en actueel, verticaal en horizontaal.

I

1. De laatste aanduiding, die zojuist gebruikt werd, brengt ons bij het onderwerp, dat we vandaag gaan bespreken. Het gaat in deze aanduiding om een uiterst belangrijke zaak. Er moge enkele weken geleden op hoog wetenschappelijk niveau3) verdedigd zijn dat we als Chr. Geref. Kerken achteraan plegen te komen omdat er bij ons een grote mate van behoudendheid is te constateren, maar met de titel van dit onderwerp en dus met de behandeling van de zaak komen we niet achteraan. De Dies-viering van „Kerk en Wereld” te Driebergen zou staan in het teken van het on derwerp „Horizontaal en Verticaal”, ware het niet dat de referent, dr. J. M. de Jong, plotseling was gestorven. De dogmaticus van de V.U. schreef enkele weken geleden een serie artikelen over het onderwerp „Horizontalisme” 4) nadat de titel van dit referaat reeds was aangekondigd. In de literatuur over de verontrusting — waarover straks meer — komen we deze begrippen herhaaldelijk tegen. We houden ons niet met een doorgekauwde, maar met een springlevende, boeiende zaak bezig, als we over deze materie handelen; beter: als we vanuit dit gezichtspunt de hedendaagse kerkelijke en geestelijke situatie belichten.

2. Er zijn allerlei onderscheidingen te ma ken. U kent de nare onderscheiding, die in ons kerkelijk leven nog niet uitgestorven is: licht èn zwaar 5). Is het een zware dominee, die we vandaag horen of is het er een van de lichte cavallerie?

Een andere onderscheiding, die ook nog niet is verdwenen, al is ook deze tegenstelling aan bedenkingen onderhevig, is die tussen voorwerpelijk en ondeiwerpelijk, ten on-i echte gelijkgesteld met schriftuurlijk èn bevindelijk. Uiteraard gaan we op deze onderscheiding niet veder in. Maar ze is door en door onzuiver.

Een derde onderscheiding van later tijd is die tussen: progressief en conservatief, vlot en stijf, vooruitstrevend en behoudend. Ook niet zo’n eenvoudige onderscheiding, omdat in de praktijk blijkt dat men op sommige punten zeer progressief kan zijn en dat dezelfde man op andere punten oerconservatief kan zijn. Of men kan conservatief zijn wat de inhoud en progressief wat de vorm betreft. Maar dan wordt deze indeling al wel bijzonder moeilijk.

Dwars door de genoemde onderscheidingen heen loopt de nieuwste onderscheiding: horizontaal èn verticaal. Bent u een horizontalist of een verticalist? Of staat u in het snijpunt?

Hopelijk ontdekt u vandaag wat met deze onderscheiding wordt bedoeld en helpt deze onderscheiding u in het lijn krijgen temidden van de wirwar van vraagstukken, waarmee we vandaag te maken hebben op kerkelijke vergaderingen èn op ambtelijk bezcek.

3. Wat bedoelen we precies met deze onderscheiding? Het is er mee als met zoveel woorden en begrippen. We voelen het wel aan zonder het precies uit te kunnen drukken. Het raakt de wijze, waarop we Wet en Evangelie prediken; het geloof zelf beleven en als christen in deze wereld staan.

In de tijd, waarin wij nu leven, wordt het Evangelie niet genegeerd als niet terzake doende, maar het wordt op een grandiose wijze vervormd.

Het liefdegebod wordt op een verrassende manier gebruikt of misbruikt. „Wanneer lk over liefde spreek, bedoel ik de kracht die door alle godsdiensten als het hoogste grondbeginsel van het leven is opgevat. Liefde is de sleutel tot het ontsluiten van de deur die naar de essentie der werkelijkheid voert. Dit hindoeïstisch-islamitisch-christelijk-joods-boeddhistisch geloof ten aanzien van de essentie der werkelijkheid wordt prachtig uitgedrukt in de Eerste Brief van de Apostel Johannes: „Geliefden laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God”. Dit is een citaat uit een boek van de in dit voorjaar vermoorde negerleider Martin Luther King. 6)

De wereld ruimt vandaag een plaats in aan de christenen, mits zij het Evangelie geloofwaardig maken en de leefbaarheid van het bestaan bevorderen.

Een christen wordt vandaag hogelijk gewaardeerd als hij zo gewoon mogelijk doet en eigenlijk niet laat merken in zijn woorden dat hij christen is. Want dit algemeen menselijke is het specifiek-christelijke. Zo gezien zijn er vandaag meer christenen en betere christenen buiten dan in de kerk.

4. „Horizontaal” denken en leven legt alle nadruk op datgene wat er op het horizontale vlak van leven en wereld gedaan moet worden en aan de orde is. Men ontkent de Bijbel niet en men heeft waardering voor het Evangelie. Maar het gaat om de toepassing, het effect, de functie van dit alles. Een belijdenis doet vandaag niets meer. Wat hebben we aan een mooie belijdenis, als de beleving er niet naar is. Laat de kerk zich niet druk maken o. er splinterige belijdenis kwesties, maar laat ze de nadruk leggen op de beleving. Laat de kerk wat minder leren en preken en wat meer doen.

De eerste tafel van de wet is natuurlijk goed, maar de eerste tafel is er terwille van de tweede. Je ontmoet God vandaag in je naaste. God gaat op in de naaste. 7) De liefde tot God is een ongrijpbare zaak; de liefde tot de naaste is een concrete aangelegenheid. De liefde tot God gaat op in de liefde tot de naaste.

Het Evangelie is een blijde boodschap, maar geef ons vandaag a.u.b. de consequenties van het Evangelie te zien. De boodschap „Zie, Ik maak alle dingen nieuw” moet hier en nu verwerkelijkt worden. Daarom moet het Evangelie vernieuwend in de maatschappij inwerken; daarom moeten maatschappelijke en politieke structuren radicaal worden veranderd. De christen moet hierbij in de vuurlinie staan. Er zit in het Evangelie een bijkans revolutionaire kracht. Dat de kerk in haar strijd om de vernieuwing de niet-christen naast zich vindt, is geen bezwaar; eerder een aanbeveling. De kerk is er toch voor de wereld? Sommigen zeggen zelfs: de wereld is de kerk.’

In dit vlak ligt de sterke nadruk, die gelegd wordt op de medemenselijkheid. „God is in de mensen. Hij doet ze mens zijn. Wie eerlijk en goed weg is van de naaste, is weg van God.” Dat staat n.b. in de Nieuwe Katechismus van de nederlandse bisschoppen. 8)

Het gebruik van het woord „medemense lijkheid” verraadt de poging God binnen onze horizon te halen, ja te doen opgaan in de liefde tot de medemens. In de medemenselijkheid voltrekt zich het heil. 9)

Voor de fundering van deze en andere gedachten uit dit referaat moge ik wel verwijzen naar het zo juist verschenen boekje van mijn broer en mij: Nieuwe wegen/oude sporen. 10)

5. „Verticaal” is het tegenovergestelde. De verticalist kent in feite alleen maar de eer ste tafel van de wet; hij concentreert zich op de rechtvaardiging en ziet de heiliging van het leven als bijzaak. Hij heeft alleen maar aandacht voor de geestelijke dimensie van het leven en bekommert zich minde-om de toepassing en de consequenties voor hier en nu. Hij leeft voor het hiernamaals, want hij reist naar de hemel en al het aardse gewemel, dat deert hem in feite niet. Daarom kunnen in deze gedachtengang de preken tijdloos zijn; daarom kunnen „oude schrijvers” vandaag de beste geestelijke kost geven; daarom kan „de pelgrimsreis voor jong en oud” zonder meer een voorbeeld zijn van de geloofsweg voor alle tijden. Het gaat immers toch maar om de geestelijke belangen, je eeuwig zieleheil, je plaats in de hemel. Door de wereld zul je wel komen, maar hoe kom je er uit? Dat is de grote vraag. En om die vraag gaat het in alle ambtelijke arbeid. Wat de kerkleden dan verder doen is van minder betekenis. Welke moeilijkheden ze verder hebben, interesseert niet. Of er een kloof is tussen hun kerkelijk en hun dagelijks leven komt niet aan de orde. Er zijn nu eenmaal twee terreinen: natuur en genade. En de kerk heeft te maken met de genade. Dat is de zuiver verticale redenering en levenshouding, die veel wordt aangetroffen, ook in onze kerken.

II

1. Het is een merkwaardige zaak dat het huidige geestelijke en daarom ook ke.k-klimaat beheerst wordt door de strijd tussen „horizontaal en verticaal”. We kunnen rustig stellen dat dit de eigenlijk geestelijke strijd van deze tijd is, die zich op allerlei manieren aandient.

Het wordt in brede kringen beseft: als we op de horizontale lijn overgaan raken we iets wezenlijks kwijt. Niet alleen betekent dat een duidelijke breuk met het verleden; een streep door de belijdenis, althans een terzijde stellen van de belijdenis. Maar het betekent ook een veralgemening van het Evangelie; een uitwissen van bestaande grenzen; een verwereldlijken van de kerk; verlies van de persoonlijk gerichte prediking; een zich aanpassen aan de geest van de tijd.

Er is overal een grote verwarring aan de orde. Oude kaders breken. Oude vormen doen het niet meer. De horizontalisten staan klaar om nieuwe wegen te prediken. Het moet alles totaal anders. Nu pas gaan we begrijpen dat Christus voor de wereld is. En dan niet de Christus, zoals Hij in de bloedtheologie wordt voorgesteld, als de Borg, Die het offer bracht voor anderen; maar als demens, die plaatsbekleder is, dle een moment in de beweging van God is op weg naar zichzelf. 11)

De verticalisten daarentegen zetten zich hoe langer hoe sterker af en trekken zich terug op de verticale dimensie, met argus-ogen bekijkend alles wat maar enigszins zweemt naar verandering en vernieuwing. Hun zorg is te begrijpen. Of hun uiting van die zorg altijd begrip heeft voor het waarheidselement van de horizontalist?

2. Er is nogmaals merkwaardiger wijze overal verontrusting en onbehagen èn er is verontrusting over de verontrusting. Links en rechts is men verontrust; rechts over links en links over rechts. De rechtse verontrusting is eerst; de linkse verontrusting is een reactie op de rechtse verontrusting. In de R.K. Kerk is er de „Confrontatie” groep, die zich achter de kardinaal om wendde tot de paus in Rome om zich te beklagen over de zorgwekkende ontwikkeling in de nederlandse kerkprovincie.

In de politiek was er binnen de A.R. Partij de Verar-groep: verontruste anti-revolutionairen.

Vanwege de horizontaliserende richting, waarin de christelijke pers zich beweegt, zijn er momenteel twee persstichtingen, die elkaar helaas bestrijden, tot vreugde van alle horizontalisten, die menen zich niet al te bezorgd te moeten maken over deze verticale verdeeldheid!

Tegenover de N.C.R.V. opereert nu de Evangelische Omroep in de hoop een ander program te kunnen brengen dat de verwereldlijking tegengaat en voluit christelijk en evangelisch zich presenteert aan het nederlandse luister- en kijkpubliek.

In de Hervormde Kerk was er de Open Brief van de 24, nu precies een jaar geleden, waarin een groeiende ongerustheid over de geestelijke gesteldheid van de Hervormde Kerk tot uiting werd gebracht. En de opsteller van deze brief verraste ons zelfs met een boek, dat hij de naam gaf: Theologie der verontrusting. 12)

In de Gereformeerde Kerk werd een Vereniging van Verontrusten opgericht. Middelburg en Urk zijn de plaatsen, die door vergaderingen van verontrusten in het nieuws kwamen. En het is niet mis, wat daar gezegd wordt. Men kan zich afvragen of dergelijke protestvergaderingen het mid del zijn om het toch eens te zijn met een le cente uitlating van prof. Van Riessen: „Er is momenteel een beweging van de kerken naar elkaar toe, zonder dat daarbij de vraag naar echt kerk-zijn beslissend is. Hoe kan men met vrijzinnigen een kerk vormen? De gerefoimecrden lopen dan ook het gevaar hun eigen karakter te verliezen, terwijl ook de christelijke politiek ondermijnd wordt. Als het zo doorgaat houden we niets meer over”. 13)

In onze eigen kerken is er geen organisatorische vorm van verontrusting over de strijd tussen „horizontaal en verticaal”. Het blad, dat om de 14 dagen, naast „De Wekker” verschijnt is m.i. uit een andere verontrusting geboren dan de hierboven genoemde, die samenhangt èn in de ke.k èn in de theologie èn in de politiek èn in de pers met de tegenstelling „horizontaal” en „verticaal”.

Wel is er een zekere verontrusting over enkele maanden geleden voorgedragen gedachten over de symbolische werkelijkheid, waarvan in de ee:ste hoofdstukken van Genesis sprake zou zijn. 14) Het lijkt me niet juist hierover een uitspraak te doen, zoals me schriftelijk gevraagd is, nu er binnen afzienbare tijd een nadere verklaring t.a.v. deze materie te verwachten is.

Overigens betekent het constateren van een organisatorische of publieke verontrusting in onze kerken niet, dat de genoemde tegenstelling ook onder ons niet te vinden zou zijn. Enkele symptomen daarvan hoop ik onder IV nog te signaleren.

3. Verontrusting is een complex verschijnsel. Sinds 1963 is er van verontrusting sprake. Maar ik stel er ook nu prijs op goed te onderscheiden tussen verontrusten èn verontrusten.

Er zijn n. drie soorten verontrusten:

1. De permanent verontrusten, die ik de eeuwige dwarsdrijvers noem; die overal „teugen” zijn, omdat ze nu eenmaal tegen zijn. Het zijn de querulanten, die

er steeds weer uit te pikken zijn en die altijd opvallen. Ze kunnen het een ker keraad bijzonder moeilijk maken. Het is niet best wanneer een querulant in het ambt komt. Hun verontrusting is de sfeer, waarin ze moeten leven. Zijn ze niet verontrust, dan kunnen ze niet le ven.

2. De incidenteel verontrusten, die bezwaar hebben een bepaalde zaak

of persoonlijk verongelijkt zijn en dit nu uitspelen in hun verontrusting. Maar een incidentele verontrusting heeft in de regel geen diepte van aarde; er zit geen kracht in; deze verontrusting zet geen zoden aan de dijk.

3. Daarom zijn veel belangrijker de pro,fetisch verontrusten. In hun verontrusting klinken schriftuurlijke klanken door, omdat hun verontrusting raakt het verduisteren van de eer des Heren, de beklemtoning van het horizontale ten koste van het verticale, de devaluatie van de vreze des Heren. Hun verontrusting is niet hun levenselement, maar een niet gezochte last, gepaard gaande met droefheid over de situatie, met bereidheid om te luisteren, met biddende bezorgdheid voor de toekomst van de kerk en haar jeugd, met vreugde over elk wolkje als eens mans hand, dat op verbetering wijst.

Tot die profetische verontrusting roep ik u vanmorgen op.Want er is inder daad reden tot verontrusting nu de spanning tussen horizontaal en verticaal er af gaat en men allerwege kiest voor het horizontalisme.

III

Waar komt dit horizontalisme toch vandaan? Hoe is het mogelijk dat we heel veel verschijnselen, symptomen, opvattingen etc. kunnen herleiden tot deze horizontalistische levenshouding?

Uiteraard moet ik volstaan met een enkele aanduiding, die dit veischijnsel wat duidelijker maakt.

1. Allereerst noemen we de secularisatie. Een onderweip apart. 15) Letterlijk: verwereldlijking. In feite betekent secularisatie: de bevrijding van de mens tot zijn historische verantwoordelijkheid in een open wereld. 16) De Amerikaan Cox heeft het scherp geformuleerd: de aandacht van de mens aftrekken van andere werelden om haar te richten op de zichtbare wereld rondom hem. 17)

Populair gezegd: wij hebben God vandaag minder nodig dan vroeger. De mens uit vorige eeuwen was afhankelijk van God. Wij kunnen het zelf. Wij duiken diep; wij klimmen hoog; wij bereiken de maan. Wat doen we in een dergelijk tijdperk met het geloof in een persoonlijk God, met een eenvoudig kindeigebed alsof die God zou ingrijpen in ons persoonlijk leven en ons leven van stap tot stap zou leiden. Dat verkoop je toch vandaag niet meer, zeggen ook catechisanten van een chr. geref. dominee. Maar wie in dit gedachtenklimaat leeft ziet het leven besloten binnen de horizon van onze mogelijkheden. Hier is het horizontalisme aan de orde; hier ga je verder met horizontaal leven. Dit horizontalisme wordt een levenshouding.

2. Een andere wortel voor dit horizontalisme is te vinden in de theologie van Karl Barth. Dit is een vreemde zaak, want alser één theoloog geweest is die in de twintiger jaren van deze eeuw de tegenstelling gepredikt heeft tussen de verticale en de horizontale lijn, dan is het deze moderne kerkvader geweest. 18) En toch liggen in zijn verkiezingsleer de wortels van het horizontalisme. Immers doordat hij de tegenstelling maakte tussen de hemel en de aarde, tussen God en mens en hij de mensheid deed leven bij de blikseminslag Gods, 19) moest die mens zich in de overige momenten aangewezen voelen op hetgeen op deze aarde en in deze wereld te koop was. Zijn verkiezingsleer predikte: alle mensen zijn verworpen en alle mensen zijn verkoren. 20) Maar dat betekent dat in feite geen scheidslijn meer loopt tussen de mensen; allen zijn gelijk. Het onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen gaat vervagen; het onderscheid tussen kerk en wereld verdwijnt. We hebben aan deze verkiezingsleer de „doorbraak” te danken, de opheffing van de christelijke organisaties; de gedachte dat „christelijk” een versleten begrip is. Het horizontalisme is dan een logisch gevolg.

3. Nog belangrijker is de nieuwere opvatting over de verzoening, samenhangend met de bovengenoemde verkiezingsleer. Als Christus de wereld met God verzoend heeft, mag een christen daaruit geen andere conclusie trekken, dan dat hij de medemens niet als een vijand, doch als een broeder heeft te zien. 21) Je kunt de ander tegemoet treden zonder kramp en ontwapenend: Hij is met God verzoend, Rus en Yankee samen. De verzoening wordt op deze wijze in het horizontale vlak getrokken. Nu moet een christen verzoend leven. Zo wordt de verzoening voor alles een politieke aangelegenheid: ontwapening; geen verdragen; geen bondgenootschappen; geen blokvorming. De boodschap van het Vredesberaad n.a.v. de gebeurtenissen in Tsjecho-Slowa-kije was van deze gedachte vervuld. Terecht heeft het moderamen van de gen. syn. van de Geref. Kerken zich met deze boodschap niet accoord verklaard.22) Maar deze broeders hebben het geweten hoe horizontaal er in de Geref. Kerken reeds gedacht en geleefd wordt. En daar niet alleen.

4. Het horizontalisme wordt sterk bevorderd door de „theologie van de revolutie” 23) Het heilswerk van Christus heeft een revolutionerende invloed op heel het leven. Christus is een evolutionistisch eschatologische kracht in de geschiedenis. 24) Het heils- en verlossingswerk van God is er om de mens en dit werk kan men noemen Gods humaniseringswerk. 25) Het is de wereld — de politieke wereld — en niet de kerk, die het terrein is van Gods vernieuwende en bevrijdende handelen. De kerk heeft aan de bevrijding slechts deel voorzover ze deel heeft aan de wereld, in de wereld participeert. Onze rug naar de wereld keren — dat is de plaats de rug toewenden waar God aan het werk is. De wereld is de ge eigende plaats van het christelijk leven. 26) Het Koninkrijk Gods is resultaat van deze revolutie, die zich voltrekt in de geschiedenis. 27)

Deze gedachten beheeisen andaag veler denken en leven, ook vele partijprogramma's. Christenen en niet-christenen reiken elkaar hier de hand. Het Evangelie werkt immers humaniserend: meer vrijheid, meer menselijkheid, meer welvaart. Daarom vervalt de noodzaak van christelijke partij-formatie: christen en humanist zijn het met elkaar eens; ze komen op hetzelfde uit. U leest het toch in uw eigen christelijk dagblad? Elke dag een druppel. Hoevelen zijn er al vergiftigd en weten het niet meer?

5. Samenvattend: de boodschap van het Evangelie wordt op een ontstellende wijze ve menselijkt. Aalders gaf zijn boek „In verzet tegen de tijd” de ondertitel: Een protest tegen de veiwereldlijking van God en de vergoddelijking van de wereld. 28) Dat is vandaag de achtergrond van het horizontalisme.

Twee motieven spelen hier een rol.

Enerzijds de reactie op een verticalisme, dat zich terug trok uit de wereld of de wereld aan haar lot overliet en dat n:et duidelijk maakte dat men vanuit de binnenkamer moest gaan naar het brede front van het leven.

Anderzijds de aanpassing aan de geest van de tijd, onbewust en onbedoeld menigmaal. Maar daarom niet minder waar: men neemt zijn uitgangspunt in de tijd, in de mens, in de gebeurtenissen, in de geschiedenis en gaat van daaruit het Evangelie lezen. Maar dat is nu echt horizontaal denken. Men trekt het Evangelie binnen de horizon, men blijft horizontaal bezig. Verticaal denken is iuist zich van boven laten gezeggen; de verticale lijn snijdt het horizontale vlak.

IV

Uw voorzitter vroeg mij aanvankelijk op deze conferentie te spreken orer de gehouden Generale Synode. Hij meende toen natuurlijk nog dat deze synode elnd september wel gesloten zou zijn. In die mening is hij teleurgesteld. Afgedacht daarvan — het is een griezelige zaak op een ouderlingenconferentie een generale synode onder de loupe te nemen. Hoewel ik bereid ben vragen over het kerkelijke leven te beantwoorden — voor zover mij dat mogelijk is en verstandig voorkomt — leek het me juister allerlei zaken, die de laatste maanden aan de orde zijn geweest te plaatsen tegen de boven geschetste achtengrond ten bewijze dat de gestelde problematiek de kerken niet voorbijgaat. Het was immers een drukke zomer, die zomer van 1968: Wereldraad, I.C.C.C., G.O.S. en Chr. Geref. Synode. Wat wilt u nog meer?

1. De Assemblee van de Wereldraad van Kerken, in Uppsala gehouden, behandelde het thema: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. Voor de Wereldraad bijeenkwam werd met trots vermeld dat deze Vierde Assemblee zich meer dan enige andere zal bezighouden met de aarde, die ons te behe;en is gegeven. Minstens vijf van de zes thema’s leggen daar, alleen al in hun titel, getuigenis van af. De verslagen lieten er geen twijfel over bestaan: men heeft zich wel zeer bezig gehouden met sociaal-politieke vragen. Berkhof gaf eerlijk toe: inderdaad maakte het samenzijn veelal de indruk meer te zijn ingesteld op onze daden in wereld-verband dan op het heil van God waardoor wij met onze daden gedragen en geïnspireerd worden. 29) De vergadering werd dan ook te seculair genoemd. Overigens schreef Berkhof in hetzelfde artikel dat er een voortdurende spanning was tussen „verticaal” en „horizontaal”. Het draaide om de vraag: waarom gaat het in het Evangelie — om de boodschap van verzoening en bekering of om de opdracht dit aardse leven leefbaar te maken. Hij tekent aan: Het lukte nauwelijks om de verticale en de horizontale dimnensie van het heil op een voor elk overtuigende wijze samen onder woorden te brengen. 30) Daar hebt u het probleem. En een buitenkerkelijke Engelse publicist heeft wel een zeer vernietigende kritiek gegeven op Uppsala. De kerken voelen zich geroepen om een betere wereld te verkondigen wat natuurlijk veel gemakkelijker te verkopen is dan de boodschap van mystiek en transcendentie. „Het is nu eenmaal veel plezieriger om naar de Amerikaanse ambassade te marcheren om daar tegen de oorlog in Vietnam te protesteren dan om naar Gethsemane te gaan”. Zijn artikel werd samengevat in deze woorden: Kerk, hou op te doen alsof uw taak voornamelijk op het sociale vlak zou liggen; gij hebt aan deze horizontale wereld een boodschap „loodrecht van boven” te verkondigen en als gij dat doet zullen al die andere dingen u toegeworpen worden. 31) Merkwaardig dat de buitenkerkelijke wereld van de kerk een verticale houding verwacht.

2. Het zevende congres van de I.C.C.C, heeft ons een pakket resoluties bezorgd over allerlei onderwerpen, die het leven van vandaag raken. Men zou kunnen zeggen: het horizontale vlak wordt niet vergeten. Integendeel! Direct moet er bij gezegd worden: deze resoluties willen recht doen aan de verticale lijn. Alleen komen we hier voor de vraag: wordt de verticale lijn goed doorgetrokken naar het horizontale vlak? Hoe zit dat toch? Er is toch blijkbaar een verschillende toepassing mogelijk. Ik laat de vraag dan rusten of het uitvaardigen van de resoluties nu de kracht van een congres moet zijn; eerder zijn juist de resoluties de zwakheid van de I.C.C.C. hoezeer ik deze organisatie in de huidige situatie aanvaardbaar blijf vinden.

3. Op de in Lunteren gehouden Geref. Oec. Synode speelde dezelfde problematiek, voornamelijk toen het ging om een uitspraak t.a.v. de rassenverhoudingen. Het minderheidsrapport van prof. Verkuyl wilde de G.O.S. brengen tot gedetailleerde uitspraken t.a.v. het heffen van een wereldbelasting, gastarbeiders in Nederland, ja verhoudingen tussen de rassen in concreet aangewezen landen. Twee vragen speelden van meetaf een rol: Kan een G.O.S. dergelijke uitspraken doen? Wordt daarvoor niet een politieke, economische, maatschappelijke deskundigheid vereist, die men van afgevaardigden uit heel de wereld met verschillende achtergronden niet verwachten kan? En: Moet de G.O.S. zich zo gedetailleerd uitspreken? Wordt de kerk geen politieke pressiegroep, die zich dekt met het gezag van het Evangelie? 32) Men kan aan de G.O.S. niet ontzeggen dat zij uiteindelijk concreet heeft gesproken, maar niet gespecificeerd, zoals gereformeerde Nederlanders en Indonesië wilden. Persoonlijk heb ik in de wijze, waarop deze zaak verdedigd is, verhorizontalisering geproefd. De kerk moet vernieuwend inwerken op de samenleving en als dat nu maar gebeurt en alle apartheid wordt veroordeeld, dan kan de kerk zich presenteren aan de mens van deze tijd en is zij geloofwaardig. Maar de verticale dimensie gaat dan ontbreken.

4. Maar ook op onze eigen Gen. Synode kwam deze problematiek om de hoek gluren en stond ze op de achtergrond van verschillende zaken.

1. Evangelisatiedeputaten maakten melding van de plannen om een interkerkelijk overlegorgaan inzake kerk en recreatie op te richten. „Doordat de BKV van dienstverleningsapparaat hoe langer hoe meer geworden is tot bege-leldingsapparaat, stelt deze vereniging nu aan de kerken in Nederland de vraagr wat wilt u doen op dit terrein?” Hierachter zit de vraag: moet de kerk in het recreatiewerk present zijn en de helpende hand bieden of heeft zij het Evangehe, overigens op eigentijdse wijze, de moderne mens in zijn plaats opzoekend, te brengen? Gaat het om de daad of om het Woord en daarom de daad? Bestaat het campingwerk in het zorgen voor postzegels en het dagelijks krantje etc. of heeft de kerk ook hier duidelijk het Evangelie niet naar de mens te verkondigen? Horizontaal of verticaal recreatiewerk?

Op een conferentie van evangelisatiemensen uit onze kerken werd enkele weken geleden o.a. de conclusie vastgesteld: Belijdenis des geloofs is niet in de eerste plaats iets, dat voor de gemeente afgelegd moet worden, maar voor de wereld.

Schakel belijdeniscatechisanten dus in in de evangelisatie en sociale activiteiten die de kerk in haar getuigenis dienst organiseert”.

Het zal niet zo bedoeld zijn, maar niettemin roept een dergelijke formulering bedenkingen op. Belijdenis doen wordt afgelegd voor het aangezicht van God en Zijn heilige gemeente en heeft consequenties voor het leven in de wereld. Wie op dit laatste de nadruk legt, en het primair stelt, stelt het horizontale boven het verticale.

2. In het rapport van Adma-deputaten komt de zin voor i.v.m. materiële hulpverlening: „Er is dus alle aanleiding voor onze kerken om op die wijze een plaats te gaan innemen in de geheel stormachtige acties ter verbreiding van het Koninkrijk Gods zoals deze vooral gedurende de afgelopen tien jaar tot ontplooiïng zijn gekomen”. Een gevaarlijke zin omdat hier allerlei horizontaal gerichte acties gezien worden als verbreiding van het Koninkrijk Gods. Verbreiden wij dat Koninkrijk? Doen wij het komen door onze acties? Hier komt de verhorizontalisering weer aan bod.

Trouwens juist bij het huidige maatschappelijke werk zal alle aandacht besteed moeten worden aan dit gevaar. De diakonale taak is meer dan die van het maatschappelijke werk. Als de diakonale taak in het maatschappelijke zou opgaan, zijn we de verticale lijn kwijt. Ik stip dit alleen maar aan, in de hoop dat u de gevaren proeft, die hier liggen, overigens niets ten nadele van het noodzakelijke maatschappelijke werk zeggend. Maar de problematiek klemt, ook als het gaat om de samenwerking in allerlei verbanden. Zijn wij klaar als we het herstel van de normale verhoudingen van de mens tegenover zichzelf, zijn naaste en zijn omgeving zien als het summum van het christelijk geloof? Is het christelijke dan weer niet het gewone, het algemene geworden? En waar ligt het principiële verschil dan tussen christelijk en humanistisch maatschappelijk werk? 32a)

3. De behandeling van de jeugdzaken op onze synode heeft bewezen dat de synode een open oog had voor de verticale lijn in het jeugdwerk, dat in de toekomst meer zal komen te staan in het teken van „de kerk van morgen”. Terecht merkten Jeugddeputaten op dat het Cower-rapport 33) de conclusie bevat „dat de voorzieningen t.a.v. de jeugdvorming moeten samenhangen met het totale maatschappijbeeld en moeten passen in het raam van het algemene welzijnsbeleid”. Ook hier steekt de genoemde problematiek achter. De jeugdvorming wordt verhori-zontaliseerd. Het eigen karakter van ons jeugdwerk wordt in de lijn van het Cower-rapport weggevaagd. Het is daarom van betekenis dat de synode de band tussen de kerk en haar jeugd nauwer heeft aangehaald en een open oog heeft gehad voor deze gevaren.

V

Hoe moeten we nu kiezen? De horizontale lijn verwerpen en ons haastig terug trekken op de verticale zône?

1. Het is van uiterst groot belang dat we deze keuze niet doen. Het is niet òf-òf, maar èn-èn. Verticaal èn horizontaal. Visser ’;t Hoofd heeft in Uppsala gezegd : Geen horizontale vooruitgang zonder verticale oriëntering. Een christendom dat zijn verticale dimensie verloren heeft, is smakeloos zout geworden en onnut voor de wereld. Maar een christendom dat zijn verticale betrokkenheid zou willen gebruiken om aan zijn verantwoordelijkheid voor en in het gewone mensenleven te ontsnappen, is een lo-chening van de incarnatie, van Gods liefde voor deze wereld, in Christus geopenbaard. 34)

Met dit citaat kunnen wij het eens zijn, al zouden we een sterkere uitdrukking willen gebruiken dan verticale oriëntering. Het gaat maar niet om onze oriëntering naar de verticale kant, maar om de verticale bron en stuwkracht, de inspiratie en de norm van boven.

2. De Bijbel, in Oud- en Nieuw Testament kent de verticale èn de horizontale dimensie. De Oud-Testamentische profeten waren vanuit hun verticale verbondenheid zeer horizontaal gericht. Amos en Hosea wisten de zonden zeer concreet aan te wijzen. En bij Micha staat dat prachtige woord, dat eigenlijk verticaal en horizontaal onder één noemer brengt: Hij heeft u bekend ge maakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.

In de N.T.-ische brieven flitsen de horizontale opdrachten door de lucht, maar vanuit de verticale verbondenheid; de imperatief berust op de indicatief. Eerst wordt gesteld wat de christenen hebben ontvangen en op grond daarvan wordt gezegd wat van hen wordt verwacht en hoe ze moeten leven.

Het zuurdeeg moet in het meel worden gelegd — dat is Gods verticale daad, waarbij Hij mensen inschakelt. Maar dat zuurdeeg vervult zijn horizontale functie. Het door-zuurt het gehele deeg.

3. We dienen daarom in het snijpunt van verticaal en horizontaal te staan; dat is de plaats waar de twee lijnen elkaar kruisen; we mogen de een niet ten koste van de ander verwaarlozen. Het Evangelie wil geloofd èn geleefd worden; wie deze twee uit elkaar trekt verminkt in beide gevallen het Evangelie. Woord en daad, leer en leven, rechtvaardiging en heiliging, liefde tot God en liefde tot de naaste, mogen van elkaar niet worden losgemaakt. In het snijpunt van beide lijnen staat het kruis van Christus, dat zelf uitdrukking is van de verticale en de horizontale lijn. Bij Hem vallen woord en daad, leer en leven, liefde tot God en liefdetot de naaste volkomen samen. Daarom zal al een in en met en door Hem de spanning tussen „verticaal” en „horizontaal” tot rust komen. Verliezen we Hem uit het oog; is Hij voor ons niet meer de levende Christus of is Hij een mens geworden, ons ten voorbeeld, 35) dan zijn we al horizontaal bezig.

4. De verzoeking is groot, juist in onze kringen, als we scherp de gevaren van de verhorizontalisering onderkennen — en ik meen dat ze onder ons worden aangevoeld — om te vluchten in de verticalisering: alleen het persoonlijk zieleheil, de eeuwige toekomst, de rechtvaardiging van de zondaar, tijdloos, vaag, los van het concrete leven. Wie meent zo goed te staan in deze tijd, vergist zich deerlijk. Ik zou zelfs willen stellen dat uit reactie de verhorizontalisering er door wordt bevorderd. Als we als kerken onze ogen sluiten voor de concrete werkelijkheid; voor Gods opdrachten, die het leven van elke dag raken; voor de roeping van de christen in alle verbanden van het leven; als we dit alles verwaarlozen zullen we de rekening gepresenteerd krijgen. Ik vrees zelfs dat dit presenteren hier en daar reeds aan de gang is.

5. Als u vraagt: wat wilt u dan?, is het antwoord: noch het verticale noch het horizontale loslaten, maar de volgorde juist stellen. In het gesprek dat de 24 met het moderamen van de hervormde synode hadden, is daarop duidelijk gewezen. Die volgorde is een eeuwigheidsbelang. We zouden het Evangelie verdraaien wanneer we deze volgorde loslaten. Niet bij de mens beginnen en God er bij halen; maar buigen onder en luisteren naar God en met daar gehoorde naar de mens en de wereld gaan. En dat niet één keer, maar telkens weer. We moeten verticaal geladen worden om horizontaal te kunnen leven. Alleen wie de binnenkamer kent kan op het brede front van de wereld staan. Er moet hier een wisselwerking zijn.

Om deze reden zullen we de verticale factor in het gezag van de Heilige Schrift nooit kunnen elimineren; naarmate dat duidelijk is zullen we de horizontale factor recht kunnen doen.

En om diezelfde reden stuit alle gedaas over medemenselijkheid en naastenliefde etc. op grote weerstanden, als uit zulk spreken de verticale achtergrond niet blijkt. De ernst is er uit. De horizontalisten miskennen de ernst van Gods Woord, de macht van de zonde, de onmisbaarheid van de Heilige Geest; zij grijpen vooruit en zij overschatten de betekenis van Christus’ verlossing alsof alle horizontale weerstanden nu verdwenen zijn. 36) Er is geen verwachting meer voor de toekomst. Binnen de horizon van deze tijd zal het Koninkrijk zich immers wel ontwikkelen. Daarom aan het werk of staken of demonstreren: ook vormen van werk. Zo wordt Gods Rijk werkelijkheid. De verticale woorden: wedergeboorte en bekering worden ingeruild voor het aanvaarden van veantwoordelijkheid. De preek wordt een gezellige causerie; de dominee vormingsleider; de catechisatie een cursus. De diepten zijn uit het leven weg. Het wonder van zalig worden is verdwenen. De genade is natuurlijk geworden. De hemel zeil je per geloofsraket binnen, als je maar lief bent voor je naaste.

VI

1. Het is duidelijk dat we in dit snijpunt moeten staan voor al onze ambtelijke arbeid. Predikant, ouderling en diaken; onze kerkelijke vergadering; onze pers; heel ons kerkelijk optreden zal er blijk van moeten geven dat we in dít snijpunt staan. Zo niet, dan staan we eigenlijk nergens. We zweven of naar de een of naar de andere kant. De verticalist raakt de grond niet. De horizontalist zit vast aan de grond en komt er niet boven uit.

2. De gemeente van Christus zal alleen maar gebouwd worden vanuit dit snijpunt. We hebben broodnodig de verticale betrokkenheid en de horizontale beleving: gemeenschap met God in Christus èn gemeenschap met elkaar.

De groei van de gemeente is afhankelijk van de verticale kracht en de horizontale uitwerking van het Evangelie van Gods genade. Veel gemeenten schrompelen in of worden verteerd doordat ze het snijpunt niet kennen en het geheim daarvan niet zoeken. Ze zijn zogenaamd bezig zich verticaal te richten met alle ernst en ze vrezen elke horizontale actie, maar ze verliezen tegelijk de concrete gemeente uit het oog. Anderen zijn zo druk met horizontale activiteiten, met het vertonen van de gestalte van Christus, 37) met het doen, dat ze geen verticale krachtbron meer blijken nodig te hebben en de genade in eigen beheer hebben. Verschraling is het gevolg; de gemeenten zakken in.

Het is voor de jeugd van enorm belang dat zij dit snijpunt leert zien. Zij wil concreetheid vandaag. Wat doet de kerk? Wat kunnen wij doen? Het is een zegen als haar duidelijk gemaakt kan worden dat alle doen voort moet vloeien uit Gods liefde tot ons. Het horizontale is gevolg van het verticale. Dan behoeven we ons niet aan te passen bij de jeugd om toch aan de jeugd te laten zien: wie verticaal leeft, vergeet het horizontale niet.

Zullen we onze plaats in de wereld innemen als kerk dan zullen we alleen in het snijpunt kunnen staan van deze twee lijnen. Zo is er Gods voeding uit Zijn genadebronnen en daarom onze kracht in het leven van elke dag. Een kerk zonder verticale achtergrond wordt door de wereld niet serieus genomen. Een kerk zonder horizontale kracht maakt de boodschap van het Evangelie niet geloofwaardig. Daarom het snijpunt.

3. In de prediking en het huisbezoek — om deze twee brandpunten van het ambtelijke werk met name te noemen; kunnen we verhorizontaliseren. Dat gebeurt als de preek een doe-preek is; als bij de nabe-trachting op het Avondmaal de zweep over de gemeente wordt gelegd en christelijke werkpaarden het nieuwe kwartaal worden ingestuurd. Dat gebeurt wanneer de preek Gods genade niet predikt; wanneer de ernst van de eeuwigheid wordt gemist; de gemeente de sleutelen van het Hemelrijk niet hoort omdraaien in het slot; dreiging en belofte gaan ontbreken; de confrontatie met de eeuwige God niet aan de orde wordt gesteld.

En wanneer het huisbezoek een praatje wordt over weer en werk, over dominee en kerk, over alles behalve over de verhouding tot God; wanneer het huisbezoek ontaardt in een gesprek over onze activiteiten en de ouderlingen gezien worden als mannetjes in plaats van als vertegenwoordigers van de grote Ambtsdrager en zij zelf als zodanig niet optreden, dan is het huisbezoek ver-horizontaliseerd, het slotgebed ten spijt. Een dominee op een ziekenzaal heeft er last van als het gesprek zich beperkte tot blindedarm en het aantal galstenen en hij niet verder komt, niet kan of niet wil komen. En aan de andere kant: we mogen verticaal denken bezig te zijn, maar als de prediking tijdloos is of afgestemd op een andere situatie of zonder meer gelijktekens worden gezet met welke figuur uit het Oude of Nieuwe Testament ook, dan wordt de prediking wereldvreemd. Het huisbezoek wordt dat wanneer sterke verhalen worden verteld over bekeerde mensen, maar de mens in nood, die zijn eigen vragen heeft t.a.v. huwelijk en gezin en werk, wordt vergeten.

Lang zou ik kunnen doorgaan. Broeders — de nood van de kerk is de nood van het niet zien van de spanning tussen verticaal en horizontaal.

Het geheim van de kerk is in dit snijpunt staan. Daar klinkt de rechte bijbelse prediking, niet licht en niet zwaar, maar concreet, ernstig, persoonlijk, direct, geladen. Daar wordt huisbezoek gedaan met veel gebrek maar in eeuwigheidslicht dat vandaag valt op dit gezin in deze concrete situatie. Hier te staan is onze last: haast zou de spanning te zwaar worden. Maar het is onze lust: de vrede Gods is ons deel en het heil der zielen wordt er door gediend. Is er groter vreugde denkbaar?

Het is een permanente opgave, maar het is ook een dagelijkse gave in dit snijpunt te leven en te werken: eeuwigheidsmensen midden in de tijd; aangeraakt door Gods adem gaande in een luchtverontreinigde wereld; in Gods geheim genomen en in de aardse werkelijkheid geplaatst.

Wie is tot deze last bekwaam? Ontbied ons Heer aan ’t hemelhof (verticaal) en doe ons werken tot uw lof (horizontaal) door Jezus Christus, onze Koning — dat is het snijpunt.

1) Ben van Kaam, Parade der mannenbroeders, Wageningen z.j. — een bijzonder critische beschrijving van het protestantse leven in de jaren 1918–’38.

2) 1 Korinthe 16 : 13; vgl. „Voor de Lens”, Wekker 76, pag. 85.

3) J. van Putten, Zoveel kerken, zoveel zinnen, Kampen 1988 — zie de bespreking van deze dissertatie in De Wekker van 1, 8 en 15 november j.I.

4) G. C. Berkouwer, Horizontalisme, Gereformeerd Weekblad, Kok-Kampen, 6, 13, 20 sept., 4 okt. j.I.

5) Vgl. over deze tegenstelling mijn „Kerk tussen klem en knoop”, hoofdstuk VI, inzonderheid pag. 159 v.v.

6) Martin Luther King, Waar gaan wij heen?, Arnhem 1968, pag. 205.

7) Vgl. het art. van C. Trimp, Medemenselijkheid in de nieuwere theologie, Lu cerna 6, vooral pag. 172.

8) De Nieuwe Katechismus, pag. 158

9) Vgl. het artikel van S. U. Zuidema: De medemenselijkheid van de mondige mens in onze tijd, verschenen in Patrimonium, 78/14; ook in brochure-vorm verschenen bij Buijten en Schipperheijn, Amsterdam.

10) Uitgave van Semper Agendo N.V., Apeldoorn.

11) W. H. Velema in het in 10) genoemde geschrift pag. 42.

12) W. Aalders, Theologie der verontrusting, Den Haag z.j.

13) In „Jong Gereformeerd” 12/515, pag. 217.

14) Zie het verslag van zijn referaad op de Predikantenvergadering 1968, In De Wekker 77 pag. 270 v.v.

15) Vgll. A. J. Nijk, Secularisatie, Over het gebruik van een woord, Rotterdam ’86.

16) Vgl. Aalders A. W. pag. 55 v.v.

17) Harvey Cox, De stad van de mens, Utrecht z.j. pag. 27.

18) Vgl. G. C. Berkouwer, Karl Barth, Kampen 1936, pag. 26 v.v. ; G. C. van Niftrik, Een beroerder Israëls, Nijkerk 1948, pag. 43 v.v.; eenvoudiger werkjes: H. J. Spier, Profeet of ketter, Delft 1952, pag. 17 v.v.; J. G. Feenstra, Barth of Dordt, Kampen 1954.

19) Vgl. Feenstra a.w. pag. 20.

20) Deze leer is te vinden in zijn Kirchliche Dogmatik II, 2; Van Niftrik a.w. hoofdstuk V, De verkiezing der genade.

21) Vgl. art. W. H. Velema, Blijvende tweespalt, in Wapenveld, overgenomen in Documentatiedienst, 13/19, pag. 627 v.v.

22) Vgl. het uitstekende artikel van Herman Ridderbos, Op de keper beschouwd in Gereformeerd Weekblad van 6 sept, j.l.

23) Het onderwerp kwam ter sprake op de conferentie over Kerk en Samenleving, Genève 1966. Prof. Rich Shaull ontpopte zich als verdediger van deze theologie. Zie over hem A. Troost, Mededelingen van de Ver. Calc. Wijsbegeerte, september 1968 en C. v. d. Woude in Nederlandse Gedachten van 9 nov. j.l.

24) Aalders a.w. pag. 60.

25) A. Troost art. Christelijke sociale ethiek in een veranderende wereld, in Anti Revolutionaire Staatkunde, pag. 314.

26) Harvey Cox, Gods revolutie en de verantwoordelijkheid van de mens, Baarn z.j., pag. 21.

27) Vgl. mijn „Het Koninkrijk Gods”, Les 5 van „Oecumene met de Bijbel”, uitgave I.C.C.C. Jeugdcontact, Amsterdam.

28) uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag.

29) Woord en Dienst, 10 augustus 1968, pag. 178.

30) a.a. 178.

31) Hervormd Nederland 17 augustus 1968

32) A. Troost, Kerkelijke verantwoordelijkheid voor de politiek, Kampen 1967, pag. 57.

32a) In de zojuist door mij ontvangen stellingen bij het referaat van drs. T. Brie-nen, te houden op de Ontmoetingsdag 27 november 1968 te Hilversum, komt dezelfde vraagstelling aan de orde; vooral stelling 3.

33) Uitgave van de Staatsdrukke.ij. Vgl. over het Cowerrapport, uitgave van de Nederl. Jeugdgemeenschap,verslag van de jeugdwerkconferentie, april 1967.

34) Geciteerd door A. J. Bronkhorst in Hervormd Nederland van 17 aug. 1968.

35) zie „Nieuwe wegen oude sporen”, pag. 68 v.v.

36) zie het aangehaalde artikel van W. H. Velema, genoemd in 21).

37) W. H. Velema art. onder deze naam in De Wekker, 25 oktober j.l.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.