+ Meer informatie

Dag in dag uit

3 minuten leestijd

Het is zes uur 's avonds en ik ben al drie keer — naar de telefoon gelopen om te zien of de stekker wel goed in het stopcontact zit. Steeds til ik öfe __ hoorn van de haak om te luisteren of alles nog werkt en zodra ik de geruststellende zoemtoon hoor, gooi ik de hoorn er zo gauw mogelijk weer op. Elk moment kan Anne-Ruth (17) bellen en stel je voor dat ik dan net zelfde lijn bezet höudT Hoe hebben we haar ooit kunnen laten gaan, denk ik nu. een paar weken geleden leek het nog zo'n goed plan. Anne-Ruth zou van haar zelfverdiende geld op reis gaan en iets van de wereld zien. En waar kon ze beter heen dan naar haar zus in Norwegen? Jelle had het liefst gezien dat ze met het vliegtuig zou gaan. Vlug en veilig. Ik vond de bus wel een mooi vervoermiddel .Goed, het duurt iets langer (ongeveer 48 uur!), maar voorain zo'n bus zou vast wel een aardige chauffeur zitten, die een oogje in het zeil kon houden, dacht ik, vond ik. ' Anne-Ruth had echter haar eigen idee over reizen. Ze ging met de trein en nergens anders mee. En die vijf keer overstappen in drie landen zou ook wel lukken, dacht ze, vond ze. Op een dinsdagmiddag hebben wij haar naar Hengelo gebracht, dat scheelde alvast drie keer overstappen alleen in Nederland al. 27 uur later zou Rebekka haar opwachten bij de bushalte in Precies om 6 uur zou ze daar aankomen en samen zouden ze direct naar de dichtsbijzijnde telefooncel hollen. En ja hoor, het is nu 10 óver 6 en de telefoon rinkelt! Helaas.... Het is voor Esther (16). „Kort houden, hoor", sis ik tegen haar. Esther knikt. Dat had ze zelf ook wel begrepen. Ondertussen loop ik onrustig de kamer op en neer, de afgrijselijkste dingen bedenkend. Anne-Ruth ergens halfbevroren, gestrand op een station, een trein gemist, en midden in de nacht niet verder kunnen. Opnieuw gaat de telefoon. Het is mijn vriendinZe vraagt of alles goed gegaan is. Als ze mijn antwoord hoort, weet ze niet hoe vlug ze weer moet ophangen. Ik ga weer verder met ijsberen. 15 over 7. Weer rinkelt de telefoon. „Ha mam, met Anne-Ruth, ik ben er hoor Alles is goed gegaan. Over een paar dagen bel ik weer. Dddg— Een minuut lang zit ik verdwaasd met de hoorn in mijn hand. De opluchting is groot, maar de behoefte aan iets meer informatie is nóg groter. vlug draai ik het nummer, dat ik na een maand al uit mijn hoofd kende, en vraag naar Rebekka. ,Ja, alles was prima gegaan. Ze hadden met helegezin Anne-Ruth opgehaald en daarom waren ze helemaal vergeten te bellen. Sorry, mam, sorry. Ze zaten nu aan de appeltaart en ijs en pizza. En Anne-Ruth had het hele huis al gezien en vorid alles prachtig. En ikmoestme geen zorgen maken." Totaal uitgeput nu, laat ik me terug in de kussens vallen. Voor de zoveelste maal in mijn leven wenste ik dat ik niet zo 'n -zenuwpees was en wat m.éér vertrouwen had!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.