+ Meer informatie

„Onze dagen waren vervuld, ons einde was gekomen...!"

Uit alle veewagons weerklonk kindergehuil

2 minuten leestijd

De bielzen zijn aangetast en versplinterd. Als verwonde en getekende levens. Zij dragen de negentig meter lange rails die nog te zien zijn in het voormalige kamp Westerbork. Een stootblok en een muur van Drentse zwerfkeien aan het ene uiteinde. Aan het andere wijzen de rails krampachtig en gekromd omhoog. Als wanhopige armen in de lucht, tragisch verwrongen.

Met deze sobere middelen heeft het nationaal monument Westerbork een grote uitdrukkingskracht gekregen. De ontwerper heeft het allemaal zelf doorleefd. Ralph Prins zat gevangen in Westerbork, voordat hij met een van de laatste treinen gedeporteerd werd naar Theresiënstadt. Hij overleefde het.

Ralph was zestien jaar toen hij in kamp Westerbork een baantje kreeg als ordonnans. Hij kwam zo in alle barak,ken, ook in de strafbarakken. „Tussen de bevende, ijzeren staketsels van de driehoog stapelbedden vertelde een man verhalen aan zijn kinderen. Een paar tafels achter hem gaf een vader zijn zoon joodse les. De drukte in de barak scheen hun concentratie alleen maar te verhevigen".

Veel treinen heeft hij zien vertrekken. Nog levendig herinnert hij zich het geluid van de kletsende handschoenen in de open hand van een Duitse officier. Ongeduldig, want de trein moest weg. „Honden trokken hun lijn strak, hun lijven naar voren, hun alles volgende, alerte ogen wachtend op het teken van hun baas om in actie te komen".

Hij heeft gezien hoe kampcommandant Gemmeker even naar het perron kwam om de bijgewerkte transportlijsten te controleren. Met een doffe klap gingen de deuren van de veewagons dicht. „De locomotief kwam onder stoom, de mensen waren cijfers geworden. Wanneer de lijsten klopten, kon de trein vertrekken".

„Mijn hevigste emotie in Westerbork was het kindertransport. Toen daarbij de deuren waren vergrendeld en de kampleiding was verdwenen, hoorde je uit alle wagons kinderen huilen. Goederenwagons met kindergehuil. De trein zag ik vertrekken. Hortend en stotend bracht de locomotief zijn last in beweging. Toen hij uit het zicht verdwenen was, viel er een stilte over het kamp van een beklemmende intensiteit".

Die stilte heeft Ralph Prins gestalte willen geven in het door hem gemaakte monument. Op een ruwe sokkel staat in marmer gebeiteld de tekst die we vinden in Klaagliederen 14:8. „Zij belaagden ons bij elke schrede, zodat wij over onze pleinen niet gaan konden; ons einde was nabij, onze dagen waren vervuld, ja ons einde was gekomen". Van alle joden die uit Westerbork op transport gesteld werden, kwamen er 102.000 nooit meer terug. "lm Osten" was hun einde gekomen...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.