+ Meer informatie

Dr. M. J. Paul: „Ook in veel reformatorische gezinnen wordt weinig uit de Statenvertaling gelezen"

Een nieuwe bijbelvertaling (1)

11 minuten leestijd

Over tien jaar moet een nieuwe bijbelvertaling op de markt worden gebracht. De ontwikkeling van de Nederlandse taal gaat zo snel dat de vertaling van 1951 volgens het Nederlands Bijbelgenootschap niet meer voldoet. Voor de rechterflank van de gereformeerde gezindte lijkt het een zaak van ondergeschikt belang. Die houdt het immers bij de Statenvertaling. Of is dat iets te simpel gesteld? In twee interviews aandacht voor de vraag of een nieuwe vertaling wenselijk is. Als eerste dr. M. J. Paul, hervormd predikant te Aalburg.

Ruim veertig jaar geleden verscheen de zogenaamde Nieuwe Vertaling. Binnen een groot deel van de protestantse kerken verdrong die de beproefde Statenvertaling. In bevindelijk kring hield men vast aan de overgeleverde schat uit de zeventiende eeuw. Er werd zelfs een Gereformeerde Bijbelstichting in het leven geroepen, om het voortbestaan ervan te waarborgen.

Inmiddels is de vertaling van 1951 alweer verouderd in taalgebruik. Vandaar dat het mammoetproject NBG-2002 wordt voorbereid. In de komende tien jaar moet de Bijbel vanuit de grondtekst worden vertaald in het Nederlands van nu.

Sceptisch
Ook exegeten uit evangelische en reformatorische kring, met name uit "Heverlee", hebben belangstelling getoond voor het project. Ze verenigden zich in de werkgroep Evangelisch Beraad-2002 (EB-2002), in de hoop een orthodoxe inbreng te kunnen hebben. Een van de mensen die door de werkgroep op de hoogte worden gehouden is dr. M.J. Paul, hervormd predikant te Aalburg.

Een gesprek dat een delegatie van EB-2002 met het NBG had, verliep volgens de oudtestamenticus positief. „Het is voor het eerst dat uit orthodoxe hoek in een heel vroeg stadium constructief wordt meegedacht over een nieuwe vertaling. Meestal blijft het bij achteraf kritiek leveren."

Hoewel hij positief tegenover de doelstelling van EB-2002 staat, is de predikant sceptisch over de betekenis ervan voor de gereformeerde gezindte. „Wat de inbreng van de werkgroep ook is, de vertaling zal voor onze kring toch niet acceptabel zijn. Dat maakt me aarzelend om er energie in te steken.

De breedte van het NBG maakt het waarschijnlijk dat zal worden samengewerkt met de Katholieke Bijbelstichting, wat betekent dat er een compromis-vertaling uit de bus komt. Die kan best nog redelijk positief zijn, maar de gereformeerde gezindte kennende verwacht ik niet dat deze vertaling geaccepteerd zal worden. Neem alleen de vertaling van de naam JAHWE. Laat je die onvertaald, schrijf je Heer, Here met één e, met twee e's? Alleen dat is al een breekpunt."

Voetnoten

De markt is inmiddels overvoerd met bijbelvertalingen. Wat beweegt het NBG om daar nog een nieuwe vertaling aan toe te voegen?
„Die behoefte is vooral ingegeven door de veranderingen in de taal. Het NBG wijst erop dat met name jongeren de taal van de vertaling van 1951 niet meer verstaan. Alleen de trouw kerkelijk meelevenden kunnen ermee uit de voeten."

Denkt het NBG dan aan een vertaling volgens dezelfde principes als de Statenvertaling en die van 1951? Anders kan men toch terugvallen op "Groot Nieuws voor u"?
„Dat is nog niet helemaal duidelijk, omdat men in de overlegfase verkeert. Zo is vanuit EB-2002 geopperd om met voetnoten te werken. Dat hoeven er niet veel te zijn, maar zijn twee gelijkwaardige vertalingen van een tekst mogelijk, dan moet dat aangegeven worden."

Een soort kanttekeningen?
„Nee, die gaan veel verder en geven naast alternatieve vertalingen ook uitleg. In de voetnoten zouden alleen de evenzeer verdedigbare mogelijkheden aangegeven moeten worden. Het bijbelgenootschap heeft dat voorheen altijd geweigerd, maar staat er nu duidelijk welwillender tegenover. Zo kunnen er al pratende meer motieven komen om een nieuwe vertaling te brengen."

Hoe beoordeelt u zelf het idee van voetnoten?
„Positief. Als vertaler moet je keuzes maken. In Genesis 4 vers 13 lezen we bij voorbeeld dat Kaïn tegen God zegt: „Mijn misdaad is groter dan dat zij vergeven worde." Je kunt ook vertalen: „De straf op de misdaad is te groot om te dragen."

Taalkundig is dat evenzeer verdedigbaar. Dan vind ik het een goede zaak als dat in een voetnoot wordt aangegeven. Als vertaler moet je zo veel mogelijk terugtreden en je persoonlijke mening niet als een filter laten werken."

Middenklasse

Is de ontwikkeling van de taal een wettig argument om een nieuwe vertaling te brengen?
„Dat vind ik zeker. Luther vond dat hij in zijn vertaling de taal van de doorsnee huismoeder en van de man in de straat moest gebruiken."

Moet de bijbelse taal niet juist de omgangstaal beïnvloeden?
„Dat is de meest wenselijke situatie, maar helaas niet de praktijk. Doordat de overheid het gebruik van de Statenvertaling destijds min of meer heeft opgelegd, heeft die een enorme invloed uitgeoefend op de Nederlandse taal. Maar die tijd is voorbij.

De Statenvertaling en ook de Nieuwe Vertaling bevatten zo veel woorden die de gemiddelde Nederlander niet meer kent, dat je er goed aan doet om een vertaling in hedendaags Nederlands te brengen. Taalkundig is er nauwelijks verschil tussen de Statenvertaling en de vertaling van 1951."

Blijft niet het probleem dat de grondtekst constructies bevat die vreemd zijn aan de Nederlandse taal en begrippen die zich niet in populair Nederlands laten vertalen?
„Dat is waar. Niet voor niets zeggen de Fransen: vertalen is verraden. Je verliest altijd wat van de oorspronkelijke betekenis. Maar dat gold voor de Statenvertaling ook. Het tweede is dat je de Bijbel, die ontstaan is in een heel andere cultuur, nooit helemaal begrijpelijk kunt maken voor de moderne mens.

Ik zeg ook niet dat elk woord moet worden aangepast. Begrippen als genade en gerechtigheid moet je handhaven. Maar voor heel veel andere woorden bestaat wel een hedendaags synoniem. Ik zie bij voorbeeld geen wezenlijk verschil tussen lankmoedigheid en geduld."

Bezwaren

Heeft ook de gereformeerde gezindte behoefte aan een vertaling in hedendaags Nederlands?
„De Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling functioneren het best in trouw kerkelijk meelevende gezinnen. Daar groeit men op met de taal van de Schrift. Bij de minder meelevenden worden de problemen al veel groter. Hetzelfde geldt voor de minder ontwikkelden.

Men zegt van onze kerken dat ze gericht zijn op de middenklasse. Dat is inderdaad zo. De intellectuelen en de arbeiders zijn we voor een groot deel kwijtgeraakt. De uitstroom van de laatste groep wordt bevorderd door het gebruik van de Statenvertaling. Die is gewoon te moeilijk."

Bepleit u een totaal nieuwe vertaling vanuit de grondtekst, of is een revisie van de taal voldoende?
„Het eerste. Gelet op de kennis waarover men in de zeventiende eeuw beschikte, is de Statenvertaling een voortreffelijk werk. Maar met de huidige kennis van de oude talen en de archeologie moet je zeggen dat bepaalde gedeelten zeker voor verbetering vatbaar zijn."

Waar liggen de belangrijkste bezwaren?
„Met name in het Oude Testament. De kennis van het Hebreeuws was in de tijd van de Statenvertalers beperkt. Honderden woorden komen maar een enkele keer in het Oude Testament voor. Hoe moest je die vertalen? Nadien is het Egyptisch ontcijferd, het Assyrisch, het Ugaritisch, het Moabitisch, het Fenicisch... Vooral het Ugaritisch, dat sterke overeenkomst vertoont met het Hebreeuws, heeft veel licht geworpen op de betekenis van bepaalde woorden."

Wijsheidsboeken

Aan welke gedeelten in het Oude Testament denkt u dan vooral?
„De poëtische gedeelten. Boeken als Psalmen, Spreuken, het Hooglied, Job, gedeelten van de profeten. De poëtische vorm komt in de Statenvertaling niet tot uitdrukking. Daar komt bij dat in de tijd van de Statenvertalers alleen de bijbelse wijsheidsliteratuur bekend was.

Nu kennen we daarnaast een dertigtal wijsheidsboeken van omringende volken, die ons veel meer inzicht hebben gegeven in de betekenis van bepaalde begrippen en uitdrukkingen."

Wat zijn de gevolgen daarvan?
„Dogmatisch minimaal. De leer als zodanig wordt door de toegenomen kennis niet aangetast. Maar er zijn wel verzen die nu, terecht, totaal anders vertaald worden dan in de Statenvertaling is gebeurd."

Welke criteria moeten naar uw mening worden gesteld bij het vertalen van de Bijbel?
„De vertalers moeten uitgaan van het absolute gezag van de Schrift. Dat is het eerste. Een tweede vereiste is vakkundigheid. In de praktijk zie je vaak dat of het één of het ander wordt gemist. Er is diep respect voor het Woord van God, maar geen taalkundige en archeologische kennis. Of zeer veel kennis, maar een onbijbelse visie op de Schrift."

Innerlijke verbondenheid

Moeten de vertalers per definitie mensen van gereformeerde signatuur zijn?
„Dat vind ik een moeilijke vraag. Neem "Het Boek", dat niet in de strikte zin van het woord een bijbelvertaling is, maar een parafrase. Zowel mensen uit evangelische als reformatorische richting hebben daaraan meegewerkt. Dat gaf geen problemen.

Hetzelfde kan ik me voorstellen ten aanzien van een bijbelvertaling. De meeste verschillen zijn dogmatisch van aard en hebben te maken met de uitleg, niet met de vertaling zelf. Verder zouden voetnoten ook hierin kunnen voorzien, bijvoorbeeld bij de weergave van "oudsten" of "ouderlingen" in een nieuwe vertaling."

Hoe ziet u de visie van de Dordtse synode dat bijbelvertalers ook gekenmerkt moeten worden door persoonlijke godsvrucht?
„Dat ligt voor mij opgesloten in het eerste criterium dat ik noemde. Het gaat om innerlijke, geestelijke verbondenheid met het Woord van God, niet een uitwendig toestemmen van de letter."

Dodenrijk

U gaf aan dat de persoonlijke visie van de vertaler niet als een filter mag werken. Valt daar in de praktijk aan te ontkomen? De vertaling zal toch altijd beïnvloed worden door de eigen theologische inzichten?
„Inderdaad. Als je je dat maar bewust bent en je keuze ook verantwoordt. Dat hebben de Statenvertalers zeer zorgvuldig gedaan. Als ze bij voorbeeld op grond van hun visie op de eenheid van de Schrift iets toevoegden, dan gaven ze dat aan. Dat is zichtbaar gemaakt door een ander lettertype te gebruiken."

Door aanhangers van de Statenvertaling wordt vaak gewezen op verschillen tussen de Statenvertaling en die van 1951. Hoe beoordeelt u die?
„Je zult altijd de vraag moeten stellen: Wat staat er in de grondtekst? Mijn bezwaar tegen de Gereformeerde Bijbelstichting is dat aan die vraag te weinig aandacht wordt besteed. In Psalm 16 vers 10 geeft de Statenvertaling bij voorbeeld: "Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten." In jongere vertalingen wordt gesproken over dodenrijk.

Daarin ziet men een afzwakking van het woord hel. Vanuit de grondtekst gezien is dat een onterecht verwijt. Ook een exegeet die volledig vasthoudt aan de realiteit van een eeuwige rampzaligheid, zal moeten erkennen dat het in Psalm 16 niet gaat om de hel in de negatieve betekenis van het woord, maar om het graf of het dodenrijk."

Gezaghebbend

Dr. Van Bruggen heeft aangegeven dat een bijbelvertaling onder meer gezaghebbend moet zijn. Dat lijkt me gezien de kerkelijke verdeeldheid van vandaag bijna onmogelijk.
„Wie zou niet graag een vertaling zien die, net als de Statenvertaling destijds, in alle protestantse kerken aanvaard werd? Maar de feitelijke situatie is helaas anders.

Voor de gereformeerde gezindte geldt dat de Statenvertaling formeel nog als gezaghebbend wordt aanvaard, maar daarnaast komt van alles en nog wat op. Met name denk ik dan aan allerlei kinderbijbels, die in onze gezindte een steeds grotere invloed gaan uitoefenen. En "Het Boek" wordt steeds meer gelezen."

Is het gevaar niet groot dat die parafrase als Bijbel gaat functioneren? „Dat is het logisch gevolg van het vasthouden aan de Statenvertaling. Voor een aantal mensen is de Statenvertaling gewoon te moeilijk. Ik ken een mevrouw van rooms-katholieke oorsprong die eerst de kinderbijbel leest, dan "Het Boek" en ten slotte de Statenvertaling. Dat vind ik prachtig. Maar velen maken de laatste stap niet meer."

Kinderbijbel

Wat zou u zelf in evangelisatiewerk uitdelen?
„Het Boek. Voor de generatie die niets meer weet van de Schrift, is de Statenvertaling door het 17e-eeuwse taalgebruik ontoegankelijk geworden. In iets mindere mate geldt hetzelfde voor de Nieuwe Vertaling. Doordat de gereformeerde gezindte zo introvert is, wordt dat niet genoeg als een probleem ervaren. Maar ik kan er geen vrede mee hebben."

Is de kans niet groot dat men nooit verder komt dan "Het Boek"?
„Dat gevaar bestaat, maar het geldt evenzeer voor een kinderbijbel. Als we door een kinderbijbel of door "Het Boek" tot verandering komen, dan roept de Heere ons op om toe te nemen in kennis en geloof. Dat heeft alles te maken met het onderzoek van de Schrift en het steeds meer gaan verstaan van de rijkdom daarvan. Daarvoor hebben we ook de prediking.

Ik zal "Het Boek" zeker niet aanraden voor kerkelijk gebruik. We gebruiken hier gewoon de Statenvertaling. Maar als opstap kan het vooral in het evangelisatiewerk zeker een functie hebben."

Toekomst

Heeft de Statenvertaling binnen de gereformeerde gezindte wel toekomst?
„Er zijn sterke aanwijzingen dat in de helft van de gezinnen waarvan kinderen naar een reformatorische school gaan, thuis weinig meer uit de Statenvertaling wordt gelezen, 's Morgens is er geen tijd om te lezen, 's middags eet men niet thuis en 's avonds leest men uit de kinderbijbel van Vreugdenhil of Kuijt, omdat de kinderen de Bijbel niet begrijpen."

Ook in de gereformeerde gezindte wankelt de Statenvertaling?
„In theorie niet. Maar in de praktijk komt hij in veel gezinnen nog maar weinig uit de kast. Ik hoop van harte dat de reformatorische kerken over de onderlinge verschilpunten zullen heenstappen en met het oog op de genoemde zaken met elkaar een nieuwe, verantwoorde bijbelvertaling zullen maken. Er zijn mogelijkheden genoeg, maar we moeten ze wel benutten, om de inhoud van Gods Woord zo dicht mogelijk bij onze generatie te brengen."

Volgende keer: L.M.P. Scholten, directeur van de Gereformeerde Bijbelstichting.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.