+ Meer informatie

Generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, Emmen 1989

4 oktober 1989

45 minuten leestijd

'Wie het naadje van de kous wil weten, dient de pap zelf te consumeren, dan wel zich door de rijstebrijberg heen te eten'. Dit schrijft drs. A. Borman op p.13 in zijn toelichting op de uitvoeringsbepalingen bij de nieuwe tekst van de artikelen 11-19- K.O. Om het de lezer wat makkelijker te maken vroeg Kerkinformatie drs. Borman en drs. Hazelaar (p.12) om het voor de leek iets doorzichtiger te maken. Tevens is de volledige tekst van de uitvoeringsbepalingen in Kerkinformatie opgenomen, zoals de synode vroeg.

De synode heeft kennis genomen van:
het rapport van de deputaten voor de Kerkorde en de deputaten voor Personele zaken, Financiën en Organisatie over nieuwe uitvoeringsbepalingen bij de artikelen 10 tot en met 19 van de kerkorde, zoals deze bij herziening in eerste lezing zijn vastgesteld, alsmede van
a. het commentaar van de Commissie van Overleg inzake arbeidsvoorwaarden Gemeentepredikanten Gereformeerde Kerken in Nederland en dat van de deputaten Toerusting en Opleiding, sectie Werkbegeleiding predikanten, op het ontwerp voor de nieuwe uitvoeringsbepalingen;
b. een brief van de classis Beilen over opheffing van emeritaat na herstel van arbeidsongeschiktheid;
c. een brief van de kerk van Leeuwarden-Huizum over toepassing van de uitvoeringsbepalingen bij het bestaande artikel 15 K.O.

De synode overweegt:
1. de voorgestelde uitvoeringsbepalingen vormen een passende uitwerking van de nieuwe tekst van genoemde artikelen van de kerkorde, overeenkomstig de bedoeling van door vroegere synoden verstrekte opdrachten, terwijl de ontvangen commentaren op aanvaardbare wijze zijn verwerkt.
Voorts zijn de twee bovengenoemde brieven in het rapport bevredigend beantwoord;
2. het is nodig dat omtrent het in uitvoeringsbepaling 17.2 gestelde deputaten nader overwegen tot welke discipline(s) de daar genoemde deskundigen dienen te behoren;
3. het is gewenst nader te bezien of en zo ja, hoe de taak van deputaten ad artikel 15/16 K.O. verbreding verdient in verband met het in de uitvoeringsbepalingen bij artikel 18 gestelde; een en ander in het licht van de door deputaten in het rapport B 18, punt 8 sub d. van hoofdstuk I. gemaakte opmerkingen.

De synode besluit:
1. bij de artikelen 10 tot en met 19 van de kerkorde (volgens de nieuwe tekst, die in eerste lezing werd vastgesteld door de generale synode van Almere 1987, acta art. 243 en Bijlage 40), worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld conform de tekst in de hoofdstukken III toten met XII van bovenbedoeld rapport van de deputaten; (zie voor de tekst de hierna opgenomen Annexe);
2. de nieuwe uitvoeringsbepalingen zullen via 'Kerkinformatie' aan de mindere vergaderingen worden meegedeeld als toelichting bij de eerder- ingevolge artikel 62, lid 2 K.O. — aan haar verstrekte tekst van genoemde artikelen van de kerkorde;
3. met het besluit sub 1. is mede uitvoering gegeven aan de opdrachten, genoemd in de acta van de volgende synoden: Dokkum 1983, artikelen 199 en 59 (BM); Gouda 1985, artikelen 61 en 54 (BM), alsmede een niet in de openbare acta vermeld besluit van 6 oktober 1986 betreffende de herziening van de artikelen 17-19 K.O. met het oog op de predikanten in Algemene dienst;
4. aan deputaten voor de Kerkorde en deputaten voor Personele zaken, Financiën en Organisatie wordt opgedragen, vóór het najaar 1990 een voorstel aan de synode te doen, als bedoeld in hoofdstuk I, punt 8 sub d. van hun rapport en een voorstel inzake een duidelijke omschrijving in artikel 17.1 lid 2 van de uitvoeringsbepalingen;
5. aan het moderamen van de synode wordt opgedragen de brieven van de classis Beilen en de kerk van Leeuwarden-Huizum te beantwoorden in de geest van hetgeen deputaten hierover hebben gerapporteerd.


Annexe

Uitvoeringsbepalingen bij de nieuwe artikelen 10 tot en met 19 van de kerkorde.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 19 K.O.

10.1. De uitvoeringsbepalingen bij het bestaande artikel 9 K.O.

10.2. De eerste uitvoeringsbepaling bij het huidige artikel 12 K.O., maar dan gewijzigd als volgt:
Indien in een gemeente spanningen optreden in verband met het functioneren van de dienaar des Woords in de gemeente, verdient het aanbeveling te overwegen -a lv o rens te besluiten tot kerkrechtelijke stappen - o f een oplossing van de moeilijkheden kan worden bereikt door aan de dienaar des Woords gedurende enige tijd gehele of gedeeltelijke vrijstelling van werkzaamheden te geven, al of niet in de vorm van ziekteverlof. Een besluit daartoe dient pas te worden genomen na overleg met kerkvisitatoren en de predikant voor de werkbegeleiding.'


Bepalingen bij (nieuw) artikel 11 K.O.

11.1. Algemene bepalingen
1. Een proponent kan door toepassing van artikel 11 van de kerkorde de eer en de naam van een dienaar des Woords slechts verkrijgen indien hij wordt beroepen in verband met de vervulling van een functie van geestelijk verzorger.
2. Een predikant, als bedoeld in artikel 11 van de kerkorde kan als 'specialist' geen lid van een kerkeraad zijn. De kerkeraad van de gemeente, in welker ressort hij werkzaam is en waarvan hij tevens lid is, k a n -a l dan niet op verzoek van de predikant - hem uitnodigen aan zijn bijeenkomsten deel te nemen ten aanzien van zaken die zijn werkzaamheden betreffen; hij heeft dan een adviserende stem.
3. Een predikant als bedoeld in artikel 11 van de kerkorde kan geen lid zijn van de kerkelijke vergadering waaraan hij verbonden is of het deputaatschap resp. de commissie, dat (resp. die) hem in zijn werkzaamheden begeleidt. Hij kan, indien daartoe uitgenodigd, aan de desbetreffende bijeenkomsten deelnemen en heeft daarin dan een adviserende stem.
4. Een predikant als bedoeld in artikel 11 van de kerkorde is gehouden bij verandering van taak, taakomschrijving of functie daarvan kennis te geven aan de in artikel 11 K.O. genoemde kerkelijke vergadering en deputaatschappen, opdat kan worden bezien, of hij de eer en de naam van dienaar des Woords zal kunnen behouden.

11.2. Procedurele bepalingen
1. Uitvoeringsbepaling 1 bij huidige art. 15 . Hiervan de regels 1 t/m 4 wijzigen als volgt:
'Indien een dienaar des Woords, bedoeld in artikel 10 of 11 van de kerkorde, arbeid wenst te aanvaarden waarop artikel 11 van toepassing is, dient de volgende procedure in acht te worden genomen:'
2. Uitvoeringsbepaling 2 bij huidig art. 15, gewijzigd als volgt:
a. In de tweede regel de woorden'zo mogelijk'schrappen.
b. De laatste twee regels vervangen door de volgende tekst: 'Indien de bovenbedoelde kerkeraad om gewichtige en objectieve redenen, te beoordelen door de betrokken classes, de predikant niet kan beroepen, blijft deze verbonden aan een andere in aanmerking komende gemeente, die daartoe een beroep op hem uitbrengt.'
3. Uitvoeringsbepaling 3 bij huidig art. 15, gewijzigd als volgt:
a. De eerste twee regels vervangen door: 'indien de predikant in zijn nieuwe functie een dienstverband aangaat met een stichting of een ander niet-kerkelijk lichaam, dient hij - alvorens zijn benoeming in de n ieuwe functie te aanvaarden - door medeondertekening blijk te hebben gegeven .. .'
b. De eerste regel van 3.g vervangen door: 'dat de kerkeraad en de gereformeerde kerken in regionaal of landelijk verband geen enkele financiële verplichting hebben tegen
4. De bepalingen onderi. tot en met 3. zijn van overeenkomstige toepassing wanneer een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 1 2 van de kerkorde of een proponent arbeid wil aanvaarden waarop artikel 11 van de kerkorde van toepassing is. Dit met inachtneming van het volgende:
a. Hij dient te worden verbonden aan de gemeente in welker gebied hij werkzaam zal zijn, die daartoe een beroep op hem uitbrengt.
b. Wanneer het een dienaar des Woords ex artikel 12 betreft: de taken, die in de bepalingen 1. tot en met 3. zijn genoemd voorde kerkeraad van de gemeente waaraan de predikant verbonden is, vallen toe aan de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden.
c. Ingeval het een proponent betreft worden deze taken verzorgd door de kerkeraad van de gemeente die hem zal beroepen.
5.a. Het aangaan van de sub 3. hierboven bedoelde overeenkomst met de benoemende instantie kan achterwege blijven indien de zekerheid bestaat, dat de genoemde aangelegenheden op andere wijze genoegzaam zijn geregeld, mede gezien de artikelen 16 en 1 7 van de kerkorde en de daarbij vastgestelde bepalingen.
b. Wanneer de dienaar des Woords - anders dan bedoeld in de bepalingen sub 3 - zijn nieuwe functie vervult binnen een kerkelijk verband, worden afspraken tussen de partijen in dat verband over de onder 3.a. tot en met h. genoemde aangelegenheden, voor zover van toepassing, schriftelijk vastgelegd.
6. Uitvoeringsbepaling8bijhuidigart. 15 K.O.
7. Indien een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 11 van de kerkorde zijn ambtsbediening beëindigt door gebruik te maken van een in zijn dienstverband bestaande regeling voor vervroegd uittreden (ook wel functioneel leeftijdsontslag of overbruggingsuitkering genoemd), anders dan die bij artikel 17 van de kerkorde, zijn dat artikel 17 en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen op hem vantoepassing voor wat zijn ambtelijke positie betreft. Dit is eveneens het geval indien hij arbeidsongeschikt is verklaard.
8. Uitvoeringsbepaling 4 bij huidig art. 15 K.O.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 12 K.O.

12.1 Algemene bepalingen
1. Voorbenoemingineenfunctiealsbedoeld in artikel 12 van de kerkorde is ten minste vier jaren praktijkervaring als gemeentepredikant in het algemeen vereist. Een meerdere vergadering kan van deze regel afwijken wanneer in de desbetreffende voordracht naar het oordeel van die vergadering voldoende aannemelijk is gemaakt dat er aanleiding is voor zulk een afwijking.
2. Opdat het ambt van een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 12 van de kerkorde (mede) in een gemeenschappelijk verband kan functioneren, stelt de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden, voor hem een begeleidingscommissie in indien hij zijn arbeid niet verricht onder leidingvan een deputaatschap van die vergadering. Waar daarvoor aanleiding en mogelijkheden zijn, kan de meerdere vergadering deze begeleiding toevertrouwen aan een kerk in haar ressort, onder verantwoordelijkheid van de meerdere vergadering.
3. Een dienaardes Woordsalsbedoeld in artikel 12 van de kerkorde, kan in die hoedanigheid geen lid van enige kerkeraad zijn.
4. Een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 12 van de kerkorde kan geen lid zijn van de kerkelijke vergadering waaraan hij verbonden is of van het deputaatschap resp. de commissie, dat (resp. die) hem in zijn werkzaamheden begeleidt. Hij kan, indien daartoe uitgenodigd, aan de desbetreffende bijeenkomsten deelnemen en heeft daarin dan een adviserende stem.
5. Bij verandering van de taak, taakomschrijving of functie van een dienaar des Woords, bedoeld in artikel 12 van de kerkorde, is de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden (c.q. haar deputaatschap of commissie die hem begeleidt) gehouden ter zake tevoren het oordeel te vragen van de deputaten van de generale synode voor advies inzake de artikelen 11 en 12 van de kerkorde, opdat kan worden bezien of hij de eer en do naam van dienaar des Woords zal kunnen behouden.
6. Dienaren des Woords verbonden aan een classis of een particuliere synode kunnen worden aangeduid als predikanten in regionale dienst; dienaren des Woords verbonden aan de generale synode kunnen worden aangeduid als predikanten in algemene dienst.

12.2. Procedurele bepalingen
1.a. Een meerdere vergadering, die een dienaar des Woords in enige functie aan zich wil verbinden, dient zich tevoren ervan te vergewissen of hij, gelet op artikel 12 van de kerkorde, de eer en de naam van dienaar des Woords zal kunnen gehouden. Daartoe zal zij advies (doen) vragen aan de deputaten van de generale synode voor Advies inzakedeartikelen 11 en 12 van de kerkorde. Bij de adviesaanvraag dient een taakomschrijving te worden overgelegd.
b. Het voorstel aan de meerdere vergadering tot benoeming van de dienaar des Woords dient vergezeld te gaan van vorenbedoeld advies.
c. Na haar besluittot benoeming van de dienaar des Woords zendt de vergadering bedoeld onder a., hem een beroepsbrief met de taakomschrijving en het daarover ontvangen advies. De dienaar des Woords legt deze stukken over bij zijn verzoek om ontslag aan de kerkeraad van de gemeente resp. aan de meerdere vergadering waaraan hij verbonden is.
d. Indien met het ontslag wordt ingestemd, legt de kerkeraad zijn besluit ter goedkeuring voor aan de classis, onder toezending van de beroepsbrief met taakomschrijving en het advies daarover, een akte van ontslag door de kerkeraad en een goede kerkelijke attestatie van leer en leven. Na haar instemmend besluit zendt deze classis een gewaarmerkt afschrift van haar besluit aan de kerkeraad, aan de meerdere vergadering die de dienaar des Woords heeft benoemd en aan de dienaar zelf.
e. Is de benoemde dienaar des Woords verbonden aan een meerdere vergaderingen stemt deze met het ontslag in, dan maakt zij de akte van ontslag op, zorgt voor de onder d. bedoelde attestatie en zendt deze stukken aan de meerdere vergadering, die de benoeming heeft verricht. De dienaar des Woords ontvangt een gewaarmerkt afschrift van de akte van ontslag.
f. Nadat de dienaar des Woords de benoeming heeft aanvaard, ontvangt hij een akte van aanstelling. De vergadering die hem heeft benoemd (c.q. haar begeleidend deputaatschap of comm issie) verzorgt zij n bevestiging met inschakeling van een kerkeraad, alsmede de ondertekening van het formulier, bedoeld in lid 4 van artikel 26 van de kerkorde.
g. De bovenstaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing indien een meerdere vergadering een proponent als dienaar des Woords aan zich wil verbinden.
2. Indien een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 12 van de kerkorde zijn ambtsbediening beëindigt door gebruik te maken van een in zijn dienstverband bestaande regeling voor vervroegd uittreden (ook wel functioneel leeftijdsontslag of overbruggingsu itkering genoemd; anders dan die bij artikel 17 van de kerkorde, zijn dat artikel 17 en de desbetreffende uitvoeringsbepalingen op hem van toepassing voor wat zijn ambtelijke positie betreft. Dit is eveneens het geval indien hij arbeidsongeschikt is verklaard.
3. Akte van aanstelling
De... a) van de Gereformeerde Kerken in Nederland verklaart bij dezen .....
te hebben geroepen om werkzaam te zijn als .......... Mitsdien behoort hij ontheven te worden van de tot nu toe door hem vervulde taak als dienaar des Woords te/van ..........
b) om voortaan in dienst te staan van de gezamenlijke kerken inhaarressort. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de kerkorde zal hij de naam en de eer van een dienaar behouden. Voor het vervullen van zijn taak, gelijk deze in de door de .......... a) vastgestelde Instructie nader staat omschreven, onderworpen zijn aan het toezicht van de .......... a), ook voor zover dit toezicht mocht worden opgedragen aan haar deputaten.
De .......... a) spreekt haar vertrouwen uit, dat de vervulling van de hier bedoelde taak in dienst van de in haar samenkomende kerken, onder de zegen des Heren mag bijdragen tot haar heil.

Opmerkingen
1. Indien de aanstelling betrekking heeft op een proponent, worden de tweede en derde volzin van deze akte vervangen door de volgende: 'overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de kerkorde zal hij de eer en de naam van een dienaar des Woords ontvangen, als hoedanig hij in dienst zal staan van degezameniijke kerken in haar ressort.'
2. Indien de uitvoeringbepaling 16.2 sub 2 van toepassing is, dient in de akte van aanstelling (als vooriaatste alinea) de tekst te worden opgenomen, bedoeld in bepaling 16.2 sub 2, laatste volz i n.
a) classis, particuliere synode of generale synode (de eerste keer met toevoegi ng van denaam).
b) naam van kerk of meerdere vergadering.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 13 K.O.

13.1 Dienaar des Woords in deeltijdfunctie
Bij het beroepen vaneen dienaar des Woords, die zijn taak bedoeld in artikel 10, 11 of 12 van de kerkorde zal vervullen gedurende een deel van de volledige werktijd, dienden de volgende bepalingen in acht te worden genomen. Hetzelfde geldt, indien een bestaande taakvervullinggedurendc volledige werktijd wordt gewijzigd in taakvervullinggedurendceen deel van die werktijd.
1. Indien de dienaar de Woords naast zijn deeltijdfunctie andere werkzaamheden gaat verrichten, dienen kerkeraad en classis resp. de meerdere vergadering zich ervan te overtuigen- bij de beroepings-of wijzigingsprocedure, maar ook bij hel later aanvaarden of veranderen van die werkzaamheden-dat het verrichten daarvan verenigbaar is met zijn ambt van dienaar des Woords in de desbetreffende taak en niet strijdig is met het belang van de kerk.
2. De omvang van een deeltijdfunctie dient meer dan 40% van een volledige functie uit te maken. In uitzonderingsgevallen kan van dit percentage worden afgeweken, zulks ter beoordeling van daartoe aangewezen deputaten van de generale synode.
3. Een dienaar des Woords, die geëmeriteerd is wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, kan daarnaast een deeltijdfunctie vervullen naar de mate van zijn arbeidsgeschiktheid. Hij blijftc.q. wordt dan verbonden aan gemeente of meerdere vergadering in welker dienst hij de deeltijdfunctie vervult. In geval zijn arbeidsgeschiktheid minder dan 40% bedraagt, is het bepaalde sub 2 voor hem niet van toepassing.
4. De aansprakelijkheid van de gemeente of de meerdere vergadering, bedoeld in artikel 16 van de kerkorde - voor zover van toepassing- is beperkt tot het deel, dat de deeltijdfunctie uitmaakt van een volledige functie.
5. De afspraken tussen de kerkeraad of de meerdere vergadering en de dienaar des Woords ten aanzien van het dienstverband in een deeltijdfunctie- hetzij op grond van de bepalingen bij artikel 13 van de kerkorde, het zij aanvullende afspraken -dienen te worden vastgelegd in een bijlage, die onderdeel is van de beroepsbrief en als zodanig aan de goedkeuring van de classis resp. de meerdere vergadering is onderworpen.

13.2 Taak in de gemeente in deeltijd
1. Het aantal dagdelen, gedurende welke de dienaar des Woords met een deeltijdfunctie in een gemeente als zodanig werkzaam zal zijn, dient in een reeële verhoudi ng te staan tot de omvang van de werkzaamheden, gezien de in artikel 10 van de kerkorde genoemde taken. Overeengekomen dient te worden in welke mate de onderscheiden taken zullen worden verricht. Ten aan/ien van de preekdienst geldt daarbij als uitgangspunt, dat deze in evenredigheid met de deeltijdfunctie zal worden vervuld (met een overeenkomstig aantal vrije zondagen), tenzij een andere regeling wordt overeengekomen, de omvang van de deeltijdfunctie dient te worden aangegeven in dagdelen, waarbij ochtend, middagen avond elk als een dagdeel worden gerekend en het aantal dagdelen ten minste zeven bedraagt, behoudens in gevallen als tjedoeld in de bepalingen 13.1 sub 3.
2. Een dienaar des Woords in een deeltijdfunctie zal in het algemeen een evenredig aandeel in de werkzaamheden ten l)ehoeve van de classis moeten leveren, waaronder het vervullen van een consulentschap.

13.3 Verbintenis met werkperiode
1. Een dienaar des Woords kan niet worden beroepen in tijdelijke dienst.
2. Indien een meerdere vergadering op grond van artikel 12 van de kerkorde een dienaar des Woords wil beroepen, maar het in aanzienlijke mate onzeker is of hij inde gelegenheid zal kunnen worden gesteld zijn taak voor onbepaalde tijd te verrichten, kan met hem een werkperiode worden overeengekomen, die ten minste vier jaren duurten gedurende welke hij beiast zal zijn met de afgesproken werkzaamheden. Dit echter alleen onder de volgende voorwaarden.
a. De meerdere vergadering waaraan hij zal worden verbonden, verklaart zich tevoren bereid na afloop van de werkperiode, indien voortzetting van het bestaande werk dan uitgesloten blijkt, zo enigszins mogelijk andere passende werkzaamheden aan te bieden aandedienaar des Woords, terwijl deze zich bereid verklaart die passende werkzaamheden dan te zullen aanvaarden.
b. Indien na afloop van de werkperiode geen passende andere werkzaamheden voorhanden zijn, blijft de dienaar des Woords verbonden aan de meerdere vergaderingen deelt de meerdere vergadering aan de kerken mede, dat hij beroepbaar is. Voor zijn honorering is dan de Uitkeringsregeling bij artikel 16 van de kerkorde van toepassing.
c. In het geval bedoeld sub b. zijn voor de ambtelijke positie van de dienaar des Woords na verloop van tijd de artikelen 14 en 15 (lid 3) van toepassing.
d. Afspraken op grond van deze bepalingen dienen te worden vastgelegd in een bijlage, die onderdeel is van de beroepsbrief en als zodanig aan de goedkeuring van de meerdere vergadering is onderworpen.

13.4 Emeritus in tijdelijke dienst
De uitvoeringsbepalingen bij huidig art. 18 K.O., met wijziging van lid 1 als volgt:
1. Voor het beroepen van een emerituspredikant in tijdelijke dienst-zulks met goedvinden van de classis waartoe de desbetreffende kerk behoort-komen alleen in aanmerking kerken, welker zielental niet meer dan omstreeks driehonderd bedraagt en die er niet in kunnen slagen een dienaar des Woords in een deeltijdfunctie aan zich te verbinden.

Voorts met toevoeging van de bestaande uitvoeringsbepaling 17.5, gewijzigd als volgt:
Het verrichten van hulpdiensten door een geëmeriteerde predikant kan alleen met medewerkingen goedvinden van de classis geschieden op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen kerkeraad en predikant. De bovenstaande uitvoeringsfjepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 14 K.O.

14.1 Algemene bepalingen
1. Eervolle ontheffing van de ambtsbediening kan plaats hebben op verzoek of ambtshalve en wel
a. wanneer een dienaar des Woords door persoonlijke omstandigheden -anders dan arbeidsongeschiktheid-zijn beslaande taak niet meer kan vervullen en (nog) niet in staat of in de gelegenheid is elders een taak te aanvaarden;
b. wanneer een dienaar des Woords-anders dan door toepassing van artikel 18 van de kerkorde - beroepbaar is geworden en een jaar daarna nog geen beroep of functie heeft kunnen aanvaarden of aanvaard;
c. wanneer een dienaar des Woords is beroepen of benoemd in een andere kerkgemeenschap (dan wel daarvoor in aanmerking is gebracht) en in afwachting van zijn bevestiging aldaar zijn bestaande taken niet meer vervult.
2. Eervolle ontheffing van de ambtsbediening wordt in het algemeen verleend voor een periode van ten hoogste een jaar, met dien verstande,
- dat de bevoegde meerdere vergadering deze periode ten hoogste een halfjaar langer kan stellen indien daarvoor naar haar oordeel doorslaggevende redenen aanwezig zijn;
- dat de eervolle ontheffing wordt verleend tot de datum, waarop betrokkene vervroegd kan uittreden (ingevolge artiel 17 van de kerkorde of op grond van een regeling in zijn dienstverband) indien die datum ten hoogste twee jaren na de datum van eervolle ontheffing ligt;
- dat in geval 1.c. de eervolle ontheffing niet langer duurt dan tot de datum van bevestiging in de andere kerkgemeenschap en dan tegelijkertijd overgaat in de ontheffing uit het ambt, bedoeld in artikel 15 lid 3 van de kerkorde.
3. De'rechten van een emeritus', bedoeld in artikel 14 van de kerkorde, bestaan u it de bevoegdheid tot het verrichten van de handelingen, omschreven in het eerste lid van artikel 10 van de kerkorde.
4. Eervolle ontheffing van deambtsbediening geeft als zodanig geen recht op enigeriei financiële tegemoetkoming ex artikel 16 of 17 van de kerkorde. Zij kan wel daarmee gepaard gaan indien de tegemoetkoming op andere grond berust, al dan niet ontleend aan genoemde artikelen. Alleen in het geval bedoeld sub 1 .c. zet de kerkeraad van de gemeente resp. de meerdere vergadering waaraan de dienaar des Woords is verbonden, zijn honorering ten hoogste drie maanden voort tot zijn bevestiging in de andere kerkgemeenschap.

14.2. Procedurele bepalingen
1. Ten aanzien van de dienaar des Woords bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de kerkorde, behoort de eervolle ontheffing van de ambtsbediening tot de taak en bevoegdheid van de classis. Ten aanzien van dedienaren des Woords ex artikel 12 van de kerkorde berusten deze taak en bevoegdheid bij de naastvolgende meerdere vergadering, respectievelijk, wanneer het een predikantin algemene dienst betreft, bij de generale synode. De classis en de particuliere synode handelen in deze met medewerkingen goedvinden van de deputaten van de particuliere synode, bedoeld in artikel 56, lid 1 van de kerkorde; degenerate synode, handelt met advies van haar deputaten voor advies ad artikelen 11 en 12 van de kerkorde.
2. De dienaar des Woords dient zijn verzoek tot eervolle ontheffing van de ambtsbediening in bij de kerkeraad van de gemeente resp. de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden, zo veel mogelijk drie maanden voordat de eervolle ontheffing ingang moet vinden. De kerkeraad resp. classis zendt het verzoek met zijn resp. haar besluit ter zake aan de naastvolgende meerdere vergadering en aan de deputaten ad artikel 56 lid 1 van de particuliere synode, die hun oordeel geven aan de bevoegde meerdere vergadering. De particuliere synode zendt een ontvangen verzoek met haar besluit ter zake aan de generale synode en haar deputaten voor advies ad art. 11 en 12 K.O.; dezen brengen over het verzoek advies u it aan de generale synode, evenals ten aanzien van een door de generale synode ontvangen verzoek van een predikant in algemene dienst.
3. De kerkeraad van de gemeente resp. de meerdere vergadering waaraan de dienaar des Woords is verbonden, isgehouden zelf voor deze een verzoek tot eervol Ie ontheffing van de amtsbediening in te dienen bij de bevoegde meerdere vergadering en deze vergadering is gehouden daar ambtshalve gevolg aan te geven, indien een situatieals bedoeld in de bepalingen 14.1 sub 1 zich heeft gerealiseerd of een daargenoemde termijn is verlopen, zonder dat de desbetreffende dienaar des Woords een verzoek heeft ingediend.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 15 K.O.

1. Alvorens een beslissing te nemen over de toepassing van het tweede lid van artikel 15 van de kerkorde zal de kerkeraad ter zake advies vragen van de deputaten, bedoeld in artikel 56 lid 1 van de kerkorde, onverminderd de taken die de kerkvistatoren van de classis in dezen kunnen hebben. Indien zulk een aangelegenheid wordt voorgelegd aan de classis, dient het schriftelijk advies van vorengenoemde deputaten aan de classis te worden meegezonden. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing indien een meerdere vergadering een verzoek (als bedoeld in het tweede lid van artikel 15) ontvangt van een dienaar des Woords, die aan haar is verbonden, met dien verstande, dat de generale synode advies vraagt aan haar deputaten voor advies ad artikelen 11 en 12 van de kerkorde.
2. Ontheffing uit het ambt als bedoeld in het derde lid van artikel 15 van de kerkorde heeft plaats na eervol Ie ontheffing van de ambtsbediening (artikel 14 van de kerkorde) resp. na ontheffing van de ambtsuitoefening (artikel 18 van de kerkorde) en wel wanneer en zodra de termijn, die in het desbetreffende besluit werd vastgesteld, is verstreken en niet direct door emeritering wordt gevolgd. De ontheffing uit het ambt heeft plaats op voorstel van de kerkeraad der gemeente resp. de meerdere vergadering waaraan de dienaar des Woords is verbonden, door de naastvolgende meerdere vergadering respectievelijk door de generale synode indien het een predikant in algemene dienst betreft. De bevoegde vergadering besluit ambtshalve tot de ontheffing, indien binnen drie maanden na het einde van de bovenbedoelde termijn geen voorstel is ontvangen.
3. Herstel in het ambt na toepassing van het derde lid van artikel 15 van de kerkorde is mogelijk indien de uit zijn ambt onthevene een beroep of functie in vooru itzicht heeft gekregen, voldoende aan de vereisten voor het verkrijgen van de eer en de naam van dienaar des Woords. Hij kan-op zijn verzoek aan de kerkeraad van de gemeente waarvan hij lid is-alsdan op voorstel van deze kerkeraad beroepbaar worden gesteld door de classis waartoe die gemeente behoort, met medewerking en goedvinden van de deputaten ad artikel 56 lid 1 en lid 2 van de particul iere synode. Indien tussen de ontheffing uit het ambt en deze beroepbaarstelling meer dan drie jaren zijn verstreken, zijn laatstbedoelde deputaten gehouden een gesprek met hem te voeren en gerechtigd naar bevind van zaken hieraan het karakter van een onderzoek te geven.
4. Voor herstel in het ambt na toepassi ng van het tweede lid van artikel 15 vande kerkorde geldt de sub 3 omschreven procedure, met dien verstande dat de deputaten ad artikel 56 lid 2 van de particuliere synode in alle gevallen een gesprek met betrokkene, o.m. over zijn beweegredenen, dienen te voeren. Aan een gewezen dienaar des Woords, die moedwillig zijn ambt neerlegde zonder bewilliging en tegen het advies van de kerkeraad en/of de meerdere vergadering, mag echter niet anders dan om zeer bijzondere redenen weer de weg tot het ambt worden geopend. Deze bijzondere redenen moeten dan niet worden gezocht in de desbetreffende persoon en diens veranderende gezindheid, maar in een op goede gronden uit de kerken opkomende aandrang, die ook de instemm i ng ontvangt van de kerkeraad der gemeente resp. de meerdere vergadering die hij het laatst diendeen van de naastvolgende meerdere vergadering.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 16 K.O.

16.1. Honorering dienaren des Woords ex artikel 10 K.O.

16.2. Honorering dienaren des Woords ex artikel 11 en 12 K.O.
1. Indien de verantwoordelijkheid voor het onderhoud, bedoeld in artikel 16 van de kerkorde, berustbij een kerkelijke vergadering, is voor de honorering van de dienaren des Woords ex artikel 11 resp, artikel 12 van de kerkorde het advies van toepassing, genoemd in de bepalingen 16.1 sub3,met dien verstande, dat voor dienaren des Woords verbonden aan de generale synode de 'Rechtspositieregeling' geldt, genoemd in de bepalingen 99.1 sub2.c.
2. Indien een dienaar des Woords ex artikel 11 resp. artikel 12 van de kerkorde zijn arbeid verricht in een dienstverband met een ander lichaam dan een kerkelijke vergadering of indien zijn honorering door zulk een lichaam wordt vastgesteld en verzorgd, berust de sub 1 bedoelde verantwoordelijkheid bij dat lichaam. Bij beroeping of benoeming zullen de kerkeraad resp. meerderevergaderingen de dienaar des Woords als dan tevoren gezamenlijk vaststellen, dat bedoeld lichaam deze verantwoordelijkheid aanvaardt. Tenzij die verantwoordelijkheid berust op wettelijke bepalingen, dient zij te worden vastgelegd in een schriftelijkeovereenkomst als bedoeld in de bepalingen 11.2 sub 3 bij artikel 11 van de kerkorde. In de beroepsbrief en de akte van aanstelling van de dienaar des Woords dient in deze gevallen te worden opgenomen, dat hij in de desbetreffende functie geen rechten kan ontlenen aan arti kei 16 en - al naar gelang het geval i s - artikel 17 van de kerkorde.

16.3. Onderhoud predikanten die uit een ander kerkverband overkomen
Zie uitvoeringsbepaling 11.3 bij huidig art. 11 K.O.

16.4. Statuut Uitkeringsfonds predikanten GKN
Zie uitvoeringsbepaling 11.4 bij huidig art, 11 K.O.

16.5. Uitkeringsregeling predikanten
Uitvoeringsbepaling 11.2 bij huidigart, 11 K.O. met de volgende wijzigingen:
a. In onderdeel A:
- sub 1: 'artikel 12' wordt 'artikel 18';
- sub 2:'artikel 13'wordt'artikel 19';
- sub 3: 'artikelen 14' wordt 'artikelen 15 lid 2'(tweemaal);
- sub 3, regels 3 en 4: 'kerkeraad, met instemming van de classis' wordt 'kerkeraad resp, meerdere vergadering, met instemming van de naastvolgende meerdere vergadering resp, de generale synode';
- sub 3, laatste regel: idem.
b. In onderdeel B:
- In bepaling 1. opnemen een nieuw punt 1 . c : 'De uitkering eindigt na verloop van de z.g. uitkeringstijd, bekend volgens de onder C resp. D vermelde formule. De lengte van de uitkeringstijd wordt niet beïnvloed door een wijziging in de ambtelijke positie van betrokkene na het begin van de uitkering'.
- tn bepaling 2 de eerste twee regels wijzigen in: 'Behoudens toepassing van het bepaalde sub 3 bedraagt de uitkering:'
- Beslaande bepaling 3 vervalt. Als nieuwe bepaling 3 opnemen: de eerste volzin van bepaling 4. Vervolgens deze aanvullen met de zin: 'Het verrichten van werkzaambeden als hier bedoeld leidt niet tot verienging of opschorting van deondcrC. resp. D. omschreven uitkeringstijd.'
- De nieuwe bepaling 4 bestaat uitde tweede en derde volzin van de huidige bepaling 4, waarbij de eerste drie woorden worden vervangen door: 'In verband met het bepaalde in artikel 3 . . .'.
c. In onderdeel B sub 9:
Aan de bestaande tekst de volgende alinea toevoegen: 'C3p het bruto-bedrag van de uitkering wordt voorts een bijdrage'Uitkeringenfonds predikanten GKN' ingehouden indien
- betrokkene op grond van artikel 18 van de kerkorde is ontheven van de ambtsuitoefening voor een periode, dieeindigt op de datum waarop hij gerechtigd wordt vervroegd uitte treden, en
- deze bijdrage ook vóór zijn onlheft'ingop zijn kerkelijk inkomen werd ingehouden. De bijdrage wordt op dezelfde wijze berekend als voor een dienstdoend predikant'.
d. In onderdeel B sub 10:
- Regels 2 en 5: 'kerk' wordt 'kerk resp, meerdere vergadering'.
- Regel 6: 'declassis, waarvan die kerk deel uitmaakt', wordt 'de naastvolgende meerdere vergadering resp. (indien het een predikant in algemene dienst betreft) de generale synode'.
- Het laatste zinsdeel aanvullen metde zinsnede:
'. . . lasten, in te dienen binnen drie maanden na het einde van elke driemaandelijkse periode'.
- Aan dealdus aangevulde tekst een alinea toevoegen, nl.;
'De bovenbedoelde lastenverdeling komt niet aan de orde indien deze regel ing wordt toegepast na afloop van een verbintenis met werkperiode op grond van artikel 13 van de kerkorde (bepalingen 13.3). De financiële lasten van deze regeling komen dan geheel voor rekening van de meerdere vergadering waaraan de predikant was verbonden.
e. In onderdeel C:
- Punt 13: de woorden 'het uitgestelde emeritaatsgeld' vervangen door 'de premievrije emeritaatsaanspraken'.
- Punt 14:a. komttevervallen (i.v.m. de hierboven sub b. eerstgenoemde wijziging).
f. In onderdeel D:
Punt 12. a. komttevervallen (idem).

16.6. Regeling uitkering ziektegeld
Uitvoeringbespaling 11.5 bij huidigart. 11 K.O., metde volgende wijzigingen: overal waar sprake is van 'kerk(en)' of 'kerkeraad' de woorden 'resp. meerdere vergadering' toevoegen. Voorts in artikel 3 deeerste alinea aanvullen met de zinsnede: ' . . . zaken, waar het ingevulde formulier moet worcien ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de ziekteperiode is geëindigd.'

16.7. Aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering voor predikanten
Uitvoeringsbepaling 11.6 bij huidigart. 11 K.O., met de volgende wijziging:
De tweedeen de derde volzin van bepaling 4. vervangen door: 'De predikant ontvangt van de afdeling personele zaken van het Algemeen Secretariaat GKN, die de uitvoering verzorgt, een opgave van dit bedrag, dat gedurende het eerste jaar van de arbeidsongeschiktheidsuitkering maandelijks wordt uitbetaald.'

16.8. Tegemoetkoming na opheffing van emeritaat wegens arbeidsongeschiktheid
Uitvoeringsbepaling 19.5 bij huidig art. 19 K.O. met de volgende wijzigingen.
a. In bepaling 1., tweede regel, komen de woorden 'bedoeld in artikel 9 van de kerkorde' te vervallen. In de vierde regel wordt vóór'opheffing' ingevoegd: gehele of gedeeltelijke.
b. In bepaling 2., derde regel, wordt'classis' vervangen door 'meerdere vergadering, die tot opheffing van het emeritaat besloot'. Aan het eind van bepaling 2 vervallen de woorden 'in zijn gemeente'.
c. Aan de tweede regel van bepaling 3 een zinsnede toevoegen, n.l.: 'waarvan de duur niet wordt beïnvloed dfX)r een wijziging in de ambtelijke positie van de dienaar des Woords'.
d. De eerste volzin van bepaling 5 vervangen door de volgende tekst: 'In gevallen van gedeeltel ijke opheffing van volledig vervroegd emeritaat worden alle bedragen naar evenredigheid berekend. Hetzelfde geldt in gevallen van volledige of gedeeltelijke opheffing van gedeeltelijk vervroegd emeritaat.'


Bepalingen bij (nieuw) artikel 17 K.O.

17.1. Algemene bepalingen
1. Emeriteringop grond van artikel 17 van de kerkorde heeft plaats in de volgende gevallen.
a. Indien een dienaar des Woords ten minste veertig jaren zijn ambt heeft vervuld, de vijfenzestigjarige leeftijd nog niet heeft bereikten een verzoek tot emeritering indient.
b. Indien een dienaardes Woords gebruik maakt van de door de generale synode vastgestelde Overbruggingsregeling voor hen die vervroegd willen uittreden (bepalingen 17.5). Een verzoek lot toepassing van die regelinggeldt tevens als verzoek totemeritering. Indien een dienaar des Woords als bedoeld in artikel 11 of artikel 12 van de kerkorde, die geen rechten kan ontlenen aan genoemde Overbruggingsregeling, gebruik maakt van een in zijn dienstverband bestaande soortgelijke regeling (ook wel functioneel leeftijdsontslag of VUT-regeling genoemd), is hij gehouden een verzoek tot emeritering in te dienen, bij het ontbreken waarvan de emeritering ambtshalve plaats heeft.
c. Indien een dienaar des Woords arbeidsongeschikt is verklaard. Wanneer sprake is van gedeelfelijke arbeidsongeschiktheid is de emeritering in dezelfde mate van toepassing. Wanneer de verklaring van arbeidsongeschiktheid een terugwerkende kracht heeft, geldt deze ook voor do emeritering. Het emeritaat wordt verleend op verzoek van de dienaar des Woords, doch bij het ontbreken daarvan amblshal ve.
d. Wanneer de dienaar des Woords de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt. Het emeritaat wordt ambtshalve verleend indien betrokkene geen emeritaatsaanvraag heeft ingediend.
2. Van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 1 7 van de kerkorde is sprake, wanneer de dienaar des Woords arbeidsongeschikt is verklaard ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). In uitzonderlijke gevallen, nadat de procedure ingevolge de AAW niet tot de bovenbedoelde beslissing heeft geleid, kunnen de deputaten van de generale synode ad artikel 17 van de kerkorde een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid toekennen op grond van een desbetreffende verklaring van twee bevoegde deskundigen. Alsdan wordt het eerste jaar waarin de dienaar des Woords door ziekte verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten aangemerkt als een periode van ziekte in de zin van de Regeling uitkeringziektegeld (bepalingen 1*6.6), waarna aansluitend daarop de arbeidsongeschiktheid ingang heeft.
3. De voorziening in het onderhoud van de emeritusdienaardesWoordsen, nazijn overlijden, dat van zijn nabestaanden (als bedoeld in artikel 17 van de kerkorde), alsmede de financiering daarvan hebben plaats volgens de Emeritaatsregeling predikanten GKN (bepalingen 17.6). Dit met dien verstande, dat indien de dienaar des Woords vervroegd uittreedt krachtens de Overbruggingsregeltng predikanten GKN (bepalingen 17.4), de voorziening in het onderhoud en de financiering tot zijn vijfenzestigjarige leeftijd of eerder overlijden, berusten op die Overbruggingsregeling.

17.2. Procedurele bepalingen
1. Voor de dienaar des Woords bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de kerkorde heeft emeritering plaats door de classis, op voorstel van de kerkeraad van de gemeente waaraan hij is verbonden. Voor de dienaar des Woords bedoeld in artikel 12 van de kerkorde heeft emeritering plaats door de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden. Opheffing van een emeritaat dat verleend is wegens arbeidsongeschiktheid, in geval van herstel van de dienaar des Woords, wordt verricht door de vergadering die het emeritaat verleende, met overeenkomstige toepassing van de voor emeritering geldende prfxredure (zie ook bepalingen 1 7.3).
2. De dienaar des Woords die geëmeriteerd wil worden, dient daartoe bij de kerkeraad resp. meerdere vergadering een verzoek in, waarin de reden van emeritering is vermeld. Al naar hef geval isdientditverzoek vergezeld te gaan van één of twee van de volgende stukken.
a. Indien de uitkering na de emeritering (mede) gebaseerd zal zijn op de Overbruggingsregeling of de Emerilaatsregeling( bepalingen 17.4 resp. 1 7.6): een berekening van de te verwachten uitkering, op aanvraag verstrekt door de afdeling personele zaken van het Algemeen Secretariaat GKN te Leusden.
b. Indien de dienaar des Woords arbeidsongeschikt is verklaard: een copie van de desbetreffende beslissing ingevolge de AAW resp. de verklaring van de twee bevoegde deskundigen, bedoeld in de bepalingen 17.1 sub 2.
c. Indien een dienaar des Woords bedoeld in artikel 11 of 12 van de kerkorde, gebruik maakt van een in zijn dienstverband bestaande andere regeling vtxjr vervroegd uittreden dan de Overbruggingsregeling (bepalingen 17.4); een verklaring dat die andere regeling voor hem van toepassing is of dat hij op grond daarvan een uitkering zal ontvangen.
3. De kerkeraad zendt de emeritaatsaanvraag - indien hij daarmee instemt- met de begeleidende stukken naar de classis, vergezeld van zijn voorstel tot emeritering. De kerkeraad zendt van de naar de classis verzonden stukken afschrift aan de deputaten van de particuliere synode ad artikel 56.1 van de kerkorde. Deze deputaten overtu igen zich ervan, dat de emeritaatsaanvraag en de desbetreffende stukken in overeenstemming zijn met artikel 17 van de kerkorde en de uitvoeringsbepalingen bij dat artikel. Blijkt dat niet het geval, dan nemen zij contact op met de dienaar des Woords en/of de kerkeraad voor navraag en correctie. Bij akkoordbevinding geven zij de classis hun positief advies. Overeen verzoek tot emeritering van een aan haar verbonden predikant vragen de classis en de particuliere synode advies van de deputaten ad artikel 56.1 van de kerkorde; de generale synode vraagt over zulk een verzoek advies van haar deputaten voor Personele zaken. Financiën en Organisatie.
4. Na ontvangst van positief advies zal de desbetreffende meerdere vergadering de dienaar des Woords emeritus verklaren, eventueel met toepassing van het tweede I id vanartikel 17 van de kerkorde, indien naar haar mening daartoe aanleiding bestaat. De meerdere vergadering maakt van haar beslufttotemeritusverklaringeenakteopen zendt gewaarmerkte afschriften daarvan aan de dienaar des Woords, de kerkeraad en de deputaten van de generale synode ad artikel 17 van de kerkorde.
Indien een dienaar des Woords is geëmeriteerd wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en de mate van zijn arbeidsongeschiktheid later-blijkens een beslissing krachtens de AAW-toeneemt, behoeft niet opnieuw een akte van emeritering te worden opgemaakt. De vorenbedoelde beslissing dient te worden toegezonden aan de deputaten ad artikel 17 K.O. van degenerate synode, die ervoor zorgen dat de desbetreffende kerkeraad of meerdere vergadering waaraan de dienaar des Woords is verbonden, alsmede de vergadering die het emeritaat verleende, over de wijziging worden geïnformeerd.
5. Indien het verzoek van dedienaar des Woords tot emeritering tevens een verzoek is of inhoudt tot vervroegd u ittreden met toepassing van de Overbruggingsregeling predikanten GKN, dient mede de procedure in acht te worden genomen die is aangegeven in de bepalingen 17.4.
6. Indien een dienaar des Woords arbeidsongeschikt is verklaard of de vijfenzestigjarige leeftijd heeft bereikt, resp. indien een dienaar des Woords, bedoeld in artikel 11 of artikel 12 van de kerkorde, vervroegd uittreedt op grond van een in zijn dienstverband bestaande andere regeling dan de Overbruggingsregeling, zonder dat hij een aanvraag tot emeritering heeft ingediend, zal de kerkeraad resp. de meerdere vergadering waaraan hij is verbonden hem schrifteIijk verzoeken dat alsnog te doen.
Heeft de kerkeraad daarna bi nnen een maand nadat de bovenbedoelde situatie is ingegaan, nog geen verzoek tot emeritering van de dienaar des Woords ontvangen, dan zal hi j een voorstel tot emeritering aan de classis zenden, vergezeld van de hierboven sub 2.a. bedoelde berekening en van een copie van de brief die de kerkeraad aan de dienaar des Woords zond, alsmede zo mogelijk de hierboven onder 2b dan wel 2c bedoelde verklaring on ter zake van belang zijnde andere stukken. De kerkeraad zendt afschrift van zijn voorstel en bijbehorende stukken aan de eerdergenoemde deputaten van de particuliere synode; de dienaar des Woords ontvangt van hem afschrift van het voorstel en de bovenbedoelde berekening. De deputaten van de particuliere synode verrichten vervolgens hun sub 3 omschreven taak. Na ontvangst van hun positief advies zal de classis de dienaar des Woords ambtshalve emeritus verklaren, waarbij het bepaalde sub 4 van toepassing is.
Een meerdere vergadering zal in de hier bedoelde gevallen op overeenkomstige wijze handelen ten aanzien van een aan haar verbonden dienaar des Woords, met inachtneming van de sub 3 genoemde advisering.

17.3 Kerkelijke positie na opheffing van emeritaat wegens arbeidsongeschiktheid
Uitvoeringsbepaling 19.4 bij huidige art. 19 K.O., op onderdelen gewijzigd, als volgt:
1. Indien aan een dienaar des Woords emiritaat is verleend wegens arbeidsongeschiktheid en dit emeritaat door de bevoegde meerdere vergadering wordt opgeheven in verband met zijn herstel, zal hij zo mogelijk zijn ambtsbediening hervatten in de taak waarin hij gesteld was. Blijkt deze hervatting niet mogelijk, dan zal de bevoegde meerdere vergadering hem beroepbaar stellen met ingang van de datum van opheffing van het emeritaat. Van deze beroepbaarstellinggeeft zij kennis aan alle kerkelijke vergaderingen.
2. Blijkt binnen een jaar voor de dienaar des Woords geen taak in oen gemeente beschikbaar en kan hij ook elders geen functie als dienaar des Woords verkrijgen, terwijl er evenmin aanleiding is tol toepassing van één van de artikelen 18, 19, 116(119) of 117 vandekerkorde, dan zijn de bepalingen bij artikel 14 van de kerkorde van toepassing.
3. De dienaar des Woords, die na opheffing van zijn vervroegd emeritaat beroepbaar is gesteld en eventueel daarna eervol is ontlteven van de anibtsbediening, komt in aanmerking voor een tijdelijke financiële tegemoetkoming onder de voorwaarden en volgens de normen, die daarvoor zijn gesteld in de Regeling tegemoetkoming na opheffing van emeritaat wegens arbeidsongeschiktheid (bepalingen 16.8).

17.4. Overbruggingsregeling predikanten GKN
Uitvoeringsbepaling 19.3 bij huidige art. 19 K.O., als volgt gewijzigd.
a. Punt1,regel3:
de woorden 'emeriteringop' komen te vervallen.
b. Punt2.a.:
Aa n de bestaa n de tekst eennieuwealinea toevoegen nl.: 'indien een predikant oervol ontheven is van de ambtsbediening op grond van artikel 14 van de kerkorde en de vastgestelde periode van ontheffing eindigt op de datum waarop hij gerechtigd wordt vervroegd uit te treden, telt de periode van ontheffing mee bij de toepassing van de eerste al i nea mits hij voordien voldeed aan de daar genoemde vereisten'.
c. Punt 2.b, regels 2 en 3:
de woorden 'door de classis verieende ontheffing van de ambtsbediening' worden gewijzigd in 'door de bevoegde meerdere vergadering verleend emeritaat'.
d. Punt7:
De tekst hiervan vervangen door: 'Een verzoek tot vervroegd uittreden is tevens een aanvraag voor emeritaat, zodat de predikant bij voldoening daaraan door de bevoegde meerdere vergadering wordt geëmeriteerd op grond van artikel 17 van de kerkorde'.
e. Punten 9 en 10:
De tekst hiervan in een nieuw punt 9 vervangen door:
'Het bedrag van de overbruggingsuilkering wordt vastgesteld door of vanwege de deputaten voor Personele zaken. Financiën en Organisatie van de generale synode. De uitvoering wordt verzorgd door de afdeling personele zaken van het Algemeen Secretariaat GKN te Leusden. De predikant die vervroegd wil uittreden, dient bij deze afdeling een 'aanvraagformulier overbruggingsregeling predikanten' aan te vragen. Na invulling daarvan zendt hij dit uiteriijk drie maanden voor de gewenste datum van uittreding, die uil het ingevulde formulier moet blijken terug. Het Algemeen secretariaat stuurt de predikant vervolgens een'voorlopige berekening overbruggingsuitkering', die aangeeft op welke uitkering hij aanspraak zal kunnen maken bij uittreding op de gewenste datum. Oe predikant zendt deze berekening mee met zijn aanvraag om emeritaat, bedoeld in de bepalingen 17.2. Nadat het Algemeen Secretariaat GKN vanwege de bevoegde meerdere vergadering een afschrift heeft ontvangen van de akte van emeritering, heeft definitieve toekenning plaats. De uitkering, inclusief de tegemoetkoming premie ziektekostenverzekering, wordt vervolgens maandelijks zonder inhoudingen uitbetaald, vanaf de datum van ingang.'

17.5. Instructie voor de deputaten van de generale synode ad Artikel 17 van de kerkorde
Uitvoeringsbepaling 17.2 bij huidigart. 17 K.O.

17.6. Emeritaatsregeling voor predikanten van de Gereformeerde Kerken in Nederland
Uitvoeringsbepaling 17.3 bij huidig art. 17 K.O.

17.7. Statuten van de 'Stichting Emeritaatsfonds Gereformeerde Kerken in Nederland'
Uitvoeringsbepaling 1 7.4bij huidig art. 1 7 K.O.


Bepalingen bij (nieuw) artikel 18 K.O.

18.1. Algemene bepalingen
1. a. Ontheffing van de ambtsuitoefening wordt in hel algemeen toegepast voor een periode van ten hoogste een jaar. De bevoegde meerdere vergadering kan echter een langere periode vaststellen, nl.
- tot ten hoogste anderhalfjaar, indien daarvoor naar haar oordeel dcwrslaggevende redenen aanwezigzijn;
- tot ten hoogstetwee jaar indien de datum waarop betrokkene vervroegd kan uittreden {ingevolge artikel 17 van de kerkorde of op grond van een andere regeling in zijn dienstverband) twee jaren of minder verwijderd is van de datum waarop de ontheffing van de ambtsuitoefening ingaat.
b. De lengte van de vastgestelde periode leidt niet tol verlenging van de sub 5 genoemde uitkeringstijd. De vastgestelde periode eindigt voor haar afloop door eerdere emeritering wegens arbeidsongeschiktheid.
2. De meerdere vergadering, die overeenkomstig het bepaalde in lid 1 een periode heeft vastgesteld, kan deze tweemaal aansluitend met ten hoogste één resp. anderhalf jaar verlengen, na advies van de deputaten ad artikel 56 lid 1 van de particuliere synode (resp., wanneer het de generale synode betreft, de deputaten voor advies inzake artikel 11 en 12 van de kerkorde), mits de datum waarop betrokkene vervroegd kan uittreden, nietwordloverschreden. Lid 1 .b isook voor de verlengingsperiode(n) van toepassing.
3. Gedurende de periode van ontheffing van de ambtsuitoefening heeft de dienaar des Woords geen rechten op en geen verplichtingen tol ambtsbediening in de laatstelijk door hem vervulde taak.
4. a. Ind ien de dienaar des Woords gedurende de periode van ontheffing van de ambtsuitoefening een beroep in uitzicht gesteld krijgt voor arbeid als bedoeld in artikel 11 of artikel 12 van de kerkorde, zal hij zich tevoren ervan gewissen of hij in die functie de eer en do naam van dienaar des Woords zal kunnen behouden. Hij vraagt daartoe het oordeel van de deputaten van de generale synode voor advies inzake de artikelen 11 en 12 van de kerkorde, onder toezending aan hen van de taakomschrijving in de nieuwe functie.
b. Aanvaarding van enigerlei arbeid anders dan een beroep van een gemeente meteen taak ex artikel 10 K.O. zonder positief advies van de sub a. genoemde deputaten en/of zonder dat de dienaar des Wcxsrds wordt verbonden aan de desbetreffende gemeenten of meerdere vergadering, leidt tot gelijktijdige toepassing van het derde lid van artikel 15 vandekerkorde.
5. Ingaande de datum van ontheffing van de ambtsuitoefening wordt in het onderhoud van dedienaar des Woords en zijn gezin voorzien door toepassing van de Uitkeringsregeling predikanten bij artikel 16 van de kerkorde (bepalingen 16,5) gedurende de daarin vermelde uitkeringstijd.

18.2. Procedurele bepalingen
1. Ontheffing van de ambtsuitoefening heeft plaats op voorstel van de kerkeraad van de gemeente resp. de meerdere vergadering waaraan dedienaar des Woords is verbonden, door de naastvolgende meerdere vergadering resp. de generale synode. In het voorstel dient mede de periode van ontheffingte worden genoemd. Indien de dienaar des Woords verbonden is aan de generale synode, gaat het voorstel uit van het hem begeleidende deputaatschap.
2. Alvorens een beslissing te nemen over het indienen van een voorstel tot toepassing van artikel 18 van de kerkorde, zal de kerkeraad resp. de classis of particuliere synode advies vragen van de deputaten, tMjdoeld in artikel 56 lid 1 van de kerkorde, onverminderd de taken die de kerkvisitatoren van de classis in dezen kunnen h€»bben. Indien zulk een voorstel wordt voorgelegd aan de naastvolgende meerdere vergadering, dient het schriftelijk advies van vorengenoemde deputaten te worden meegezonden.
3. Indien de naastvolgende meerdere vergadering resp. de generale synode gevolg geeft aan het sub 1. bedoelde voorstel, stelt /.ij tevens de periode van ontheffing vast en stelt zij de dienaar des Woords beroepbaar. Van haar besluit zendt zij gewaarmerkte afschriften aan de dienaar des Woords, aan de vergadering die het voorstel indiende en aan de sub 2. genoemde deputaten. Van de beroepbaarstelling geeft zij kennis aan alle kerkelijke vergaderingen.
4. Indien eventueel verlenging van een vastgestelde onlheffingsperiode aan de orde moet komen, vraagt de bevoegde meerdere vergadering- hetzij om haar motiverende redenen, hetzij op verzoek van de desbetreffende dienaar des Woords - tijdig advies van de deputaten, bedoeld in de uitvoeringsbepalingen 18.1 sub2, vvelkedeputaten ook uit eigen beweging advies kunnen geven.
De deputaten brengen advies uil na een gesprek met de desbetreffende dienaar des Woords, waartoe zij hem tijdig voor het einde van de lopende periode van ontheffing uitnodigen en waarin o.m. zijn movitatie en beroepbaarheid aan do orde kunnen komen. Indien deputaten of betrokkene dat wensen, kan de predikant voor de Werkbegeleiding aan dit gesprek deelnemen met adviserende stem. Indien de meerdere vergadering besluit lot verlenging van de ontheffingsperiode, doet zij daarvan mededeling aan de dienaar des Wrxjrds, de adviserende deputaten en alle kerkelijke vergaderingen.
5. Indien de ontheven dienaar des Woords niet in de gelegenheid komt arbeid Ie aanvaarden als bedoeld in artikel 10,11 of 12 vandekerkorde, zijnbij heleinde vande periode van ontheffing van de ambtsuitoefening - m i Is deze n iet wordt gevolgd of eerder is beëindigd door emeritering- de bepalingen bij artikel 15 (lid 3) van de kerkorde van toepassing. Dit laatste is ook het geval in de situatie, bedoeld in de bepalingen 18.1 sub4.b.


Bepalingen bij artikel 19 K.O.

19.1. Algemene bepalingen
Met ingang van de datum van het ontslag wordt in het onderhoud van dogewezen dienaar des Woords en zijn gezin voorzien door toepassing van de Uitkeringsregeling predikanten bij artikel 16 van de kerkorde (bepalingen 16.5), gedurende de daarin aangegeven uitkeringstijd. Indien in geval van appèl de uitkeringstijd is verstreken voordat het eindoordeel over de behandeling in appèl bekend is, wordt de uitkeringstijd veriengd tot de datum waarop dat eindoordeel wordt vastgesteld.

19.2. Procedurele bepalingen
Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van artikel 19 van de kerkorde zijn debepalingen 18.2 sub 1 en2 bij artikel 18 van de kerkorde hier van overeenkomstige toepassing.
De meerdere vergadering die het besluit tot ontslag neemt, zendt gewaarmerkte afschriften daarvan vertrouwelijk aan de ontslagen dienaar des Woords en aan de mindere vergaderingen die bij het ontslag betrokken waren. Aan de overige kerkelijke vergaderingen geeft zij vertrouwelijk, in gesloten couvert, kennis van hetontslag, waarbij elke verdere ruchtbaarheid dient te worden vermeden.


Toelichting bij de uitvoeringsbepalingen

Vooraf: - Deze uitvoeringsbepalingen heeft de synode in oktober jl. vastgesteld, maarzij zijn nog niet van kracht. Dat worden ze in het najaar 1990, als de synode dan de nieuwe artikelen van de kerkorde definitief vaststelt.
- Ubp(n) = Uitvoeringsbepaling(en)
- K 201 = Kerkinformatie nr. 201, januari 1989

Ubpn 11.1: Het nieuwe lid 1 berust op een al bestaande praktijk. De leden 2-4 zijn ontleend aan bepalingen bij het huidigeartikel 15 K.O.
11.2: Dit zijn bestaande bepalingen bij artikel 15 K.O., hier en daar gewijzigd of aangevuld om ze op alle soorten predikanten betrekki ng te doen hebben. De toevoegi ng onder 2 .b. is ontstaan doordat de synode het nieuwe artikel 11 lid 4 (zie K 201) wat strakker formuleerde dan het bestaande artikel 15 lid 3 K.O.
Ubpn 12.1: De leden 1, 2 en 6 zijn nieuw. De overige berusten op bepalingen bij bestaand artikel 15 of 16 K.O. 12.2: Een uitbreiding van debestaandebepalingen bij artikel 16 K.O., met enkele wijzigingen.
Ubpn 13.1: Deze berusten op de huidige ubpn 19.1 sub 1,2, 4 en 5. Lid 3 is nieuw en ontstaan naar aanleiding van vragen van kerken.
13.2: Berusten op de bestaande ubpn 19.1 sub 2 en 3.
13.3: Deze zijn nieuw. Lid 2 werd in de praktijk al toegepast bij de uitzending van zendingspredikanten.
13.4: De bestaande ubpn 18 en 17.5, is enigszins gewijzigd.
Ubpn 14.1 en 14.2: Deze zijn nieuw. Zie K 201, bIz. 13, en het artikel in dit nummer. In ubpn 14.1 is voor de ontheffing een termijn gesteld, omdat in beginsel 'het radicaal' niet gehandhaafd blijft als de desbetreffende arbeid niet (meer) wordt verricht.
Ubpn 15: Lid 1 komt overeen met ubp 2 bij het huidige artikel 14 K.O., met een procedurele aanvulling. In Iid 4 vindt u-na een procedurele aanvulling-ubp 1 bij artikel 14 K.O. terug.
Ubpn 16.2: Een tot nu toe ontbrekende regeling van de bestaande praktijk.
16.5 t/m 16.8: bestaande bepalingen met procedurele wijzigigen.
Ubpn 17.1 en 17.2: Deze vormen de uitwerkig van het nieuwe artikel 17 K.O., dal uitvoerig is toegelicht in K 201, bIz. 13/14. De bestaande ubp 17.1 is verwerkt in de nieuwe ubp 17.2 lid 3.
17.3: Aangepaste versie van de huidige ubpn 19.4.
17.4: Dit is de bestaande ubp 19.3, gewijzigd omdat volgens het nieuwe artikel 17 K.O. bij vervroegd uittreden emeritering plaats heeft (in plaats van, zoals nu: eervolle ontheffing van de ambtsbediening).
Ubpn 18.1: Deleden 1, 2, en 3 zijn geheel nieuw, als uitwerking van het nieuwe artikel 18; zie K 201, bIz. 14, en het artikel in dit nummer. De leden 4 en 5 zijn als bepaling hier ook nieuw, maar de inhoud ervan was al opgenomen in ubpn bij de huidige artikelen 15 resp. 11 K.O.
18.2: In deze nieuwe ubpn zijn de bestaande ubpn bij artikel 12 K.O. sub 2 en 3 verwerkt.
Ubpn 19.1: Als bepaling hier nieuw, maar de inhoud stond al in de z.g. Uitkeringsregeling (nu ubp 11.2).
19.2: De bestaande ubpn 13 en 116 sub 3 zijn hierin verwerkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.