+ Meer informatie

HET EVANGELIE VAN CHRISTUS

5 minuten leestijd

3.

Gesteld voor het aangezicht des Heeren, gaat Paulus het de Galaten duidelijk maken dat het Evangelie van Christus niet is naar de mens. Dat doet hij met dit woord: „Maar ik maak U bekend broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar de mens.”

De Galaten wilden onder de invloed van valse apostelen een Evangelie hebben dat naar de mens is, opdat zij in hun wettische werken gestreeld konden worden. En inderdaad, de prediking van vrije genade laat niet de minste roem over voor de mens, want dat is uitgesloten, daar wij in Adam gans verdorven en verdoemelijk zijn onder de majesteit van Gods rechtvaardigheid. In de prediking van het Evangelie komt alles van één kant, nl. vanuit Gods souvereine genade. En daarop zat het vast bij de Galaten, daar het bij hen was een ijveren voor de wet. De nodige klaarheid in het zaligen van zondaren vanuit Gods volheerlijke heilsopenbaring in Christus werd bij deze valse apostelen gemist. Dat bracht hen tot de gedachte dat het leerstuk van vrije genade door Paulus was uitgedacht. Daarop werd door hem geantwoord: „Maar ik maak U bekend broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.”

Het gaat hier om de afkomst en de oorsprong van het Evangelie van Christus. Dat moet ons terdege duidelijk zijn, want vandaar uit alleen heeft het een Goddelijke autoriteit en is het voor elk mens van een allesbeslissende betekenis.

Hoe scherpzinnig Paulus ook was in zijn godsdienstig denken en spreken, het was hem niet mogelijk vandaar uit op te klimmen tot in de rijkdom van Gods genade. Hij dacht door alles heen vanuit de wet om door de werken der wet gerechtvaardigd te worden. En zo was Paulus in zijn eertijds net als die valse apostelen een vijand van vrije genade, waarvan de Galaten ook wel gehoord hadden. Hij beroept zich daarop met dit woord: „want gij hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom en in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke inzettingen.”

Als het van Paulus afhankelijk geweest was, zou hij nooit een prediker van het Evangelie hebben kunnen worden. „Maar,” en nu komt het, „wanneer het Gode behaagd heeft. Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft en geroepen door Zijn genade. Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik denzelve door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed.” Met klaarheid wordt het daarmede niet alleen de Galaten maar ook ons betuigd, dat het Evangelie is voortgekomen uit Gods heilsopenbaring in Jezus Christus. En hiermede kan Paulus volstaan tegenover zijn scherpste tegenstanders. Maar moet dat ook een openbaring zijn of worden voor ons iimerlijk leven om zalig te worden? Ja, het is en blijft voor elk mens in het geloof een Goddelijke openbaring, omdat ons hart van nature daarvoor gesloten is. Het nieuwe leven, dat uit deze Goddelijke openbaring geboren wordt in het hart, heeft elk mens nodig. Deze komst van de Heere in het hart doet ons geboren worden uit God. En dat is de wedergeboorte. Daardoor kwam Paulus tot het geloof in Jezus Christus. „Een iegelijk die gelooft dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren.”

Al de gelovigen leven tot op de dag van heden uit Gods volheerlijke openbaring in Jezus Christus. Het is en blijft een Goddelijke openbaring in Jezus Christus, die het hart telkens verwondering doet komen voor het aangezicht des Heeren.

Paulus is niet te rade gegaan met vlees en bloed of hij die volheerlijke heilsopenbaring al of niet gehoorzaam zou zijn. Nee, dat hing in geen geval af van een menselijke goedkeuring. De Heere spreekt hierin het beslissende woord. Het hart wordt door die geboorte uit God geheel door Hem ingenomen, om Hem hartelijk lief te hebben en ootmoedig te vrezen. Het is de onberouwelijke keus waartoe het hart komt, door een innige gebondenheid aan de Heere, waarvan zo menigmaal gesproken wordt in de Schrift.

En dat geldt bij Paulus niet alleen zijn innerlijke beleving, doch ook zijn ambtelijke bediening. Dat doet hem vast staan in het geloof tegenover de valse apostelen.

Vandaar uit heeft Paulus in gehoorzaamheid aan de Heere het Evangelie onder de Galaten gepredikt. Dit is kennelijk door de Heilige Geest bekroond tot bekering. En daarmede heeft de Vader Zijn Knecht met dit Woord bevestigd: „Het is te gering, dat Gij Mij een Knecht zoudt zijn, om op te richten de stemmen van Jacob, en om weder te brengen de bewaarden in Israël. Ik heb U ook gegeven tot een Licht der heidenen, om Mijn Heil te zijn tot aan het einde der aarde.”

Deze belofte was het antwoord op de klacht van des Heeren Knecht die opkwam uit het hart van de Getrouwe over de onbekeerlijkheid van Israël. Zijn loon dat gering was ten opzichte van Israël, zou verhoogd worden door de bekering van de heidenen. Om de vreugde Hem voorgesteld in het verheerlijken van Zijn God en in het zaligen van Zijn volk heeft Christus het kruis verdragen en schande veracht.” En daaruit had Paulus zijn vreugde, het Evangelie te prediken onder de heidenen. Galaten 1 : 11 - 16.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.