+ Meer informatie

Voor de jeugd

7 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Het gebed van een oudere - om open ogen van een jongere. (2)

Eliza kwam dus met zijn jongen in gevaar, toen de stad Dothan door de Syriërs omringd werd. Hij was de grote boosdoener, die de binnenste overleggingen van des konings hart bleek te weten. Benhadad zag zich in zijn snode overleggingen ontdekt.

Dat hier Gods hand achter zat, daar had hij geen oog voor. Had hij daar een oog voor gehad, dan zou hij tegen Eliza niet te velde getrokken zijn. Dan zou hij hebben ingezien, dat het tevergeefs is om tegen God te strijden. Want wie zou iets tegen de Almachtige vermogen? Niemand! Hij zou zich voor Hem in het stof hebben gebogen. Ja, had hij dit gedaan, dan zou er zelfs voor deze heiden nog verwachting zijn geweest. Maar deze blinde heiden bleef blind.

Achter hem zien we de geest van de Anti- Christ schuil gaan, die zich te weer stelde tegen de Geest van Christus, Die in Eliza huisde. Wanneer we de lijn doortrekken, dan zien we dat de haat van de duivel, die de dood als kenmerk in zijn vaandel heeft, zich richt tegen het levende kind.

In dat alles zit voor deze tijd geweldige lering. 2 Kon. 6 behoeft heus nog niet afgeschreven te worden, of als „oud testamentisch’ naar het museum van oudheden te worden heengedragen. Helaas gebeurt dit ten opzichte van vele schriftgedeelten, vooral het oude testament, maar al te veel. De duivel weet ook ten deze heel goed wat hij doet. Hij is in de strijd een bekwaam strateeg. Want als de geloofwaardigheid en de aktualiteit van het oude testament de wereld uitgeholpen is, dan komt het meuwe testament van zelf wel aan de beurt. Dan kun je dat ook met meer voor 100 % nemen. Zo zoekt hij de kerk van de bijbel af te brengen. We dienen ook ten deze acht te geven op wat er nu in en rondom de kerk gebeurt, zelfs tot in onze eigen gelederen toe. Ook hier geldt: Bewaar het pand u toebetrouwd!

De geest van de Anti-Christ werkt ook nu in de wereld Zijn aanvallen zijn tegen de kerk gericht, en dan met name dat deel, dat nog wenst te leven bij en naar het onvervalste, zuivere woord van God. De Eliza’s, dat zijn de van God geroepen dienstknechten, moeten het dan bizonder ontgelden. Want dat is in de ogen der wereld, ook van de vrome wereld, een gevaarlijk soort. Zij spreken ook ontdekkend Zij zeggen wat er in het hart van de vijand huist, wat hij in zijn binnenste overdenkt. Dat valt niet mee, als men daar mee gekonfronteerd wordt. Dan rijst in het hart van een natuurlijk mens de vijandschap op. Wij hoorden eens van een vrouw, die in haar jeugd door Gods voorzienige leiding onder een ontdekkende prediking was terechtgekomen. Toen haar gezegd werd, hoe het van binnen bij haar opstond, werd ze kwaad en kon de prediker wel doden. Gelukkig is dat niet gebeurd. De Heere heeft de ontdekking bij haar willen gebruiken, om ze af te breken, te vernederen en te vertederen, om ze als een arme, verloren zondares aan Zijn voeten te doen terecht komen.

Gelukkig als de ontdekking daartoe gebruikt wordt. Doch als dat niet gebeurt, dan komt tot openbaring, wat een mens eigenlijk is: een vijand van God en Zijn woord en Zijn volk, en niet in het minst van Zijn trouwe knechten Want dat zijn de grote dwarsliggers Het is dat soort, dat overal „tegen” is. De wereld kan er eigenlijk niets mee beginnen. Degenen, die voor vroom door willen gaan, en ook de wereld te vriend willen houden, kunnen er ook al niets mee beginnen. Het resultaat is, dat ze van allen gehaat worden. Dit brengt hen in gevaar. Maar dit brengt dan ook in gevaar die „jonge mensen”, die jongen en dat meisje, wat er nog van houdt om eerhjk behandeld te worden.

Toen het leger van Benhadad het beleg rondom Dothan geslagen had, sliep Eliza gerust. Hij kon ook gerust zijn. Want de Heere waakte Hij is de Wachter Israëls, Die nooit slaapt of sluimert. Eliza was gezeten in de schuilplaats van de Allerhoogste. Dan vernacht je in de schaduw van de Almachtige.

De jongen van Eliza sliep ook gerust. Hij was zich het gevaar niet bewust, dat hem en zijn heer bedreigde.

Zo is het nog. Degenen die God vrezen, behoeven niet te vrezen. Dat zij toch menigmaal vrezen, komt omdat het geloof niet altijd beoefend wordt, in de Heere en Zijn Woord. Mag dat geloof er zijn, ja, dan kunnen zij gerust zijn. Dan mogen zij zingen: Ik lag en sliep gerust; Van des Heeren trouw bewust. Tot ik verfrist ontwaakte enz. Wat zijn Gods kinderen gelukkig. De Heere bewaart ze. En die God bewaart is wel bewaard.

Evenals de jongen van Eliza, zijn ook nu de jonge mensen, die nog aan de waarheid willen vasthouden, zich het gevaar niet bewust, waarin ze verzekeren. Ze leven nog in de schaduw van de ouderen.

Toen de nieuwe dag begon aan te breken, ging de jongen zijn bed uit. Hij stond des morgens zeer vroeg op, zo verhaalt ons de gewijde schrijver, en ging uit. Waarschijnlijk heeft het huis, waar zij logeerden, op de stadsmuur gestaan. Hoe het ook zij, toen hij buiten kwam, kreeg hij de schrik van zijn leven. Want hij zag dat een heir de stad omringde, met paarden en wagens. Het was een groot leger, dat in de ogen van de jongen, op een grimmige wijze, de stad omringd had Wat dat allemaal precies te betekenen had, zal hij ook niet ineens begrepen hebben. Doch dat het voor hem en zijn heer niet veel goeds voorspelde, heeft hij als bij intuïtie aangevoeld. En wat doet hij nu? Zoekt hij voor zichzelf zo gauw mogelijk een veilig heenkomen? Dat was de weg van de minste weerstand geweest. Doch deze weg gaat hij met op. Dat zou hem ook noodlottig geweest zijn. Want wie uit de weg loopt, gaat een weg op, waar hij God met aan z’n zijde heeft. Men komt dan in de wereld terecht. Dat is het kamp van de vijand. Daarvan staat geschreven dat het Gode vijandig is. Helaas zijn er vandaag veel jonge mensen, die de gelederen van de kerk verlaten. Zij durven in de wereld niet alleen te staan. Zij lopen over. Zij komen in het kamp van de vijand terecht O zeker, ze lopen niet allemaal even hard. De één doet het, om zo te zeggen, wat voorzichtiger dan de ander. Het begint meestal met één keer naar de kerk te gaan. De rest van de dag zoekt men dan te besteden tot eigen genoegen. Hier staan ook veel ouderen schuldig. Zij laten hun kinderen daarin maar begaan. Ze zijn al blij, als ze dan nog één keer naar de kerk gaan. Nu is het natuurlijk waar, dat één keer altijd nog beter is dan „geen” keer.

Maar het wordt zo menigmaal gezien, dat als men op „een keer” overgestapt is, de volgende stap heel gauw gezet is. Men komt dan bij „geen keer„ terecht. De band met de kerk is dan geheel verbroken. Men is openlijk in het kamp van de vijand beland. Men komt openbaar als een vriend van de wereld. En wie een vriend van de wereld is, die wordt een vijand van God genaamd. En dat kan kwalijk goed uitkomen. Laat niemand zich dat verbeelden.

Want het is mets anders dan noodlottig zelfbedrog.

De jongen gaat naar Eliza en zeide tot hem: Ach mijn heer, hoe zullen wij doen? Gelukkig dat hij bij Eliza terecht kwam. Hij ging als de jongere naar de oudere. Niet omgekeerd, zoals tegenwoordig velen het willen. Dan moeten de ouderen naar de jongeren gaan en vragen wat er gedaan moet worden. Dan geven de jongeren de toon aan. Die moeten, zo zeggen helaas veel ouderen, zelf hun toekomst bepalen. Zo doende komen de ouderen aan de voeten van de jongeren te zitten, alsof de jeugd de wijsheid in pacht heeft. Integendeel! Mijn jonge vrienden en vriendinnen weten beter. Ik zeg het alleen zo, omdat deze levenshouding, die al meer ingang vindt, ook in kerkelijke kringen, op voet van oorlog brengt met het vijfde gebod.

Ik moet voor ditmaal echter weer nodig gaan eindigen. Tot de volgende keer dan maar weer

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.