+ Meer informatie

De bloeiende staf van Aäron

6 minuten leestijd

„En zie, Aarons staf voor het huis van Levi bloeide; want hij bracht bloeisel voort, en bloesemde bloesem en droeg amandelen." (Num. 17 : 8b.)

De Heere heeft Zijn daden aan Israël groot gemaakt. Maar met al de wonderen heeft Israël de Heere verlaten en vergeten. Verregaand waren de zonden door het volk in de woestijn bedreven, zodat de Heere ze bezocht met Zijn straffen. Denk maar wat er plaats greep met Korach, Dathan en Abiram. Deze mannen hebben beroering verwekt onder het volk.

Het was een doorn in hun oog dat de stam van Levi het priesterschap bediende en met een aanhang van twee honderd en vijftig man naderen zij tot Mozes en Aaron, hen uittartende (Num. 16 : 3) Mozes neemt in deze zaak de toevlucht tot de Heere en geeft bevel dat zij de volgende dag verschijnen moeten voor het aangezicht des Heeren, met hun wierookvaten. Gij weet hoe de Heere zelf deze zaak besliste, hoe Korach, Dathan en Abiram met vrouw, huis en have door de aarde verzwolgen werd en er tweehonderd en vijftig door vuur van de hemel verteerd zijn. Doch bij het volk van Israël is nog geen verootmoediging te vinden.

Zij trekken partij voor Korach en zijn aanhang, zodat Gods toorn ontbrandde tegen de zonde des volks, en had de hogepriester Aaron niet gestaan met het reukwerk der verzoening tussen de levenden en de doden, dan was het geheel verteerd. Gods lankmoedigheid en goedertierenheid wordt nog bewezen aan dit schuldige volk.

Mozes ontvangt bevel van de Heere, dat elke stam een staf met de naam van de stam op de staf geschreven, moest brengen, alleen de stam van Levi moest op de staf de naam van Aaron gestreven hebben. Deze staven werden gelegd in de tabernakel voor de ark. En het gevolg? De andere dag geeft de Heere door het bloeien van de staf van Aaron, getuigenis wie hij verkozen heeft tot het priesterambt. Kon de Heere duidelijker aanwijzen, dat Aaron niets was in zichzelf. Zijn staf was dor geweest gelijk de andere staven. Maar Gods vrije genade en souvereine verkiezing en bekwaammaking komt openbaar in de bloeiende vruchten voortbrengende staf van Aaron. Dat Aaron niet zelf die eer aangenomen had maar van God geroepen

en bevestigd was in het ambt van hogepriester. Nu rangschikt de Apostel Paulus, wanneer hij in Hebr. 9 handelt over de tabernakel ook de bloeiende staf onder de dingen, die een andere beduiding hebben. Heel de schaduwdienst wees op Christus, en de priesters van Aaron, en ook Aaron zelf als hogepriester hebben hun dienst vervuld in Christus, Die Priester was niet naar de ordening van Aaron, want Hij was niet uit de stam van Levi, maar uit de stam van Juda; en naar de ordening van Melchizedek, alleen en eeuwig Priester en van de Vader verkoren tot het ambt van Profeet, Priester en Koning. En van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden. De bloeiende staf van Aaron is het symbool van Zijn Middelaarswerk, dat de schone welriekende heerlijke bloesem en rijke vrucht zou voortbrengen. Die in de volheid des tijds, als een scheut uit een dorre aarde, zou ontspruiten en vruchten dragen, als een rijsje uit de afgehouwen tronk van Isaï. Gelijk de staf van Aaron was van hetzelfde hout als de staven der anderen stammen, zo heeft Hij onze natuur aangenomen, de broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde.

Zo is in de volheid des tijds de bloesem ontsproten uit de bolster der ceremoniële wetten. En in Zijn diepe vernedering schittert de heerlijkheid van Zijn middelaarswerk in het oog van de ware gelovigen, gelijk de bloesem in haar volle bloei, zodat Gods Volk moet uitroepen: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Wel arm en veracht, een Man van smarten, verzocht in krankheid; maar Sions Koning, de ware en enige Hogepriester, die Zijn ziel stelde tot een schuldoffer voor de zonde en het geen roof behoefde te achten Gode even gelijk te zijn. En dat alles voor vijanden en schuldigen, zwart van zonde en schuld door erf-en dadelijke zonde liggende onder het oordeel des doods en die daaraan ontdekt van zichzelf geen gedaante of heerlijkheid in Hem zagen maar voor wie Hij alles wordt als hun geloofsoog verlicht wordt om Hem te zien in Zijn schoonheid),

O, als Hij intrek neemt in het hart van Zijn volk,

en de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk. Hoe aangenaam is de reuk van Zijn verdienste voor de Zijnen, de gekochten met Zijn dierbaar bloed, voor wie Hij een oorzaak is der eeuwige zaligheid, die als arme verloren zondaren in Hem alles vinden, wat geldt tot eer van Zijn Naam, en tot zaligheid van zondaren. Maar gelijk ook de bloeiende staf van Aaron vruchten droeg, heeft alzo Christus' Hogepriesterlijke bediening rijke vruchten voortgebracht. Was de bezoldiging der zonde de dood, de genadegifte Gods is het eeuwige leven door Jezus Christus onze Heere. Voor een schuldig volk, dat alle rechten verbeurd heeft, en de dood verdiend, is de vrucht van Zijn Middelaarsbediening het eeuwige leven. De breuk door de zonde geslagen is hersteld, in Gods gemeenschap terug gebracht, de wet van zijn vloek ontwapend, de kop van de Satan vertreden, de vrucht voor Gods volk vrede met God door onze Heere Jezus Christus en alzo het Goddelijke Wezen de eer en de kerk de zaligheid.

Dit predikt de bloeiende en vruchtdragende staf van Aaron: Christus, de ware èn enige Hogepriester die ingegaan is in dat binnenste heiligdom en daar leeft om voor Zijn volk te bidden.

Daar verschijnt Hij voor het aangezicht van Zijn Vader en toont Hij de vruchten van Zijn aangebrachte gerechtigheid, die in de bediening des Heiligen Geestes de kerk toevloeien, terwijl Hij met Zijn Godheid, genade, majesteit en Geest nimmer van hen wijkt, ze bewaart en leidt naar Zijn raad en daarna in heerlijkheid opneemt.

Gelukkig volk die de vruchten van Zijn Middelaarswerk genieten mogen, die ontbloot van alle gronden buiten Hem en het stellen van de hoop op de wet, Christus vinden als de bloeiende en vruchtdragende staf van Aaron.

Jongens en meisjes, ja wie dat wij ook zijn, rijk of arm, klein of groot; dit is ons allen noodzakelijk. Denk er aan: Uit genade worden wij zalig, en om eigen schuld gaan wij verloren. Deze enkele woorden mochten U niet ledig laten. Het is weer adventstijd wat betekent „aankomen": Waar wij straks weer gedenken zullen, als de Heere ons spaart, dat Christus onze natuur heeft aangenomen, om daarin te lijden en te sterven. De vrucht van Zijn Middelaarsbediening mocht nog in U verheerlijkt worden tot waarachtige bekering, opdat gij straks met de verlosten des Heeren de kroon aan Zijn voeten zoudt mogen nederwerpen en instemmen met de dichter:

Maar eeuwig bloeit de gloriekroon Op 't hoofd van Davids grote Zoon.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.