+ Meer informatie

Nationale grenzen niet erg wezenlijk voor Gods kerk

6 minuten leestijd

De opening van de Gereformeerde synode in Bad Bentheim - nota bene, in Duitsland! - is door velen misschien al weer als typisch kenmerk van ongebondenheid ervaren. Zie je wel, alles kan daar maar! Toch is die gedachte onjuist. De roepende kerk van Bentheim maakt deel uit van de classis Graafschap Bentheim van de Evangelisch-altreformierte Kirche in NIedersachsen. Samen met de (Duitse) classis Oostfriesland heeft classis Bentheim de rechten van een particuliere synode binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland. En zoals een generale synode in elk particulier ressort de kerk kan aanwijzen die een volgende synode moet bijeenroepen zo kan die kerk ook behoren tot de Evangelisch-altreformierten.

De „altreformierten" hebben - zoals collega Van As elders in deze krant toelicht - met onze „oud-gereformeerden" weinig anders gemeen dan de naam. De oecumene is ook in Bentheim in vergevorderd stadium, gezien de gemeenschappelijke diensten met de „reformierten".

Godsvrucht
In de onder andere door De Cock geïnstitueerde afgescheiden gemeenten hebben mannen geleefd van grote godsvrucht. Ik denk aan ds. J. B. Sundag die 28 keer „gezeten heeft" vanwege „ongeoorloofde" godsdienstoefeningen; aan ds. Jan Bavinck over wiens persoonlijk leven enkele jaren geleden een artikelenreeks in „De Saambinder" werd opgenomen.

Toen die reeks gepubliceerd werd heb ik wel de Gereformeerde Kamper kerkhistoricus dr. J. Plomp uit pure interesse met „De Saambinder" in de hand de synodezaal zien binnenstappen. Maar ik geloof dat de drie afgevaardigden van Niedersachsen - een dominee, ouderling en diaken - hun voorgeslacht behoorlijk ontgroeid waren.

Mijn opmerkzame lezer zou zich kunnen afvragen waarom er nooit een Gereformeerde synode geopend werd in België. Want voordat per 1 januari 1979 de Belgische Gereformeerde Kerken opgingen in de Verenigde Protestantse Kerk van België vormden zij toch óók een classis van de Gereformeerde Kerken in Nederland? Inderdaad. Maar de Belgische kerken waren niet verenigd in een apart particulier ressort: hun classis hoorde bij de particuliere synode Noord-Brabant en Limburg. Dat maakte de kans voor de Belgische kerken om een synode samen te moeten roepen wel erg klein.

Correspondentie
De Dordtse kerkorde zegt dat men de buitenlandse kerken die andere gebruiken hebben in middelmatige dingen niet moet verwerpen. Indien er wat betreft belijdenis en kerkregering overeenstemming is biedt dat mogelijkheid tot correspondentie. Deputaten kunnen dan naar elkaars synoden gezonden worden en ontvangen adviserende stem. Men stuurt elkaar wederzijds acta toe en men kan tot kanselruil en erkenning van elkaars attestaties komen.

Intussen hebben we het dus - sprekend over de Duitse en Belgische kerken in hun verband met de Gereformeerde Kerken in Nederland - over méér dan de zogenaamde kerkelijke correspondentie. Die wordt gevoerd tussen overigens zelfstandige zusterkerken.

Grenzen belemmerend
Uit het bovenstaande blijkt dat - wanneer men in elkaar de al of niet gereformeerde religie herkent - nationale grenzen weinig wezenlijk behoeven te zijn voor het kerkverband. Toch hebben ze zeker in het verleden wel een belemmerende funtie gehad.

Tot het schisma van 1054 waarbij de Oosterse en Westerse kerk gescheiden werden, was altijd nog sprake geweest van oecumenische concilies: wereldomspannende synodes. De Reformatie was tot geen bepaald land beperkt maar een echt Europese beweging. Geschiedenis en politiek die de grenzen van een land bepaald hebben bakenden echter in feite tegelijk de kerkelijke grenzen af. Misschien heeft de doorvoering van de volkstaal - inplaats van het kerklatijn - meegewerkt aan de verbrokkeling van de wereldkerk.

In elk geval hadden de (elkaar afwisselende!) wereldlijke gezagsdragers meer dan één vinger in de pap bij de bepaling van de geldende godsdienst. Dat was niet ongunstig voorzover een gereformeerde overheid als voedsterheer en zoogvrouw der kerk wenste op te treden. Zo vroeg de synode van Edam in 1972 aan de gezagsdragers geestelijken die Gods Woord niet zuiver wilden verkondigen af te zetten. En Dordrecht 1574 vroeg de overheid medewerking om alleen geordende predikanten op de stoel toe te laten.

Anderzijds legden in de eerste helft van de zestiende eeuw een aantal Lutherse vorsten met de adel in ettelijke Noordeuropese landen het volk de Reformatie op. In het ongunstigste geval verdreef de overheid de protestanten denk aan Parma's succes in de zuidelijke Nederlanden.

Niet oecumenisch
De landsgrenzen hebben dus ten aanzien van het internationaal kerkverband belemmerend gewerkt. Wel konden de gereformeerden in West-Europa elkaar soms vinden in de belijdenis die men - vertaald of gewijzigd - overnam. Maar de Lutherse en Calvijnse lijn groeiden uiteen. En terwijl ook de nationale tegenstellingen toenamen ontwikkelden zich zelfstandige kerkverbanden.

Wie denken mag dat de nationale synode van Dordrecht 1618/1619 een werkelijk gereformeerde oecumenische synode was zit ernaast. Want de buitenlandse afgevaardigden in Dordt en dat waren er niet weinig - waren overwegend niet door hun kerken maar door de burgerlijke overheid gezonden.

Overigens moeten we aan de landsgrenzen ook weer niet te zwaar tillen. In vele landen bleek immers ook de nationale kerk als eenheid niet bestendig.

Toch één
Gelukkig had de Reformatie ontdekt dat de kerk niet allereerst één is in een gekozen kerkverband, in de hiërarchie of in een paus of een heilige vader. De kerk is één in haar Hoofd, Jezus Christus. De leden van Zijn lichaam waar ook ter wereld vinden elkaar in de hartelijke belijdenis aangaande dat Hoofd. Groenewegen zong van zijn harte-vrinden. Waarom? „t Zijn de kinderen van mijn Vader, hunne taal mijn harte tolk..."

Christus maakt Zijn volk zalig van hun zonden, vergadert wat verstrooid is tot één. Die eenheid verheft zich hoog boven elk kerkverband. Waar ze in blijkt? Hierin dat Luthers „paarlen" nu nóg door gereformeerden gelezen worden, dat de Engelse puriteinen onder ons nóg in hoge achting zijn, dat Gray en Rutherford, dat Bunyan en Philpot nóg een plaats hebben.

Praktijk
Het is merkwaardig dat dergelijke eenheid soms pas blijkt als die predikers in het graf liggen. En ik heb het slechts één keer meegemaakt - om met een voorbeeld uit de praktijk te spreken - dat de kerkeraad van een Gereformeerde gemeente toestemming vroeg aan de consulent om zondags in plaats van een preek te lezen een hervormd gereformeerd predikant een stichtelijk woord te laten spreken.

Ook heb ik nog niet gezien dat de fraai gecalligrafeerde spreuk van een Oud Gereformeerd predikant „Kerkscheuringen zijn geen kwestie van leerstukken maar van kopstukken" daadwerkelijk resultaat heeft afgeworpen.

De verbrokenheid van het lichaam van Christus vormt een aanklacht. Ik geloof echter niet dat, ook al is onze belijdenis naar de letter gelijkluidend, wij kerkverbandelijke eenheid moeten doorzetten die niet gedragen wordt door enige wezenlijke geestelijke eenheid. Dat geldt zowel binnen de grenzen als over de grenzen.

Ik denk dan nog één keer aan de afgescheiden Jan Bavinck die vertelt hoe de Reformierte Kirche in Bentheim wel officieel de gereformeerde belijdenis onaangetast liet maar toch allerlei dwalingen duldde. Hij is in het vergeetboek geraakt en men is ook daar nu „samen op weg".

Werkelijke eenheid en oecumene krijgt alleen gestalte vanuit het hart: Christus' ambtelijke bediening in Zijn kerk. Dat doorbreekt grenzen. Maar we kennen daar blijkbaar niet veel van...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.