+ Meer informatie

ZO ZIJN ONZE MANIEREN! Kerkelijk denken in het ambtelijke werk

8 minuten leestijd

Enkele jaren terug was ik op verzoek bij de jaarlijkse vergadering van een kerkenraad met de gemeente om daar een korte inleiding te houden. Direct daarna werd door de kerkenraad een besluit toegelicht over een zaak waarover in de gemeente verschillend gedacht werd. Er ontstond een vrij heftige discussie tussen voor- en tegenstanders in de gemeente. Het werd echter even stil toen een kerkenraadslid ging staan en zei: Ik wil even zeggen dat ik het met dit besluit ook helemaal niet eens ben. Toen was het helemaal mis en besloot de voorzitter de vergadering te sluiten. Ieder - ook ik - was eerder thuis dan verwacht, maar het probleem van de kerkenraad was groter dan voor die avond.

WAT GING ER MIS?

Het bewuste kerkenraadslid bedoelde niets verkeerds maar wilde gewoon even z’n hart luchten, maar hij vergat even dat hij kerkenraadslid was en dat zijn opmerking het besluit van de kerkenraad ondermijnde en de verwarring vergrootte. Een zaak waar de kerkenraad intern en biddend over beraadslaagd en besloten had, werd aan de gemeente uitgelegd en daarbij moesten ook gemeenteleden die er moeite mee hadden overtuigd worden. Die voelden zich echter al snel gesterkt in hun afwijzing door de opmerking van genoemde ambtsdrager. Als de kerkenraad zelf al verdeeld is over deze zaak……. Het had ieder geholpen als deze broeder had gezegd: Broeders en zusters, ik vind het ook niet gemakkelijk maar we hebben dit met elkaar besloten en laten we het nu ook maar met elkaar doen.

HOE WERKT HET DAN WEL?

Het werkt in de kerk in dit soort zaken eigenlijk heel simpel. Net zo simpel als in de politiek, bij een bedrijf en in een sportvereniging, met in ieder geval dit belangrijke verschil dat in kerkenraden alles onder gebed en met open Bijbel gedaan wordt. Maar verder is het net als elders. Er komt een punt op tafel en daarover wordt overlegd. Argumenten voor en tegen worden besproken en dan komt er een beslissing uit. Het mooiste is als daarover niet gestemd hoeft te worden, maar soms liggen de dingen zo dat dit wel moet. Dan ontstaat er een meerderheid en een minderheid. Is het verschil tussen meerderheid en minderheid duidelijk, dan geldt: meerderheid beslist. En dan sluit de minderheid zich bij de meerderheid aan. In vroeger tijden werd op kerkelijke vergaderingen daarom wel twee keer gestemd. Bij de eerste keer werd duidelijk hoe de verhoudingen lagen. Bij de tweede keer was iedereen voor of tegen, want de minderheid had in de tweede stemming de meerderheid gevolgd. Op deze manier kwam nog duidelijker uit: dit is een besluit van ons allemaal.

EN LANDELIJK?

Landelijk geldt het eigenlijk net zo. De classis, particuliere synode en generale synode zijn in feite een vergadering van alle kerkenraden bij elkaar, maar omdat het met zo’n grote club lastig vergaderen is, hebben we gekozen voor het sturen van afgevaardigden die namens al die kerkenraden de zaken bespreken en besluiten nemen. We noemen dat meerdere vergaderingen niet in de zin van hogere vergaderingen maar omdat er meerdere kerkenraden bij elkaar komen. Omdat op zo’n vergadering in feite dus alle kerkenraden aanwezig zijn, is een besluit van zo’n vergadering ook het besluit van elke afzonderlijke kerkenraad. Kort gezegd: het besluit van de GS, is ook mijn besluit. Dat dit zo is, is gewoon omdat we dat als kerken met elkaar hebben afgesproken. In de kerkorde hebben we vastgelegd dat zo onze manieren zijn en dat we zo met elkaar werken. Dat betekent niet dat je het als kerkenraadslid met alle besluiten eens bent, maar je neemt die wel voor je rekening en je hebt je er ook aan te houden. Dat is niet alleen fatsoenlijk maar vooral geestelijk gezond.

MONDDOOD DUS?

Het kan lijken of die afspraken die wij als kerken gemaakt hebben mij monddood maken, zoals dat bij die broeder op die gemeenteavond het geval leek te zijn. Inderdaad, dat lijkt maar zo. Als kerken hebben we ook afspraken gemaakt over wat je moet doen als je het ergens niet mee eens bent. Meent iemand dat hij zich echt niet kan aansluiten bij het besluit van de meerderheid, dan bestaat er een beroepsmogelijkheid die in de kerk het recht van appel heet. In feite laat je daarmee andere kerkenraden (de meerdere vergadering) het besluit van jouw kerkenraad checken. Het kan zijn dat die andere kerkenraden inderdaad constateren dat het besluit niet Bijbels, niet confessioneel of in strijd met de kerkordelijke regels is. In dat geval moet mijn kerkenraad zijn besluit herzien. Als men op een meerdere vergadering vindt dat mijn bezwaar niet terecht is, kan ik ook daartegen nog in appel gaan, tot aan de generale synode toe. Ik kan echter ook constateren dat ook anderen vinden dat het besluit goed is en dat ik me daar dan maar bij aansluit. Overigens ga ik die weg van appel niet om mijn gelijk te halen, maar omdat ik het goede zoek voor de gemeente van Christus, het behoud van zondaren en de eer van Gods Naam. Dit is dus de afgesproken weg om zo de dingen ordelijk en tot opbouw te laten gebeuren. Wie als kerkenraad of als individu geen bezwaar maakt, geeft aan het besluit aanvaarden. Gewoon: wie zwijgt, stemt toe. Protestacties, stemmingmakerij of publiekelijk het eigen kerkenraadsbesluit aanvallen, dienen echter niet tot opbouw, maar dat zal ieder snappen.

AFGEVAARDIGD OF BELANGENBEHARTIGER?

De afgevaardigden naar de Tweede Kamer zijn geroepen het goede voor land en volk te zoeken, maar behartigen ook de belangen van bepaalde groepen die hen gekozen hebben. Voor een deel is dat in de kerk net zo. In de Schrift maakt de HERE duidelijk hoe ambtsdragers geroepen en aangesteld zijn het goede voor het volk van God te zoeken en de belangen van Christus en Zijn gemeente te behartigen. Dat is echter wat anders dan dat ambtsdragers pleitbezorgers zijn van bepaalde opvattingen die door een groep in de gemeente gedragen worden. Als het goed is, ben ik niet gekozen omdat ik voor of tegen een Bijbelvertaling, voor of tegen samenwerking met Vrijgemaakten of Hersteld Hervormden ben, maar omdat de gemeente heeft gezien dat ik de gaven heb ontvangen om de gemeente als ambtsdrager te dienen. Ik ben gekozen om namens Christus voor de gemeente te zorgen en niet om namens mijzelf of anderen bepaalde dingen tegen te houden of voor elkaar te krijgen. Bij de kwesties die in een gemeente liggen, bij de vragen die in de kerken aan de orde komen en bij de invloed die werelds denken op ons heeft, kan het echter gemakkelijk anders gaan. En juist daarom is het goed ons steeds voor ogen te houden wat de Schrift over deze dingen zegt en hoe we als kerken die Schriftgegevens in de belijdenis en in de formulieren voor bevestiging hebben vastgelegd.

ZIT IK NU VAST?

Maar wat nu als ik gekozen ben en ik heb moeite met besluiten die de kerkenraad of de GS al genomen heeft? Of als er dingen in de belijdenis zijn waar ik moeite mee heb? Er zijn broeders die om die reden bezwaar hebben hun handtekening te zetten omdat ze daarin verklaren wel alles aan en over te nemen. Dan is er dus wel een probleem want jawoord en handtekening zijn bedoeld om narigheid te voorkomen. Gemeente en kerkenraad moeten weten waar ze met mij als ambtsdrager aan toe zijn en waarop ik aanspreekbaar ben. Ook dat is in de kerk niet anders dan elders. Een deel van dit probleem is gemakkelijk te verhelpen of te voorkomen, namelijk als de kerkenraad bij de talstelling weet wie erop de lijst komt. Ken je mensen, om het zo maar even te zeggen. Verder, als ik gekozen wordt, moet ik beseffen dat ik niet als reformator, vernieuwer of redder van oude waarden maar als dienaar wordt aangesteld. Als iemand het met een leerstuk niet eens is, moet hij niet aan het ambtelijke werk beginnen. Wie geen handtekening kan zetten, moet aan het werk maar niet beginnen.

WETEN WIJ DAT NOG?

Ook ambtsdragers zijn zondige mensen. De beginselen van opstand en ik-gerichtheid dragen wij blijvend mee. Daarbij ondergaan ook wij de invloeden van individualisme en machtsdenken. Gevraagd is een geestelijke houding en daarbij hoort de bereidheid tot volgen, dienen en correctie. Daarbij zijn er bij bovengenoemde dingen ook enkele andere zaken van belang. Ik noem er een paar:

1. Onderlinge openheid. Binnen kerkenraad dient er open gesproken te kunnen worden over moeiten met voorstellen, standpunten en besluiten zodat er na een bespreking of besluit geen onuitgesproken moeiten blijven die eventueel elders dan geuit worden.

2. Onderlinge geslotenheid. Besluiten van de kerkenraad zijn de besluiten van elk kerkenraadslid. Niemand is erbij gebaat als ik mijn collega-ambtsdragers afval en het beleid van de kerkenraad ondermijn. Ik stel mij loyaal op, ook al ben ik het niet altijd met alles eens.

3. Openheid naar de gemeente. De gemeente moet van elk kerkenraadsbesluit op de hoogte worden gebracht. Kerkenraadsvergaderingen zijn - met uitzondering van het gedeelte over personen - openbaar en daarom moet de kerkenraad een kort verslag uitbrengen in het kerkblad van wat besproken en besloten is. Dat kan vragen opleveren, maar nog veel meer vragen voorkomen.

4. Kennis. Het zou goed zijn als we onze eigen kerkordelijke regels weer beter zouden kennen en ook de gemeente daarin onderwijzen. Zo kan ieder zijn of haar rechten en plichten als kerklid en als ambtsdrager kennen, om zo nog beter dienstbaar te kunnen zijn.

Prof. dr. H.J. Selderhuis (1961) doceert kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.