+ Meer informatie

TER OVERWEGING

10 minuten leestijd

Dr. J. Hoek, Voorbij de dood. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1996. 93 biz. f 19,90.

Op pastorale wijze behandelt dr. Hoek voor het gewone gemeentelid de vragen over het leven na de dood. In zes hoofdstukken stelt hij de vragen aan de orde. Vanuit bijbelgedeelten tracht hij een antwoord te geven. Hemel en hel komen als thema’s aan de orde. Is er iets te zeggen over het leven in de hemel? Veel lezers zullen door dit boekje geholpen worden in hun nadenken over het leven na de dood. De Schrift spreekt. De schrijver is op de hoogte van de betreffende theologische publicaties en standpunten, maar bespreekt die niet uitvoerig. Dat vergemakkelijkt het lezen. Een fijn boekje voor persoonlijk gebruik en voor het groepsgesprek. We zien uit naar het tweede deel.

J.J. Polder, J. Hoogland, H. Jochemsen, Professie of Profijt? Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1996. Lindeboomreeks nr. 9. 151 blz. f 24,90.

Opnieuw een boek in de Lindeboomreeks. Dit boek is een bewerking van een door het Lindeboom Instituut in 1995 uitgebracht rapport. De overheid had om dat rapport gevraagd.

Dit boek gaat in op de vraag of de commercialisering van de medische zorg (het gaat om profijt) niet ten koste gaat van professionele kwaliteit. Van alle kanten wordt de vraag gesteld en belicht. Er zit veel waardevol materiaal in dit boek. De schrijvers pleiten voor een voorzichtige opstelling in veranderde verhoudingen. Zij bepleiten het ethische model. De economie moet ondergeschikt worden gemaakt aan de ethiek van de medische professie en praktijk.

Hierbij moet ik het laten. Voor wie met dit terrein te maken heeft, lijkt het mij een waardevolle studie. Ik heb er veel uit opgestoken, al zit er ook een stuk specialisme in dat typisch is voor de economie en de professie van de gezondheidszorg.

Dr. B. Maarsingh, De vervloekingen in de Bijbel. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, in samenwerking met de Stichting Onderzoek- en publicatiefonds Bond tegen het vloeken, 1996. 152 blz. f 20,-.

Helaas heeft de auteur de verschijning van deze publicatie niet meer mogen beleven. Hij is in november 1995 gestorven. Hij was een bekwaam oudtestamenticus. Hij bespreekt alle teksten waarin van vervloeking sprake is. Ik noem de titels van de hoofdstukken: De mens vervloekt God; De mens vervloekt zichzelf; De mens vervloekt zijn medemens; God vervloekt de mens; Bevrijd van de vloek; De ommekeer.

Het is echt een bijbelstudie. De Schrift wordt beluisterd. Het is geen populair geschreven boek, maar wel een verrijkend boek, vooral ook omdat op het opheffen van de vloek wordt gewezen - de weg van behoud.

De Bond tegen het vloeken heeft er goed aan gedaan, tot de uitgave van deze studie het initiatief te nemen.

Dr. J.C. Borst Verraden vertrouwen. Pastoraat aan incest-daders en slachtoffers. Uitg. Groen, Leiden 1996. 187 blz. f 34,95.

Voor enige tijd heb ik het proefschrift van deze schrijver besproken. Dat ging over de geestelijke zorg aan daders van incest.

Dit boek is een populaire bewerking van het proefschrift. Het heeft dezelfde boodschap. Het is aangevuld met materiaal dat uit reacties op lezingen is verkregen. Het boek geeft veel informatie. Het is eenvoudiger te verwerken dan het proefschrift. Het boek gaat meer over pastorale zorg dan dat het aan die pastorale zorg leiding geeft.

Ook dit boek beveel ik hartelijk aan.

Dr. C. Huisman, Geloof in beweging. Gerardus Kuijpers. Pastor en Patriot tussen vroomheid en Verlichting. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1996. 216 blz. f 37,50.

De Nijkerkse beroeringen worden nogal eens genoemd. Een zekere ds. Kuijpers was in die jaren (± 1750) daar predikant. Over deze dominee, die later dertig jaar hoogleraar in Groningen is geweest, gaat dit boek.

De schrijver heeft veel speurwerk verricht. Niet alle gegevens kon hij achterhalen. Er ontstaat een boeiend beeld. De persoon van ds. Kuijpers blijft voor de lezer een raadsel. Vormen zijn Nijkerkse jaren een soort eiland in het geheel van zijn levensverhaal? In elk geval is dit een interessante kerkhistorische studie.

Dr. Ruard Ganzevoort, Omgaan met verlies. Pastorale vragen rond crisis en geloof. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1996. 148 blz. f 24,50.

De schrijver is gepromoveerd op een onderzoek naar de wisselwerking tussen geloof en crisiservaringen. In dit boek doet hij verslag van dat onderzoek. Zonder de “technische” gegevens. Het boek is tegelijk meer dan een excerpt van de dissertatie. Mijn indruk is dat de schrijver ook in theologisch opzicht (de vragen van het kwaad en het lijden) verder gaat.

Evenals in zijn dissertatie gebruikt hij vier bijbelse thema’s: wording, breuk, herstel en toekomst. Daaraan relateert hij vier typen in de pastorale verwerking: verdieping, vernieuwing, aanvechting en blokkering. Voor mij is de vraag of deze relatie niet te zeer een constructie van de schrijver is. Ik zeg het de schrijver niet na dat de bijbel over de vraag naar het ontstaan van het kwaad en de duivel niets zegt (blz. 93). Ook over het lijden en de boodschap van Zondag 10 van de Catechismus zou ik met de schrijver verder willen spreken. Een boek dat veel biedt, maar dat ook tegenspraak oproept.

Guy P. Duffield, Nathanaël M. van Cleave, Woord en Geest. Hoofdlijnen van de theologie van de Pinksterbeweging. Uitg. Kok, Kampen 1996. 659 blz. f 85,-.

Dit boek is voornaam uitgegeven. Het is een dogmatiek vanuit de optiek van de pinksterbeweging. Dat blijkt uit het uitvoerige hoofdstuk over de Heilige Geest en over de leer aangaande de gemeente en aangaande de laatste dingen.

Het boek is eenvoudig opgezet, heeft soms een enigszins stichtelijk en dan weer een wat rationalistisch karakter, alsof bepaalde dingen toch vooral bewezen moeten worden. De schrijvers nemen geen extreem standpunt in. Ze zijn beiden meer dan vijftig jaar voorganger in hun kring.

Wie van de theologie van de pinkstergemeenten meer wil weten kan hier terecht.

Het boek dwingt respect af vanwege de eerbied voor de Schrift, al treffen we hier en daar een zeer gewrongen exegese aan!

Ds. G. van ’t Spijker, Ik zal u niet verlaten. Een pastorale handreiking in geestelijke verlatenheid aan de hand van Gisbertus Voetius en Johannes Hoornbeeck. Uitg. Groen, Leiden 1996. 125 blz. f 27,50.

Geestelijke verlatenheid is een probleem, waarmee ambtsdragers in hun bezoekwerk te maken krijgen. Het gaat om een moeilijke, soms bittere ervaring. Voetius heeft er een boekje aan gewijd. Dat is door zijn leerling Hoornbeeck van een toelichting voorzien en opnieuw uitgegeven.

Ds. Van ’t Spijker heeft er goed aan gedaan dit oude geschrift in onze tijd opnieuw uit te geven. Hij heeft er een inleiding bijgevoegd ‘Troosten als probleem’. Hij heeft een uitleiding geschreven met ‘Goede adviezen’ aan de hand van teksten uit de brief aan de Hebreeën.

Het geheel laat zich goed lezen, vooral ook wel omdat drs. Van ’t Spijker het geheel telkens puntig heeft samengevat. Het is geen boek om snel door te lezen. Men moet de inhoud op zich laten inwerken en laten bezinken. Interessant is de vergelijking van het oorspronkelijke boekje met de inzichten van de engelse medicus Burton!

Een boek om als ambtsdragers samen te bespreken. Men moet dan wel zelf een goede indeling van de stof maken. De moeite zal worden beloond.

Kick Bras, Lichtspoor. Een jaargang meditaties. Uitg. Kok, Kampen 1996. 185 blz. f 34,90.

De auteur is bekend om zijn publicaties over spiritualiteit. Hij is gepromoveerd op een studie over Jan van Ruusbroec.

In dit boek heeft 12 × 5 oefeningen voor meditatie beschreven. Het is een merkwaardig boek. We treffen een combinatie aan van teksten uit de bijbel, uit boeddhisme, hindoeïsme, islam en uit verschillende mystieke geschriften.

Daarnaast meditatie- (concentratie)oefeningen gericht op dingen en planten, op organen en activiteiten van het eigen lichaam.

Het heeft mij getroffen dat door het boek heen loopt een soort mystieke stroom van gemeenschap met het leven in verschillende gestalten en in zeer onderscheiden belevingen. Het karakteristieke van het christelijk geloof wordt opgenomen in een groter geheel. Allerlei ervaringen worden op gelijk niveau en van gelijke positieve betekenis besproken.

Het lichtspoor wordt ontleend aan het leven, zoals de mystiek de eeuwen door daarover nadenkt en spreekt.

Het initiatief ligt bij de mens. Hij moet het zelf doen. Hij kan het door meditatie tamelijk ver brengen. De beslissende betekenis van het woord heb ik pijnlijk gemist.

Dr. R. Roukema, De uitleg van Paulus’ eerste brief aan de Corinthiërs in de tweede en derde eeuw. Uitg. Kok, Kampen 1996. 303 blz. f 59,90.

Dit is een voornaam boek, zowel wat inhoud als vormgeving betreft. Op de omslag de afbeelding van een ikoon van Paulus, geschilderd op de Sinaï tussen 1250 en 1275.

Per hoofdstuk gaat de schrijver na wat Ignatius, Justinus Irenaeus, Clemens van Alexandrie, Tertullianus en Origenes en nog andere auteurs aan commentaar hebben geleverd. Dat is voor de kennis van Paulus en van deze commentatoren verhelderend en verrijkend. Aan het eind van elk hoofdstuk treffen we een (samenvattend) overzicht aan.

Het nut van dit boek wordt op langere termijn verkregen. Het is een voor die langere periode van bestudering belangrijk boek.

Dr. K. Runia, Christelijk geloof en andere ‘geloven’. Notities. Uitg. Kok, Kampen 1996. 86 blz. f 17,.90.

Dr. Runia geeft veel informatie over wat anderen geschreven hebben in verband met het onderwerp.

Zelf is hij voorzichtig, om niet te zeggen aarzelend, ten aanzien van andere godsdiensten. Christus moet gepredikt worden. Dat is duidelijke boodschap van het boekje. Er is echter ook godskennis in andere godsdiensten - en dat dank zij Christus.

Met deze stelling heb ik moeite. Ik meen dat de algemene openbaring ons hier een weg wijst. Tegenover New Age is de schrijver het meest kritisch.

Arthur R. Peacock, Van DNA tot God, een begaanbare weg? Met een uitleiding van Willem B. Drees. Uitg. Kok, Kampen 1996. In de serie Interacties. 94 blz. f 19,90.

De schrijver behoort tot die Engelse natuurkundigen, die zich als christen bezighouden met de relatie geloof en wetenschap. Prof. Van den Beukei (Delft) vermeldt in zijn boeken ook hun werk.

Deze auteur is naast wetenschapper ook anglicaans priester. Hij pleit voor het geloof juist als natuurkundige. Hij begint niet bij de bijbel, maar bij de wetenschap. Dat leidt tot verrassende resultaten, zij het dat het geloof gemodelleerd wordt naar het patroon van de wetenschap. Dit is een typisch Angelsaksische aanpak met een resultaat dat daarbij past. Ter kennismaking is dit boekje handzaam.

Dr. W. Verboom, De theologie van de Heidelbergse Catechismus. Twaalf thema’s: de context en de latere uitwerking. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1996. 339 blz. f 49,50.

Dit is echt een studieboek. Na een korte inleiding worden twaalf onderwerpen uit de Catechismus (waaronder de mens, het geloof, de voorzienigheid van God, de Heilige Geest, de kerk, de bekering, de wet en het gebed) besproken. Er worden verschillende teksten van de catechismuszondag weergegeven (de zogenaamde textus receptus uit de Kerkorde van de Paltz (1563) en die in de Nederlandse vertaling van Richard Schulders (Middelburg 1611), welke teruggaat op de vertaling van Datheen). Met verwijzingen naar of citaten uit Luther, Melanchton en Calvijn wordt de achtergrond en context van de Heidelbergse Catechismus getekend. Daarnaast commentaren uit later eeuwen en uit onze tijd (Kuyper, Noordmans, Miskotte).

Het is een boeiend en instructief boek geworden. Wat onderwerpen en besproken auteurs betreft is het selectief. Wie van de vroegere geschiedenis en van commentaren in onze tijd op de theologie van de Catechismus iets wil weten, kan hier terecht. Ik eindig zoals ik begon: echt een studieboek, dat naar de bronnen terugleidt.

Drs. Th.A. Boer en T.P.G. Kralt (red.), Christelijk zorgondernemerschap. Christelijke zorgverlening tussen markt en roeping. Uitg. Kok, Kampen 1996. 82 blz. f 22,50.

Twee onderwerpen staan centraal in dit boekje, dat verslag doet van een congres gehouden in oktober 1995. Het gaat over christelijke zorgverlening en christelijk ondernemerschap. Er is een spanningsveld tussen de verantwoordelijkheid voor een optimale bedrijfsvoering en een op idealen gebaseerde zorgvisie. Men kan ook zeggen tussen markt en moraal. Over beide onderwerpen worden belangrijke opmerkingen gemaakt.

Vanuit de christelijke identiteit gezien vind ik de bijdrage van de rooms-katholieke VU-hoogleraar Kimman het meest substantieel. Hij noemt christelijke waarden, zoals erkenning en vergeving van schuld, en lijden, die in het zorgaanbod en in heel de organisatie een rol moeten spelen. In de overige bijdragen komt de identiteit minder naar voren. Er zit desniettemin in heel het boekje een aanbod van stimulerende informatie. Deze verdient voor werkers in deze sector overweging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.