+ Meer informatie

Herinneringen

5 minuten leestijd

2.

Op het eerste volgde spoedig een tweede en meerdere bezoeken. Wij hebben ons erover verwonderd, hoe de Heere hem meer en meer schuldenaar maakte, en steeds dieper ontdekte aan zijn verloren staat, waarin wij toch allen verkeren. Naar het lichaam ging hij al meer en meer de gevolgen van zijn ernstige ziekte ondervinden, maar daar werd niet veel door hem over gesproken. De ene vraag, hoe kom ik tot God bekeerd, was de hoofdzaak die hem bezig hield. De droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid, dat is ook in zijn leven bevestigd. Wat hem vroeger een last was, werd zijn lust, en ook omgekeerd, en telkens weer bij ons bezoek sprak hij uit de begeerte van zijn hart, welke alleen met de Heere kon worden vervuld.

O, die wrange vruchten der zonden, wat heeft hij ze leren kennen, maar ook leren verfoeien, en tevens oprecht beweend voor des Heeren aangezicht. Zo heeft hij enkele maanden gelegen, en zichtbaar nam de ziekte meer en meer toe, wat gepaard ging met veel smart en pijn.

Vaak hebben wij aan zijn ziekbed mogen vertoeven, maar de weg tot zaligheid, geopenbaard in Jezus Christus, bleef voor hem verborgen. De Heere bemoedigde hem van tijd tot tijd wel, en dan schepte hij weer moed, en hij heeft zich menigmaal verwonderd dat hij nog een ziekbed kreeg. Maar hij gevoelde het, de dood kwam al nader en nader, en zijn schuld stond nog open, en dan dieper ingeleid te worden in zijn verlorenheid. Wij gaan geen mate of trap bepalen, want de Heere is zo vrij in Zijn leiding, en tevens zo onderscheiden, maar toch werkt Gods Geest naar het onmogelijke onzerzijds heen, om in die weg plaats te maken voor Hem, Diegekomen is om te betalen voor de schuld Zijns volks. Dat is ook in het leven van Piet duidelijk openbaar gekomen. Hoe lieflijk heeft Gods Geest het geheim der zaligheid hem geopenbaard, wat vallen dan alle menselijke redeneringen weg, en wordt bevestigd:


Gods verborgen omgang vinden
Zielen daar Zijn vrees in woont.
’t Heilgeheim wordt aan Zijn vrienden
Naar Zijn vreeverbond getoond.


Zijn lichaamslijden werd schier ondraaglijk, maar zijn geloofsoog werd geopend voor de Heere Jezus, in Wie wij alleen met God kunnen worden verzoend. Ik herinner mij het nog zo goed, toen hij dat voor het eerst mij meedeelde, dat hij op Hem had mogen zien, Die in zijn plaats de dood was ingegaan, en in Zijn wonden schuiling mocht zoeken. Hij kon dat wonder niet op, en dat voor hem, de slechtste van allen. Maar, zo sprak hij, mij is genade geschied, en daarvan mag ik straks eeuwig gaan zingen. Daar is niets van mij bij, maar door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen. Nogmaals, jonge mensen, wordt gij niet jaloers op zulk een leven? Het is nog te verkrijgen, en het wordt ons thans nog aangeboden. Zeg het vooral jonge mensen, zeide hij eens tot mij, dat de dienst der zonde zo'n harde dienst is; veel wordt beloofd, maar niets gegeven. Maar het zoeken naar de Heere geeft zaligheid en blijdschap, en als het zoeken al zo zalig is, wat moet dan wel het vinden zijn.

Zo braken delaatstedagenvanzijnlevenaan, wat duidelijk zichtbaar was. Zijn vader was bevreesd van huis te gaan, maar Piet zei: „Ga maar vader, want vandaag is hetdedag nog niet”, en zo werd hij rijp gemaakt voor de hemel. De laatste dag brak aan, wat hij ook zijn vader mededeelde, en verzocht dicht bij huis te blijven. Zijn krachten namen snel af, het lichamelijk lijden was schier niet meer te dragen, maar hier werd vervuld:


In de grootste smarten
Blijven onze harten
In de Heer’ gerust.


Het was al diep in de avond, toen wij voor het laatst naar hem toegingen. Door de bezettende macht was het verboden om na 8 uur zich op straat te begeven, maar wij konden zijn woning achterom bereiken. Bij het binnenkomen was het duidelijk dat hij stervende was, hoewel naar de geest nog helder. Piet was haast niet meer te verstaan, maar uit zijn blikken bleek, dat hij verlangde naar het einde. Ik legde mijn oor op zijn mond, om de laatste woorden op te vangen. Op mijn vraag of hij de dood vreesde, was zijn antwoord, dat hij is en blijft een koning der verschrikking, die op hem aankwam, maar hij is overwonnen door Hem, Die ook voor mij op Golgotha betaald, en de dood gedood heeft. Spreken kon hij niet meer, maar mijn hand hield hij zo lang het kon vast, totdat hij zei: laat mij nu alleen, en zo ging Piet van ons, naar het Vaderhuis met zijn vele woningen.

Hier heeft de Heere Zijn Woord vervuld: Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden, en Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; vrije genade verheerlijkt, wat het wonder is voor een ieder, die het mag leren beleven.

Het laatste hebben wij met behulp van een naastwonende mogen verrichten, daar dit op doktersadvies direkt moest plaats hebben. En nu tot besluit zijn begrafenis. De dag daarvoor vastgesteld, was juist de Tweede Paasdag. Ds. M. Baan, destijds predikant te Bussum, had de leiding. Bijna de gehele gemeente was tegenwoordig bij de teraardebestelling. Boven de rouwkaart was geplaatst: De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de Naam des Heeren zij geloofd, wat ook het uitgangspunt was van de toespraak van Ds. Baan. Voorts werd ons gewezen op de betekenis van Pasen, hoe Hij het graf had geheiligd, en daarom hadden wij Piet kunnen toevertrouwen aan de schoot der aarde, wetende, dat ook hij straks zal opstaan met een verheerlijkt lichaam, om dan met ziel en lichaam Hem eeuwig te verheerlijken.

Wij besluiten met de ernstige levensvraag: zullen ook wij persoonlijk daar eenmaal bij zijn? Want, woorden baten niet, noch schijn, wedergeboren moet men zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.