+ Meer informatie

De sprong naar de wijk

Gehandicapten wonen bijna geheel zelfstandig

9 minuten leestijd

Terwijl op academisch niveau vraagtekens worden geplaatst bij de waardevan het verstandelijk gehandicapte leven, treedt de groep die het onderwerp van discussie is naar buiten. De poort van de inrichting uit, de wijk in. Bijna elke nieuwbouwbuurt van formaat kent inmiddels z'n sociowoningen. Met bewoners die doorgaans een hartelijke relatie onderhouden met de omwonenden. Geen buurvrouw die aan de zin van hun bestaan twijfelt.

Bij de deur staat Bert me op te wachten. Als een geboren gentleman neemt hij m'n jas over en hangt die aan een knaapje. Hij is net terug van zijn werk. Ook bij zijn huisgenoten kleeft het zweet nog aan het gelaat. In een ver verleden kwamen ze naar Groot-Schuylenburg. Vraag niet hoe lang terug, dat weten ze zelf al niet meen Hun leven is met de Apeldoornse inrichting van 's Heeren Loo verweven, zij het dat de band " losser is geworden. „Vroeger zat je met z'n allen in Schuylenburg zelf', haalt Hans op, terwijl Bert koffie met cake serveert. „Op van die grote zalen. Dat was wat." „Net een ziekenhuis", bevestigt Jaap. „Heel grote zalen hebben we nog gelegen. Net een ziekenhuis boven. Ouwe bedden hebben we nog ;elegen. Net heel groot ziekenhuis." Begin jaren tachtig kwam een voorzichtige uitstroom op gang. Naar de sociowoning, een nieuw fenomeen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Adrie en Jaap kregen een plaats in "De Vedelaar". Bert belandde na één tussenstation in "De Dobber". Hans vertrok naar "De Notenkraker". Voor hem was het de zoveelste verhuizing. „Ze hoeven mij niks te vertellen. Ik heb nog in de ouwe "Ceder" gezeten. Toen in de "Klimop". In de "Ribes". In de "Appelvink". En van de Appelvink ben ik naar "De Notenkraker" gegaan."

De Viersprong
Twee jaar geleden werd "De Viersprong" geopend. De tussenwoning tegenover "De Notenkraker", in de Apeldoornse wijk Zevenhuizen, is bestemd voor Schuyienburgers die met een paar uur begeleiding zelfstandig kunnen wonen. „In het begin was het vreemd", zegt Bert. „Nu ben ik helemaal gewend." „Heb ik ook gehad", knikt Jaap. „Heb ik ook gehad. Gelukkig kende Adrie en Bert al heel lang. Zit je allemaal vreemde jongens, die helemaal niet kent, dan zou ik heel moeilijk krijgen. Dan zou ik héél moeilijk krijgen." Elke morgen fietst het viertal naar de werkvoorziening van Groot-Schuylenburg, waar ze tussen de middag warm eten. Hans en Bert hebben een baan in de fietsenmakerij, Adrie en Jaap doen in lampen. Bert en Jaap, die een hekel aan haasten hebben, vertrekken om acht uur. Hans en Adrie om kwart over acht. Voor die tijd maken ze met elkaar het huis aan kant, volgens een vast schema. Jaap doet de afwas en verzorgt z'n aquarium. Adrie maakt de badkamer schoon. Bert schrobt het toilet, haalt zo nodig een doek over het meubilair en geeft de planten water. Hans zuigt. „Elke morgen." 's Middags rond half zes arriveert begeleidster Ineke of Swanny. Een enkele dag bedruipt het viertal zich helemaal zelf „Vind ik heerlijk", zegt Bert. „Hebben we het hele huis een keer voor onszelf" Structureel zonder begeleiding ziet hij nog niet zitten. „Geld vind ik moeilijk. Elke maand krijgen we een bankbriefje. Als ik er wat af wil halen, overleg ik met Ineke of Swanny."

Helemaal overnieuw
Ook Jaap vindt het beheer van de pecunia een monnikenklus. „Heel moeilijk gehad. Toen ik hier kwam weet ik niet wat geld is. Mijn broer en zus zorgen voor geld. Hier moeten we helemaal overnieuw beginnen. Nu gaat iets beter. Wat kost koffie? Moet je leren. Heb ik nog nooit gedaan. Moet je eerst allemaal leren. Kun je wel zeggen: "Kan ik niet", maar kun je léren!" Op vrijdag heeft een van de vier een ADV-middag. Die doet dan met Ineke of Swanny de weekendboodschappen en bereidt de warme maaltijd. In principe houden de mannen de levensmiddelenvoorraad zelf op peil. Brood en melk nemen ze van Groot-Schuylenburg mee. Adrie gaat donderdagavond naar de Aldi. Fruit wordt door Jaap aangekocht, zaterdagmorgen op de markt. Bert zorgt zo nodig voor een krat pils. „Ik haal 'm en hunnie drinken 'm leeg."

Karnemelk
Tegen zessen gaat het viertal aan tafel. Voor de visite zijn extra stoelen gereed gezet. „Doe maar net of je thuis bent", noodt Bert joviaal, terwijl hij met gulle hand de bekers vol schenkt. Vers gezette thee en frisse melk. Alleen de karnemelk heeft een merkwaardig kleurtje, maar die is dan ook van december '96. Een foutje in het voorraadbeheer.
Ineke Bleumink heeft al gegeten. 21 jaar werkt ze op Groot-Schuylenburg. Eerst in de inrichting zelf, daarna in een sociowoning, sinds '95 in "De Viersprong". Als het aan de begeleidster ligt, gaat ze er niet meer weg. „Ik heb nog nooit zo relaxed gewerkt. In het begin was het even wennen. In principe regelen de bewoners hier hun eigen zaken. Dat betekent dat ook bij het personeel een knop moet worden omgezet. Wij bieden alleen ondersteuning." Elke maandag houden de bewoners met de dienstdoende begeleidster een huisbespreking' om praktische zaken te regelen en ergernissen uit te praten.
„Irritaties die in ieder gezin voorkomen. De badkamer is smerig achtergelaten, de container niet goed schoongemaakt. Niets menselijks is ons vreemd." De slaapkamers zijn in goed overleg verdeeld. Jaap, Bert en Adrie hebben hun privé-vertrek op de eerste verdieping. Bert ziet met spanning uit naar de komst van het nieuwe meubilair, dat hij recent met Ineke op de meubelboulevard heeft aangeschaft. „Een bureau, een rolcontainer, een bureaustoel en een echte luie stoel. Zo een waar je mee kunt draaien. Heb ik gekocht met geld van een tante. Een erfenis. Dat was wel boffen ja." Eerder kocht hij al een hypermoderne cd-speler, met afstandsbediening en een draaischijf voor vijf cd's. „Heb je zeker nog nooit gezien." Aan de muur hangt een prent met daarop de Apostolische Geloofsbelijdenis. Herinnering aan een juf van de school van Schuylenburg. Hans heeft de zolderkamer in bezit genomen. Die biedt hem de mogelijkheid om zijn favoriete mu ziek luider te draaien dan een verdieping lager. Trots toont hij zijn cd-collectie. En een kleurenfoto waarop zijn deelname aan de Apeldoornse vierdaagse is vastgelegd. Onder zijn bed staat een regiment schoenen, bestemd voor wisselende gelegenheden: van kerkgang tot korfbal. Elke maandagavond maakt hij het vertrek schoon. „Als ik klaar ben, dan kun je erop rekenen dat het er beslist netjes uitziet."

Avonden
Dat ze op een doordeweekse avond met z'n allen beneden zitten, komt maar zelden voor. Adrie bezoekt donderdagavond de Aldi en speelt dinsdagavond met Bert in het voetbalteam van Schuylenburg. Hans zingt op donderdagavond met Bert in het mannenkoor van Schuylenburg. Vooraf krijgt het duo blokfluitles. Hans zingt daarnaast nog in een dubbelkwartet. Jaap volgt met Bert les aan het Apeldoorns College en rijdt elke donderdagavond paard, in het nabijgelegen gehucht De Vecht. Aanvankelijk beoefende hij de ruitersport met Hans, maar die is afgehaakt. „Dat kwam zo, ik heb een rekening op de bank. Toen kreeg ik die lijstjes. Dan zie je wat het kost. Ik denk bij m'n eigen: 'Dat wordt te slim'. Nu zit ik op korfbal, elke dinsdagavond. Ik ga ook wel 's naar de overkant. Naar de "Notenkraker", even koffie drinken. Of naar m'n meisje, in "De Bommel". Heel gezellig." Bert en Adrie zijn daarenboven nog belast met de zorg voor de was. Naast de kloeke Miele in de badkamer staan twee Curver-manden. „Een voor de witte en een voor de bonte was", doceert Adrie. Een papier op de wasmachine geeft aan welk goed op welke temperatuur moet. „Er zijn mensen die alles maar bij mekaar gooien, maar dan wordt 't een puinhoop."

Vriendelijk
Door het overladen programma komen ze aan het onderhouden van contacten met de buren nauwelijks toe. Het blijft bij een vriendschappelijk praatje over de schutting. Of het assisteren van de harpiste van enkele huizen verderop bij het inladen van haar instrument, als ze een concert moet geven. „Die rooie auto die daar staat", wijst Hans. „Die rooie bestelauto. Die komt dan voor haar huis te staan. Daar moet die harp in. D'r man heeft het in z'n rug, dus als het nodig is, kan ze ons halen." Van enige weerstand hebben de mannen nooit iets kunnen merken. Daar is volgens Hans ook geen reden voor. „Wij zeggen altijd wat tegen de buren. Als de buurvrouw naar buiten komt, en ik ben ook buiten, dan zeg ik "Goeiedag". Zegt zij weer een ander woordje terug. Even vriendelijk tegen mekaar zijn. Dat vind ik belangrijk. Ik hou niet van lawaai schoppen, maar wel van gewoon vriendelijk." „In "De Vedelaar" hadden ook leuke buren", zegt Jaap. „Ook leuke buren. Soms mis je buren nog wel. Altijd vriendelijk. Als ik ze in het dorp zie, geven ze altijd hand. Dat mis je wel." Tussen de bedrijven door probeert het viertal de familiebanden te onderhouden. Adrie gaat eens in de zes weken een weekend naar zijn ouders, in Zwolle. Bert heeft sinds hij in "De Viersprong" zit weer contact met z'n zwakbegaafde broer Hans, die op zichzelf woont. „Dat zou ik niet willen. Hier kun je tenminste af en toe praten. Als je alleen, woont zit je maar tegen die muur aan te kijken. Die muur geeft geen antwoord."

Lieve moeder
Jaap is de enige die geen ouderlijk huis meer heeft. Beide ouders zijn overleden. Hans verloor enkele jaren geleden zijn vader. Breedvoerig verhaalt hij zijn sterven. „Ik zeg: Pa, hoor je me niet? Maar hij zegt niks meer terug. Helemaal niks." Maanden was hij erdoor van de kaart. Nog meer dan vroeger trekt hij nu op zijn moeder aan. „Ik heb een hele lieve moeder. Ik ga er nog wel eens een weekend naartoe. Ik vind het wel een keer gezellig, met m'n moeder. Met de Kerst zijn Jaap en Bert mee geweest. Die sliepen in het grote bed, van m'n moeder. M'n moeder zegt tegen mij: 'Hans, regel jij het maar eventjes'. Ik zeg tegen m'n moeder: 'Daar komt Bert te slapen en daar komt Jaap'. M'n moeder heb toen beneden geslapen. En ik op m'n eigen kamer."

Leuk
Eind april hoopt hij vijftig te worden. Bert heeft er al het nodige voor in petto. „Nee, ik vertel nog niks", grijnst hij geheimzinnig. „Ik vertel nog niks. Maar het wordt wel iets moois. Ik denk wel dat-ie gaat huilen." „Er wordt niet gehuild!" verzekert Hans. „Wacht nou eerst maar 's af', tempert Bert. „Nee, er wórdt niet gehuild", houdt z'n huisgenoot met stemverheffing vol. „Er wordt niét gehuild." „Het is jammer dat zo lang heeft geduurd", meldt Jaap plompverloren. „Was eigenlijk leuk geweest als m'n vader en moeder dit ook meemaken. M'n ouders. Als die dit óók meemaken. Nu leven m'n vader en moeder niet meer. Het zou leuk zijn als die zien hoe het vooruit gegaan is. Dat ik zelfstandig woon. Tegen m'n broer en m'n zus heb ik ook gezegd. Het zou leuk zijn als m'n ouders dit nog hadden meegemaakt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.