+ Meer informatie

Een „bloetschandich bedrijf" in Voorthuizen

Dominee Holtius wilde huwelijk van cxjm Jan en nicht Aelbertjen niet bevestigen

6 minuten leestijd

VOORTHUIZEN - Samenwonen is niet iets van alleen onze tijd. Ook in de zeventiende eeuw kwam het voor, zo blijkt uit het notulenboek van de Voorthuizense kerkeraad van de jaren 1649-1777. Jan Lubbersen en Aelbertjen Aelts gingen „samenwonen", tot „groote droefheijr van de kerkeraad, die besloot „een getal van mannen so uijt de leden des kerkeraedts als der gemeente tot haer af te senden" om de twee geliefden voorgoed van elkaar te scheiden. Het einde van dit liefdeslied was dat Jan en Aelbertjen in de gevangenis terechtkwamen en dat Aelbertjen werd verbannen naar een andere provincie.

De eerste aantekeningen van deze tragische geschiedenis vinden we op een van de vergeelde bladzijden van het trouwboek van de Nederlandse hervormde kerk van Voorthuizen. Hieruit blijkt meteen dat Jan en Aelbertjen helemaal niet van plan waren om ongetrouwd door het leven te gaan, want bij de vijftiende februari van het jaar 1685 lezen we dat in ondertrouw zijn gegaan: „Jan Aelbertsen, weduwnaar van wijlen Rickjen Jans, en Aelbertjen Aelts van 't Kootwijkerbroek onder Kootwijk".

De hand die dit feit met sierhjke letters in het trouwboek schreef, was echter niet die van ds. Gualterus Holtius, de predikant die in die tijd de Voorthuizense gemeente diende. Ds. Holtius was namelijk een tijdje afwezig en Jan en Aelbertjen (die waarschijnlijk al enige bezwaren tegen hun voorgenomen huwelijk vermoedden) maakten van die gelegenheid gebruik en stapten naar de proponent die de dienst van hun predikant waarnam, om zich door hem in ondertrouw te laten opnemen. Dit gebeurde, en bijna waren Jan en Aelbertjen man en vrouw geweest. Maar helaas voor hen... ds. Holtius keerde terug en naast het bericht dat zijn plaatsvervanger in het trouwboek had geschreven, krabbelde hij in klei-* ne lettertjes de volgende boodschap, die de ondertrouw ongedaan maakte: „N: in mijn afwesen ingeschreven en verswegen haaren maegschappij. Daer op ick te huijs komende bevond dat Aelbertjen Aelts' moeders suster is getrout geweest met Jan Lubbertsen, en hebbe dies wegens geklaegt aan den Ed. Heer Landdrost die deselve met een mandement gescheijden heeft".

Oom en nicht

Aelbertjen Aelts was een dochter van de zuster van Jan Lubbersens overleden vrouw. En hoewel zij dus eigenlijk helemaal geen bloedverwanten van elkaar waren, werd een huwelijk tussen deze twee in die dagen als „incestueus" en „bloetschandich" beschouwd, zoals blijkt uit de notulen van de kerkeraad, waarin de kwestie uitvoerig besproken wordt. daarmee nam de kerkeraad geen genoegen en hij deed er alles aan om hen tot andere gedachten te brengen. Zelfs de landdrost (een rechterlijk ambtenaar) werd erbij gehaald en dat leek te helpen: op 26 april 1685 vermeldt de kerkeraad met blijdschap dat de Edele Heer Landdrost Jan en Aelbertjen „gescheijden hadde en gelast op de selve steedts een waekendt ooge te houden".

Hiermee scheen de zaak opgelost, maar nog geen maand later maakte de kerkeraad bekend dat hij tot zijn „droefheijt" had vernomen dat Jan en Aelbertjen „wederom bij malkanderen gekomen waeren en in haer bloetschandich leven hart neckelijck voort voeren". Ds. Holtius ging op bezoek in het huis van Lubbersen en „overtuijgde Aelbertjen volkomentlijck van onrechtveerdigen handel", maar de twee gingen niet uit elkaar. Daarop werd een aantal kerkeraadsen gemeenteleden aangewezen die hen moesten scheiden. komen, bleek hun komst overbodig: Jan en Aelbertjen leefden alweer gescheiden van elkaar en beloofden beterschap. En zo werd in de vergadering van 8 juli 1685 aan alle leden van de kerkeraad opgedragen een „wakend ooge" op deze zaak te houden en, mocht er weer iets dergelijks voorvallen, het meteen bekend te maken in de vergadering, „om 't quaet in sijn begin te beter te stuijten".

Een paar jaar bleef het rustig, maar Jan en Aelbertjen vergaten elkaar niet: in het najaar van 1688 doken hun namen opnieuw op in het notulenboek: Aelbertjen was bij Jan in het Appelse heideveld gesignaleerd. Woonde Jan daar misschien in een plaggenhut en was Aelbertjen weer bij hem ingetrokken? In elk geval werden er weer een paar kerkeraadsleden op uitgestuurd om dit „bloetschandich bedrijf te stuijten".

Het kwaad weggenomen

Toen Jan en Aelbertjen niet trouwen mochten, besloten zij namelijk maar te gaan samenwonen. Maar

Gesignaleerd

In de volgende vergadering verklaarden zij dat de twee wel „eenich Bij het huis van Lubbersen aangeERMELO - Directeur A. W. van den Berg. leider A. de Waard beschikte over praktisch alle gangbare methoden. Hij kende ook de ervaringen die met de verschillende methoden zijn opgedaan. „Daar hebben we veel aan gehad. Aangezien we, in verband met de omvang van de school, veel met combinatiegroepen werken, zijn lang niet alle methoden geschikt. We hebben ook speciaal gekeken naar de methoden die werden gebruikt in Elspeet. Onze toekomstige leerlingen zaten toen voornamelijk op de „school van Dammers". Voor rekenen bij voorbeeld hebben we gekozen voor een nieuwe methode. Voor de leerlingen vanaf groep vier hebben we echter tijdelijk de methode die in Elspeet werd gebruikt op de schoolbanken gehad. Voor de aanschaf van het lesmateriaal en het schoolmeubilair konden we een forse order plaatsen bij een bekende 'onderwijsfirma' in het oosten des lands.

__ Van den Berg kon zelf twee maan^^^^ den voor het eerste cursusjaar officieel in dienst treden bij zijn nieuwe werkgever. Deze tijd was hard nodig. S De inspetteur eiste per 1 augustus ™ m^ ^^^^ ^*" schoolwerkplan dat voldeed ^^S ^*" *"^ wettelijke eisen. „Toen ik dit hoorde, dacht ik een moment: Waar Foto RD ben ik aan begonnen? In Capelle hebben we jaren gedaan over het schoolwerkplan. Nu moeten we in enkele maanden zo'n plan opstellen voor een school die nog niet eens draait. Tijd om je verder te verbazen over deze eis van de inspecteur had ik niet. Ik ben toen direct aan het uijterlijk berouw tonen en Jan Lubbersen belooft haer nooijt meer vleeselijck te willen bezitten", maar dat ze wel „geem bij malkanderen willen blijven om haer (hun) kinderen 't saemen groot te maken". Hoe de kerkeraadsleden ook hun best deden. Jan en Aelbertjen waren niet te scheiden. nieuw tot de Landdrost te wenden. Zo kwamen Jan en Aelbertjen in Arnhem in hechtenis te zitten totdat het „Hoff van Justitie" hun straf uitsprak: Aelbertjen werd verbannen naar een andere provincie en Jan Lubbertsen bleef achter met de zorg voor de kinderen, „soo dat de Edele vergadering met blijtschap verstaen heeft dat dit quaat eenmael weggenoEr zat niets anders op dan zich op- men is"...

Halve eeuw
Eind vorige week was het Urker echtpaar A. Post en D. PostBakker vijftig jaar getrouwd. Velen kwamen hen feliciteren in de kantine van Northseafood. A. Post is jarenlang visserman geweest. Wonderlijk werd hij vele jaren geleden gespaard toen de kotter UK 60, waarop hij voer, ondersteboven sloeg. Alleen de schipper, die op het dek was, verdronk. De andere bemanningsleden werden door een Noors schip gered, nadat de kotter weer was omgekeerd. Het echtpaar PostBakker heeft negen kinderen en diverse klein- en achterkleinkinderen. Na eerst in Wijk 4 te hebben gewoond, woont het nu al meer dan 35 jaar in de Bomholmlaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.