+ Meer informatie

Flessetuintjes

3 minuten leestijd

Ze zijn er weer!... De zogenaamde beplante glazen potten en flessen. De laatste tien jaar werden ze in steeds kleinere aantallen aangeboden, totdat ze er helemaal niet meer waren: grote groene of doorzichtige flessen met hierin een soort tuintje met vochtminnende plantjes.

De flessetuintjes zijn natuurlijk te koop, maar om ze zelf te maken is zeker zo leuk. We nemen hiervoor zo'n grote bolle fles met een nauwe hals. Elke fles waarvan de hals wijd genoeg is om er een klein plantje doorheen te laten zakken is bruikbaar. Om te voorkomen dat het glas vuil wordt, moet de aarde via-een trechter in de fles worden gegoten. Vul de fles eerst met een laagje grint van ongeveer vijf centimeter, dan verder vullen met goede grond. In totaal wordt de fles voor een derde gevuld. Met een beetje aangepast gereedschap en een heleboel handigheid gaan we verder.

Kies kleine, niet te snel groeiende plantjes. Dit heeft als voordeel dat niet over twee maanden de boel weer gesloopt moet worden. We gaan de plantjes eerst groeperen, want verpoten gaat later moeilijk. Het gereedschap dat we gebruiken, hebben we al klaargelegd. Om de plantjes in de fles te laten zakken, nemen we twee stokjes waartussen we de plantjes klemmen, alsof we bij de Chinees zitten. Om het plantje te poten hebben we een schepje nodig.

Hiervoor nemen we ook een stokje met daar aan vastgebonden een theelepeltje (het RD-lepeltje heeft een heel mooi spitblad...).

De grond moet ten slotte ook aangedrukt worden. Dit doen we met een leeg klosje uit de naaibox met hieraan vast ook weer een stokje. Nu kan het feest beginnen. Let er op dat de grotere plantjes de kleintjes niet overschaduwen. Het is heel belangrijk om de plantjes niet te dicht bij elkaar te zetten. Nu maken we met het schepje een gaatje waar het plantje moet komen. Plant eerst de exemplaren aan de wand. Van daaruit werken we naar binnen toe. Neem het plantje dat eerst gepoot moet worden. Maak de kluit zo klein mogelijk door er wat grond vanaf te spoelen. Klem het tussen de twee stokjes, je weet wel, die van de Chinees, en laat het plantje in het plantgat zakken. We drukken de grond aan met het garenklosje. Zo, dat was een hele strijd, maar het begin is er. Nu kunnen we de volgende plantjes op dezelfde manier verwerken. Denk er wel aan: gebruik niet te veel planten, anders kunnen ze niet groeien.
Als alle plantjes naar wens staan, gaan we ze sproeien. Met een vernevelaar maken we het geheel goed vochtig. De binnenkant van de fles kunnen we heel goed schoonmaken met een stukje spons aan een ijzerdraadje. Sluit de fles en zet hem op een niet al te zonnige plaats. Afgezien van een enkele keer luchten, heeft een flessetuintje maandenlang nauwelijks verzorging nodig. Als de planten te groot worden kunt u ze toppen. Dus de bovenste groeipuntjes er uit snijden. Hiervoor gebruiken we weer een stokje, maar dan wel met een mesje er aan. Eigenlijk is het niets anders dan het nabootsen van een kasje met een erg hoge luchtvochtigheid. Hierdoor kunnen de planten zichzelf een hele tijd bedruipen. Dus een heel kleine biotoop op een huistuin-en-keuken-manier zonder wetenschappelijke benadering. Veel succes en veel plezier...

                                                                                               Floriand


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.