+ Meer informatie

Iets over zgn. gemeente-vergaderingen

7 minuten leestijd

Enige tijd geleden ontving ik van een broeder uit Z. het verzoek eens iets te schrijven over het karakter van de zgn. gemeentevergaderingen. Mijn briefschrijver vermoedt dat niet iedereen weet wat een gemeentevergadering eigenlijk is, ja, hij denkt zelfs dat er kerkeraden zijn die het ook niet precies weten. Gaarne wil ik aan dit verzoek van deze oud-ambtsdrager voldoen.

Het gereformeerde kerkrecht, zoals zich dat na de Reformatie van de 16e eeuw op grond van de Heilige Schrift en in overeenstemming met de Belijdenis heeft ontwikkeld, kent slechts vierderlei kerkelijke vergaderingen, namelijk die van de kerkeraad, die van de classis, die van de particuliere (provinciale) synode en die van de generale synode, art. 29 Kerkorde. Een gemeentevergadering nu is een vergadering van de kerkeraad met de gemeente. Prof. dr F. L. Rutgers heeft het zeer duidelijk omschreven als hij zegt: „Eene vergadering „van gemeenteleden” is met mogelijk, tenzij de „kerkeraad”, in zijn qualiteit, die samenroept. Altijd behoudens het zeer exceptioneele geval, dat ergens alle leden des kerkeraads op eens wegvallen; in welk geval echter de naburige kerken moeten helpen, en dus de Classe voor de samenroepmg zorgt, en daarna de samenkomst te leiden heeft. Maar dit geval nu daargelaten, kan eene vergadering van gemeenteleden alleen door den kerkeraad, als het bestuur der gemeente, worden samengeroepen”, Kerkelijke Adviezen I,273 v. Hiermee zijn alle beoefenaren van het gereformeerde kerkrecht het eens. Dit is het enig juist standpunt. Het gereformeerde kerkrecht kent dus geen „zelfstandige” gemeentevergaderingen. Dit is wel het geval bij het, in wezen revolutionaire, independentistische kerkrecht, dat door onze gereformeerde vaderen van meetaf terecht is gewezen, maar waarvan de beginselen altoos weer proberen in de kerken in te dringen mee door een verkeerde voorstelling van het karakter der gemeentevergaderingen te geven. Nogmaals, gemeentevergaderingen zijn vergaderingen van de kerkeraad met de gemeente, waarom het eigenlijk ook niet juist is om van „gemeentevergaderingen” te spreken. Op dit laatste punt gaan we thans niet verder in al zou het op zichzelf zin hebben om, ook hier, op de gevaren van een verkeerde terminologie te wijzen. Volgens onze Kerkorde is een kerkeraad in sommige gevallen verplicht een vergadering met de gemeente te houden. Dit moet geschieden bij de beroeping van een predikant en bij de verkiezing van ambtsdragers, art. 4,5,22 en 24 van de Kerkorde. En de generale synode van 1965/66 bepaalde dat een door een kerkeraad genomen besluit tot verbreking van het kerkverband niet van kracht zal zijn voordat de kerkeraad de gemeente geraadpleegt heeft in een speciaal voor deze zaak belegde vergadering met de gemeente, art. 37 Kerkorde sub 3.

Behalve deze verplichte vergaderingen van de kerkeraad met de gemeente kent de praktijk van het kerkelijk leven ook zgn. gemeentevergaderingen die niet in de Kerkorde zijn voorgeschreven. Het zijn samenkomsten waarin de kerkeraad aan de gemeente bepaalde informaties wil verstrekken, bijv. over financiële aangelegenheden. In zulk een vergadering van de kerkeraad met de gemeente worden dan bijv. mededelingen gedaan over de inkomsten en uitgaven, kortom over de financiële positie van de gemeente, meestal in de vorm van een gestencild of gedrukt verslag. De leden van de gemeente worden dan in de gelegenheid gesteld hierover vragen te stellen of opmerkingen te maken, die dan meestal door de pennmgmeester worden beantwoord. Ik acht dit een zeer goede handelwijze.

Het houden van zulk een vergadering verdient alle aanbeveling. Ten aanzien van de financiën der gemeente mag een kerkeraad zich niet in een waas van geheimzinnigheid hullen. Het zijn de financiën, niet van de kerkeraad, maar van de gemeente. Zulk een financieel verslag behoort dan ook duidelijk en overzichtelijk te zijn, dus zó dat een, laat me zeggen, doorsnee-gemeentelid het kan begrijpen. Met andere woorden, het financiële verslag moet niet gesteld zijn in de, wat ik zou willen noemen, geheimtaal van de accountants, de rekenmeesters van professie, want dan zijn er verschillende gemeenteleden die er niet veel, of misschien bijna niets van begrijpen en er voor terugdeinzen om vragen te stellen, uit vrees voor „dom” aangezien te worden. Nogmaals, het verslag van de penningmeester van de kerk behoort duidelijk en begrijpelijk te zijn. Dit geldt natuurlijk ook van het financiële verslag van de diaconie, met dien verstande dat de diaconie nooit de namen mag noemen van personen of gezinnen die ondersteuning hebben genoten of nog genieten.

Verder kan een kerkeraad een vergadering met de gemeente beieggen om te vernemen welke gedachten er bij de gemeente leven met betrekking tot bepaalde aangelegenheden, dus om daarover het gevoelen van de gemeente te peilen.

Dergelijke vergaderingen kunnen zeer nuttig zijn. Men neme daarbij evenwel de volgende regels strikt in acht:

Ten eerste. De kerkeraad stelt de agenda voor de vergaderingen met de gemeente vast.

Ten tweede. Alleen die zaken komen aan de orde die de kerkeraad op het agendum heeft geplaatst.

Ten derde. Er wordt geen „algemene rondvraag”, waarbij ieder gemeentelid maar naar voren kan brengen wat hij wil, gehouden.

Ten vierde. Er worden op zulk vergaderingen met de gemeente geen besluiten genomen.

Ten vijfde. De notulen van zulk een vergadering worden op de eerstvolgende kerkeraadsvergadering vastgesteld en niet op de eerstvolgende vergadering van de kerkeraad met gemeente voorgelezen want daardoor zou bij de gemeente de independentistische gedachte van „de bestuursmacht berust bij de gemeente” gevoed kunnen worden.

Ten aanzien van het derde punt: geen algemene rondvraag, wil ik nog een tweetal opmerkingen maken.

De eerste opmerking is dat er soms in een gemeente leden zijn, die op alles en op iedereen kritiek hebben (behalve op zichzelf) en die van de gelegenheid bij een algemene rondvraag gegeven, gretig gebruik maken om hun kritiek te spuien, zulks tot ergernis van velen waardoor de onderlinge liefde en eensgezindheid ernstig schade lijden. Zulk een algemene rondvraag is dan oorzaak dat het houden van een zgn. gemeentevergadering een schrikbeeld wordt voor een kerkeraad, inzonderheid voor diens voorzitter, en voor vele gemeenteleden die er tegen op zien om zulk een vergadering bij te wonen en daarom liever wegblijven. De tweede opmerking is dat leden der gemeente zich ten allen tijde met hun vragen en al of niet vermeende klachten tot de kerkeraad kunnen wenden, zij het dan niet „clubsgewijze” maar persoonlijk. Het recht om tot de kerkeraad te gaan kan en mag men aan de leden niet ontzeggen.

De voorzitter heeft te zorgen dat bovengenoemde normale kerkelijke regels in acht worden genomen waarbij natuurlijk wel enige soepelheid betracht kan worden, al zal dit in de ene gemeente gemakkelijker kunnen dan in de andere, en, wat nu in de ene gemeente wél kan, kan misschien later niet. Het vereist veel wijsheid en tact om een zgn. gemeentevergadering goed te leiden. De overige kerkeraadsleden, die als college bij elkander behoren te zitten, hebben, zoals vanzelf spreekt, de voorzitter in het leiden van de vergadering te steunen. Zij hebben zich van het voeren van discussies met gemeenteleden te onthouden, maar kunnen natuurlijk wel hetzij op verzoek van een of meer gemeenteleden en met verlof van de voorzitter, of op diens verzoek, bepaalde zaken toelichten.

Zo zouden meer opmerkingen van praktische aard gegeven kunnen worden maar ik laat het hier nu bij. Houdt men zich aan de boven geschetste regels dan zijn de zgn. gemeentevergaderingen zeer aan te bevelen en kunnen ze het welzijn van de gemeente dienen. Houdt men zich daar niet aan dan zijn zulke vergaderingen beslist niet aan te bevelen want dan brengen ze meestal niet anders dan eilende, waarom ze dan ook in dat geval beter niet gehouden kunnen worden.

Tenslotte nog dit. Men hoort wel eens de klacht dat de zgn. gemeentevergaderingen door het geven en bespreken van financiële verslagen doorgaans droog en vervelend zijn en daardoor weinig aantrekkelijk. Het is, dacht ik, mogelijk de aantrekkelijkheid te vergroten door de vergadering voor een poosje te schorsen en in deze pauze een consumptie aan te bieden. Maar nog belangrijker is, naar ik meen, het organiseren van wat men „contactavonden” zou kunnen noemen. Dit moet door of vanwege de kerkeraad geschieden, die voor zulk een avond de verantwoordelijkheid draagt. Zulk een „contactavond” draagt dan een ander karakter dan een zgn gemeenteavond: het is niet een vergadering van de kerkeraad met de gemeente, zoals boven geschetst, maar een samenkomst waarin het bevorderen van het onderlinge contact van de eensgezindheid en van de geestelijke opbouw van de gemeente het hoofddoel is. En dienstbaar zijn aan de opbouwing van het lichaam van Christus in de liefde is toch naar Efeze 4 de roeping van de kerkeraad?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.