+ Meer informatie

TER OVERWEGING

24 minuten leestijd

Dr. G.D.J. Dingemans, Johannes (Licht uit licht: Gods herscheppende kracht). Uitg. Kok - Kampen 1997, 102 blz. f 22,50.

In de inmiddels al lange serie ‘Verklaring van een bijbelgedeelte’ verscheen een nieuw deel, terwijl al eerder een tweetal deeltjes over het Evangelie naar Johannes (van de hand van J.C.M. Engelen) waren verschenen. De serie geeft vaak een nogal moderne verklaring van de Schriften. Wie dit deeltje ter hand neemt, zal het met de nodige onderscheiding en niet kritiekloos kunnen lezen. In hoofdstuk 3, waar de ondertitel uit de verf komt, wordt meteen al gezegd dat met het Woord niet de Christus vóór zin bestaan op aarde bedoeld is, maar louter Gods scheppingskracht; in Jezus wordt deze kracht dan zichtbaar (blz. 30). Er staan méér gedeelten in die vragen geven. Zo is een belangrijk punt hoe de auteur over de opstanding van de Heiland denkt. De inleiding geeft de richting aan: ‘de uitstraling van zijn persoon en de uitwerking van zijn woorden (ging) gewoon door. Ze zeiden daarom, dat ‘God hem uit de dood had opgewekt” (blz. 9). Dat maakt ons er niet geruster op. In hoofdstuk 14 (opstandingsleven) blijven we met die vragen zitten; een ‘visioen’ van Maria van Magdala (blz. 94), om niet meer te noemen. Jammer is ook dat aan de ‘Ik ben’-uitspraken van de Heiland, die zo’n diepe verworteling hebben in het O.T. (Ex. 3) nauwelijks aandacht wordt gegeven. En dat is meer dan een omissie. Als gesteld wordt (blz. 91) dat aan het lijden van Jezus niet de betekenis van een offer moet worden gegeven, had ik wel graag een uitleg van Joh. 1: 29 erbij gezien. Zo is er meer te zeggen, maar het moge duidelijk zijn: het boek kan moeilijk aanbevolen worden.

Jan Mudde, Ik leef van de geef… Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 1997. 91 blz. f 22,50.

Ds. J. Mudde, predikant van de Ned. Geref. Kerk te Enschede, is al een aantai jaren columnist voor het Nederlands Dagblad. Een aantai van deze columns verschijnt nu middels dit boekje in druk. Het is zoals het op de achterflap staat: een verzameling geschreven portretjes van heel verschillende mensen. Je komt ze tegen in de hoogte- én dieptepunten van hun leven, in eigen zwakheid, maar gelukkig ook in de kracht van God. Vaak ontroerend. Het zijn mooie ‘pen-tekeningen’.

Ds. L. Kievit, Simson (leven verscheurd tussen hartstocht en godsvrucht). Uitg. Groen - Heerenveen 1997. 70 blz. f 19,95.

Het is al ruim 25 jaar geleden dat de bekende ds. L. Kievit (die een voorname plaats heeft ingenomen binnen de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk en die overleed in 1990) een serie van vijf preken hield over het leven van Simson, in Gouda, de plaats waar hij toen predikant was. Nu zijn die preken - uiteraard enigszins bewerkt - uitgegeven. Dat is een waagstuk: woorden die een kwart eeuw geleden zijn uitgesproken… Maar men mag stellen dat deze woorden, geput uit het eeuwige Woord van God, nog niets aan kracht hebben ingeboet. Natuurlijk kan men er niet de actualiteit van het eind van de 20e eeuw in verwachten. Maar er is een andere actualiteit, die altijd blijft en in deze preken zeer krachtig aanwezig is: de tekening van de doorwerking van Gods heil in zondige mensen. De heilshistorische én heilsordelijke lijnen in de geschiedenis van deze merkwaardige richter uit het O.T. maken ons stil. Het is goed deze preken aan de vergetelheid ontrukt te zien.

Dr. Ft. Kranenborg, Hindoeïsme (serie Wegwijs - wereldreligies). Uitg. Kok - Kampen 1997. 114 blz. f 19,50.

Het is niet gemakkelijk enig zicht te krijgen op het hindoeïsme. Er zijn vele vormen van, het is een veel-godendom, het is meer abstract dan concreet, kortom, het geheel is moeilijk grijpbaar. Dr. Kranenborg is er in geslaagd - en dat is een compliment waard! - om in kort bestek ons toch een boekje te presenteren dat het hindoeïsme ‘in kaart brengt’. Eerst tekent hij iets van de geschiedenis ervan, daarna de grondgedachten en tenslotte de praktijk. Daarbij komt ook het hindoeïsme zoals dat zich in Nederland met name manifesteert aan de orde: de praktijk van de yoga en van de transcendente meditatie, de figuren van de Hare Krishna-beweging. We krijgen zicht op de gedachten over de transcendente werkelijkheid, mens en materie, karma en reïncarnatie. De materie brengt met zich mee dat er vaak moeilijke begrippen aan de orde komen en vreemde woorden gebruikt worden. Toch wordt alles zo eenvoudig mogelijk én op objectieve wijze aan het papier toevertrouwd. Een waardevolle kennismaking met deze wereldgodsdienst, die wereldwijd 750 miljoen (blz. 8) aanhangers telt.

Peter M. Scheele, Degeneratie (het einde van de evolutietheorie). Uitg. Buijten & Schipperheijn - Amsterdam 1997. 239 blz. f 39,50.

Alhoewel de evolutietheorie nog steeds het denken van heel velen over de wijze van ontstaan van deze aarde bepaalt, zijn er de laatste jaren geduchte aanvallen gedaan op de (al of niet volledige) juistheid van deze theorie(!). Een wel heel bijzondere aanval vindt men in het boven vermelde boek. De schrijver gaat weliswaar uit van langzame biologische verandering, maar niet in de zin van toename van complexiteit van leven, maar juist andersom: de biologische veranderingen die wij door de geschiedenis heen waarnemen, stoelen naar zijn overtuiging op genetische verarming. Dat zet Darwins gedachten op losse schroeven. Het theoretisch fundament voor deze theorie zet Scheele in dit boek neer. Inmiddels is de discussie erover op gang gekomen. (Christen-)biologen kunnen er niet omheen.

De auteur heeft op wetenschappelijk niveau, maar ook begrijpelijk willen schrijven. In het algemeen genomen is hij daarin geslaagd. Het is wel jammer dat de populaire toon soms op het populistische af is; ik denk aan het tekeningetje van het lachende mannetje (blz. 9), aan de extreme dankbetuiging’ op blz. 12, aan een vier maal achter elkaar herhaald ‘nee’ op blz. 142, aan de ‘meesteroplichter’ mutatie (op vele bladzijden). Een andere opmerking: hoe principieel belangrijk het geloof in ‘de Creator’ ook is bij een siecht geweten (blz. 217), toch hoort deze gedachte in juist dit boek niet thuis. Laat de voortgaande discussie zich bewegen op het niveau dat de auteur bedoelde blijkens de voorkant: hij wilde bouwstenen aandragen voor een wetenschappelijk alternatief.

Thijs Weerstra, De wind achterna (levensverhalen rond Prediker). Uitg. Kok - Kampen 1998. 79 blz. f 18,90

Tien mensen, bij elkaar gekomen via een busreis door het Overijsselse land, komen in een hotel in Holten tot een wezenlijke onderlinge ontmoeting. leder vertelt (een stukje van) zijn/haar levensverhaal. Op die manier licht het boek Prediker op, omdat elk verhaal samenhangt met een tekst uit dat bijbelboek. Het is een knap geschreven boekje waarin de (soms ontroerende) levensverhalen in je gedachten blijven hangen en je inderdaad bij de Prediker brengen, dat wonderlijke boek vol wijsheden rond vreugde en verdriet. Vooral de twee laatste hoofdstukken wijzen weer verder: eert uw Schepper; vreest God.

J. Beumer e.a., Jezus & Christus (van Dorothee Sölle tot Rudolf Steiner). Uitg. Kok - Kampen 1998. 72 blz. f 19,90.

Het Origenes-instituut organiseerde een symposium eind 1996 met de bedoeling een gesprek op gang te brengen tussen theologen over de christologie en de Christus-opvatting van Rudolf Steiner en de antroposofen. In het denken van de laatsten staat Christus centraler dan vaak gedacht wordt. Het boekje brengt de op het symposium geleverde bijdragen aan het licht. Sommige theologen naderen Steiner heel dicht. Treffend gekozen is het ‘&’-teken in de titel van het boek: Steiner maakte onderscheid tussen Christus (‘God de Zoon als het hoogste goddelijk-geestelijk wezen, blz. 49) en Jezus (gaandeweg in twee en een kwart jaar aan hem gelijk geworden). Naarmate de moderne theologen die in dit boek aan het woord komen meer ‘op zoek zijn naar de historische Jezus’ en meer afstand nemen van wat zij het traditionele geloof noemen (blz. 38), hebben zij meer waardering voor Steiner en de antroposofie. Het meest is mij nabij gekomen de bijdrage van de laatste auteur, dr. C. van der Kooi, eindigend met de woorden (en dat is ook het slot van het boek): ‘De theologie vervult haar taak als ze ons schepselen bewaart bij het geheim van Gods verlossing in Jezus Christus’, blz. 72.

John Piper, (de reinigende kracht van het leven uit geloof in de…) Toekomstige genade. Uitg. Buijten & Schipperheijn - Amsterdam 1997. 384 blz. f 49,90.

De auteur is Amerikaans baptistenpredikant en theoloog. De bedoeling van zijn boek is de verwevenheid aan te tonen tussen enerzijds de dankbaarheid voor wat Christus 2000 jaar geleden volbracht en anderzijds het geloof in wat hij noemt de ‘toekomstige genade’, dat is het vertrouwen dat God heel ons leven, tot in de voleinding, genade op genade zal blijven geven. Hij wil bereiken dat een dam wordt opgeworpen tegen de zogenaamde ‘schuldenaarsethiek’: proberen iets terug te doen voor bewezen genade. Het geloof dat rechtvaardigt en het geloof dat oorzaak is van de goede werken, is één (blz. 21). Men zou het boek dus een uitwijding kunnen noemen van 1 Cor. 1: 30. De schrijver wordt niet moe om op dat aambeeld te hameren; dat is de kracht, maar tegelijk ook de zwakte van het boek: het had allemaal flink wat korter en puntiger gekund; dat was de leesbaarheid ten goede gekomen. Soms vecht de auteur naar mijn gedachte ook tegen windmolens, bijv. op blz. 142 waar gesteld wordt dat veel christenen vallen over de wijze waarop in de Schrift geschreven wordt dat Zacharias en Elisabeth rechtvaardig voor God leefden. Anderzijds moet gezegd dat één zaak steeds overeind wordt gehouden: wie roemt, roeme in de Here.

Dr. W. H.Velema, Zullen we lezen? (Over het gebruik ven de Bijbel in het pastoraat). Uitg. Boekencentrum - Zoetermeer 1997.106 blz. f 21,50.

De auteur heeft geconstateerd dat het voor veel mensen, en dat kunnen zowel ambtsdragers als familieleden zijn, moeilijk is om de bijbel open te doen bij een bezoek. Toch pleit hij ervoor om de Schrift in het pastoraat te gebruiken. Tegelijk roept hij op dit te doen in de geest van de Schrift. Om dit laatste concreet te maken geeft hij de lezers adviezen voor het gebruik van de bijbel in pastorale situaties. Hiervan geeft hij meerdere voorbeelden, waarbij niet voorbij gegaan wordt aan de moeite en zorg die een pastoraal gesprek met zich mee kan brengen. Op begrijpende wijze worden er aandachtspunten aangesneden over de vraag hoe een gesprek gevoerd moet worden en hoe de bijbelteksten in specifieke situaties, zoals geboorte, ziekte, overlijden, belangrijke beslissingen etc. gebruikt kunnen worden. Het is een praktisch boekje, met goede pastorale adviezen en voorbeelden. Aanbevelenswaard.

Dr. W. Verboom, Catechese in de praktijk. Uitg. Boekencentrum/HGJB - Zoetermeer 1997. 144 blz. f 24,10.

Catechisatie. Als er één begrip binnen de kerken van Nederland allerlei associaties oproept dan is het wel dit woord. Daarbij valt niet alleen te denken aan de verandering in de loop der jaren van de gezagsverhoudingen, maar ook de methodiek van onderwijzen. De schrijver geeft een aantai aspecten aan van deze tijd waarom het zo moeilijk is om catechisatie te geven. Dat heeft enerzijds te maken met het denken van de jeugd (‘wat heb ik eraan, wat levert het me op, als het niet bevredigt dan kap ik ermee’) anderzijds speien begrippen als individualisering en fragmentarisering een rol. Dergelijke gedragspatronen zorgen ervoor dat er geïnvesteerd moet worden in het geven van catechetisch onderwijs. Daarbij wordt onder meer gewezen op de opzet en organisatie en bijzondere vormen van de catechisatie en de rol van de gemeente daarin. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de belijdeniscatechisatie en het godsdienstig onderwijs op de openbare school. Dit laatste hoofdstuk, hoe goed bedoeld ook, is een beetje een vreemde eend in de bijt. Wie dit boekje aanschaft, vindt daarin veel herkenbare Problemen die met catechisatie geven gepaard gaan. De oplossingen c.q. aanbevelingen die aangedragen worden zijn goed en doordacht van opzet.

Drs. J.N. Noorlandt. Tachtig over tachtig. Uitg. Buijten & Schipperheijn - Amsterdam 1997. 80 blz. f 17,95.

Ter ere van de tachtigste verjaardag (18 augustus 1997) van ds. J.H. Velema is een feestbundel samengesteld. Deze bundel is tot stand gekomen door de inspanning van de redacteur Noorlandt en de steun die hij kreeg van H.J.Th. Velema en zijn broer dr. W.H. Velema bij het samenstellen van de bundel. Noorlandt geeft in zijn ‘Ten Geleide’ aan dat hij werkt aan een project om biografische en bibliografische gegevens van landelijk bekende leden te verzamelen. Deze publicatie is daar een voorbeeld van en wellicht volgen er van zijn hand nog meer. Wie meer wil weten van JHV, een vaste en steeds terugkerende afkorting in het boekje, kan hierin veel lezen over zijn jeugd, zijn werk in de gemeenten en zijn bestuursfuncties in diverse organisaties. De organisaties hebben overigens zelf de mogelijkheid gekregen om iets te schrijven over JHV. O.a. de EO, de RPF en Koers hebben hiervan gebruik gemaakt. Achterin het boekje is een selectieve bibliografie opgenomen van publicaties.

Dr. G. van den Brink, Het probleem van het kwaad. (Gedachten over God en het lijden). Uitgave van Willem de Zwijgerstichting - Apeldoorn 1997. 58 blz. f 9,50.

Dit boekje gaat over vragen rondom het kwaad en het lijden in deze wereld en de vraag naar de aard van Gods betrokkenheid bij het kwaad. Aan het einde van het boek wordt daarop nader ingegaan met de aloude vraag waarom God zoveel kwaad toelaat. Aan de hand van een aantai verhalen schetst de schrijver de mondigheid van de mens in al zijn uitingen en hoe door mensen onder het kwaad wordt geleden. Hij geeft ook aan hoe we lijden kunnen verstaan in ons leven. Daarbij wijst hij op een aantai punten zoals: een beproeving of loutering van Godswege, maar soms ook een kastijding van God en dan niet als straf, maar als middel om ons leven meer en meer aan God en de naaste te wijden. Ondanks dat er nog veel meer te zeggen valt over dit onderwerp, vind ik het boekje het lezen waard. Het is een handreiking aan ambtsdragers die soms vastlopen met vragen over het lijden van de mens.

Ds. Tj. Boersma. Middenin de eindstrijd. (Een praktische uitleg van Openbaring) Uitg. De Vuurbaak - Barneveld 1997. 220 blz. f 27,50.

Het boek Openbaring is een moeilijk boek en er zijn vele verklaringen over de vraag hoe dit boek gelezen moet worden. En door alle eeuwen heen zijn er mensen geweest die haast zeker wisten wanneer Christus terug zou komen. In de huidige christelijke literatuur over de eindtijd zijn in grote lijnen twee Stromingen te onderscheiden die hun visie geven op de eindtijd. De ene stroming is die van de darbinisten. Zij geloven dat het boek Openbaring, vanaf hoofdstuk 4, gezien moet worden als een eindhistorische verklaring (Hal Lindsey en in Nederland vooral J. Ouweneel), waarbij ze aangeven wat er zal gebeuren in de eindtijd, wanneer de gemeente is opgenomen in de hemel. Er wordt dus uitgegaan van een opneming van de gemeente in de hemel, voordat Jezus terugkomt. De tijd daartussen wordt de grote verdrukking genoemd, waarbij de ongelovigen nog een kans krijgen om zich te bekeren. De auteur van dit boek gelooft niet in deze tweedeling. Hij gaat ervan uit, en dat is ook de boodschap die binnen onze kerken wordt geleerd, dat wanneer Jezus terugkomt op aarde Hij als een genadige, maar ook als een oordelende God komt die let op het levenswerk van een ieder van ons. Of het een leven was uit geloof en in gehoorzaamheid aan Hem. Hij beslist wie er binnenkomt in het nieuw Jeruzalem en wie er buiten blijft. Van die dag dat Hij terugkomt weet niemand. Voordat de Here terugkomt roept Hij de mensen op om zich te bekeren. In het boek Openbaring komt die opdracht vele malen tot ons. De brieven aan de gemeenten van Azië zijn daar voorbeelden van. De auteur plaatst het boek in onze tijd zonder inlegkunde. Hij doet dat op een praktische wijze en het boek leent zich dan ook goed voor een bijbelstudiegroep. Achter elk hoofdstuk is een aantal vragen geformuleerd en er is een literatuurlijst aanwezig. Een goed boek.

Dr. J.C. Borst, Eens een dief, altijd een dief…? (Een christelijke handreiking bij het pastoraat aan gevangenen en hun familie).Uitg. J.J. Groen en Zoon-Heerenveen 1997. 140 blz. f 27,50.

Vanaf 1989 heeft er een forse uitbreiding plaatsgevonden van het aantal gevangenissen. De regering heeft daarin miljarden geïnvesteerd. Dit was nodig gelet op de forse toename van criminaliteit in ons land. Ook een toename van gedetineerde christenen valt te bespeuren, waarbij delicten voorkomen als incest, witte-boordencriminaliteit, maar ook doodslag, diefstal etc.

In de serie Practisch & Pastoraal is een boekje uitgekomen dat handelt over pastoraat aan gevangenen en hun familieleden met als doel voorlichting te geven aan predikanten, ambtsdragers en gemeenteleden. Dat voorlichting en begrip nodig is, biijkt wel uit de inhoud van het boekje. Vaak is er veel achterklap en veroordeling juist binnen een gemeente, wanneer iemand een overtreding heeft begaan en een veroordeling volgt. Juist in zulke situaties kunnen het gezin en de familie in een zeer moeilijke positie geraken. Steun vanuit de gemeente kan het leed enigszins verzachten. Er zullen vragen zijn omtrent zondebesef en schuld en over de vraag hoe het zo heeft kunnen komen. Pastorale hulp, maar vooral ook meeleven met slachtoffer en dader zijn belangrijk. De auteur geeft hierin een aantal concrete adviezen. Zelf is de auteur predikant in een penitentiaire inheriting; hij heeft zowel contact met de gevangenen als met de gezinnen.

Ds. J. van Amstel, Bekeerd leven. Uitg. J.J. Groen en Zoon-Heerenveen 1997. 184 blz. f 27,50.

Op verscheidene manieren kun je spreken over bekering. Maar wat is bekering en wat betekent dat voor het dagelijks leven? Bekeerd zijn is niet alleen een gave, maar ook een opgave. Het is niet alleen afsterven aan de zonde, maar ook opstaan in een nieuw leven. Dat zo’n verandering niet zo maar gaat en dat er veel teleurstellingen op iemands weg liggen moge duidelijk zijn. Vanaf Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus en daarop volgend worden de onderwerpen m.b.t. de Heilige Geest en onze heiligmaking besproken en wat dit met zich mee brengt in een leven naar de Wet van God. Elk hoofdstuk wordt besloten met een aantal vragen die de bezinning op en de verwerking van het gebodene willen dienen. De vragen gaan over de problemen van deze tijd. De vraagstelling is praktisch en persoonlijk gericht. Dit boekje, geschreven voor jongeren, is geschikt om bij bijbelstudie en gesprekskringen te gebruiken.

Ds. L.G. Compagnie, Echt Samen. (Gedachten over trouwen en samenwonen). Uitg. Buijten & Schipperheijn - Amsterdam 1997. 45 blz. f 9,70.

Veel ambtsdragers komen in hun pastorale werk en tijdens huisbezoeken vragen tegen met betrekking tot samenwonen. En ook binnen onze kerken is het geen uitzondering meer wanneer jongeren besluiten om te gaan samenwonen. En in veel Studentensteden is samenwonen, of eigenlijk nog beter samenleven, gewoon, om nog maar niet te spreken over het samen op vakantie gaan. De auteur gaat geen enkele vraag uit de weg en behandelt per hoofdstuk een vraag. Vragen die zowel van jongeren als van de ouders komen. Het boekje, een bewerking van een brochure die opgesteld is door de Christelijke Gereformeerde en Nederlands Gereformeerde Kerk te Rotterdam, is een goed uitgangspunt om met elkaar in gesprek te raken. Daarnaast zou ik het ook willen aanbevelen voor onze ambtsdragers. Er is vaak te weinig materiaal voorhanden om zulke zaken op een goede en verstandige wijze te bespreken. Achterin het boekje wordt nog eens gerefereerd aan een aantal bijbelteksten die de visie op samenwonen/samenleven ondersteunen.

Dr. C.F.G.B. Hallewas, Zegen vieren. Zegening van levensverbintenissen. Uitg. Boekencentrum - Zoetermeer 1996. 240 blz.

De auteur is luthers predikant. Hij maakt deel uit van de door de Samen-op-weg-Kerken ingestelde studiecommissie Huwelijk en andere relatievormen.

Ik heb de indruk dat de auteur voor zijn deelname aan die commissie veel huiswerk heeft verricht. Dat huiswerk als oriëntatie in de geschiedenis en in het heden (binnen- en buitenland) heeft hij in dit boek gepubliceerd. Het is hem niet kwalijk te nemen dat hij voor historische gegevens op anderen af gaat. Ik heb de indruk dat hij zijn (tweedehands-) bronnen goed heeft gekozen,

Zo valt er uit dit boek veel te leren wat verleden en heden betreft. Het standpunt van de auteur dient als basis voor de beslissing om in de nieuwe kerkorde geen artikel over het huwelijk op te nemen. Zelfs al zou de Schrift homofiele relaties en ook andere vrije relaties afkeuren, dan zijn wij daaraan niet gebonden. Wij weten meer en daarmee weten wij het beter, is zijn conclusie.

Naast een schat aan informatie biedt dit boek een onthulling van hoe in de commissie (door een aantai leden) eigenmachtig en eigenzinnig over allerlei relaties wordt gedacht. Naar mijn besef een siecht voorteken voor de houding van Samen-op-weg-Kerken ten aanzien van het huwelijk. Het boek is onthullend en tegelijk breed oriënterend.

Dr. Aat van Rhijn, Dr. Hanneke Meulink-Korf, De context en de Ander. Nagy herlezen in het spoor van Levinas met het oog op pastoraat. Uitg. Boekencentrum - Zoetermeer 1997. 496 blz. f 49,50.

Dit boek heeft de beide schrijvers als proefschrift gediend. Ieder van beide schrijvers heeft ongeveer voor de helft van de kopij gezorgd. Men ziet in de ondertitel twee namen staan. Nagy werkt in Amerika en is van Hongaarse afkomst. Levinas is een jood van oorsprong en in zijn denken. Het is niet zo dat de ene auteur Levinas behandelt en de andere Nagy. Het werk is echt een co-productie; dus resultaat van gemeenschappelijk onderzoek, gemeenschappelijke bezinning en verwerking. Zij geven een her-interpretatie van Nagy in het spoor van Levinas. Blijft Nagy dan nog zichzelf?

Zij studeerden en doceren in Amsterdam. Daar is de notie gezinspastoraat en gemeentepastoraat gangbaar (denk aan het werk van de copromotor H.H. Miskotte). In die lijn trachten ze Levinas en Nagy vruchtbaar te maken. De toonzetting is meer filosofisch-sociologisch dan theologisch. Toch moet de theologie het ermee doen.

Er is veel materiaal van beide besproken auteurs verwerkt in dit boek. Men kan echter niet zeggen dat de vergelijking en de combinatie de duidelijkheid ten goede komt. Het zou goed zijn als de auteurs hun bedoeling en hun praktische intentie in een kleiner geschrift zouden verwerken. Dan komen we er graag op terug.

Dr. P.H.R. van Houwelingen, Johannes. Het Evangelie van het Woord, in de serie Commentaar op het Nieuwe Testament, derde deel, geredigeerd door Prof. Dr. J. van Bruggen. Uitg. Kok - Kampen 1997. 477 blz. f 79,-.

Het is geen geringe prestatie een commentaar op het evangelie naar Johannes te schrijven. Dat heeft de auteur gedaan. In december 1996 heeft hij voor het Studentencorps in Apeldoorn op de diës een lezing gehouden, die een soort inleiding tot het Evangelie naar Johannes en tot zijn commentaar daarop was.

Met belangstelling heb ik naar de verschijning van dit deel uitgezien. Het heeft een andere intonatie dan de tweedelige commentaar van Herman Ridderbos. De schrijver zelf zegt dat hij de nadruk legt op de historische context.

Ik heb van heel wat bladzijden van dit boek genoten. De auteur pleegt zijn argumenten duidelijk op een rij te zetten. Dan blijkt waarom hij voor het door hem verdedigde standpunt kiest. Hij rekent de lezer voor en laat zich als auteur narekenen. Soms verdwijnt de diepte van bepaalde woorden enigszins achter de uitvoerige argumentatie.

Ik acht dit boek goed en zelfstandig bruikbaar naast het commentaar van Ridderbos. Voor discussie over onderdelen is ons blad niet de aangewezen plaats.

Sipco J. Vellenga, Religie en Relaties. Over veranderingen in het protestantse ethos in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Uitg. Kok - Kampen 1997. 211 blz. f 39,90. De auteur heeft onderzoek gedaan naar de opvattingen over relaties en seksualiteit in protestantse kringen in Nederland. Het is bekend dat deze opvattingen en de daardoor bepaalde praktijken in Nederland sterk veranderd zijn. We spreken over een seksuele revolutie. Heeft die revolutie ook in protestantse kringen plaatsgevonden? Het antwoord is niet zonder meer bevestigend. De auteur Is voorzichtig en terughoudend. Hij onderscheidt tussen de grote (Hervormde en Gereformeerde) Kerken en de kleinere gereformeerde kerkgenootschappen.

Voor de grotere kerken is beslissend de veranderde visie op de bijbel (‘God met ons’). Voor de kleinere kerken is er toch ook te spreken van een psychologisering van de relatieproblemen. Dat wil zeggen minder vaste instituties en meer persoonlijke beleving.

Ook bij deze kleinere kerkgenootschappen veranderen de opvattingen. Pastoraal-theologisch gezien staan we dan voor de vraag: Hoe zullen we met die veranderingen omgaan? Er is veel wetenschappelijk en statistisch materiaal in dit boek verwerkt. Deel II is gewijd aan context en traditie. Daar vinden we de termen besproken die in deel III verder aan de orde komen: liberalisering, egalisering, desintegratie van een zedelijkheidscomplex en psychologisering met een historisch overzicht vanaf de Middeleeuwen.

Ik vind het een interessant boek. Het gaat niet verder dan de sociologie. Het biedt veel cijferen leesmateriaal. Men kan zich afvragen of de tekening in details klopt. In grote lijnen zien we de veranderingen van de laatste vijftig jaar duidelijk in kaart gebracht.

Voor ambtsdragers blijft de vraag hoe we normen en normativiteit een plaats geven.

Om een kernwoord uit het boek te gebruiken: De context komt zeer breed aan de orde.

Het Calvinisme van Kuyper en Bavinck. Teksten bijeengezocht en ingeleid door dr. M.E. Brinkman en dr. C. van der Kooi. Sleutelteksten in godsdienst en theologie, deel 22. Uitg. Meinema - Zoetermeer 1997.176 blz. f 35,-.

Meinema doet verdienstelijk werk met de uitgave van de serie Sleutelteksten. Ditmaal krijgen Kuyper en Bavinck de volle aandacht.

Er zijn fraaie passages uit beider werk gekozen. Ik heb voor het boek als zodanig waardering. Toch ben ik niet geheel bevredigd. De inleidingen zijn met kennis van zaken geschreven. Kuyper en Bavinck worden getekend als theologen die de erfenis van de Reformatie wilden vasthouden en haar tevens wilden vernieuwen in (het begin van) de moderne tijd. Dat is, zo luidt de conclusie, hopeloos mislukt.

Over beider levensgang, invloeden en theologische intenties wordt informatie gegeven. Daar blijft het bij. Hoe zag hun theologie er inhoudelijk uit? Waarom is hun poging mislukt?

Ik meen dat dit boek ons niet met het Calvinisme van Kuyper en Bavinck in contact brengt. Daarvoor is meer nodig. De gekozen teksten zijn inderdaad sleutelteksten. Zij laten niet zien welk huis men binnengaat. Dat zou juist voor vandaag zo belangrijk zijn. Als ik de auteurs goed aanvoel, beogen zij vandaag een zelfde synthese (restauratie, renovatie om bruikbaar te zijn in onze tijd). Wat denken zij van het échec van Kuyper en Bavinck te kunnen leren?

Laat ik het duidelijk mogen zeggen: ondanks wat ik een structureel gebrek noem, is het toch een waardevolle bundel. Kan de lezer ermee uit de voeten?

Dr. Samuël Pfeifer, Dr. Wolfgang J. Bittner, Een gezonde geest in een gezond lichaam. Alternatieve geneeswijzen, psyche en geloof. Uitg. Groen - Heerenveen 1997. 90 blz. f 22,50.

Onwillekeurig doet de titel denken aan het ook bij Groen uitgekomen: Mag ik alternatief behandeld worden?

Het onderwerp is hetzelfde, de behandeling verschilt nogal. Het Nederlandse boek is een uitgebreide studie. Dit boek gaat terug op een in Zwitserland gehouden conferentie.

Het boek is voorzichtig in het vellen van een oordeel, vooral in het veroordelen en afwijzen. De schrijvers geven uitvoerige informatie over nieuwe trends in de alternatieve geneeskunde (bloesemtherapie; edelstenen; lichaamgeoriënteerde therapieën, Reiki en Kinesiologie). Daarop volgt een uitvoerig hoofdstuk over: Wat is de mens? Fundering van een bijbels-theologische antropologie. In hoofdstuk 5 wordt de vraag beantwoord of medische technieken aan de hand van de bijbel getoetst kunnen worden.

Aan de hand van zeven vragen wordt een dieptepeiling verricht. Is Jezus Christus echt de Here? Het gaat om het totale mens-zijn voor God en de mensen. Beogen wij dat ook in het gebruik van alternatieve geneesmiddelen?

Steeds weer wordt de vraag gesteld: Waarom en waartoe gebruiken we alternatieve middelen en welke geestelijke uitwerking hebben ze in ons leven?

Hierbij komt het probleem van de sterken en de zwakken aan de orde!

Beslissend is onze innerlijke houding en onze gewetensrust.

Ik vraag me af of er hier en daar niet een duidelijk neen moet klinken. Het is opvallend dat de schrijvers behoedzaam te werk gaan en ruimte laten voor verscheidenheid van gebruik, vanuit de gewetensovertuiging.

Voor de toon van het boek heb ik waardering. Op bepaalde momenten zou ik een duidelijker neen willen horen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.