+ Meer informatie

De „RAI" In Amsterdam Is een begrip geworden

FIETSEN, AUTO'S, MOTOREN EN CARAVANS

8 minuten leestijd

Het Europaplein in Amsterdam met de ingang van de RAI-gebouwen en de opvallende reclamezuil.

Op de eerste RAI-tentoonsteUing in 1896 te Amsterdam, kwam men k^ken naar de nieuwste fletsmodellen. Nederland zou immers snel een fietsende natie worden. Daarnaast vond men de eerste exemplaren van die curieuze nieuwigheid s het r^tuig dat door een motor werd aangedreven. Een aardig ding voor gefortuneerde sportUeden die niet opzagen tegen veel kosten en veel moeite om hun open vehikel op de weg te houden. Maar aan de andere kant zag het publiek op die wegen, dat de Daimler en de Déoauvilles ook inderdaad reden.

De auto raakte „in". Zelfs de overheid ging experimenteren met briefvervoer per auto. Er werd een vierdaagse betrouwbaarheidsrit georganiseerd tussen De Bilt en Groningen. Spijker bouwde zijn eigen autofabriek aan de Amstel en de auto werd van curiosum tot voertuig. Nog altijd nukkig en duur, dus niet voor de massa, maar toch de economische belangstelling waard. In deze sfeer opende de Jonge vereniging de „Rijwiel- en Automobiel Industrie", op 21 februari 1902 zijn vierde RAI-tentoonstelling. Deze tentoonstelling was meer een expositie van automobielen en motorfietsen dan van rijwielen. Het was tevens ook de eerste BAI-tentoonstelling die een financieel succes werd. Organisatorisch lag het allereerste begin van de expositie op het moment dat de vereniging werd opgericht. Dat was op 17 december 1803, als een vereniging van rijwielfabrikanten en -handelaren, circa SO stuks in getal.

Toen de fiets meer in trek kwam, nadat Burgers in 1896 te Deventer het eerste rijwiel fabriceerde en de import uit Engeland begon toe te nemen, besloten zij aan verkoopbevordering te gaan doen. Het doel van hun Nederlandse Vereniging „De Rijwiel-Industrie", die na een jaar reeds zestig leden telde ,was don ook een tentoonstelling die in 1896 door de voorzitter van de wielrijdersclub, de „A.N.W.B.", E. Bergsma, werd geopend. Na enkele jaren van teruggang beleefde de tentoonstelling in 1906 een hoogtepunt. Voor het eerst werd de tentoonstelling door een minister, mr. Veegens van het Departement van Landbouw en Nijverheid, officieel geopend.

Niouwljes

De collectie was een complete afspiegeling van wat er aan auto's in Europa te koop was. De nieuwste modellen van de Franse modekoninginnen met beroemde namen als Renatilt, Panhard-Levassor, Mors Peugeot enz. In die tijd waren de nieuwste snufjes bijvoorbeeld een stuurwiel inploats van een stuurstok, wielen van gelijke grootte, metalen chassis, luchtbanden. Elegante en geruisloze elektromobielen vond men er ook en de modernste stoomauto's. Bovenal zal de bewindsman hebben stilgestaan bij de indrukwekkende stand van Spijker. Daar stond een opengewerkt chassis, dat ronddraaide op een rond plateau onder een geweldige smeedijzeren stellage met drie grote bogen, waarin een matgouden bal was ingebracht, waar aan alle kanten spijkers van een armlengte groot uitstaken.

Op de stond was verder een vierclllnder benzinemotor. Deze werden ook naar Engeland geëxporteerd, waar een Spijker een heuvelklim had gewonnen en daarmee bijzonder populair was geworden. Een jaar later verdronk Hendrik Spijker met het schip Berlin voor Hoek van Holland en daarmee verloor het bedrijf zijn bekwame zakelijke leider.

Uitbreiding*

In het Jaar 1906 werd de RAI door 13.166 betalende bezoekers bezocht en daardoor kon de RAI-kas flink worden gespekt. Er moest steeds meer met de ruimte worden gewoekerd en men zon op uitbreiding. Bovendien wilde men in 1907 weer rijwielen gaan exposeren en dat maakte het ruimteprobleem nog nijpender. Zo kwam men tot het bouwen van een tentoonstellingsloods, die de RAI achter het Paleis van Volksvlijt liet bouwen. Kort voor de tentoonstelling van 1907 kwam de nieuwe zaal gereed en de tentoonstelling werd door niet minder don 23.000 mensen bezocht. De loods legde de RAI ook verder geen windeieren, want men verhuurde de zaal herhaaldelijk en de 8000 gulden die de bouw had gekost kwamen er spoedig uit.

Malaise en oplevingr

De 10e RAI van 1908 werd nog een succes, maar daarna stagneerde de kooplust van het publiek. Het ging Nedei^land economisch niet meer zo voor de wind. Toch bleef het wagenpark groeien. Voor 1900 liepen er ruim 200 auto's in Nederland. In 1904 waren dat er ruim j^^iiilt^^lpi-.-,

LAMBERT MELCHERS,
Stand No. 29. Stand »2. 23-25 Korte Haieo. SGBiBDAH. ^1 De SUnd ilcr |i Ain'OMOBIELEN-FABRIEK en IMPORTHUIS, gevestigd stdert 1898,

Il Automobielen „Darracq" ;;
GOKCESSIOHNAIRE en (Ier i

i Motortricycles „Perfecta" :i

Antomoblelen
StooitiTijtuigen. munlen uit door den geruJschloo^en Stoom-Omnibussen. Stoom-Vrachiwagens. gang van den motor. „CUOU" dcp Tenloonstclling. Geruisehloos. Eenvoudig. Geen trilling. Ccnig in Soifel. L»3 in Prijs. Prima AfwErking. Houlen of Stalen Wielen. !: BoanigiatTcuïtdirliGJtsZclMuiai ij Geen oponthoud en i'cpai'Hties aan den weg. 6ü druk gebruik, GOEDKOOPER en Geheel nieuwe Sluurinrïcliling. j Jok f. iishte Jr. i' DOELMATIGER dan paarden-lractie. Wr Triigt O BllToerlgt giUliilmrle; ILBDMI-Vl SNELHEID tot 32 KILOMETER. : Jan van {fiebeekstraat 98, ;' 'sGravenhage. !i

Automobielen „HÜRTO".
PRIJS / 1900.- GARANTIE. Bingham St Com PARIS-HLBERT. 6, 9,12,16, 20 P.K. OnDverrroIIcn in duuriiamheid. ROTTBRDAK. BBN16B AGEKTEN. Steedt meer daa SO Jlulo'e t: voorradig. 600 en in 1909 circa 6000. Tussen 1909 en 1912 groeide dit aantal gestaag tot rond 3600. In 1914 liep het aantal op tot 6000 stuks.

De nieuwe opleving zette pas goed in in 1911. De Koningin kocht toen twee Spijkers en in de RAI-kring ging men weer denken aan het organiseren van rijwieltentoonstellingen, die men in de slappe jaren had laten schieten. Er waren inmiddels zoveel merken dat de expositieruimte te kleui werd. Daarom werden in 1913 alleen kleine auto's en motorfietsen geëxposeerd. Slechts wagens met een inhoud van 1100 cc werden toegelaten. Toch waren de vorderingen opmerkelijk groot. Er kwamen wagens uit Engeland, Duitsland, Italië en andere landen. Ook de Nederlandse autohandel was tot bloei gekomen. Men vond er een keur van merken die in nog betrekkelijk kleine aantallen werden geproduceerd.

Toen op 1 augustus 1914 de eerste wereldoorlog uitbrak liep de produktie wegens grondstofgebrek hard achteruit. Simplex leverde in 1916 nog 32 eigen wagens af en Spijker ging. zich meer op het vliegtuig concentreren. Aan alles kwam echter een einde toen de Nederlandse regering auto's begon te vorderen en er door het tekort aan benzine zelfs een rijverbod werd afgekondigd, dat tot november 1918 van kracht bleef.

Concurrentie

De oorlog was nog maar juist ten einde of de autohandel bloeide weer op. In 1919 werden 6000 personenauto's Advertenties van standhouders op de RAI uit het begin van deze eeuw. verkocht. Door de gestegen welvaart ontstond er een felle concurrentiestrijd tussen de autofabrikanten en speciaal tussen die van Europa en van Amerika. Het was duidelijk dat een tentoonstelling weer nuttig en nodig werk zou doen en er was animo genoeg. De ruimte in het „Paleis van Volksvlijt" was echter te klein geworden. In oktober 1920 kwam het voorstel ter tafel om een eigen tentoonstellingsgebouw te stichten. Een simpel maar gedurfd plan. Geen enkel land ter wereld had iets dergelijks nog durven doen.

Het gemeentebestuur van Amsterdam stelde grond ter beschikking aan de Ferdinand Bolstraat. Na enig protest werd er met de bouw in 1922 een begin gemaakt. Reeds op 31 maart opende Prins Hendrik de 13e RAI-tentoonstelling. Na het welkomstwoord van voorzitter Lang, sprak de prins en verklaarde het gebouw voor geopend. De expositie was bijzonder geslaagd. De speciaal voor de RAI ontworpen gebouwen deden de automobielen beter tot hun recht komen en de allernieuwste auto's waren er te zien.

Variatie

Op de RAI tentoonstellingen van de twintiger jaren kon men de ontwikkelingen nauwkeurig volgen, zowel naar de kant van het goedkope massaprodukt als in de richting van steeds grotere luxe. Op de 16e RAI van 1926 varieerden de prijzen van auto's van 1360 (T-Pord) tot, 36.000 gulden (de Lancester). In dat jaar kwamen er ruim 70.000 bezoekers.' Deze toenemende belangstelling maakte^ uitbreiding noodzakelijk. De eerste In 1926, toen de tentoonstellingsruimte van 4000 tot 10.000 vierkante meter werd^ vergroot. In 1933 en 1938 kwamen daar nog eens respectievelijk 3000 en 2600 m2 bij.

In de dertiger jaren werd de DKW een enorm succes. Het model werd geïntroduceerd op de 26e, de zilveren RAI. In' Amerika daalde de produktie schrikba^ rend. In enkele jaren tijds met 76%. Men" zocht daar naar vergroting van de export. General Motors deed dat via de nieuwe dochterondernemingen en zo kwam de vestiging van de Fordfabriek,' na een kort avontuur in Amsterdam, in Rotterdam tot stand, die reeds in 1932 begon met een produktie van 80 wagens per dag. Meer dan ooit In de dertiger jaren was de RAI-expositie een staalkaart geweest van wat er zich rond de auto afspeelde. In de laatste Jaren voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak, bezochten jaarlijks honderdduizenden personen het houten RAI-gebouw.

Sohaalvergrrotiny

Toen de oorlog uitbrak reden er honderdduizend auto's op de Nederlandse wegen. De oorlog brak deze ontwikkeling', scherp af. In het RAI-gebouw werden Nederlandse, Duitse, en Canadese troepen gelegerd, maar bij de laatste zijn wé al weer aan de bevrijding toe en daarmee aan de derde fase van de historie van een nieuwe ongekende bloei van de RAI en van het automobilisme.

Het Latijnse gezegde: „tempora mutantur", ofwel de tijden veranderen, IS door de RAI aan den Ujve ondervonden, De naoorlogse periode kenmerkt zich niet alleen door een veel hoger tempo, maar ook door schaalvergroting. Alles wat mei de RAI-tentoonstellingen samenging, werd in korte tijd een veelvoud van het oorspronkelijke cijfer. Denk maar aan het voertuigenpark, aan de beschikbare standoppervlakte en het aantal bezoekers dat van goed 100.000 steeg tot Jaarlijks, ly» è, 2 miljoen bezoekers uit binnen- ea buitenland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.