+ Meer informatie

Voor Noorse Broeders is leer van de kerk „eenvoudig een ramp"

10 minuten leestijd

De advertentierubriek "Vergadervaria" was —drie maanden geleden— goed voor een aardige vergissing. Er stond een „ontmoetingsdag" aangekondigd. In Harderwijk. Daar zou onder andere ene heer J. de Boer het woord voeren. Een oplettende correspondent maakte ons er op attent dat hier iets mis dreigde te gaan. Want die meneer De Boer zou behoren tot de gevaarlijke sekte van de Noorse Broeders. Of dergelijke advertenties niet geweigerd moesten worden. Wij hielpen elkaar echter snel uit de droom. Met het schriftuurlijk-bevindelijk gehalte van de Harderwijker ontmoetingsdag zat het wel goed.

Onze correspondent was in de war met een andere De Boer. Jildert A. de Boer uit Harderwijk -niet dezelfde die op de „ontmoetingsdag" zou spreken— verzorgt samen met D. A. Wols uit Naaldwijk de "Eindtijdbrief Convergence". Ze zijn al aan de zesde jaargang. Zij zitten niet achter de „ontmoetingsdag" in Harderwijk. En in deze rondzendbrieven zijn inderdaad trekken te bespeuren die ons herinneren aan de leer van de Noorse Broeders. Noorse Broeders noemen zich in Nederland overigens liever "Nederlandse Broeders".

Nauwgezet

Wat zijn dat voor mensen, de Noorse Broeders? Zij leven nauwgezet. Leden van de traditionele kerken kunnen vaak een voorbeeld aan hen nemen. De gezinnen van de Noorse Broeders zijn om zo te zeggen nog ouderwets van omvang. Velen houden vast aan de in de Bijbel geprezen haardracht en kleding. Er wordt veel muziek gemaakt en veel gezongen. En toch is de door de Noorse Broeders aangebeden Christus niet de Christus der Schriften.

Grondlegger van de heiligingsbeweging was Johan Oscar Smith, geboren in 1871 in Frederikstad. Deze Noorse beroepsmarinier bekeerde zich in 1898 en werd —zo zegt men— „gedoopt met de Heilige Geest". Rondom hem verzamelde zich een groepje mensen met de intense begeerte om de zonde te overwinnen. Onder hen was de leerling-officier Elias Aslaksen, lange tijd een vooraanstaand leider van de Noorse Broeders.

De Noorse Broeders hebben zich inmiddels verspreid over enkele tientallen landen in de hele wereld. Ze geven in Nederland een maandblad uit met de Conferentieoord van de Noorse Broeders in Ambt-Delden. naam "De Weg". In Ambt-Delden (bij Hengelo, Overijssel) hebben zij een conferentieoord. Hun aanhang telt in ons land op z'n hoogst enkele duizenden mensen. De Noorse Broeders evangeliseren niet, maar proberen gesprekken te krijgen met mensen uit plaatselijke gemeenten en trachten hen zo los te weken van de kerk.

Christus in het vlees

Een centrale gedachte van de Noorse Broeders is de leer over „Jezus Christus, gekomen in het vlees". Zij leren dat Christus de zonde in het vlees had. Jezus zou -evenals wij— de mogelijkheid gehad hebben om te zondigen. En alleen door trouwe zelfverloochening en gehoorzaamheid zou Hij deze stroom van onreinheid in Zichzelf hebben weten in te dammen.

Aslaksen zegt in een van zijn publikaties: „Tijdens Zijn dagen in het vlees was Hij dus niet de Vader gelijk, maar Zijn broeders naar het vlees". Aslaksen zoekt voor zijn verkeerde leer onder andere steun in de Hebreënbrief. Passages zoals Hebreën 2 vers 17, waar staat dat Christus „in alles de broederen moest gelijk worden". Wie de Schrift helemaal leest en niet hier en daar een bijbeltekst vandaan plukt, weet dat het een valse leer is om te veronderstellen dat Christus de kiemen van de zonden in Zich had.

Toch schrijven de Noorse Broeders allen die hun leer niet delen finaal af. En wel op grond van 2 Johannes vers 7: „Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is de verleider en de antichrist". Dit betekent feitelijk dat degenen die bij voorbeeld vasthouden aan de gereformeerde religie, door de Noorse Broeders tot het kamp van de antichrist gerekend worden. De kerk ontkomt daar niet aan.

Het is een typisch sektarische trek om zo —onder verabsolutering van een deelwaarheid— de solidariteit met het grote geheel van de christenheid te verbreken.

Overwinningsleven

Jezus Christus is voor de Noorse Broeders in het bijzonder ook voorbeeld. Het lijkt er veel op, dat Christus als Voorbeeld nog belangrijker is dan Christus als Immanuël, God met ons. Middelaar Gods en der mensen. Zij leren dat een kind van God alle zonden die hij leert kennen, geheel kan overwinnen. En dat een volwassen christen het „Ik ellendig mens" uit Romeinen 7 voorgoed achter zich gelaten heeft, om voortaan te spreken als in Romeinen 8.

Zij leren, dat het door Gods genade mogelijk is om reeds in dit leven op aarde helemaal en voor altijd op te houden met elke soort van bewuste zonde. Het "Onze Vader" zou een gebed voor beginnelingen zijn. Mij is een geval bekend van een van de Noorse Broeders die zei: „Ik ben nog heiliger dan Christus, want Christus kon nog zondigen toen Hij in het vlees was, maar ik nu niet meer".

Enkele voorbeelden ter illustratie. In hun blad "De Weg", achttiende jaargang nummer 9, staat het volgende: „Heb ik een dodelijke haat tegen het vlees, tegen de onreinheid die erin woont, dan zal ik tot het uiterste strijden en door het geloof kracht krijgen en overwinnen, Hebr. 12:4. Dan deinst de satan met zijn legers af. Zo gaan wij door en winnen door het geloof de ene veldslag na de andere en verpletteren satans legermacht. Dan is de oorlog b.v. tegen de onreinheid gewonnen en geeft God ons op dit terrein vrede".

En in een ander nummer van "De Weg" luidt het: „Geef de begeerten geen greintje voedsel, maar laat ze doodhongeren. Dat is het verborgen leven met Christus in God. En dan gaan de begeerten werkelijk dood en de slechte dromen houden op. Dat is de goddelijke natuur in de praktijk. Dat komt ook niet meer terug als u bij voorbeeld kinds zou worden en geen macht meer zou hebben over uzelf... „Laat er van binnen niet een mengsel komen van goed en kwaad. God wil ons helemaal goed maken".

Dit is duidelijk in strijd met de op de Bijbel gegronde gereformeerde belijdenissen. Met hun stellingname verwerpen de Noorse Broeders vraag en antwoord 5 en 114 van de Heidelberger Catechismus en artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat wij Gods wet niet volkomen kunnen houden; dat we de schuld dagelijks meerder maken; dat ook de allerheiligsten zolang ze in dit leven zijn slechts een klein beginsel van de gehoorzaamheid hebben; en dat de zonde, uit onze verbondenheid met Adam, als opwellend water opspuit.

„Een ramp"

De Noorse Broeders zien de belijdenis zoals uitgedrukt in de genoemde artikelen, als de grote zonde van de kerk. Christenen ontvangen het verwijt dat ze wel praten over Gods wil, maar dat ze deze niet doen. „Als je aan een predikant of ouderling vraagt of hij alles prijsgegeven heeft, zul je meestal een ontwijkend antwoord krijgen en vaak worden ze boos"... „Let op de honden, zegt Paulus. Let op hen, die zelf geen overwinning hebben over de zonde en toch indrukwekkende preken houden, mooie liederen maken en geweldige activiteiten ontplooien. Laten ze liever eerst zelf de overwinning krijgen en dan pas aan het werk gaan. Wat hebben ze eigenlijk te verkondigen, als overwinning en volkomenheid het wezen is van de verkondiging? Gaan ze er toch mee door, dan ontwikkelen ze zich tot dwaalleraars..." ("De Weg", achttiende jaargang nummer 8.)

De sektenkenner Kurt Hutten citeert in een van zijn boeken Aslaksen: „Bijna de gehele zogenaamde christenheid is om de slavenhouding van Jezus en om Zijn dienend leven heengelopen. De kerkelijke leer dat het een mens onmogelijk is om Gods geboden volkomen te volbrengen heeft hun daartoe de vrijheid gegeven. Deze leer is eenvoudig een ramp..."

Bruid van Christus

De gemeente van Christus fungeert ook in de ogen van de Noorse Broeders als bruid van Christus. Maar dan moet die gemeente haar oude man, haar eigen leven, haar eigen wil, volkomen haten. Het 'vlees', de zonde moet absoluut gedood zijn, anders is de bruid overspelig. Overspelig zijn dus ook de kerken, waarin —zoals hierboven geciteerd— de (bijbelse) leer dat het een mens onmogelijk is om Gods geboden volkomen te houden, de overhand heeft.

De kerken worden zonder uitzondering aan deze hoererij schuldig geacht. De hoer krijgt vele dochters (nieuwe kerken) en er is maar één boodschap: Gaat uit van haar. Mijn volk.

Convergence

Ik was gealarmeerd door onze correspondent. De aanleiding tot dit verhaal was immers een „aardige vergissing". Nu, in de rondzendbrieven "Convergence" van J. A. de Boer en D. A. Wols zijn inderdaad trekken te bespeuren van de leer van de Noorse Broeders. Maar dat gaat ons pas opvallen als wij -zoals in dit artikel- eerst iets verklaren van de leer van de Noorse Broeders. Het blijkt dat wij in "Convergence" ook termen als „Jezus Christus in het vlees" en „overwinningsleven" tegenkomen. En dat in dezelfde context als bij de Noorse Broeders. D. A. Wols schreef een brochure getiteld "De Bruid van Christus". Het woord "anti-christ" komt ook voor in verband met hun stellingname tegenover de kerk.

„Het willen halen van gelijk onder christenen door een discussiegeest is regelrecht uit het vlees!" zo schreef De Boer in februari 1990 in een artikel rond Israël en de eindtijd. „Het onderling 'christelijke' geharrewar speelt inderdaad de geest van de anti-christ in de kaart. Deze geest van de anti-christ staat „Jezus Christus komende in het vlees" 2 Joh. 7 letterlijk fel tegen".

Volgens D. A. Wols hebben de belijdenisgeschriften „over het algemeen de fundamentele waarheden goed belicht. Maar niet volledig en de Dordtse Leerregels behoren in het geheel niet thuis bij de belijdenis der kerk". „Afgezien hiervan", zo vermeet Wols zich te zeggen: „Het ontbreekt in de belijdenis aan een breder begrip van het werk en de inwoning van de Heilige Geest".

Perfectionisme

Ook de valse leer over Christus komen wij in "Convergence" tegen. Wols en De Boer moeten niets hebben van de klassieke opvatting dat zelfs de allerheiligste van Gods kinderen nog maar een klein beginsel van heiligmaking en nieuwe gehoorzaamheid heeft. Zij worden gedreven door het optimisme, het perfectionisme, dat de mens stap voor stap vrijgemaakt wordt van de zonde. De Heilige Geest laat de „werkingen des lichaams" een voor een zien en „dan kan het één na het ander gedood worden", schrijft De Boer in een artikelenserie over Romeinen 7.

„Onvrijwillig doe ik toch dingen die ik haat, waar ik een afkeer van heb. Maar komen ze tevoorschijn, word ik ze mij bewust, dan kan ik ze doden door de Heilige Geest. Voorheen was een bepaalde zonde onbewust en onbekend, eerder was ik blind voor deze zonde die ik heb, die in mij woont. Maar nu heeft Gods Licht dit getoond en de verlossing schrijdt voorwaarts!" Volgens De Boer „menen veel kerkmensen dat wij voortdurend zondigen in woorden, gedachten en daden. Zij verwarren dan ook dat een opkomende gedachte uit het vlees reeds „zonde doen" is, terwijl Gods Woord dit „verzoeking" noemt".

En nu de valse leer over Christus: Hij zou volgens De Boer „dwars door Romeinen 7 heengegaan" zijn, „door de zonde in de leden heen, en God heeft IN Hem alle zonde in het vlees veroordeeld... Hij is geëindigd bij „de volheid der Godheid lichamelijk".

Zeer typerend voor de leer van de Noorse Broeders is ook, het gezegde dat ook wij „evenals Jezus" (!) tijdens Zijri dagen in het vlees het o zo nodig hebben om gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen te offeren aan God.

De oude mens kan zwemmen

Ik begon met een „aardige vergissing". Ik eindig met een ietwat anecdotische, maar veelzeggende uitspraak van Luther. Volgens overlevering moet hij ooit eens iemand ontmoet hebben die tegen hem zei: „Mijn oude mens is dood, ik heb hem verdronken". Het antwoord van Luther luidde: „De ellende is, dat dat loeder kan zwemmen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.