+ Meer informatie

Hij lijkt zo stoer, maar is pas zeven

4 minuten leestijd

Vanmorgen is Robert met het schoolreisgeld naar school gegaan. „Ik voel me zo raar", zegt hij om twaalf uur, terwijl hij moeizaam binnensloft. „M'n benen willen bijna niet mee als ik loop, en m'n hoofd doet zeer, aan deze kant", wijst hij. O nee, denk ik. Alweer ziek. 't Is raak dit jaar! Eventjes hoop ik dat ik me vergist heb omdat hij wat opleeft en meedeelt dat hij volgend schooljaar wel dezelfde klas houdt, maar met een nieuwe juf „Ze zeggen dat het een hele leuke is." Blij kijkt hij me aan als hij verder vertelt: „En 't is ook zo. Want ze zat dit jaar naast ons lokaal en weet u, soms he, hebben ze rekenen bij die juf en dan roept ze zomaar: STOP!!! En dan gaat ze ineens voorlezen." Met zoiets in het vooruitzicht lokt groep vier nog meer. Toch wil hij niks eten. Dat is voor hem een teken dat hij echt ziek is. Normaal gesproken vliegen de boterhammen erin. 'n Dikke 39°, blijkt ietsje later. Terwijl ik in gedachten uitreken en hoop dat hij misschien net voor het schoolreisje (over vier dagen) beter kan zijn, spreekt Robert mijn zorgen hardop uit. „Mam, als ik vrijdag niet meekan op schoolreisje dan eten we volgende week pannekoeken he?" „Ik zou wel eens willen weten waar die koorts steeds vandaan komt", mompel ik zorgelijk. „In je keel en oren is in ieder geval niks te zien." „O, vanonder m'n armen!", stelt Robert zelfde diagnose. Beladen met een goedgevulde rugzak en belast rrfet een hoofd vol zorgzame instructies en tips stapt Robert glunderend naast me. Hij is zo blij dat-ie net op tijd beter is. Ik ook trouwens. Een beetje ongerust word ik tot doorlopen gemaand want stel dat we eens niet op tijd zouden zijn! Pas als hij andere reisgenoten bepakt en bezakt door de straten ziet gaan is hij wat gerustgesteld en mag het weer ietsje kalmer aan. Totdat hij met een kreet: "De BUSSEN!!!" in het vizier krijgt die juist de straat van de school inrijden.

Dan is het hek van de dam en spoeden we ons in vliegende vaart naar de ingang van het plein. Hier en daar wordt Robert opgelucht begroet omdat hij net op tijd opgeknapt is. De plaatsen op de achterbank blijken zo'n beetje al gereserveerd te zijn. Vooraf heeft Robert me al voorspeld dat Jeroen en hij en die en die „vanachter zullen zitten." „Daar moet je maar niet al te veel op rekenen", heb ik gewaarschuwd, „dat wil iedereen graag. En ga, als iemand anders er eerst zit, er asjeblieft niet om ruziën hoor! Dat zou heel jullie dag verknoeien." Maar Robert twijfelt geen moment aan de goede afloop. Precies volgens planning zitten de heren op de achterbank, ik zie alleen lachende gezichten, er zijn blijkbaar geen slachtoffers gevallen. Maar even later hoor ik van andere moeders dat de zitplaatsen vooraf al verdeeld waren door de juf Die mogen hier en terug daar zitten. Daar heeft die aap me niets van verteld. Mijn hele speech was dus overbodig... Robert zit precies in het midden van het achterbankje, zodat ik hem volgens het boekje kan uitzwaaien tot hij een stipje is. De anderen zitten verborgen achter reclameletters. En spijtig bedenk ik dat ik, juist nu hij zo'n superplekje heeft, m'n fototoestel thuis heb laten liggen. De rest van de dag probeer ik vooral heel "positief' te denken: natuurlijk niet opgesloten in de wc, niet verdwaald, enz. enz. Want toen ik hem wegbracht leek hij een grote stoere jongen, maar tegen de tijd van ophalen heb ik al enkele keren gedacht: Hij is eigenlijk nog maar zeven...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.