+ Meer informatie

HOLWERDA HERDACHT

3 minuten leestijd

In de serie ADChartasreeks, onder auspiciën van het Archief- en Documentatie-centrum van de Geref. Kerken (vrijg.) te Kampen verscheen deel 10, een boeiende en tot mijmeren stemmende studie over leven en werk van prof. B. Holwerda. Deze uormde, samen met de bekende prof. K. Schilder het ‘gezicht’ van de nog maar pas ontstane GKu net na de tweede wereldoorlog.

Boeiend, zo stelde ik. Waarom? Omdat men in dit boek nog weer eens kan nagaan hoe de ontwikkelingen in het kerkelijk leven van de kerken van de Doleantie, verenigd in de Geref. Kerken, zich in de eerste helft van de jaren ’40 van de vorige eeuw toespitsten en op een gegeven moment leidden tot een onherstelbare breuk. In de bijdragen die over de persoonlijke theologische en kerkelijke ontwikkeling van Holwerda gaan (vooral De Ruijter over zijn prediking, Harinck over zijn entree in het kerkelijk conflict, De Jong (drs. H.) over zijn hoogleraarschap, Kwakkel over zijn oudtestamenticus zijn) tekenen zich de krijtlijnen theologisch en kerkelijk meer en meer af. De Ruijter ziet in de preken van Holwerda meer en meer het zich toeleggen op de vraag hoe God in de heilshistorie zijn spoor met de Zoon trekt (alhoewel Holwerda het exemplarische preken bepaald niet ver van zich werpt). Ook verhaalt hij hoe Holwerda in het begin van zijn predikantschap worstelt met de vraag hoe de dogmatiek (geloofsleer) handen en voeten kan krijgen in de cate- chismusprediking. Ik biecht hierbij op, dat ikzelf óók zijn prekenserie over de HC, De dingen die ons van God geschonken zijn, geplunderd heb.

Maar ook leest men van de kerkelijke strijd, rond de verbondsleer inhoudelijk, en rond de zelfcontinuering van de generale synode kerkelijk-procedureel, en van de stellingen die betrokken werden. Wat is het goed om te lezen dat o.a. Holwerda oog hadden voor eigen feilen en soms ook falen… Men leest van de leidinggevende positie die hij gaandeweg ongezocht innam, vooral nadat hij (die met een NT-isch onderwerp bezig was) voor OT benoemd werd.

Mijmeren, zo stelde ik ook. Want in dit boek wordt ons iets van een ‘Unvollendete’ geschetst. Als een kerkelijk hoogleraar op 42-jarige leeftijd wordt weggenomen, als dat ook eens gebeurt in het jaar waarin de andere ‘leider’ (Schilder) onverhoeds overlijdt, dan stelt dat voor enorme kerkelijk-geestelijke vragen. Die klinken dan ook door, vooral in de meer persoonlijke bijdragen. En het roept de vraag op: wat hadden wij nog meer aan vruchten kunnen verwachten? Het deed mij mijmeren bij het portret in de Apeldoornse senaatskamer van een broeder die ons zo vroeg ontvallen is. Mijmeren deed ik ook toen ik las van een bijbeltekst die Holwerda aanhaalde bij het overlijden van de hoogleraren Greidanus en Schilder, Hand. 13:36 — onder ons kwam die tekst immers naar voren rond het overlijden van prof. De Vuyst (die zijn doctorstitel uitgerekende in deze traditie behaalde)…

Wij zijn niet zo sterk in het samenstellen en uitgeven van boeken als deze. Maar wél mogen we, ook in onze eigen traditie, bouwen op de schouders van het voorgeslacht.

n.a.v. : George Harinck (red.), Holwerda herdacht. Bijdragen over leven en werk van Benne Holwerda (1909–1952). Uitg. De Vuurbaak Barneveld 2005, 272 blz., €17,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.