+ Meer informatie

PRATEN OVER DE DOMINÉE door gemeente, kerkenraad en de predikant zelf

8 minuten leestijd

Hoewel ik het niet helemaal zeker weet, vermoed ik dat ik voor het eerst heb nagedacht over het woord ‘communiceren’ na lezing van het klassieke avondmaalsformulier. Het Staat daar als volgt: ‘terwijl men communiceert, zal men stichtelijk zingen of sommige hoofdstukken lezen…’ Ik begreep het toen niet. Het was bij ons altijd benauwend stil, tijdens de viering. En communiceren tijdens het zingen, vond ik opmerkelijk. Laat staan bij het Bijbellezen. Nu, ouder, realiseer ik mij dat het communiceren bij het avondmaal verwijst naar het samen ter communie gaan: etend en drinkend vorm je samen een gemeenschap. Heb je deel aan Christus’ lijden en opstanding. Vorm je een commune.

COMMUNICATIE

Maar in dit artikel gaat het niet om het communiceren tijdens het avondmaal. Maar door de associatie met het oude avondmaalsformulier komt er wel zicht op de diepere betekenis van communiceren. Het verbindt. Het is gemeenschapstichtend. Wie communiceren krijgen deel aan elkaar. Hiermee wordt gelijk duidelijk dat de praktijk van het kerkenwerk veelal niet voldoet aan deze betekenis van communiceren. Wij praten weliswaar veel, maar gemeenschap stichtend is dat lang niet altijd. Hetzelfde kan ook gezegd worden van ons zwijgen. In dit artikel geef ik een paar observaties door over communiceren in de verhouding predikant, kerkenraad en gemeente. Daarbij spits ik het wat toe op de positie van de predikant. Meer dan observaties zijn het niet, opgedaan in de praktijk van het kerkelijke leven. Bij het schrijven houd ik het heilige communiceren in het oog.

GEMEENTE

Onlangs bezocht ik een feestelijke bevestigingsdienst. De gemeente keek verlangend en verwachtingsvol uit naar haar nieuwe predikant en de predikant bracht zijn gezonden zijn als een vernieuwing van zijn roeping. De wittebroodsweken waren begonnen. Maar hoe is het over twee jaar?

De kwaliteit van een predikant is van grote invloed op de gemeente. Ik kom uit een hartstochtelijk op de kerk betrokken familie. Zolang men tevreden was over en zich gezegend wist met de eigen predikant had de koffie na de kerkdienst iets feestelijks. Dat wat het leven zin gaf, wist men bij de eigen predikant in goede handen. Maar als die tevredenheid ging schuiven en het ongenoegen toenam, was dat ook merkbaar tijdens de koffie. Veel gesproken werd er niet. Je moppert niet licht over een dominee. Maar de teleurstelling over schrale kerkdiensten hoopte zich op. En soms kwam het er uit.

Theologisch maken wij het hier ook naar. Wie in zijn theologie hoog opgeeft van de ambten en aan de predikant als bedienaar van het heil zo’n grote plek toekent, creëert hoop en verwachting, maar ook teleurstelling. Dat is echt niet alleen het gevolg van de toegenomen mondigheid van de samenleving. Hoge pretenties leiden tot hoge verwachtingen.

In onze tijd blijft de onvrede niet lang verborgen. De schroom om kritiek te uiten is er nog steeds, maar als de frustratie hoog zit, komt het er uit. Je ziet het op het kerkplein als de kerk uitgaat. Van sommige groepjes weet je hoe er ongeveer gesproken wordt: somber, teleurgesteld, verlangend. Na praten volgt mailen. Eerst binnen het groepje, maar op enig moment daarbuiten. Die mails bereiken na verloop van tijd de kerkenraad. Klachten over de predikant gaan meestal over zijn preken, soms ook over de gebeden, het pastoraat of zijn sociale vaardigheden. Kritiek is vaak niet direct. ‘Bezorgd meld ik jullie dat er sprake is van een toenemend ongenoegen over de preken van onze dominee. Ik herken de kritiek wel, maar persoonlijk heb ik er minder moeite mee. Het verontrust mij wel. Ik zie mensen wegblijven…’ Anderen verstoppen zich achter hun kinderen: ‘Niet voor mijzelf hoor, maar mijn kinderen kunnen naar hun eigen zeggen niets met de preken. Zij vinden ze saai. Het raakt ze niet. En het kost al zoveel moeite hen mee te krijgen naar de kerk.’

Eerst laten de mailtjes zich nog sussen met een correct antwoord. Maar de veenbrand woedt soms voort, bereikt grotere delen van de gemeente, de kerkenraad en voor je het weet heb je verstoorde verhoudingen. Kritiek leveren op het functioneren van zo’n gemeente is te makkelijk. Nogmaals, onvrede over een predikant is teleurgesteld verlangen, verdriet om de gemeenschap die niet langer ervaren wordt.

Suggesties voor kerkenraad en predikant

1. Sta vooral stil bij het verlangen dat ten grondslag ligt aan de kritiek. Wat hoopt men van een dienst, een pastoraal bezoek enz. Welke nood wordt zo zichtbaar?

2. Bekritiseer niet per se het verlangen, maar wel het eventuele realisme er in: zoveel gemeenteleden, zoveel ouderen, zoveel bezoekjes en dan ook nog één of twee diensten per week gaat gewoon niet.

3. Als verlangens terecht zijn (ik wil in de kerk aangeraakt worden door God), maar de predikant dit niet kan bieden (ik kan niet zo goed bij het gevoel van de gemeente komen in mijn preek) dan is er gewoon een probleem dat erkend moet worden. En dat is dan het probleem van de gemeente. Soms zijn er oplossingen te vinden, maar soms is het ook een kwestie van samen dragen. Ontkennen van een reëel probleem leidt tot intimidatie en daarmee tot groter gemor. Stel gewoon vast dat een predikant niet goed met kinderen om kan gaan en val hem er dan niet langer lastig mee. Er is vast iemand die het wel kan.

4. Er worden bij de gemeente soms ook irreële verwachtingen gewekt. Verwachtingen kun je als predikant en kerkenraad wekken maar ook managen. Als ouderen gebak in huis halen voor de predikant op hun verjaardag, en de kerkenraad heeft besloten geen verjaardagsbezoek door de predikant te laten doen, is er iets mis in de communicatie.

KERKENRAAD

Tijdens het beroepingswerk dienen kerkenraad en predikant goed de tijd te nemen om te onderzoeken wat hun verlangen is en wat reële verwachtingen zijn, mede gezien de kwaliteiten van de predikant en de gemeente. Over verwachtingen kun je afspraken maken als het beroep eenmaal is aangenomen. Heldere afspraken, liefst schriftelijk vastgelegd, geven duidelijkheid als de wittebroodsweken voorbij zijn. Ze kunnen ook de leidraad vormen voor geestelijker varianten op een jaarlijks functioneringsgesprek of de bron vormen voor vormen van professionalisering. Het kan duidelijk maken wat de gemeente zelf moet compenseren bij een bepaalde predikant.

Suggesties

5. Kerkenraad en predikant moeten helder voor ogen hebben wat zij verwachten op het gebied van erediensten, pastoraat, leren (catechese) en beleid van de predikant. Dat is maatwerk, want geen predikant is hetzelfde en niemand kan alles. Communiceer dit niet alleen met elkaar, maar ook met de gemeente.

6. Voer jaargesprekken en gebruik die ook om de afspraken te herijken.

7. Stel in de kerkenraad twee mensen aan die de predikant begeleiden. Zij voeren de jaargesprekken. Wanneer er kritiek is op de predikant die besproken moet worden, doen zij dat. Niet in de volledige kerkenraad. Kies hiervoor mondige, tactvolle en wijze mensen. De predikant moet ze respecteren en vertrouwen. De predikant moet ze ook als zijn of haar vertrouwenspersonen beschouwen.

8. De predikantbegeleiders moeten de sterke en zwakke kanten van hun predikant beide met hem bespreken. Niet alleen in het jaargesprek, maar ook tussendoor. Daarbij moeten ze de belangen van gemeente en predikant beide in het oog houden.

PREDIKANT

Niets is zo zwaar als het zelf hebben van een hoge ambtsopvatting in combinatie met een groot verlangen in de gemeente en bij de kerkenraad. Dan kun je alleen maar teleurstellen. Theologisch zal die hoge lat te funderen zijn, sociaal is het onpraktisch en psychisch ongezond. Vanwege beperkte ruimte gelijk wat suggesties:

9. Van Augustinus kun je nederigheid leren. Voor God en zijn gemeente. Niets is zo verbindend als eerlijk erkennen dat een dienst of een catechisaties niet veel voorstelde.

10. Niets is zo verbindend als je lerend opstellen: ‘Het praatje voor de kinderen vind ik een ramp. Daar kan ik wakker van liggen. Hoe doe je dat nu? Jij werkt met kinderen. Zeg nou eens wat ik niet goed doe.’ Voor jezelf uiteindelijk ook bevrijdend als je je realiseert dat je het niet allemaal hoeft te kunnen. Schaamte en schuld zijn niet hetzelfde.

11. Wees duidelijk over wat je doet en kunt doen. Doe aan verwachtingenmanagement bij kerkenraad en gemeente.

12. Maak geen misbruik van je ambt. Iets niet doen of gedaan hebben moet je niet afdichten met zalvende woorden of zieligheid. Fout is gewoon fout.

13. Maak onderscheid tussen verwachtingen van anderen of jezelf enerzijds en je opdracht of roeping anderzijds. Soms moet een predikant geestelijk gaan staan. Geldt overigens ook voor kerkenraad en gemeente.

14. Zorg voor vertrouwelingen buiten de gemeente waar je kunt mopperen, klagen, advies kunt vragen enz.

15. Neem supervisie voordat het te laat is.

TENSLOTTE

In al mijn adviezen gaat het om het zoeken naar verbinding en om het recht doen aan het eigen verlangen of de eigen mogelijkheden, vanuit het besef dat God ieder zijn eigen taak geeft. Aan de tafel des Heren gaat het om hetzelfde. Je verbindt je daar met elkaar. Ondanks alle schade die je elkaar berokkend hebt. Met elkaar belijd je de afwassing van zonden. En met elkaar ga je vervolgens de wereld en de gemeente weer in. Sterven met Christus en opstaan met Hem is iets wat je eigenlijk wekelijks zou moeten gedenken. Je hebt het als gemeente, kerkenraad en predikant hard nodig om het met elkaar uit te houden. Dat is wat het Heilig Avondmaal communiceert.

Wim H. Dekker is gedoopt in de christelijke gereformeerde kerk in Ouderkerk aan de Amstel en deed daar ook belijdenis van het geloof. Hij is docent sociologie aan de CHE en inmiddels voorzitter van een kerkenraad in de PKN in Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.