+ Meer informatie

Uit de dood overgegaan in het leven

4 minuten leestijd

Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, die Mijn woord hoort en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.

Johannes 5 : 24

„Uit de dood overgegaan in het leven”. Vanuit de staat der ellende gesteld te worden in de staat der genade, is het heerlijkst dat te bedenken is. Het is de inhoud, de kracht van het Evangelie der genade.

Met dit rijke en ruime evangeliewoord staat de Heere Jezus tegenover de vijandige Joden, die tot tweemaal toe het vonnis des doods over Hem kwamen uit te spreken.

In de eerste plaats daar Hij op de sabbat gezegd had: „Neem uw beddeke op en wandel”. En in de tweede plaats omdat Hij op deze beschuldiging geantwoord had: „Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook”.

In dat verband spreekt de Heere Jezus van het levendmakende werk der genade. Stelt Hij het tweevoudig: „Voorwaar, voorwaar”. Met eden stelt de Heiland het ruime en rijke Evangelie tegenover de bittere vijandschap van de mens. „Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, die mijn woord hoort en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven”.

Hoort, ja hoort met zijn lichamelijke oren, want het geloof is uit het gehoor en het gehoor is door het Woord Gods. Maar het geloof in Hem, Die de Zoon Zijner liefde heeft gezonden tot zegen en zaligheid van vijanden, vloeit voort uit de dierbare en onwederstandelijke werkingen van de Heilige Geest. Dat is Gode zij dank niet afhankelijk gesteld van de welwillendheid des mensen.

Vanuit die Goddelijke zending wordt alsdan de liefde Gods gesmaakt. Dat is de inlijving in Christus, de levenswortel der genade. Het geloof, dat door de liefde is werkende, kleeft de Heere aan, om voor Hem te buigen in het stof der verootmoediging met een innige droeflieid over hel kwaad, dat door het Hem vijandige hart bedreven werd. Hier wordt het van harte bekend van nature geneigd te zijn God en zijn naaste te haten.

De zonde is echt geen bagatel, maar de bron van helse vijandschap, die alleen door de Heere verbroken kan worden en verbroken wordt door de wet van Zijn liefde te schrijven in het hart. Om zo in de kracht van die liefde de wapenen van vijandschap in te leveren met hartelijke overgave aan de Heere en Zijn dienst. „Die heeft het eeuwige leven”. Want de Heere, de Vorst des levens, heeft het hart ingenomen. Door deze staatsverwisseling wordt het een leven vanuit de Heere: De onberouwelijke keus Hem te vrezen wordt steeds inniger naarmate het hart de Heere leert kennen in Zijn volheerli)ke heilsopenbaring. „En komt niet in de verdoemenis”. De Heere heeft hem voor tijd en eeuwigheid voor Zijn rekening genomen als geschenk van de Vader. Maar dat is daarom nog niet het getuigenis van de mens, die vanuit de dood is overgegaan in het leven.

Gekomen op de leerschool van Christus leert men bij het licht van Zijn Geest steeds meer het oordeel des doods en der verdoemenis kennen. Vanuit Zijn onderwijs wordt het ons duidelijk, dat het oordeel des doods en der verdoemenis is in de daad der zonde door zichzelf moedwillig los te scheuren van de God der levens. Deze ontzaggelijke straf is geheel in overeenstemming met de daad der ongerechtigheid. En zo gaat het hart vanuit de innerlijke gemeenschap met Christus dat kwaad met een innige droeflieid bewenen.

Wie dat leven niet kent, ligt nog onder het oordeel des doods en der verdoemenis. Wat ons hier op het hart gebonden wordt om met meer ernst te luisteren naar het dierbare Woord des Heeren, het zaad der wedergeboorte. Van daaruit alleen kan ons hart getroffen worden door de volheerlijke openbaring van Gods liefde in het zenden van Zijn Zoon.

Overgegaan vanuit de dood in het leven wordt het ons steeds duidelijker dat de w£g naar het eeuwige leven loopt door de dood der onmogelijkheden heen. De dood der ongerechtigheid laat ons niet los, loert op ons om ons hart af te trekken van de Heere en van Zijn wegen.

Het eeuwige leven, dat gesmaakt wordt in de liefde des Vaders door Zijn Zoon te zenden tot vloekwaardige zondaren, bestaat in beleving. De levendmaking bestaat in de beleving van de onberouwelijke keus en de waarachtige bekering. In de beleving van de rechtvaardigmaking en heiligmaking. Op die beleving let de Heere en daarin is het getuigenis van Zijn Geest. Dan is het een wandelen voor het aangezicht des Heeren in oprechtheid des harten. Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.