+ Meer informatie

President Castro weidt uit over Afrika-beleid

Strijdende Afrikaanse staten leiden aandacht af

3 minuten leestijd

HAVANNA — Cuba ziet de gebeurtenissen in Zuidelijk Afrika — Zimbabwe, Namibië en Zuid-Afrika — als het fundamentele probleem van Afrika. Daarom moeten conflicten tussen Afrikaanse staten, die de aandacht afleiden van dit belangrijkste front, vermeden worden. Alle actie moet gericht zijn op de strijd tegen kolonialisme, fascisme en de reactie in zuidelijk Afrika. Deze uiteenzetting van Cuba's politiek in Afrika heeft president Fidel Castro gegeven in een twee uur lang interview met de drie grote Amerikaanse televisiestations ABC, CBS en NEC.

De voortdurende polemiek van Washington over de Cubaanse rol bij de inval in de Zaïrese provincie Sjaba heeft Castro ertoe gebracht publiekelijk tekst en uitleg te geven over het Cubaanse beleid. Als forum voor die uiteenzetting koos hij de Amerikaanse televisie. Castro meent kennelijk dat de geruststellende boodschap die hij 17 mei aan Washington zond, niet de gewenste uitwerking heeft gehad.

„Katangezen"

Door de actie van de invallers, die hij consequent als ,,Katangezen" betitelt, te kenschetsen als een ,,provocatie" wil de Cubaanse president duidelijk maken dat niet elke bevrijdingsbeweging die zich met een progressief etiket tooit, kan rekenen op de hulp en de zegen van Cuba.

Havanna heeft zwaarwegende politieke redenen om op alle mogelijke manieren afstand te nemen van de rebellen in Sjaba. Het staat wel vast dat groepen „Katangezen" (Katanga is de vroegere naam van Sjaba) zij aan zij met de Cubanen hebben gevochten in de oorlog in Angola in 1975-76. Maar sindsdien hebben de Cubanen de Katangezen laten vallen. Cubaanse leiders vinden zowel het verleden als de huidige positie van de Katangezen dubieus. Castro vroeg aandacht „voor wat er achter de Katangese operatie steekt", waarmee hij kennelijk wil zeggen dat de rebellen ,,in de kaart van het westen spelen".

Warm onthaal

Veel leiders van nationale bevrijdingsbewegingen hebben de laatste twee jaar een warm onthaal gekregen in Havanna: Josjoea Nkomo van het Patriottisch Front van Zimbabwe, Sam Noejoma van de Swapo van Namibië, Oliver Tambo van het Zuidafrikaanse ANC, evenals de presidenten van Angola, Mozambique Ethiopië en Kongo-Brazzville. Maar, zo beklemtoont Castro, „de heer Mboemba" (leider van de Katangese rebellen) heeft nog nooit een voet op Cuba gezet, omdat zijn aanwezigheid niet gewenst is".

Met deze harde afwijzing van de Katangezen wil Castro het fundamentele uitgangspunt van de Cubaanse politiek toelichten: Vermijd conflicten, tussen Afrikaanse staten die afleiden •van de essentiële strijd voor de bevrijding van zuidelijk Afrika. „Het laat ons koud wie er regeert in Zaïre", aldus Castro. Maar Havanna zal niet onverschillig en werkeloos toezien bij ontwikkelingen die de strijd in Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika raken. „We zijn bereid mee te werken aan alles wat kan leiden tot vrede tussen Angola en Zaïre".

In de kaart spelen

Ruim een maand na de inval in Sjaba heeft Castro het nodig geoordeeld deze uiteenzetting van zijn beleid te geven. Al zou hij formeel op de hoogte zijn gesteld van de voorbereidingen voor deze inval (Castro zegt dat Cuba slechts bij geruchte van de actie heeft vernomen) dan nog zou hij dat niet van de daken kunnen schreeuwen, om niet ook in de kaart van het westen te spelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.