+ Meer informatie

CHILIASME HEEFT AANTREKKINGSKRACHT

11 minuten leestijd

De redactie vroeg ondergetekende om iets te schrijven over ‘oplaaiend chiliasme’. Zij is namelijk van mening dat ook in de CGK het aantal leden toeneemt dat door de leer van het chiliasme wordt bekoord. Het is goed als ambtsdragers zich bezinnen op dit onderwerp en enige toerusting krijgen. Vandaar dit artikel.

De vele delen van de romanserie De laatste bazuin, geschreven door Tim LaHaye en Jerry B. Jenkins, vinden gretig aftrek, evenals de videofilm over één van de romans uit deze serie Left behind. Ook hebben deze auteurs Het einde der tijden geschreven, het boek waarin zij de achterliggende theologie van hun romans uit de doeken doen. Deze en andere boeken helpen eraan mee dat steeds meer (christelijke) gereformeerde mensen tot de overtuiging komen dat het chiliasme voluit bijbels is. Die overtuiging wordt ook gevoed door een beweging als Christenen voor Israel en door toenemende contacten met evangelische christenen.

WAT IS CHILIASME?

Chiliasme kan worden getypeerd als: de verwachting van een duizendjarig vrederijk. Zo heet ook het boekje dat dr. J. van Genderen in 1984 schreef over het chiliasme. Het geeft in kort bestek goede informatie. Enige informatie gaf ook ds. H. Biesma in vier artikelen in De Wekker in 2003 onder de titel: Een duizend-jarig vrederijk?

Alle chiliasten zullen zich in de bovengenoemde typering kunnen vinden, maar binnen het chiliasme gaan de wegen uiteen, onder andere in: premillennialisme en postmillennialisme; in het premillennialisme is er vervolgens onder-scheid tussen pretribulationisme, midtribulationisme en posttribulationisme. Dit noem ik slechts om duidelijk te maken dat als het over chiliasme gaat, het nodig is om te weten over welke vorm we het hebben.

De bovengenoemde populaire romanserie is geschreven vanuit pretribulationistisch perspectief. Daarmee wordt de overtuiging bedoeld dat de Here Jezus elk moment kan komen om zijn gemeente op te nemen. Dat gebeurt in elk geval voor de grote verdrukking. Daarna komt Hij weer terug met zijn gemeente om zijn koninkrijk te doen komen. Deze vorm van chiliasme is jong, maar momenteel het meest populair.

In het vervolg geef ik eerst het officiële standpunt van de CGK ten aanzien van het chiliasme weer. Vervolgens ga ik kort in op enkele consequenties van het (pretribulationistisch) chiliasme. Ten slotte kom ik bij het belangrijkste punt: hoe komt het dat gereformeerde christenen zo gemakkelijk worden beïnvloed door het chiliasme?

OFFICIEEL STANDPUNT

De belangstelling in de CGK voor het chiliasme is niet nieuw. Dat blijkt bij artikel 52 van de kerkorde, waarin wordt vermeld dat de synoden van 1863, 1872, 1879, 1931 en 1933 zich met deze leer hebben beziggehouden. De twee laatstgenoemde synoden deden dat vanwege de chiliastische ideeën van ds. A.M. Berkhoff die hij onder andere in zijn boeken De Wederteomst van Christus (1926) en De Christusregering (1929) uitdroeg. Ze deden veel stof opwaaien, waardoor de GS van 1933 zich gedrongen voelde haar uitspraak uit 1872 te herhalen dat het niet bijbels is te leren dat Christus duizend jaar zichtbaar en lichamelijk op aarde zal regeren. Daarom werd bepaald dat predikanten die chiliast zijn, die overtuiging niet in woord en geschrift mogen uitdragen.

CONSEQUENTIES

Tegenover dit officiële standpunt komen ook in de CGK steeds meer mensen tot de overtuiging dat het chiliasme wel bijbels is. Voor de één betekent dit dat hij zich tot een andere gemeente wendt, voor de ander dat hij wel blijft, maar zich op dit voor hem of haar zeer aangelegen punt gefrustreerd voelt. Bovendien leeft bij vele chiliasten en anderen de vraag waarom in de CGK het chiliasme niet mag worden verkondigd. Over de toekomstbeloften kan toch wel verschil van mening zijn, terwijl er overeenstemming is over het hart van het evangelie? Die vraag spreekt me aan en wil ik primair positief beantwoorden. Toch is daarmee niet alles gezegd, omdat het niet alleen om de vraag gaat of er wel of niet een duizendjarig vrederijk zal zijn.

Elke vorm van chiliasme heeft vérgaande consequenties voor de wijze waarop de bijbel wordt gelezen en begrepen. Ik beperk me nu tot die stroming in het chiliasme die zegt dat de gemeente elk moment kan worden opgenomen. In deze theologie wordt er in het ene werk van God een scherpe scheiding gemaakt tussen Israël en de gemeente. Gods weg met Israël kent een tijdelijke onder-breking, waarin Hij zijn weg met de gemeente van Christus gaat.

In het einde der tijden (onze tijd) pakt God de draad met Israël weer op. Aanstaand hoogtepunt is de opname door Christus van zijn gemeente. Daarna keert Christus met zijn gemeente terug. Dan vindt de toespitsing van de wereldgeschiedenis plaats in en om Israël, met name Jeruzalem.

Deze opvatting heeft consequenties voor de wijze waarop zowel het OT als het NT worden gelezen. Veel oudtestamentische profetieën gaan volgens deze opvatting nu in vervulling of zullen hun letterlijke vervulling nog krijgen, onder andere de herbouw van de tempel uit Ezechiël.

In deze opvatting kan Christus’ gemeente geen verbondsgemeente worden genoemd zoals het OT over het verbond met Abraham spreekt. Als er van een verbond kan worden gesproken, is dat een persoonlijke zaak. Het gaat erom door wedergeboorte Christus te leren kennen. Wie wordt wedergeboren, moet zich voegen bij de gemeente. Die keuze komt uit in belijdenis van geloof, waarna de gelovige (als volwassene) wordt gedoopt. Daarom is ook de kinderdoop verwerpelijk. Die mag zeker niet uit de besnijdenis worden afgeleid. In deze theologie heeft de gemeente van Christus een andere plaats dan in de gereformeerde leer. Ze is niet de verbondsgemeente, maar een verzameling individuele gelovigen.

Verder worden woorden van oudtestamentische profeten, Jezus en apostelen over de toekomst gezien als een reportage van de toekomstige gebeurtenissen. De bijbel wordt niet alleen naast de krant gelezen, maar als dé Krant. Daarbij wordt vooral naarstig gespeurd naar wat er over Israël Staat geschreven.

Alle chiliasten zijn het er over eens dat de stichting van de Staat Israël in 1948 een belangrijk teken is. Toen sproten de bladeren van de vijgenboom uit (Matt. 24:32–42). Als Jezus met de vijgenboom Israël bedoelt en de stichting van de Staat in 1948 met het uitspruiten, maakt dat de conclusie onontkoombaar dat de zomer nabij is. De komst van Christus Staat voor de deur. Dan zijn wij het geslacht dat niet zal voorbijgaan voordat de Here is gekomen. De komst van Christus is dan te berekenen. Deze interpretatie is echter in strijd met de waarschuwing die Jezus zelf geeft, uitgerekend in aansluiting op de les van de vijgenboom in Matt. 24:36 en 42. Waakt, want niemand weet de dag en het uur.

LaHaye en Jenkins laten zich in hun berekening door die waarschuwing enigszins weerhouden. Ze zijn echter vast overtuigd dat 1948 de vervulling van de woorden van Jezus is. Daarom weten ze (bijna) zeker dat Christus voor 2025 komt en dat wij in de eindtijd leven. Dat maakt onze tijd tot een spannende tijd, voor wie gelovig het nieuws (over Israël) volgt en de bijbel leert lezen. Hoe komt het dat ook steeds meer leden van de CGK deze chiliastische mening raken toegedaan?

VATBAAR VOOR CHILIASME

Hierboven bleek dat het niet nieuw is dat het chiliasme in de CGK aanhang krijgt. De eerste reden toen en nu ligt in het feit dat chiliasten de bijbel letter-lijk opvatten als het over de wederkomst gaat.

De CGK staan ook een letterlijke opvatting van de bijbel voor, ervan overtuigd dat het Woord van God ons betrouwbare informatie geeft. Dat was in de ne-gentiende eeuw al zo, maar zeker in de twintigste eeuw als reactie op het historisch-kritisch bijbelonderzoek waarin van de betrouwbaarheid van de bijbel weinig leek over te blijven. Opmerkelijk is echter dat de reactie op dit kritische onderzoek grotendeels net zo westers en rationalistisch was als dat onderzoek zelf. De één zei: zo kon en kan het letterlijk niet gaan. De ander zei: zo ging en gaat het wel.

Het is belangrijk om te zien dat bij de bijbel betrouwbare informatie en letterlijke opvatting geen synoniemen zijn. De bijbel is een oosters boek, profetisch en poëtisch. Hij bevat geen reportages achteraf of vooraf, maar de geestelijke boodschap van God. Die boodschap geldt in de eerste plaats de hoorders van toen, maar behoudt voor alle tijden geldigheid. Het is alleen de vraag hoe.

Door onze westerse manier van denken moeten we ons niet laten verleiden speculatief om te gaan met de bijbel, zoals naar mijn overtuiging in het chiliasme gebeurt. Daarin worden willekeurig uit heel de bijbel gedeelten en teksten samengevoegd tot een leer over de toekomst. Er worden uitspraken gedaan over de dag van Christus’ wederkomst op grond van de les van de uitspruitende vijgenboom, waardoor duidelijk is dat de zomer nabij is.

Dat die vijgenboom Israël is, wordt ontleend aan andere teksten waarin met de vijgenboom Israël wordt aangeduid. Voor de bewering dat het in Matt. 24 ook om Israël gaat, heb ik echter tot nu toe geen exegetische onderbouwing gelezen. Volgens mij valt het ook niet aan het gedeelte te ontlenen, maar slechts aan een chiliastisch dogma dat op de klank van een woord afgaat.

Klankexegese blijkt ook in de uitleg over de zomer. Die wordt opgevat als een positief beeld, als aanduiding van Christus’ komst. Zo is dat bij ons, in de lijn van het lied: eens komt de grote zomer. In Israël is de zomer echter de tijd van de hitte die dikwijls verschroeiend en ondraaglijk is. Zo gebruikt Jezus hier het beeld van de zomer, als aanduiding van het moment waarop de hitte van Gods toorn openbaar komt. Dat gebeurt in de verwoesting van de tempel. Veel mensen uit de tijd van Jezus hebben dat meegemaakt. Daarom kon Hij zeggen dat dit geslacht het zal meemaken.

In de gelijkenis van de vijgenboom geeft Jezus antwoord op de vraag wanneer de tempel zal worden verwoest en niet op de vraag naar zijn komst (zie Matt. 24:4). Uit zijn hele antwoord blijkt echter dat die twee vragen nauw samenhangen. De verwoesting van de tempel hangt met de wederkomst samen. Daarin staat Hij voor de deur.

In onze tijd zijn de gebeurtenissen in en om Israël, vanaf de stichting van de Staat in 1948, een belangrijke reden om het chiliasme als waarheid te omhelzen. De eindtijd is echter niet in 1948 begonnen, maar in Jezus’ kruis en opstanding. Heel zijn toekomstprediking gaat daarvan uit. Ze richt zich op de vervulling bij zijn komst. Daarom roept Jezus zijn discipelen op niet over zijn komst te speculeren of zich tot berekeningen te laten verleiden. Het enige dat Hij van hen vraagt, is om waakzaam te zijn.

De kerk heeft die waakzaamheid echter dikwijls uit het oog verloren, zoals de discipelen in Gethsemane. Die kan ook uit het oog worden verloren door chiliastische theorieën, waardoor de nadruk komt te liggen op de dingen die aan de komst van de Here voorafgaan, vanaf de stichting van de Staat Israël. Het kan schijnwaakzaamheid in de hand werken. Jezus zegt niet: waakt vanaf 1948. Maar op de vragen van de discipelen is zijn appèl (op hen): waakt. Dat kunnen we alleen leren als we ons niet laten afleiden, ook niet door chiliastische speculaties. Jezus verkondigde niet wannéér Hij komt, maar dát Hij komt. Lopen christenen die het chiliasme omarmen, niet het gevaar, zich meer te concentreren op het eindtijdschema dat ze uit de bijbel menen te kunnen aflezen dan op wat Christus zelf zegt? Het gaat om concentratie op Christus zelf.

Samengevat zijn de CGK vatbaar voor chiliasme door:

■ nadruk op het persoonlijk geloof van de individuele mens ten koste van Gods verbond

■ verkeerde letterlijke exegese

■ klankexegese

■ een ogenschijnlijk bijbelse interpretatie van actuele, historische gebeurtenissen, met name in en om Israël

■ gebrek aan concentratie op Christus en zijn komst en de geestelijke waakzaamheid die daarbij hoort door aandacht voor het moment waarop en hoe Hij komt.

TEN SLOTTE

Ik heb slechts enkele dingen kunnen aanstippen. Ik hoop dat die duidelijk genoeg maken waarom het gaat. Het gaat om Christus en zijn komst; om de vereniging met Hem van alien die zijn verschijning hebben liefgehad. In dat besef zullen we de toekomstprediking van Christus steeds beter begrijpen. Dan laten we ons niet op sleeptouw nemen door allerlei, ogenschijnlijk bijbelse, theorieën over de nabije toekomst. Dan ontstaat er in de gemeente en tussen christenen ook gesprek over de toekomst. In dat gesprek is er bij alle verschil overeenstemming op de volgende punten:

■ De bijbel is het betrouwbare Woord van God.

■ Alleen een goede exegese maakt duidelijk wat de boodschap van God is, ook als het over de wederkomst gaat.

■ Christus zal komen. Door Hem komt het Koninkrijk van God.

■ Dat Koninkrijk zullen allen binnengaan die wedergeboren zijn.

Op basis van deze fundamentele overeenstemming moet er gesprek mogelijk zijn over de verschillen inzake het verbond (in relatie tot een persoonlijk geloof), de plaats van Israël in Gods heilsplan, de actuele gebeurtenissen en de toekomstige gebeurtenissen die samenhangen met Christus’ komst. Daarover valt te praten in de overtuiging dat de komst van Christus een grote verrassing betekent, omdat het heil dat Hij brengt zo rijk is dat het al onze kennis verre te boven gaat, ondanks al onze Studie van de toekomstprediking. Uiteindelijk rest ons daarom maar één ding, maar één woord, een belijdenis en een gebed: Maranatha.

Dr. D. Visser (1944) is predikant van Broeksterwoude-Petrus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.