+ Meer informatie

VAN HET Zendingsveld

4 minuten leestijd

(16.)

Nög eens Brazilië.

Zagen we de laatste maal, dat de zendingsonderneming in Brazilië totaal was mislukt, we moeten nu nog even zien dat Hollanders in dit gedeelte van Amerika ook een poging hebben gedaan om de Waarheid ingang te doen vinden.

Vooraf moet iets worden aangestipt over het werk van de West-Indische Compagnie.

Omstreeks 1630 had Loncq zich meester gemaakt van Olinda en andere kuststreken van Brazilië. Het doel van de Compagnie was niet in de eerste plaats om handel te drijven, maar meer om de Spanjaarden en Portugezen daar te bestrijden en de Spaanse retourvloten te onderscheppen. Verscheidene plaatsen (om vaste steunpunten te hebben) vielen in handen der Hollanders. In Recif (Pernambuco) kwam de zetel van de regering, waar in 1637 Johan Maurits van Nassau, kleinzoon van Jan van Nassau, het bestuur in handen nam.

In de veroverde plaatsen werden spoedig gemeenten gesticht, die samen de classis Brazilië vormden. Door de classis Walcheren en de classis Amsterdam werden predikanten en krankenbezoekers uitgezonden en zo kon het gebeuren dat op het eind van het jaar 1636 de eerste ciassicale vergadering werd gehouden.

Behalve de geestelijke verzorging der kolonisten, gingen de predikanten en krankenbezoekers zich ook toeleggen op het werk der zending. Er was een groot arbeidsveld: eensdeels de inwoners die van Portugese afkomst waren en de roomse godsdienst beleden; anderdeels de Indianen, de oorspronkelijke bewoners, die door tovenaars en slangenbezweerders tot hiertoe verleid waren geworden en zodoende verzonken waren in schrikkelijk bijgeloof.

Welk een heilzamer leer werd hun nu gebracht! Hoe zetten velen hunner de oren open! Voor diepgezonken heidenen, voor misleide roodhuiden is er mogelijkheid om zalig te worden; om een vrede te verkrijgen die alle verstand te boven gaat.

Aangemoedigd door het aanvankelijk succes gaat de classis Brazilië zich nu speciaal met de zendingsarbeid bemoeien. Enkele predikanten, bijgestaan door twee schoolmeesters, die Portugees kenden, worden zendelingen onder de roodhuiden. De schoolmeesters onderwijzen de jeugd in lezen en schrijven en maken de kinderen bekend met de eerste beginselen van de Christelijke leer.

Het schijnt dat de arbeid niet tevergeefs was, want er wordt verhaald, dat de jeugd in kennis toenam en dat enkele honderden volwassenen tot de tafel des Heeren konden toegelaten worden.

Nog zat de classis niet stil. Het plan werd gevormd om Braziliaanse jongelingen op te leiden tot zendeling. Als ze dan afgestudeerd waren konden ze gaan prediken onder hun eigen volk. Aan de West-Indische Compagnie werd verzocht de kosten voor die studie te betalen. Van de uitvoering van dit mooie plan kwam evenwel niet veel terecht.

Toen Portugal in 1640 onafhankelijk van Spanje werd, wensten ook de Portugezen in Brazilië herenigd te worden met het moederland. Er kwam op verschillende plaatsen opstand. Johan Maurits, die tot nog toe met groot beleid de landstreken bestuurd had, poogde de Portugezen in bedwang te houden. Daarvoor was steun nodig uit Holland. Helaas werden de middelen de bekwame landvoogd onthouden. Was het nu Oost-Indië eens geweest! Brazilië was niet zo in tel. Zonder voldoende steun begreep Johan Maurits wel dat de zaak verloren zou gaan. Hij vroeg dan ook zijn ontslag en vertrok. Na het vertrek van de landvoogd begon het verval. De Nederlandse sterkten werden duchtig aangevallen door de Portugees De Vielra. Het ene stuk na het andere werd aan de W.-I. Compagnie ontrukt. Tenslotte waren slechts enkele sterkten nog in onze handen. Toen dit in Holland bekend was, ja toen was Leiden in last. In allerijl werd de onversaagde zeeheld Witte de Witt naar Brazilië gezonden, maar zonder succes. Er was geen houden meer aan. In 1661 werd de vrede van 's-Gravenhage gesloten, waarbij bepaald werd dat heel de Braziliaanse kolonie aan Portugal verkocht zou worden voor acht millioen gulden.

Inplaats van de Hollandse wapperde nu de Portugese vlag, maar dat niet alleen: al het werk van de classis Brazilië moest worden gestaakt en van het zendingswerk kwam nu niets meer. Het is wel te vrezen dat velen die met aandacht naar de zendelingen hadden geluisterd, nu overgeleverd werden aan de roomse leer. Dit staat echter vast, dat zij, die niet alleen uitwendig maar ook inwendig zijn geroepen, standvastig zullen zijn gebleven en Gods Woord bewaarheid zal worden: „Ziet de Filistijn, en de Tyriër, met de Moor, deze is aldaar geboren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.