+ Meer informatie

Praktijk ontbreekt in een nieuw spellingsboek voor de basisschool

4 minuten leestijd

Een dagelijks terugkerende vraag: hoe schrijf je dat en waarom eigenlijk zó? Vooral die laatste vraag is belangrijk, want als de reden duidelijk is, is het probleem voor het grootste deel opgelost. Blijkbaar denkt men er ook zo over in het basisonderwijs, want er wordt gemiddeld zo'n 80 minuten per week besteed aan spellingsonderwijs.

Heel in het kort wordt in het eerste hoofdstuk weergegeven hoe de geschiedenis van onze spelling in elkaar zit. Ook de ontwikkelingen van de laatste jaren worden yoor het voetlicht gehaald. Argumenten van voor- en tegenstanders van een nieuwe spelling worden aangevoerd.

Henk Huizenga somt de zaken keurig op, zonder een eigen oordeel uit te spreken. Wel geeft hij aan dat het eenvoudiger zal zijn om te blijven spellen volgens vaste regels. Als iedereen maar doet „waar die zin in heb dan wort het leze der niet makkulukker op, as u begrijp wat ik bedoel".

In het tweede hoofdstuk worden de hoofdregels van de Nederlandse spelling genoemd. Met voorbeelden wordt duidelijk gemaakt welke principes nu eigenlijk ten grondslag liggen aan onze spelling. Ook de regels uit de Woordenlijst van de Nederlandse taal, meer bekend als "het groene boekje", worden met allerlei voorbeelden aangegeven.

Voorwaarden
Na dit algemene gedeelte wordt het basisonderwijs erbij gehaald. Eerst worden de spellingvoorwaarden besproken waaraan het jonge kind moet voldoen om aan spellen te beginnen. Aanvankelijk spellingonderwijs zou de volgende aanslag op het zeer jonge kind kunnen zijn.

Gelukkig weet de schrijver een en ander te relativeren. Hij geeft aan dat het voor het kind eenvoudiger zal zijn als er aan een aantal algemene voorwaarden wordt voldaan. Zo moet de spraakmotoriek in orde zijn, de schrijfmotoriek is van belang en de taalontwikkeling ook. Ook auditieve en visuele discriminatie zijn belangrijk, terwijl wat letterkennis een kind kan helpen. Dat zijn zaken die vanouds een be„Leerlingen moeten de schrijfwijze van veel voorkomende Nederlandse woorden leren kennen en in hun schriftelijk taalgebruik willen en kunnen toepassen langrijke plaats hebben binnen het onderwijs aan kleuters. Vandaar ook dat Huizenga aangeeft dat systematische aandacht voor spellingvoorwaarden niet nodig is. Speciale programma's of methoden kunnen hooguit gebruikt worden voor kinderen die een heel duidelijke belangstelling hebben voor het geschreven woord. kan er verder gewerkt worden. Verschillende manieren om er achter te komen hoe een woord gespeld moet worden, moeten door elkaar gebruikt kunnen worden. Dat is nodig om de doelstelling van het spellingonderwijs te behalen: „Leerlingen moeten de schrijfwijze van veel voorkomende Nederlandse woorden leren kennen en in hun schriftelijk taalgebruik willen en kunnen toepassen".

Een verheven doelstelling, die bereikt kan worden door de leerlingen een woordenschat aan te bieden waaruit geput kan worden. Elke methode heeft daarvoor een pakket woorden gekozen. De aantallen lopen nogal uiteen: de leerlingen die les krijgen uit de methode Taalkabaal hoeven 'maar' 2000 woorden te beheersen.

Voor een leerling die nog les krijgt uit de methode "Taal voor het leven" ziet de toekomst er somber uit. Pas na 12.000 woorden is de methode uitgeput. En dan te bedenken dat een volwassene die regelmatig schrijft, niet meer dan 3000 verschillende woorden gebruikt!

De leerkracht

Om de doelstelling van het spellingonderwijs te halen, wordt er heel wat gevraagd van de man of vrouw voor de klas. Verschillende manieren van instructie kunnen bij deze zware taak helpen. Inprenten, redeneren en regels aanleren; dat vormt de basis waarop het onderwijs in spelling rust.

En als een leerkracht op verschillende manieren instructie kan geven, zal het nog niet meevallen. De meeste kinderen staan nu eenmaal niet te juichen als ze spelling krijgen. Gelukkig geeft de schrijver een aantal werkvormen, die goed bruikbaar zijn bij het spellingonderwijs. Toch is het resultaat nog steeds afhankelijk van die leerkracht. Hoe gaat hij of zij met de stof om? Weet de leerkracht het zo te brengen dat de kinderen er echt iets van leren?

En wat gebeurt er als er fouten gemaakt worden? Wordt alleen de rode pen gehanteerd of neemt men de moeite om er eens achter te komen waar de schoen echt wringt?

Theorie of praktijk

Wat m dit boek gemist wordt, is de praktijk. Een leerkracht die wekelijks tachtig minuten spelling geeft, zal zichzelf regelmatig tegenkomen. Hopelijk kan hij of zij zelf spellen! Het probleem is om die vaardigheid over te brengen op kinderen.

De schrijver heeft wel een duidelijk beeld gegeven van spelling en onderwijs in spelling. Het boek is overzichtelijk opgezet en goed leesbaar. Een zelfde boek kan precies zo opgezet worden voor elk willekeurig ander vakgebied. Het is dan ook wat de schrijver er van wilde maken: een inleiding in de didactiek van het spellingonderwijs. De auteur is directeur van de christelijke basisschool in Berkenwoude. N.a.v. "Spellingdidactiek voor de basisschool" door Henk Huizenga; 1991, Martinus Nijhoff Uitgevers Leiden/Antwerpen; 141 pagina's; prijs: 29,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.