+ Meer informatie

Varken Gerda heeft biggen

5 minuten leestijd

.V en 'ikiheb/^ean brocrfjeWo/^osjös.

Om zes uur gaat de winkel dicht. Nu hebben vader en moeder genoeg tijd voor Berend. Samen doen ze na het eten nog een spelletje. Als Berend op bed ligt en vader en moeder de koffie op hebben, gaat vader nog even naar de winkel. Op de grond Ugt nog een verkreukeld briefje. Vader raapt het op. Hij strijkt het glad en leest het. „Beste meneer of mevrouw, zou u wel eens een kaart of briefje naar mij willen sturen? Mijn moeder helpt vaak in de winkel en ik heb geen broertjes of zusjes. Soms ben ik wel eens alleen...". Dan zit er een heleboel gekras. Berend had geknoeid en het briefje verkreukeld. Nu leest vader het, hij gaat er mee naar moeder. Moeder wordt er een beetje verdrietig van. Samen schudden ze hun hoofd. Zo'n jongen toch. Maar 's avonds als ze voor 't slapen nog even naar Berend gaan kijken, geven ze hem een extra dikke kus. Maar Geeske weet niet dat het zout is. Geeske denkt dat het suiker is. Geeske lust graag suiker. Geeske is een snoeper. Geeske pakt de lepel en neemt een flinke schep. Geeske spuugt het meteen uit. Wat vies!!! Dat is geen suiker. Dat is zout! Geeske pakt een glas en vult dat met water. Ze neemt een grote'slok en spoelt haar mond. O, wat vies. Ze proeft het nog steeds. Ze neemt nog een slok. Mama komt de keuken binnen. Wat doe jij toch? vraagt mama. O niks, zegt Geeske. Ze kijkt heel vies naar mama. Het proeft nog zo vies in haar mond. Poets jij je tanden? Nee, zegt Geeske. Ik heb zo'n vieze smaak in mijn mond. O, zegt mama. Hoe komt dat? Van het zout, zégt Geeske Zout? vraagt mama. Heb je zout gesnoept? Ja, zegt Geeske. Ik dacht dat het suiker was. Dan moet mama een beetje lachen. Dat heb je ervan, grote snoeper. Adriaan Ritmeester (10 jaar) uit Hafdinxveld-Giessendam:

„Bij ons zijn er op 24 februari twaalf biggen geboren, er zijn er twee van dood gegaan. Dus nu zijn het er nog tien. Het varken is om half 3 begonnen. Toen is mijn vader naar achteren gegaan. Toen kwam mijn moeder mij roepen om kwart voor 7. Toen ik achter kwam, waren er al zes biggen. Er zit een heel kleintje bij, die is even klein als mijn voet. Het varken heet Gerda, ze heeft al drie keer gebicht. Om kwart over 12 kwam er een dode big, er was er ook nog één dood gelegen. Mijn vader wou ook nog de dierenarts bellen om een spuit te geven dat het wat sneller gaat maar het hoefde niet want de volgende kwam

Tompoezen!
Claxon kreeg een alleraardigst briefje, dat jullie ook best mogen lezen. Hier komt het: „Aan bet RD. Zou u mijn verhaal in de jeugdrubriek willen plaatsen? Als dat gebeurt, dan zou mijn vader ons (de familie) op tompoezen trakteren. We wachten in spanning af. Van John de Wolf". Nou John, jullie kunnen op tompoezen rekenen hoor. En papa van John, wij van Claxon zijn ook dol op tompoezen... Mmmm!

Kees en Gerdientje
Het was weer morgen. Kees en Gerdientje waren op de boerderij.

Kees en Gerdientje waren de beste maatjes van een jaar of tien. Maar voor ik verder vertel, laat ik jullie eerst wat meer over Kees en Geral. Toen kwamen er vijf in een uur. Ik heb er zes geboren zien worden. Ik heb ook een big schoongemaakt. Er hangen twee lampen op om de biggen warm te houden. Ze moeten dag en nacht branden. De biggetjes drinken nu nog melk uit de speen. dientje weten. Kees was een stoere kerel van een jaar of tien. Hij kon erg goed met Gerdientje en Roko opschieten. Roko was de Deense dog van Gerdientje. Vaak waren Kees en Gerdientje bij elkaar. Gerdientje was vaak jaloers op Kees, want hij heeft een grote boerderij met heel veel dieren, zoals koeien, schapen enzovoort.

Het vuurtje

„Hé, Gerdientje, kijk eens", zei Kees. Gerdientje boog zich over Kees z'n bank. „Ooohh". „Gerdientje enKees, jullie moeten doorwerken", zei meester van Beek. Snel bogen Kees en Gerdientje zich weer over hun schriften. Eindelijk ging de schoolbel. Kees en Gerdientje liepen zoals gewoonlijk met elkaar naar huis. Vandaag zou Gerdientje bij Kees eten, dat vond ze prachtig. Onder het eten zei moeder: „Wat kijken jullie steeds geheimzinnig?" Na het eten gingen ze snel naar buiten. Even later haalde Kees wat Over vier weken zoiets gaanze wat biks eten. De biggen gaan gewoon op elkaar liggen. Er zitten drie zeugen bij en zeven beren.

Er zit ook nog een foto bij. Die is van vorig jaar". Dat geeft niet, Adriaan. Een big is een big, of niet? uit z'n zak. Het waren... lucifers. Snel stak Kees een lucifer aan, terwijl Gerdientje er een strookje bij houde. Ffft, al snel stond het strookje in brand. „Hè, Gerdientje, zullen we een vuurtje maken", „Nou, nou... goed dan", zei Gerdientje. Gauw staken ze nog wat strookjes aan. Ffft, al meer strookjes hielden ze er bij. Het werd steeds groter. De wangen van Gerdientje en Kees gloeiden ervan. „Hè, daar Kees, Gerdientje", riep vader. Kees en Gerdientje probeerden nog weg te rennen, maar het was een vergeefse poging. „Zullen jullie dat nooit meer doen", zei vader. Kees: „Nee vader'-'. Gerdientje: „Nee, meneer". Snel trapten ze het vuurtje uit. „Goed zo. En nou, ingerukt mars", zei vader. Gerdientje en Kees maakten dat ze weg kwamen. Gelukkig, dat was nog goed afgelopen. John de Wolf Nieuwerkerk aan den IJssel, 10 jaar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.