+ Meer informatie

HERTROUWEN NA ECHTSCHEIDING: ONMOGELIJK?

8 minuten leestijd

PROBLEEM

Trouwen en dus ook hertrouwen zijn zaken die vallen onder het burgerlijk recht en daarom kan de kerk een huwelijkssluiting niet tegenhouden en dat geldt dus ook voor het hertrouwen van gescheidenen. Een andere vraag is natuurlijk of de kerk in zulke gevallen het huwelijk moet bevestigen en een vraag die daaraan vooraf gaat, is of de kerk niet in een aantal gevallen dringend moet ontraden opnieuw een huwelijk aan te gaan. Voor alle duidelijkheid, het gaat in dit artikel om de vraag naar het hertrouwen van hen die gescheiden zijn.

DE BIJBELSE NORMEN

De HERE maakt in zijn Woord duidelijk hoezeer Hij een afkeer heeft van de echtscheiding, zoals uit tal van teksten blijkt. Daarmee spreekt de Schrift in feite ook over het hertrouwen (bv. 1 Kor. 7:11), want de vraag naar de wettigheid van het hertrouwen wordt in de meeste gevallen bepaald door de vraag naar de wettigheid van de echtscheiding. Wat de onschuldige partij aangaat, is het duidelijk. Het huwelijk is door de schuldige partner ontbonden en dat stelt de onschuldige in de vrijheid een nieuw huwelijk aan te gaan. Wat de kerkelijke bevestiging daarvan betreft gelden dezelfde normen als voor elke andere huwelijksbevestiging. Wat de schuldige partij betreft, geldt dat deze ongehuwd dient te blijven zolang de vorige partner leeft of zolang deze nog niet hertrouwd is. Immers in deze gevallen is er een weg terug. Hertrouwt de onschuldige partij wel, dan betekent dit nog niet dat de schuldige bij hertrouwen automatisch een kerkelijke huwelijksbevestiging moet ontvangen. De kerkenraad kan duidelijke redenen hebben waarom hij een dergelijke bevestiging weigert.

Echter, ook bij de vraag over het hertrouwen krijgen we te maken met het feit dat niet in alle gevallen zo helder duidelijk is wie de grootste schuld heeft. Daarom is het ook onmogelijk in een artikel dit vraagstuk afdoende te beantwoorden. Juist bij onduidelijkheid over de schuld, dient iedere situatie afzonderlijk onderzocht en beoordeeld te worden. Enkele aspecten bij die beoordeling hoop ik hier te geven.

HUWELIJKSBEVESTIGING

Er zijn in de christelijke gemeente heel wat gescheiden broeders en zusters die het voor God niet zouden kunnen verantwoorden opnieuw te trouwen. Dat geldt overigens in veel gevallen voor hen die niet direct als de schuldige aan de echtscheiding gelden. De reden daarvoor is soms dat mensen - vooral vrouwen -moeite hebben opnieuw een huwelijk aan te gaan na de negatieve ervaringen van het eerste huwelijk. Sterker nog leeft het besef van schuld tegenover de HERE dat het niet mogelijk bleek de belofte die voor God en zijn gemeente was afgelegd na te komen. Er zijn heel wat zusters in de gemeenten die door hun man in de steek zijn gelaten, maar het niet in hun hoofd zullen halen opnieuw te trouwen omdat zij van hun kant de afgelegde belofte nog steeds willen nakomen. Daar komt vaak ook nog bij dat hun liefde voor die ander ondanks alles wet gebleven is.

Een huwelijksbevestiging betekent in feite de verklaring dat God achter dit huwelijk staat en zijn zegen eraan wil geven. Voor de kerkenraad betekent dit dat men in alle gevallen van huwelijksbevestiging en zeker in gevallen van hertrouwen heel goed zal overwegen, voordat men instemt of afwijst. De uitholling van het huwelijk wordt niet in het minst bevorderd door het gemak waarmee mensen na een echtscheiding weer hertrouwen. En dan is nog niet eens gesproken over de klap in het gezicht van de partner die met de brokstukken achterblijft. Ook de eventuele kinderen zijn hier in geding. Bij veel van zulke kinderen heeft de kerk al heel wat aan geestelijk gezag en geloofwaardigheid verloren, doordat hun vader zo maar weer ‘in de kerk’ kon trouwen na alles wat hij hun en hun moeder had aangedaan.

Huwelijksbevestiging betekent echter niet dat daarmee goedkeuring wordt uitgesproken over de echtscheiding; ook is voor de schuldige de weg naar een nieuw huwelijk niet in alle gevallen afgesloten. Die weg kan eventueel pas open nadat bepaalde blokkades zijn opgeheven. Daarover het volgende.

VERZOENING

De discussie over de verzoening is in kerkelijk Nederland in volle gang. Als wij als Bijbelgetrouwe christenen de leer van de verzoening verdedigen, krijgt die verzoening dan ook een plaats in de bezinning over hertrouwen na echtscheiding? Zit niet tussen echtscheiding en hertrouwen nog de mogelijkheid van de verzoening? Hertrouwen met een nieuwe partner sluit de weg naar het eerste huwelijk definitief af. Verzoening betekent lang niet altijd dat het huwelijk hersteld kan worden. Daar is soms teveel voor gebeurd. Het moet wel zo zijn dat er schuld beleden wordt naar de verlaten huwelijkspartner en de evt. kinderen. In die weg is er verzoening mogelijk zonder dat de zonde wordt goedgepraat of de breuk van het huwelijk wordt hersteld. Dan is er daarbij de noodzakelijkheid van bezinning, boete en berouw. Al voor er gesproken kan worden over een nieuw huwelijk of zelfs de bevestiging daarvan, zal de schuldige aan echtscheiding zich voor God dienen te verootmoedigen over hetgeen hij of zij heeft aangericht. Dit berouw moet besproken worden met de oudsten en in de levenswandel zichtbaar zijn. Zeker, bij God kan een mens steeds weer opnieuw beginnen, maar daar hoort steeds boete en bekering bij. Het onder ons hooggeroemde ‘sola gratia’ kan ook tot geestelijke gemakzucht leiden, zeker in deze situaties. Daarmee wordt genade erg goedkoop. Daarom, als er schuld is, moet er ook berouw en belijdenis zijn. Als die er oprecht zijn, acht ik een nieuw huwelijk inclusief de bevestiging daarvan mogelijk, maar ik denk dan bij deze dingen wel aan een proces van enkele jaren. Stemt de kerkenraad in, dan zal dit ook open en eerlijk naar de gemeente gecommuniceerd moeten worden en moet de kerkenraad voorbereid zijn op de bezwaren die een gemeente tegen een dergelijke bevestiging in kan en mag brengen.

JONG?

De problematiek doet zich vooral voor als het gaat om jonge gescheidenen -en die zijn er helaas in toenemende mate. Moet degene die schuldig is aan de echtscheiding nu een leven lang ongehuwd blijven? De vraag wordt soms zo gesteld dat een ‘ja’ gewoonweg onmogelijk lijkt te zijn. Vergeten wordt nogal eens dat het hier om dezelfde persoon gaat die eerst voor God heeft beloofd een leven lang trouw te zijn. Toch zal het niet goed zijn van deze persoon te eisen dat hij of zij nooit meer in het huwelijk treedt. Wel moet ook in dit geval van kerkelijke zijde de oproep tot berouw klinken en zal er een behoorlijke periode van boete moeten zijn voordat een tweede huwelijk en de kerkelijke bevestiging daarvan overwogen kan worden. Wie schuld heeft aan echtscheiding zal zich ernstig bedenken voordat opnieuw zulke gewichtige huwelijksbeloften worden afgelegd en Gods zegen erover gevraagd wordt.

VOOR HET HERTROUWEN

De problematiek ligt, zo is duidelijk, voor een groot deel bij het trouwen en niet zozeer bij de echtscheiding of het hertrouwen. Zeker als het gaat om de vraag naar het hertrouwen van jonge mensen, mag de vraag gesteld worden naar de reden van het falen van het eerste huwelijk. Hebben wij als gemeente en kerkenraad voldoende gewezen op de ernst en het bindende van de huwelijksbelofte? Hebben wij als ouders voldoende met de kinderen gepraat en ze duidelijk gemaakt dat je elkaar goed moet kennen voordat je een huwelijk aangaat? Worden onze jonge mensen er nog op gewezen dat het verkeerd is met een ongelovige te trouwen? De voorbereiding op het huwelijk zal beter moeten, zodat veel moeite en verdriet voorkomen kan worden.

EN ALS ZE HET TOCH DOEN

Als het goed is, zal een eventueel nieuw huwelijk vroegtijdig ter sprake komen op het huisbezoek. Het kan dan zijn dat de kerkenraad zo’n nieuw huwelijk dringend ontraadt, omdat er nog veel onopgeloste problemen liggen. Het huwelijk tegenhouden kan de kerk niet, want het huwelijk is een burgerlijke zaak. Echter, wanneer men in zo’n geval tegen de kerkenraad ingaat, toch hertrouwt en daarmee tegen het geestelijk gezag van de oudsten ingaat, zal de kerkenraad gepaste maatregelen van tucht nemen. Een kerkelijke huwelijksbevestiging is daarmee nog een stap verder weg komen te liggen. Mochten gemeenteleden dreigen met vertrek naar een andere kerk als de kerkenraad niet met bevestiging van het nieuwe huwelijk instemt, dan zal duidelijk zijn dat voor een dergelijke vorm van wereldse chantage niet gebogen mag worden. De kerkenraad heeft in al deze dingen een hoge verantwoordelijkheid en zal - los van geruchten en dreigingen uit de gemeente - voor Gods aangezicht een beslissing moeten nemen.

CONCLUSIE

Het gaat hier om een complex thema. Er zijn vanuit de Schrift duidelijke normen te geven en tegelijk moet iedere situatie afzonderlijk beoordeeld worden. ‘Het moet kunnen’ en ‘het gaat er toch maar om dat ze van elkaar houden’ zijn gedachten die vanuit de wereld ook de kerk zijn binnengelopen. De christen probeert echter te luisteren naar het Woord van de HERE en dat blijkt nogal eens te botsen met de opvattingen van de mensen om ons heen, maar ook met mijn eigen gedachten. Hertrouwen na echtscheiding is niet onmogelijk, maar voordat het zover kan komen, moet er in de richting van God en mensen heel wat gebeuren.

Prof. Selderhuis is hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht aan de TUA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.