+ Meer informatie

Brown: Bijbel ondanks verschil in cultuur letterlijk vertalen

Bij het 150-jarig bestaan van TBS

7 minuten leestijd

LONDEN — Wij staan een zuivere vertaling van de Bijbel voor. Als we Gods Woord verstaanbaar willen maken voor mensen gaan we er vanuit dat een letterlijke vertaling de beste is. Dat gebeurt ook als een woord in een taal niet bestaat. We kunnen dan leenwoorden gebruiken of zelf woorden maken. Aan het woord is de secretaris van de Trinitarian Bible Society met wie wij, in verband met het honderdvijftigjarig bestaan van dit Bijbelgenootschap, een vraaggesprek hadden.

Neen, wij beginnen er niet aan om het woordgebruik aan te passen. Als een woestijnvolk het woord schip niet kent dan proberen we of een buurvolk dat woord wel kent.

Het is dan de taak van de exegeet om duidelijk te maken wat er bedoeld wordt. Bijbelvertalen en uitdelen dient gepaard te gaan met onderwijzing, aldus ds. Terence H. Brown, de rustige secretaris van de TBS in het kantoor van de Society aan de Kingston Road in Zuidwest-Londen.

De leraar, de prediker, dient onderwijzer te zijn. Als voorbeeld noemt hij het woord kameel. In het Oudengels was daar geen woord voor. Had dan in de Engelse vertaling van Gods Woord paard vertaald moeten worden? En met een glimlachje: Dan zou een Engelsman met een Arabier later toch ruzie gekregen hebben of een kameel een paard was of niet?

En als een woestijnbewoner het woord anker niet kent dan is het niet juist om dat te gaan omschrijven met een ander woord dat misschien ook wel het „houvast" omschrijft. Neen, een vertaling van de Heilige Schrift dient letterlijk te zijn.

Wij kennen in het moderne West-Europa ook de sociaal-culturele omstandigheden van de bijbelse tijd niet meer. Maar wij denken er toch ook niet over om die verhalen modern te maken. De zaaier ging uit om te zaaien. Wij vertalen niet: de agrariër ging er met zijn vierwielaangedreven tractor met zaaiapparatuur op uit om, enzovoorts. Onze kinderen kennen echt de zaaier niet meer en er is geen boer die zaad op de rotsen en tussen de stenen gooit.

Na een periode van tegenstellingen tussen leden van het Britse buitenlands Bijbelgenootschap over de grondslag en de manier waarop men gestalte gaf aan het werk van deze vereniging richtte men in 1831 de TBS op. De bezorgdheid trof vooral die groep die de Godheid van Jezus Christus ontkende.

Een motie om die groep uit het Britse Bijbelgenootschap te weren werd met grote meerderheid verworpen maar een minderheid kwam op 20 mei 1831 voor het eerst bijeen om leden er van te overtuigen dat het beginsel van de Drieëenheid noodzaak was. Aan het eind van dat jaar was het Trinitarisch Bijbelgenootschap een feit.

Op de achtergrond, aldus Brown, die regelmatig verwijst naar het zojuist uitgekomen boek over de geschiedenis van de TBS, speelde ook de problematiek van de apocriefe boeken. Wij hebben overwegende bezwaren om de apocriefen op te nemen in de Bijbel.

King James
In de laatste vijfendertig jaar, een periode waarin veel moderne Engelse vertalingen het licht zagen, heeft de TBS er bij voortduur op gewezen dat aan vertalingen een betrouwbare tekst ten grondslag dient te liggen.

De gevolgen van de misleidende theorieën en methoden van tekstkritiek zoals die verdedigd werden door Westcott en Hort vonden hun weerslag in de Engelse Revised Version uit 1981.

Ons uitgangspunt voor vertalingen is de tekst die voor de Authorised Version gebruikt is, zo gaat Brown verder. Dat is dezelfde tekst als de vertalers van de Statenvertaling in Nederland gebruikt hebben. Dat is de zogenaamde textus receptus.

Bibliofiel
Als we over codex en manuscripten gaan praten komt de secretaris van de TBS helemaal op zijn praatstoel. Ontbrekende teksten uit de vierde eeuw in Egypte, het manuscript Codex B of de Codex Vaticanus, ds. Brown weet waar hij over praat.

Hij loopt naar de boekenkast en haalt er diverse antieke boeken uit. Uit 1535 komt er een exemplaar van de Coverdale-uitgave van de Bijbel op tafel. Van dit exemplaar verscheen in 1536 een herdruk, opgedragen aan Hendrik VIII. Deze uitgave steunt op Pagnini, Erasmus, Zurich en Tyndale. Coverdale, die later bisschop van Exeter werd, was de eerste vertaler in het Engels van de Psalmen.

Verder laat ds. Brown een textus receptus zien uit 1551, een Erasmus-uitgave uit 1633, een Vulgaat en een zogenaamde reprint uit 1516. Een zesdelige foliant met de Hebreeuwse, Arabische tekst voorzien van Latijne vertalingen is vooral voor de bibliofiel het neusje van de zalm.

De manuscripten laten we verder voor wat ze zijn. Als we ds. Brown vragen of de TBS kerkelijk gebonden is komt er een aan duidelijkheid niets te wensen overlatend antwoord: Op geen enkele wijze zijn wij gebonden aan enige kerk of kerkelijk gezelschap.

Zelf gaat ds. Brown voor in Vrije gemeenten. De voorzitter van de Trinitarian Bible Society daarentegen behoort tot de zogenaamde Strict Baptists. Vertel uw lezers maar dat de bekende Philpot tot de Strict Baptists behoorde. Dan weten ze wel wat ze zich daarbij moeten voorstellen, zo vertrouwt ds. Brown mij toe.

De TBS heeft nog nooit deelgenomen aan oecumenische vertaalprojecten. Toch heeft zij vele tienduizenden Bijbels, Nieuwe Testamenten en Bijbelgedeelten verspreid.

Een van de taken die de TBS zichzelf opgelegd heeft is de verspreiding van getrouwe vertalingen onder de Roomskatholieken. De Spaanse Bijbelvertaling vindt gretig aftrek in Spaanssprekende landen als Mexico, Colombia en andere Noord- en Zuidamerikaanse landen.

Portugese vertalingen vinden hun weg in Brazilië, Portugal en Oost-Afrika.

"Nieuwe" vertalingen
Terwijl de drukpersen een voortdurende stroom van Spaanse, Portugese, Franse, Russische en Poolse Bijbels opleveren heeft de TBS ook financieel bijgedragen om een aantal „nieuwe" vertalingen in Afrikaanse talen, de Indiase, Birmaanse en de Malteser taal mogelijk te maken. Het Nieuwe Testament bijvoorbeeld is vertaald gedrukt en verspreid in het Pokot, Sar, Simte Paite en Thadou.

De hele Bijbel is na een arbeid van meer dan zeventien jaar op het eiland Malta in omloop gebracht. „De eerste zuivere Bijbel sinds Paulus op dat eiland was", voegt ds. Brown hier aan toe.

Juist dezer dagen zijn tienduizend exemplaren van de Lysu-Bijbel in Rangoon, de hoofdstad van Birma, aangekomen. Enkele uren voor ons vraaggesprek was er bericht binnengekomen dat de zevenduizend kilo Bijbels uitgedeeld waren. Er heerste grote, dankbaarheid dat na een arbeid van dertien jaar in Birma een zuivere vertaling uitgedeeld kon worden.

Alleen aan papier, drukkosten en bindwerk was voor deze uitgaven bijna tweehonderdduizend gulden nodig.

Als eerste mocht ik van ds. Brown de juist van de persen gerolde Gio-Bijbel zien. Na twaalf jaar voorbereiding kan dus nu ook de Bijbel in een getrouwe vertaling naar Liberia verscheept worden. Deze Gio-Bijbel is uitgevoerd in het internationale fonetische schrift.

China
Op dit moment is een actie aan de gang om het mogelijk te maken de Bijbel in China te verspreiden. Het is de bedoeling om in Japan een Chinese Bijbel te laten drukken.

De TBS heeft verschillende Bijbels niet door eigen mensen laten vertalen. Dat zou, aldus ds. Brown een onmogelijke zaak zijn.

Aan alle vertalers en zendelingen wordt hulp geboden. Wij beoordelen de aanvragen en kijken of we met die mensen in zee gaan. Op de vraag op wat voor wijze de Trinitarian Bible Society de zuiverheid van de vertalingen beoordeelt krijgen we het volgende antwoord: Wij hebben een handboek mef principiële uitgangspunten. Primair staat voor ons een letterlijke vertaling van de Bijbel. Pas nadat we uitvoerig met zendelingen en/of vertalers hebben gesproken en tot overeenstemming gekomen zijn over de uitganspunten komen we tot een overeenkomst.

Op deze wijze is een vertaling in de Vaiphei-taal uit Noord-India tot stand gekomen. Alleen al het zetten heeft ongeveer tachtigduizend gulden gekost. Ook hiervan krijg ik een van de eerste uitgaven te zien.

Rond het honderdvijftigjarig bestaan verscheen dus een aantal nieuwe uitgaven. Wij hebben erg ons best gedaan maar, het komt er rustig en oprecht uit, in de eerste plaats komt de Heere God de dank toe dat Hij dit alles mogelijk maakt, zo gaat ds. Brown verder.

Inspiratie
Wij geloven dat Gods Woord door de Heilige Geest geïnspireerd is. Bijbelvertalers dienen zuiver te vertalen, zij moeten ook iets kennen van het „maar Gij geheel anders" aldus Brown. Dit is echter niet dezelfde inspiratie als die de Bijbelschrijvers gehad hebben. Ds. Brown citeert daarvoor Mozes, David en Paulus. Een vertaler moet wel geleid worden door dezelfde Geest maar niet op dezelfde wijze.

De Trinitarian Bible Society heeft nog veel plannen voor de toekomst, want nog is het einde niet in zicht zegt ds. Brown. Samen met de hulporganisaties is zij steeds bezig te zoeken naar nieuwe projecten. Met de Nederlandse Gereformeerde Bijbelstichting is de TBS bezig een aantal nieuwe taken te ontwikkelen. Ook zal de GBS bijdragen aan diverse reeds aan de gang zijnde projecten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.