+ Meer informatie

Een gezegende familie

4 minuten leestijd

In voorbereidingsdagen mij naar een aangenomen gewoonte verdiepende in Petrus Immens’: De godvruchtige Avondmaalganger, en ook de Voorrede van dat boek lezende, trof mij welk een gezegende familie het is geweest, waaruit deze schrijver is voortgekomen.

Als in ’t voorbijgaan, zou ik ieder gaarne willen aanraden dat kostelijk boek te lezen en te herlezen. Er wordt op zuiver schriftuurlijke en praktische wijze gehandeld over het geloof, het verbond der genade, en het heilig gebruik van het heilig bondszegel des Avondmaals. De „welgeboorne en deugdrijke Jongvrouw”, Jacoba Petronelle Winckelman, heeft opgetekend niet alleen zakelijk maar nagenoeg woordelijk, wat Petrus Immens in bijzondere samenkomsten, ’s maandags vóór het Avondmaal daarvan in de prediking zeide.

Het is bekend, dat op deze wijze ook de preken van Smijtegeld tot ons gekomen zijn, beluisterd en opgeschreven als deze zijn door ene Maria Boter. (Men hoort veeltijds: Waar zijn tegenwoordig zulke predikers? Zou men ook niet kunnen vragen: Waar zijn zulke hoorders en hoorderessen?)

Doch we zouden iets zeggen over de familie Immens. De overgrootvader van Petrus Immens (van moederszijde) was reeds predikant in de dagen van Alva. Als men weet, dat in het land van Goes een vrouw verbrand is, omdat zij hem in haar schuur had laten preken, dan zal hij ook zelf wel door de inquisitie zijn achtervolgd geworden. Groot is het, zulke voorouders te hebben.

Petrus Immens’ vader was Robertus Immens, predikant eerst te Schijndel, later te Oirschot. Beide zijn ouders waren godvrezende lieden. Zijn moeder heeft heel wat Geestelijke Gezangen nagelaten, waarin haar hartelijke liefde tot de Heere Jezus en de weg der gerechtigheid wordt bezongen.

Niet minder dan negen zoons en drie dochters werden uit dit huwelijk geboren. Hoezeer de opvoeding uit die tijd van de onze verschilt, blijkt wel daaruit, dat geen der kinderen, van de kleinste tot de grootste, in tegenwoordigheid der ouders iets durfde spreken. Zelfs de oudste zoon, van de Hoge School thuisgekomen, bleef met hetzelfde ontzag aangedaan, en aan tafel zittende, sprak niet, totdat hem zijn vader daartoe zelf vrijheid vergunde en zei: Zoon, nu is ’t u geoorloofd te spreken.

Vier dezer zonen zijn gekomen tot de dienst van ’t heilig Evangelie, Samuel, pred. te Poortvliet, ’Robertus, die te Sint Anne ter Muiden heeft gearbeid, Daniel, die Asten en Ommel diende, en Petrus, die te Oirschot, West-Souburg, Zaltbommel en Middelburg heeft gestaan. Ook in ’t nageslacht zijn tal van predikanten aan te wijzen.

Meer dan één zoon der familie Immens is jong gestorven. Enkele opmerkelijke dingen las ik daarvan. Zo van Samuel, die te Poortvliet diende. Hoewel nog geheel gezond en fris, nam hij onverwachts in een plechtige leerrede afscheid van zijn gemeente, haar mededelende, dat hij naar zijn vader te Oirschot ging, om aldaar te sterven. Bij het betreden van de ouderlijke woning zei hij tot zijn zus Martha: „Zuster, ik kom hier in ’s vaders huis, om over te gaan in mijns Vaders huis, daar boven”. Kort daarop werd hij ook werkelijk ziek en ging heen.

Ook van’Robertus wordt zoiets gemeld. Eens had hij de bediening van het Heilig Avondmaal. Staande aan de tafel in stille aandacht, kwam hem de Heere Zelf voor, Die hem als ’t ware brood en beker toereikte, maar tevens tot hem zeggende: „Ik zeg u, dat gij van nu aan niet meer zult drinken van deze vrucht des wijnstoks, tot op die dag, wanneer gij dezelve met Mij zult nieuw drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader”. Hij besloot hieruit en deelde dit ook mee aan één zijner vrienden, dat dat zijn laatste Avondmaal op aarde zou wezen. Hij hield daaraan vast, ook toen de volgende bediening nabij was. Zelf deed hij toen nog het huisbezoek. Hield nog de voorbereidingspredikatie. Nog deerde hem niets. De vraag of hij nog geloofde geen Avondmaal hier meer te zullen houden, werd bevestigend beantwoord. En - daar krijgt hij een toeval en vóór dat de Avondmaalsdag daar was, werd hij geroepen om in te gaan in de vreugde des Heeren en aan te zitten aan het Avondmaal van de Bruiloft des Lams. Hij was toen 26 jaar oud en had drie jaar het Evangelie verkondigd.

Van hem is het lied: Liefelijke zielsdwang, waaruit we het volgende couplet citeren:


Daar is mijn hert geheel en al,
Of ’t wil, of ’t kan, het moet en zal,
’t Moet U, mijn Heiland, minnen,
U, lieve Jezus, U alleen,
U, zoete Jezus, anders geen;
En wil ’t niet, dring er binnen,
Dring het, dwing het.
Doe het zwichten, door Uw schichten
Al zou ’t scheuren.
Dring er in; o. ’t zal niet treuren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.