+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

5 minuten leestijd

10.

De nieuwe berijming een verbetering? 2.

Er is wel eens opgemerkt, dat de jongeren van de oude berijming niet veel begrijpen. De nieuwe berijming zal hen meer aanspreken. Zij is ook begrijpelijker. In de berijming van 1773 komen verouderde woorden voor. Woorden, die wij niet meer gebruiken. Komen die nu echt niet meer voor in de nieuwe berijming? De vorige keer hebben we u al op enkele woorden gewezen. Nu denken we aan Ps. 83 : 5. Daar lezen we het woord „tempeest”. En in Ps. 100 : 3 het woord „gebenedijd”. En in Ps. 79 : 3 het woord „schofferen”.

Onbegrijpelijk zijn ook de volgende strofen, Ps. 45 : 6a:

Zie niet meer om, de bedding der geslachten Heeft zich verlegd, volg nu met uw gedachten De toekomst in de stroom van ’s konings bloed Tot waar uw geest uw kinderen ontmoet.

Niemand is er, die dit vatten kan. „Volg met uw gedachten de toekomst in de stroom van ’s konings bloed”. Ook heeft de „bedding der geslachten” zich niet verlegd. Hierin vinden we ook geen weergave van de bijbeltekst.

Onjuist zijn ook de volgende regels: God stijgt blinkend schoon, met gejuich ten troon. Ps. 47 : 2.

De onberijmde tekst luidt: God vaart op met gejuich, de Heere met geklank der bazuin”. In Ps. 17 : 3 lezen we: „Behoed de appel van Uw oog”. De gedachte, dat God de appel van Zijn oog moet beschermen is absurd. De bedoeling is, dat God de gelovige moge beschermen, zoals een ooglid de oogappel beschut.

Een volgend voorbeeld, waaruit blijkt, dat de grondtekst niet zuiver weergegeven is, is Ps. 119 : 4. In de nieuwe berijming staat:

Waarmee bewaart de jeugd haar bloem, haar eer, Hoe vindt de mens reeds vroeg de rechte paden?

In de grondtekst lezen we echter niets van bloem en eer! De Statenvertaling heeft: Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Ook de nieuwe vertaling spreekt niet van bloem en eer. Daar lezen we: Waarmede zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Ons inziens geeft de berijming van 1773 de grondtekst nog het beste weer door te zeggen: Waarmede zal de jongeling zijn pad, door ijdelheên omsingeld rein bewaren?

Niet geheel juist vinden we volgende regels:

Hij houdt zijn leven onbesmet, wanneer Hij zich door God en Zijn gebod laat raden.

Het woord „raden” bevredigt niet.

Aanmerkingen hebben we ook op de laatste regel van het vers: „Leid mij niet af ter zijde en ten kwade”. Deze zin moet de vertolking zijn van het gebed van de dichter: „Laat mij van Uw geboden niet afdwalen”.

De Schriftgetrouwheid blijkt meer in de oude berijming: „Laat mij van ’t spoor in Uw geboön vervat, niet dwalen, Heer’, laat mij niet hulp’ioos varen”.

De regel uit de nieuwe berijming is in strijd met de Schrift. Immers God verzoekt niemand. Jak. 1 : 13. Wat de dichter aan de Heere vraagt komt in de gestelde regel beslist niet uit. Hij bidt: „Heere, behoed mij voor afdwalen”.

Een volgende onjuistheid vinden we in Psalm 134 : 3. Een zeer bekend vers, dat bij bijzondere gelegenheden nogal eens gezonden wordt. Een vers ons allen bekend. Ook de kinderen. De onberijmde tekst luidt: „De Heere zegene u uit Sion, Hij, Die de hemel en de aarde gemaakt heeft”. De nieuwe berijming geeft aan:


Uit Sion, aan de Heer’ gewijd
Zegene u Zijn heiligheid
Hij, Die hemel en aarde schiep
Hij is ’t Die u bij name riep.


Het onderwerp „de Heere” is vervangen door „Zijn heiligheid”. Terecht merkt iemand op: „Dit doet denken aan Zijne Heiligheid de paus”. Voor het: „Hij is ’t, Die u bij name riep” geeft de bijbeltekst geen grond. Het is een opvulling. Wordt hier gedacht aan Jesaja 43 : 1: „Maar nu, alzo zegt de Heere, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël, vrees niet, want Ik heb u verlost; lk heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn”, dan wordt de algemene verzoeningsleer ontdekt, want die tekst geldt alleen Zijn volk. Allen, die de inwendige roeping kennen en bedeeld zijn met genade. Die algemene verzoeningsleer ontdekken we zeker in Ps. 103 : 5.


Zoals een vader liefdevol zijn armen,
Slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen,
God onze Vader, want wij zijn van Hem;
Hij, Die ons Zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen
slechts leven op de adem van Zijn stem.


De bijbeltekst laat horen: „Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen”. Van het vrezen des Heeren laat de nieuwe berijming niets horen. We lezen en daarom zullen we moeten zingen: God onze Vader, want wij zijn van Hem. Dit vers aksepteren we niet. Het geeft de tekst niet weer en is zelfs in strijd met het Woord van God en met de belijdenis. Van nature hebben we allen dezelfde vader. Jezus zegt het: Gij zijt uit de vader der leugenen en doet zijn wil. Alleen door het herscheppende en toepassende werk des Heeren wordt en is God onze Vader.

Ook raakt het ons, dat verschillende malen de kernbegrippen gerechtigheid, recht, zonde, schuld en bekering niet uitkomen in de berijming, o.m. kan dit aangetoond worden uit de psalmen 32 en 5 1. Ook wordt wel eens een kerntekst weggelaten. In Ps. 38: 19b lezen we: „Ik ben bekommerd vanwege mijn zonde”. De nieuwe berijming laat slechts dit horen: „Want ik ben ten einde raad”, Ps. 38 : 10.

Uit de enkele steekproeven blijkt, dat de nieuwe berijming zoals die voor ons ligt geen verbetering is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.