+ Meer informatie

TER OVERWEGING

10 minuten leestijd

F.F. Venema, Wat is een christen nodig te geloven? Uitg. De Vuurbaak b.v., Groningen. 301 blz., geb., f. 24,75.

Dit boek is door de schrijver, die emeritus predikant is van een Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt), bedoeld als een complete gereformeerde geloofsleer. Blijkens het verschijnen van de vijfde druk heeft het zijn weg al wel gevonden.

In een uitvoerige recensie van de eerste druk in „De Wekker” (1971) heb ik gezegd, dat er veel in te waarderen is, maar heb ik ook enkele kritische opmerkingen over de inhoud gemaakt. Dit zou herhaald kunnen worden, want er zijn geen toevoegingen of wijzigingen die aanleiding geven tot een andere beoordeling.

Zowel om het schriftuurlijke gehalte en de confessionele belijndheid als om de helderheid en overzichtelijkheid van het geheel verdient het werk een aanbeveling. Soms treffen we echter uitspraken aan die een te rechtlijnige of zelfs eenzijdige indruk maken.

Het boek bevat nu ook een register van namen en zaken en het heeft daardoor aan waarde gewonnen.

Dr. F.L. Bos, Kruisdominees, verhalen uit Afgescheiden kringen. Uitg. Kok-Kampen. Prijs f. 29,50.

Dr. F.L. Bos, Kruisdragers, nieuwe verhalen uit Afgescheiden kringen. Uitg. Kok-Kampen. Prijs f. 14,90.

Het eerste boek (224 blz.) is een „verbeterde 2e druk” van de uitgave die in 1953 voor het eerst verscheen, toen onder de titel „Kruisdominees, figuren uit de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis”. Voorzover ’k heb kunnen nagaan betreffen de „verbeteringen” in hoofdzaak de noten. De tekst is vier keer verbeterd, waarbij dan de verwijzing bij het register — dat dit boek gelukkig rijk is — nog komt naar de recent uitgegeven „Notulen van de algemene kerkelijke vergaderingen van de gereformeerde kerk onder het kruis” (Utrecht 1982).

Heel vaak hebben deze verbeteringen een aanvullende betekenis. Voorzover er van correctie te spreken is, had de naam van wijlen ds. H.M. van der Vegt nóg op twee plaatsen verbeterd kunnen worden, waar hij met „van der Vegte” wordt aangeduid (blz. 18 en 210)! In geest en hoofdzaak is dit boek dus gelijk gebleven: het gaat nog over „figuren” uit de zgn. Kruisgemeenten. Na een boeiende schets over „Tussen reformatie en separatisme” passeren allerlei meest zeer merkwaardige figuren uit deze gemeenten de revue: Cors Noorduyn van Noordwijk aan Zee, Abraham Flier, Dirk Hoksbergen, Albert Schouwenberg, luitenant Smit, ds. Wust, Bastiaan Sterkenburg, Cornells van den Oever (de „paus der kruisgezinden”), Salomon Mozes Flech enz. Ook al ligt er tussen de tijd waarin de „verhalen” van deze „figuren” spelen, en onze tijd meer dan een eeuw en is er enorm veel veranderd, de mèns óók in de kerk is mèns gebleven! Wat brandde er soms onheilig vuur op het altaar! Wederzijdse verdachtmaking, uitsluiting, veroordeling, wat ging het soms vlot en gemakkelijk! Zelfhandhaving die een mens zoveel voldoening kan geven, was er ook toen. Grote jagers „voor het aangezicht des Heren” en grage martelaren, ze wisten elkaar ook tóén te vinden.

Subjectivisme en individualisme hebben ook toen hun kansen gegrepen! Wie verontrust en mogelijk zelfs wel eens geërgerd is over het kerkelijke leven van thans, doet er goed aan een boek als dit te lezen. Dat kan leerzaam zijn niet alleen om het menselijke in alles ook vandaag te onderkennen, maar bovenal om Gods trouw te leren aanbidden die met al die mensen, toen en nu, geduld, onbegrijpelijk veel geduld wil hebben zodat de „poorten der hel” Zijn gemeente niet „overweldigen”.

Het tweede boek (98 blz. — helaas zònder register van namen en plaatsen) vertelt op — even — boeiende wijze over figuren buiten de „kruisgezinden”: over de bekende Jan Willem Vijgeboom, over ds. Van Rhee, over Ananias, Zonne, Reemt Weards Duin, Fijnebuik en vader en zoon Kamans. De schrijver noemt hen „buitenbeentjes” die niet in het geijkte gareel pasten en daarvan de lasten moesten dragen. Ook nu blijken zelfhandhaving en zelfrechtvaardiging heel menselijke driften, nauwelijks te camoufleren. En toch, nu eens hier en dan weer daar, breekt er iets door van het gedréven zijn tot de dienst in het Evangelie. Maar dat „dienst” nooit zonder „dienen” bestaat, is kennelijk maar moeilijk te leren in deze bedeling! Het lezen van deze boeken kan voor ambtsdragers, dus dienaars, nú over ambtsdragers van tóén leerzaam zijn, mogelijk zelfs „ontdekkend” — om een term van toen te gebruiken die hopelijk ook nu nog wordt verstáán.

Ds. J. van Amstel, Leven om te loven. Uitg. De Banier — Utrecht 1982. 62 blz.

In dit bescheiden boekje heeft ds. Van Amstel vier lezingen gebundeld. Zij zijn deels van pastorale, deels van medisch-ethische aard. Twee toespraken in verband met abortus en euthanasie, een in verband met vruchtwateronderzoek en een over waarheid en leugen aan het ziekbed. De laatste tekst verscheen reeds in het blad van de Mannenbond, De Saamwerker.

De schrijver wil vanuit de overtuiging dat het leven een geschenk is en roept tot de lof van God, leiding geven met deze lezingen. Het boekje is doortrokken van eerbied voor de Schepper van het leven en van een verlangen om Zijn wetten te eerbiedigen. Men vindt hier in kort bestek bijeengebracht, wat elders breder uitgewerkt te vinden is. Deze samenvatting is doortrokken van een pastorale toon.

In de strijd tegen het zelfbeschikkingsrecht van de mens kan dit boekje een nuttige functie vervullen.

Dr. W. Balke en anderen, Luther en het gereformeerd protestantisme. Uitg. Boekencentrum — Den Haag, 1982. 317 blz., f. 39,50.

Dit boek verscheen een jaar voordat in 1983 de grote Lutherherdenkingen zullen plaatsvinden. Dan wordt herdacht dat Luther vijfhonderd jaar geleden werd geboren.

Het is een groots opgezet boek, waarin Luther behandeld wordt als een spiegel voor gereformeerden. Ik noem de hoofdstukken. Drs. Exalto schrijft over Luther als christen, theoloog en reformator. Hij schrijft ook over de predestinatieleer van Luther. Prof. Van ’t Spijker behandelt de reformatie in Straatsburg. Hij beschrijft ook de relatie van Calvinisme en Lutheranisme tussen 1550 en 1580. Hij zorgt ook voor de slotbeschouwing die als epiloog wordt aangeboden. Dr. C.A. Tukker schrijft over Luther, Zwingli en Zürich. Dr. W. Balke behandelt Calvijn en Luther. Prof. Kamphuis schrijft over Luthers boeteleer. Prof. Graafland behandelt het thema Woord en Geest in relatie tot het gereformeerd protestantisme. Prof. Van Genderen schrijft over Luthers visie op Wet en Evangelie vooral in het grote commentaar op de Galatenbrief. Dr. J. Hoek behandelt Luthers tweerijkenleer.

Het boek is geschreven vanuit verwantschap met Luther en tegelijk met een zekere kritische reserve, die de auteurs als gereformeerden koesteren. Het is een boek waarin niet alleen Luther, maar ook het gereformeerde standpunt kritisch wordt bezien. Wat verbindt is meer dan wat scheidt. Fouten uit het verleden worden niet met de mantel der liefde toegedekt, maar met de pen der liefde beschreven.

Dit boek behandelt zowel kerk- als dogmageschiedenis. De wisselwerking tussen beide maakt mede het boeiende van het boek uit. Niet alle facetten van Luthers theologie komen aan de orde, wel de meest centrale, vooral het thema Wet en Evangelie. Prof. Van Genderen schreef daarover een boeiend opstel, dat de relatie Luther en Calvijn op dit punt evenwichtig evalueert.

Ik acht dit boek een aanwinst voor de kennis van Luther èn van het gereformeerde protestantisme. Duidelijk blijkt uit dit boek dat er kerkhistorisch nog flink wordt gestudeerd. Misschien dat de actuele betekenis van de besproken onderwerpen iets meer naar de lezers toegebracht had kunnen worden. Hoe ook, het is een rijk en verrijkend boek, dat ik mensen die tegen wat studie niet opzien, graag ter lezing aanbeveel. Bovendien is de prijs voor een boek van deze omvang en uitvoering laag.

Dr. C. Trimp, Ministerium. Een Introductie in de reformatorische leer van het ambt. Uitg. De Vuurbaak — Groningen, 1982. 218 blz., f. 39,50.

De auteur noemt het onderricht van de reformatoren over het ambt het brongebied van de gereformeerde kerken. Welnu, in dit brongebied brengt hij ons bij de bronnen zelf, met uitvoerige citaten van Luther, Calvijn en andere reformatoren en reformatorische confessies.

Het boek wijst dus niet slechts naar de bronnen, het citeert uit de bronnen. Het bevat drie grote hoofdstukken: de rooms-katholieke ambtsleer. Daarna de reformatorische ambtsleer. Tenslotte de actuele betekenis onder de titel: Het ambt als volmacht. In dit hoofdstuk wordt uitvoerig geschreven over de bekende teksten Mattheüs 16 : 19 en 18: 18. De sleutelmacht is gelegen in de prediking van de vergeving en de bediening van de tucht. Schrijver pleit voor de opvatting van twee sleutels, waarbij hij ook de tucht in direct verband brengt met Mattheüs 16, en dus niet enkel met Mattheüs 18. De antwoorden van de Catechismus (83 en 84) acht hij een trefzekere formulering van de aan Christus’ kerk verleende volmacht.

Met de gedachte van de sleutelmacht van het diaconaat blijf ik enige moeite houden. De paragraaf hierover is wel erg kort vergeleken bij verdere uitvoerigheid. Dit boek bevat een enorme hoeveelheid materiaal en legt getuigenis af van beheersing van de literatuur. De schrijver heeft veel onderzoek verricht, veel tijd en energie in dit boek geïnvesteerd. Als bronnenboek is het meer geschikt voor een doctoraal programma dan voor ambtsdragers, die een „gewone” dagtaak hebben. Een doctoraal studie wordt met dit boek verrijkt en kan er niet omheen. Jammer, dat „gewone” ambtsdragers er niet direct profijt uit kunnen trekken. Indirect zal dat wel het geval zijn; aan zo’n fundamenteel en wetenschappelijk verantwoord boek bestond dringend behoefte. Vanwege deze waardering laat ik kleinere punten van kritiek achterwege.

Adam en Daniël: Wat is er gebeurd? De betrouwbaarheid van de Bijbel en de evolutietheorie in de biologie. Argumenten voor en tegen onder redactie van drs. J.A. van Delden. 112 blz., f. 12,50. Uitg. Buyten en Schipperheijn, in samenwerking met de Evangelische Hogeschool, Amsterdam — Amersfoort 1982.

In dit boekje zijn de referaten gebundeld, die werden gehouden op 18 oktober 1982. Toen werd in Amersfoort een lustrumcongres georganiseerd met een debat over twee essentiële punten. Voor- en tegenstanders handelden over het historisch gezag van de Bijbel en over de vraag naar de wordingsgeschiedenis van deze wereld. Het laatste punt werd besproken aan de hand van de evolutietheorie op het gebied van de biologie.

Dr. L. de Boer zet uiteen hoe hij de evolutietheorie beziet. Hij vindt haar aannemelijk. Dr. Ouweneel bestrijdt de aannemelijkheid en geeft veel citaten van evolutionisten, die het innerlijk onmogelijke van Darwins theorieën erkennen. Dr. Ouweneel staat naar ons oordeel aanmerkelijk sterker dan dr. De Boer, ook al omdat deze laatste voorbijgaat aan de innerlijke vertwijfeling die het Neo-Darwinisme tentoonspreidt.

De roomskatholieke pater Grollenberg pleit voor een jonge datering van het boek Daniël. Drs. Paul geeft tal van argumenten ten gunste van de oude datering, die de orthodoxe oudtestamentici lange tijd hebben bepleit. Hij laat ook zien wat er met de uitkomst van deze discussie is gemoeid. Ook nu moet ik zeggen: drs. Paul maakt een veel sterkere indruk dan zijn opponent. Paul weet van de moeiten, maar meer nog van de kracht van zijn standpunt. Qumran gegevens worden door Grollenberg niet genoemd, terwijl ze overtuigend pleiten voor een datering in de 6e eeuw, althans veel eerder dan Grollenberg aanneemt. Drs. Van Delden, directeur van de E.H., geeft een introductie tot de probleemstelling. Het is een waardevol boekje, met een merkwaardige aanloop in de titel.

AANKONDIGING

Met genoegen kondigen we de verschijning aan van twee uitgaven, die de Elisabethbode (postbus 100, 7240 AC Lochem) ons zond.

Annie Verdelman, medewerkster aan genoemd blad, bundelde 32 korte artikelen onder de titel „Morgen is alles anders”. Wie eerdere bundels in bezit heeft, zal ook deze bundel willen hebben. Stukjes die op gewone en bijzondere dingen opmerkzaam maken. Om over na te denken. Met prachtige foto’s verlucht verscheen deze vierde bundel. Telkens wordt verwezen naar Christusen de kracht van het geloof, f. 4,90 (excl. verzendkosten).

Dien de Haan deed via hetzelfde bureau een dichtbundel verschijnen.

Voor ogen die het donker zagen”. Fijnzinnige verzen, die gecomponeerd zijn naar een bijbelwoord, dat men op de linkerpagina vindt. Wie het donker heeft gezien, verlangt naar licht. Dat licht valt over de lezer als tochtgenoot van de dichteres. Boeiend en teer in de hardheid van het bestaan. Licht en donker, zoals op de schilderijen van Rembrandt. Prijs f. 3,75 (exclusief verzendkosten).

Beide bundels zijn ook als geschenk zeer geschikt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.