+ Meer informatie

Nood

3 minuten leestijd

De laatste tijd ben ik herhaaldelijk opgebeld door mensen die aan het begin van het gesprek zeiden dat ze anoniem wilden blijven.

Door omstandigheden was ik reeds eerder betrokken geworden bij de Telefonische Hulpdienst. Het is bekend dat zulke contacten vaak anoniem verlopen. Daardoor was ik er wat aan gewend voor de telefoon te spreken met mensen die hun naam niet willen zeggen, maar die toch behoefte hebben aan een gesprek.

Het gaat natuurlijk niet aan over zulke gesprekken iets op papier te zetten. Maar één ding is er wel bij mij achtergebleven: wat is er geweldig veel nood. Wat is er een stuk eenzaamheid. Wat wordt er veel geleden en gestreden zonder dat er medemensen zijn die helpen. Natuurlijk kan men onmiddellijk de vraag stellen of deze mensen zelf de nodige hulp gezocht hebben. Misschien hebben ze zelf wel voorbij geleefd aan wie hun tot steun zou kunnen zijn.

Niettemin blijft de vraag mij bezighouden: hoe kan er vanuit de kerk hulp geboden worden aan mensen in nood, in eenzaamheid ? Het betreft hier mensen die zelf tot de kerk behoren of op zijn minst behoord hebben. Meer dan eens werd mij gezegd: ”in jaren geen ouderling gezien, laat staan een dominee”.

Ik denk aan wat een wanhopige vrouw mij zei. Ze woont samen met een vriendin die ze verzorgt. Een groot deel van haar schaars vrije tijd gaat op aan de zorg voor haar ziekelijke vriendin. Nu er zoveel over homofilie gesproken wordt, duiken in haar omgeving de geruchten op: wat vreemd dat die twee vrouwen in één zelfde huis wonen. Dat zal wel niet helemaal zuiver zijn. Hoe kan ik me tegen dat gerucht verweren, was de vraag. Er valt niet tegen te vechten. Zulke suggesties zijn ongeoorloofd en ontsieren niet alleen de christe lijke gemeente, maar brengen een geweldig stuk leed.

Men behoeft niet in zijn omgeving af te checken wie deze dames zouden kunnen zijn. Haar woonplaats is mij niet bekend. Het gesprek was anoniem.

Ik moest dit in ons blad voor ambtsdragers gewoon kwijt. Laat men toch zijn uiterste best doen om minstens eens per jaar op elk adres te komen. Zeker, ik weet van allerlei verhinderingen, vooral in vacante gemeenten. De ouderlingen en diakenen hebben het al zo druk. Ze weten zelf vaak niet hoe ze tegenover hun gezin moeten verantwoorden dat ze zoveel tijd aan kerkewerk geven. Ik bedoel dit ook echt niet als een verwijt. Het is een noodkreet die ik doorgeef omdat hij bij mij blijft naklinken.

Laten er voor allerlei werkzaamheden ambtsdragers mogen zijn, ze moeten er in elk geval ook zijn voor het werk in de eigen wijk. Dat de scriba, die de preekvoorziening moet regelen, aan huisbezoek niet toekomt, zal niemand hem kwalijk nemen. Dat de wijkouderling niet bij zijn mensen komt, is niet te verontschuldigen.

Als men niet toekomt aan het werk binnen de gestelde tijd, laat men dan de hulp van anderen inroepen en de bezoeken niet een jaar opschuiven. Ik vrees dat dit laatste nog wel eens gebeurt. Op zichzelf moge het begrijpelijk zijn, het is niettemin onjuist. Ideaal moet wezen dat eens per jaar elk adres bezocht wordt. Men moet voeling houden met de mensen. Men moet steeds weer peilen wat er leeft in de gezinnen, en niet in het minst bij de alleenstaanden.

Men kan antwoorden dat dan alle nood nog niet aan de orde komt. Ook dat weet ik. Toch kan men in dat geval de ambtsdragers er geen verwijt van maken dat ze van hun kant niet hun best gedaan hebben om zich voor een gesprek beschikbaar te stellen. Let op uw gemeente !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.