+ Meer informatie

TER OVERWEGING

26 minuten leestijd

F.H. Folkerts, P. Houtman, P.W. van de Kamp (red.), Ambt en aktualiteit. Opstellen aangeboden aan prof.dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland op 2 december 1992. Uitg. Vijlbrief, Haarlem 1992. f 47,50.

Deze bundel is een waardig eerbewijs voor prof.dr. C. Trimp. Tal van personen die zich op verschillende manier betrokken hebben gevoeld bij zijn loopbaan, hebben een bijdrage geleverd. De studies in deze bundel hebben vooral betrekking op het terrein van de ambtelijke vakken. Er worden vragen behandeld over het werk van de Heilige Geest en het ambt, belicht vanuit het Oude Testament (Bezaleël) en het Nieuwe Testament (de apostelen), vanuit de vroege kerkgeschiedenis (Nicetas van Remesiana), de Reformatie en onze eigen tijd (Lima, L. Boff). Verder zijn artikelen opgenomen die handelen over onderwerpen uit de liturgiek (Het ‘Onze Vader’ als avondmaalsgebed; Over het verband tussen rhetorica en musica), de homiletiek en de ‘gemeente-opbouw’. Een klein deel van de bundel is volgens de redactie als ‘varia’ te beschouwen.

Slechts een aantal van de zeventien studies is afzonderlijk te noemen. Prof. J. Kamphuis geeft een schets van de theologische positie die prof. Trimp op het terrein van de diaconiologie heeft ingenomen. Uit de genoemde schets blijkt dat de stem van Trimp waard is gehoord te worden ook binnen de ruimte van onze kerken. Daarbij kan ook de bibliografie (blz. 237-268) een goede dienst bewijzen. Prof.dr. J. van Bruggen haalt Fébé voor het voetlicht. Zij was functionaris (diakonos) en beschermvrouwe (prostatis). Deze vertaling geeft volgens de auteur het signaal, dat vanuit het Nieuwe Testament tot ons komt, helderder door dan de woorden ‘diakones’ en ‘helpster’. Prof.dr. W. van ’t Spijker schrijft over ‘Gemeente en ambt bij Franciscus Lambertus’. Hij vraagt of het een gevaar van de huidige beweging rondom ‘gemeente-opbouw’ zou kunnen zijn, dat men de wetenschappelijke theologie voor verdacht houdt. ‘Het gevolg daarvan is, dat (…) de gehele ‘zachte sector’ het materiaal levert voor de opvattingen omtrent ‘gemeente-opbouw’, terwijl de harde, waardevaste kern van de gereformeerde theologie, geen stem meer in het kapittel heeft’ (blz. 86). Prof.dr. W.H. Velema behandelt een onderwerp uit de homiletiek onder de titel ‘Openbaringsgeschiedenis en geloofsgeschiedenis’. Er is te spreken van een meebeleven van de heilsfeiten van de kruisiging en opstanding van Christus: ‘In de toepassing van het heil wordt het patroon van Jezus’ sterven en opstaan in ons afgedrukt’. Maar het is niet juist te spreken van een pneumatologische herhaling van wat in de verwerving door Christus plaatsvind (blz. 174). Interessant is ook het artikel van prof.dr. J. Douma over ‘De predikant en het Schriftberoep’. Hij brengt ‘een enkele correctie’ aan op zijn boekje Voorbeeld of gebod. De Schrift is gids, wachter, richtingwijzer en geeft voorbeelden. Tussen voorbeeld en gebod is geen tegenstelling. Hij merkt o.a. ook op dat niet kan worden volstaan met een ‘heilshistorisch model’ (Velema). Niet alleen neilhistorische, maar ook historische ontwikkelingen moeten in rekening worden gebracht (blz. 227).

Wat de vormgeving van de bundel betreft is te zeggen dat bij de annotatie en de verwijzing naar bijbelboeken niet is gestreefd naar uniformiteit. Ook is de bladspiegel soms nogal onrustig door een groot aantal alinea’s per bladzijde en alinea’s van verschillende lengte. In een bundel met verschillende auteurs is dat echter niet te vermijden. De bundel wordt afgesloten met een lijst van medewerkers en een felicitatieregister.

Ds. R. Timmerman, Eeuwig leven. Over het bijbelse toekomstbeeld. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 87 blz. f 15,76.

De auteur, van vrijgemaakte huize, heeft een goed boek geschreven over het eeuwige leven. Er zijn nogal wat vragen over het eeuwige leven na het sterven. Zullen we God zien? Wat doen we in de hemel? Zingen we alleen maar? Is er sprake van een voorportaal waar de gestorven gelovigen zich bevinden totdat Christus wederkomt? Is er herkenning van gestorven familieleden? Op zorgvuldige wijze en vanuit Gods Woord behandelt hij teksten die spreken over leven na dit leven.

Ds. J. van Amstel, Mijn enige troost. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 69 blz. f 15,90.

Vanuit Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus heeft de auteur een boekje geschreven dat gaat over de troost, de enige echte troost in leven en sterven. Hij gaat nader in op situaties die troost behoeven. Echte troost kan dan alleen vanuit de Bijbel gegeven worden, een troost die uitzicht biedt. ‘Wie dan die troost leert kennen in wie de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is en wat deze drie-enige God doet, leert ook kennen de diepte van zijn ellende, de hoogte van zijn verlossing en de grootte (of de breedte) van zijn dankbaarheid’. Een boekje dat als troost kan dienen bij hen die dat nodig hebben.

M.H. Guyt-Guyt e.a.. Geroepen als vrouw. Uitg. J.J. Groen & Zn., Leiden 1992. 217 blz. f 27,50.

Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Bond van Nederlands Hervormde Vrouwenverenigingen op Gereformeerde Grondslag is dit boek uitgegeven. Verschillende schrijfsters hebben aan dit jubileumboek hun medewerking gegeven, ieder vanuit haar eigen achtergrond. Aan de orde komen onder andere: de vrouw in de Bijbel, de ongehuwde vrouw, de gehuwde vrouw en de vrouw in de gemeente. Door alle hoofdstukken heen komt de rol van de vrouw als zelfstandig persoon naar voren, niet ondergeschikt maar nevengeschikt. En rol die haar van God gegeven is. ‘We mogen vanuit Gods Woord voluit vrouw zijn met een eigen leven en een eigen taak. Dat is de uitdaging van het vrouw-zijn in onze tijd’. Een leerzaam boek dat een handreiking wil zijn bij persoonlijke toerusting of bij het gesprek op de vrouwenvereniging.

Ir. J. van der Graaf e.a., Woordenschat. Bijbels Jongvolwassenen dagboek 18 +. Uitg. J.J. Groen & Zoon, Leiden 1992. Gebonden f 32,50.

Dit dagboekje is geschreven aan de hand van 120 kernwoorden. Elke dag wordt er een kernbegrip behandeld in alfabetische volgorde. Voorbeelden van kernwoorden zijn: Aanbidden, Beeld Gods, Bekering, Droefheid, Feest, Navolgen, Uitzien, Zonde.

Het boek is in gebonden vorm uitgegeven en is bestemd voor jongelui van 18 jaar en ouder. ‘Woordenschat’ behoort tot de serie ‘Leren’, een serie dagboeken voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Elk deel kan apart gelezen en gebruikt worden. De medewerkers aan dit boek hebben ruime ervaring met jongeren en/of jeugdwerk.

Dr. Henk Koetsier en drs. Hub Crijns, Sta eens even stil. Arbeidspastoraat in verhaal en feit. Uitg. Kok, Kampen 1992. 116 blz. f 19,90.

Het landelijk Büro Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK) bestaat twintig jaar. Disk is een samenbundeling van een aantal landelijke kerken, rooms katholiek en protestant. Ze richt zich op het industriepastoraat en kenmerkt zich doordat het op oecumenische wijze geloof en kerk in de wereld present stelt, met name in de kernen van het economisch bestel: het bedrijfsleven en de wereld van de betaalde arbeid. In de vorm van verhalen vanuit de praktijk van het arbeidspastoraat en een introductie in geschiedenis, doel en werkwijze wil men duidelijkheid geven over het arbeidspastoraat. De visie van werken kan ik niet altijd delen. Ze is te veel maatschappelijk gericht. Wel worden er een hoop herkenbare problemen in beschreven. De oplossingen van die problemen zijn vaak creatief en zeer medemenselijk.

Dr. J. Hoek (red.), Met vallen en opstaan. In de serie Christelijke opvoeding, 0-2 jaar. Uitg. Groen, Leiden 1992. 143 blz. f 24,50.

Dit is het tweede boek uit een nieuwe serie. Het eerste handelt over ‘Rond de geboorte’. In dit boek worden onderwerpen behandeld als: Opvoeden in vertrouwen, De wereld wordt groter, Opvoeden, Een hechte band, Uit de mond der kinderen en der zuigelingen en tenslotte In de geborgenheid van het gezin. Het is een praktisch boek, dat steeds uitgaat van voorbeelden die uit het gezinsleven zijn genomen. Juist om de warme persoonlijke toon en het praktisch karakter zal dit boek veel ouders van jonge kinderen aanspreken.

Ds. James Dodson, Opvoeden moet je durven. Beter omgaan met de frustraties tijdens de opvoeding. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 199 blz. f 29,90.

Van deze schrijver zijn reeds eerder boeken in vertaling verschenen. De auteur behandelt op een praktische manier allerlei frustraties die ouders in de opvoeding oplopen. Hij geeft praktische aanwijzingen en helpt ouders hun fouten en die van hun kinderen te onderkennen en te corrigeren. Wat breedsprakig, maar wel in de roos!

Dr. W. Aalders, Antwoord op de Godsverduistering. Het christelijk geloof in gesprek met Joden, Grieken en atheïsten. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 210 blz. f 34,90. Dit is een erudiet boek. Aalders zoals we hem uit eerdere publikaties kennen. Er liggen in dit boek oude en nieuwe schatten opgetast. De hoofdlijnen kennen we uit vroegere boeken. Toch is dit boek meer dan enkel herhaling. Ik denk aan het hoofdstuk over de Evangeliën, over Paulus, over Origenes en Augustinus. De grondstelling is dat het evangelie van Christus haaks staat op het moderne (en oude) jodendom en op het moderne denken. Het evangelie predikt over Jezus als de Christus, Die als Gods Zoon op aarde kwam. Die boodschap is het antwoord op de Godsverduistering, ook al gaat de schrijver op dat onderwerp zelf niet breed in, en helemaal niet op literatuur die daarover is verschenen. Graafland wordt niet genoemd, evenmin als bijvoorbeeld dr. J. van Oort, die toch een uitnemend Augustinuskenner is. Ik heb veel waardering voor dit vooral in de tweede helft fijnzinnig geschreven boek. Ook vragen en bezwaren. Onze ziel zou verwant zijn aan God. We moeten vooral in de nieuwe werkelijkheid van het leven met God delen. De grote lof op Athanasius’ levensboodschap lijkt mij voor de schrijver de bron van zijn denken te zijn! Opnieuw veel waardering voor Plato, hoewel Christus hier duidelijker een contrast vormt dan in vorige boeken. Ik betwijfel of Christus de wet van de Grieken kan vervullen. Een boek dat boeit en een boodschap heeft, maar kritisch gelezen moet worden.

Karei Blei, Kerk-zijn over grenzen heen. Visie op Europa 1992. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 123 blz. f 24,90.

Deze schrijver is secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij is bekend door tal van theologische publikaties. Dit boek houdt zich bezig met de eenwording van Europa. De auteur is bij uitstek bevoegd om over rooms-katholieke en protestantse documenten en standpunten te schrijven. Dat doet hij met kennis van zaken, breed oriënterend en helder informerend. Hij kijkt voor zijn evaluatie niet achterom, maar vooruit. Het synodale geschrift over kerk-zijn in een mondiale wereld is daarbij zijn kompas. Hij gaat uit van de roeping en hoopt op dynamiek. Een geschrift dat om zijn deskundiogheid waardevol is. Het komt mij voor dat het verleden meer te zeggen heeft dan de schrijver waar wil hebben.

S.W. Couwenberg, In opdracht van de tijd. Terugblik op 40 jaar intellectueel en maatschappelijk engagement. Uitg. Kok Agora, Kampen 1992. 142 blz. f 25,-.

De schrijver is in november met emeritaat gegaan. Hij was hoogleraar aan de Erasmus-universiteit. De inhoud van dit boek had zijn afscheidsrede moeten worden. De stof bleek daarvoor te omvangrijk. Hij legt rekenschap af van de weg die hij is gegaan, van veranderingen die hij heeft gezocht en teweeggebracht. Hij was altijd een wat eigenzinnig denker. Van rooms-katholieke huize heeft hij zich tot het modernisme gewend. Goed en kwaad horen bij elkaar. Zijn denken wordt gekenmerkt door èn-èn. Dat betekent een streep door de religieuze) antithese. In de huidige samenleving (vooral in de omslag van de laatste jaren) ziet hij veel van zijn idealen en voorstellen verwezenlijkt. Hij maakt er met genoegen melding van. Een pragmatisch politieke instelling, die allerlei principes achter zich heeft gelaten. Het is een boeiende verantwoording geworden van een non-conformist (hij werd in Nijmegen voor de promotie geweigerd en ging naar Leiden), die nu in het midden van de hedendaagse politiek staat. Het trof mij dat Jan Romein, die ooit een boek onder dezelfde titel publiceerde, in het uitgebreide register van personen ontbreekt. Inderdaad een terugblik op 40 jaar. Waar staan wij zelf?

Eender en anders. Correspondentie tussen K. Schilder en dr. H.Th. Vollenhoven, uitgegeven en geannoteerd. Dr. W.G. de Vries. Met een verantwoording door H. Vollenhoven en dr. W.G. de Vries. Uitg. Kok, Kampen 1990. 192 blz. f 32,50.

De inhoud beantwoordt aan de titel. Er zijn heel wat brieven tussen deze theoloog en filosoof gewisseld (vanaf 27 juli 1927 tot 14 november 1950). Vooral het conflict in de Gereformeerde Kerken staat centraal. Wie daarover iets wil weten, kan aan dit boek niet voorbijgaan, al wordt de zaak vanuit een bepaalde hoek belicht. De hoofdlijn was bekend. Bepaalde biografische details zijn nieuw. De 170 annotaties en het personenregister maken het boek bruikbaar. Het is een waardevolle aanvulling op reeds bestaande literatuur.

Dr. W. Verboom, Een gids voor het leven. Een eenvoudige uitleg van de Heidelbergse Catechismus. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. Deel 1 (zondag 1 - 24), 178 blz.; Deel 2 (zondag 25 - 52), 203 blz. Per deel f 27,50.

Een tweedelige uitleg van de Catechismus, geen commentaar. De uitleg is inderdaad eenvoudig. Bijna elke zin begint op een nieuwe regel. Geen uitvoerig of ingewikkeld betoog. Eerder een vorm van meditatie, maar dan praktisch toegespitst. Over leerstellige vraagstukken wordt weinig gezegd (bijvoorbeeld de maagdelijke geboorte). Wel worden hedendaagse dwalingen genoemd en afgewezen. Soms wordt de naam van geciteerde auteurs genoemd; soms zelfs niet gezegd dat de uitdrukking een citaat is. Ik denk dat predikanten er niet zoveel mee kunnen; of het zou moeten zijn als voorbeeld hoe je eenvoudig over de Catechismus kunt/moet preken. Het boek is echter vooral voor gemeenteleden geschreven. Zij kunnen er hun winst mee doen, ook al omdat elk hoofdstuk met enkele vragen wordt afgesloten.

Drs. F.H. Breukelman, Bijbelse theologie. Het eersteiingschap van Israël. Uitg. Kok, Kampen 1992. 226 blz. f 42,50.

Dit is een stuk resultaat van de methode die drs. Breukelman toepast bij het lezen en interpreteren van de bijbelse geschiedenis. Dit deel behandelt Genesis 5-25. Een kundige, originele, soms wat gezochte verklaring. Men moet wel kennis van het Hebreeuws hebben om dit boek te kunnen bestuderen!

Jan B.G. Jonkers, Kerk in kaart. Aanwijzingen voor het maken van een kerkelijke kaart. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 80 blz. f 14,50.

Dit boekje is samengesteld door een groep mensen die thuis zijn in kerkelijk werk. Een socioloog is de eindredacteur. De bedoeling is hulp te bieden bij het maken van een kerkelijke kaart. Het terrein wordt verdeeld in zes segmenten: 1. De leden van de gemeente in getallen. 2. De leden van de gemeente naar hun voorkeuren (politiek en sociaal). 3. De gemeente als gemeenschap. 4. De gemeente als organisatie. 5. De gemeente als sociale beweging. 6. De plaatselijke gemeente als geheel, gevolgd door een slotbeschouwing.Het lijkt me dat er toch een deskundige nodig is om dit model voor eigen gemeente in te vullen. Ik vraag me af of er ook niet volstaan kan worden met bepaalde onderdelen. Wie op dit terrein wat wil ondernemen, kan hier terecht.

Laura Reedijk-Boersma, Dagboek van een oude dame. Uitg, Kok, Kampen 1992. 79 blz. f 13,50.

De schrijfster is predikante in een bejaardentehuis. Aan de hand van haar gesprekken met ouderen heeft ze dit dagboek geschreven. Ze laat een oude dame haar belevenissen en indrukken vertellen. Boeiend en aansprekend. Het geloof speelt een zeer bescheiden rol.

M. Koffeman-van Zijl, Als een zwaluw in de herfst. Uitg. Kok, Kampen 1992.48 blz. f 11,-. Eenvoudige verzen over onderwerpen uit het dagelijke leven en over de omgang met God. Aansprekend, hoewel soms wat gezocht. Ziet de herfst in de titel op het leven van de dichteres? De onderwerpen passen in alle jaargetijden.

Harry Faber van der Meulen, Blijf jij Mij zoeken, blijf Ik jou vinden. Gedichten, gebeden, Psalmvertolkingen. Uitg. Kok, Kampen 1992. 70 blz. f 14,90.

De titel komt mij meer gezocht dan gevonden voor. Zo is ook de inhoud. De Psalmvertolkingen zijn zo vrij, dat het oorspronkelijke lied meer aanleiding is voor de dichter om zelf zijn weg te gaan. Het is geen vorm van herdichting. Er zullen lezers zijn die in deze bladzijden hun gedachten uitgedrukt vinden.

Wim Bevelander, Nooit nuchter genoeg. Gedachten, gedichten en kindergezegden. Uitg. Kok, Kampen 1992. 48 blz. f 12,50.

Een aardige bundel die bevat wat de titel belooft. Geschikt voor persoonlijk gebruik en voor een vergadering. Simpel, en tegelijk aansprekend.

Ida Kalmijn, Wel heb ik jou daar. Over gevoelens van en tussen mensen. Uitg. Kok, Kampen 1992. 112 blz. f 19,50.

Eenvoudige gedichten over de gewone dingen die zich in het leven van mensen voordoen, persoonlijk en tegelijk gemeenschappelijk, met treffende tekeningen (van haar eigen hand) geïllustreerd.

Letty M. Russel e.a., Erfenis uit de tuinen van onze moeder. Feministische theologie vanuit derde-wereld-perspectief. Serie Op reis, Feministisch-theologische verkenningen. Uitg. Kok, Kampen 1992. 108 (+ 4) blz. f 19,90.

Verslag van belevenissen van vrouwen over haar jeugd, het land van herkomst, hoe zij verder gekomen zijn en hoe ze nu tegen haar verleden aanzien. Het lijkt me dat dit boekje meer om het thema dan om de inhoud van de pers is gekomen.

Kees Baardewijk, Cees Flokstra, Met blijdschap geven wij kennis. Geboorte-aankondigingen in tekst en rijm. Uitg. Bredewold drukkerij-uitgeverij, Wezep 1992. 23 blz. f 8,50. In dit boekje staan verzen rond de geboorte van een kind. De blijdschap van de ouders, hun verantwoordelijkheid en het gebed voor het kind worden verwoord! Er staan mooie tekeningen bij. Een fijnzinnig boekje (niet te duur). Het zal het als geschenk goed doen.

Met genoegen kondigen we enkele herdrukken aan van boeken die bij De Vuurbaak, Barneveld zijn verschenen. Ze kregen alle bij de eerste druk een goede bespreking.

M. te Velde, Gemeenteopbouw I. Doelgericht en samenhangend werken in de christelijke gemeente. 2e druk f 16,75.

M.H. Sliggers, Wat is hierop uw antwoord? Over de eredienst, de liturgische formulieren en gebeden. 3e druk f 13,75.

C. Trimp, Klank en weerklank. Door prediking tot geloofservaring. 3e druk. f 24,75. We spreken onze waardering uit voor elk van deze publikaties.

Herman Ridderbos, Het evangelie naar Johannes. Deel 2. Uitg. Kok, Kampen 1992. 360 blz. f 69,50.

Met vreugde begroeten we dit tweede deel van Ridderbos’ commentaar op Johannes. Hierin behandelt hij de hoofdstukken 11 - 21. Ons blad is niet de plaats om dit boek op zijn wetenschappelijke merites te beoordelen. Graag vestig ik de aandacht van predikanten op de verschijning van dit tweede deel. Eigenlijk denk ik dat dit niet eens nodig is. Wie met deel 1 (verschenen in 1987) heeft gewerkt bij de voorbereiding van zijn preken, heeft naar dit deel uitgezien. Ridderbos beheerst de stof, geeft een duidelijke exegese en doet recht aan de Schrift als openbaring van God. Een helder commentaar dat bij de bestudering van de tekst goede diensten kan bewijzen. Snedig is de opmerking op blz. 255, dat Bultmann van een bepaalde exegese is teruggekomen na de veranderingen in Duitsland. Het gaat hier om de politieke betekenis van het Koning-zijn van Jezus (18: 34-35). Het is een voorrecht dat de schrijver op zo hoge leeftijd dit werk kon voltooien.

Postille 1992 - 1993, nr. 44. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 244 blz. f 46,90. De bekende Postille als steeds in rode band. Ditmaal een inleidend hoofdstuk over ‘Huwelijk en eredienst’ van de Groningse hoogleraar Dingemans. Hij wil wat er rondom de huwelijkssluiting gebeurt, zien als een zaak van het bruidspaar en de familie. Hij legt de nadruk op de voorbede. Hoewel niet expliciet zo aangegeven, kan het artikel ook dienst doen met het oog op het aangaan van een vaste relatie, zonder huwelijk. J.H. van der Laan verzorgt het homiletisch overzicht. Ik vind dit altijd weer een interessant hoofdstuk. Er is grote verscheidenheid in schetsen en hun schrijvers. Het komt me voor dat vele ervan goed bruikbaar zijn. Nieuwtestamentische teksten overwegen, al zijn er ook boeiende schetsen over oudtestamentische teksten. Een boek dat ieder die preken moet, graag zal bezitten.

Rein Bos, Identificatiemogelijkheden in preken uit het Oude Testament. Uitg. Kok, Kasmpen 1992. 373 blz. f 50,-.

Dit boek heeft de schrijver als proefschrift gediend onder promotorschap van prof. Runia. De auteur heeft veel preken (bijna 500) onderzocht van hervormde en gereformeerde predikanten. Hij is nagegaan, hoe de prediker van zijn oudtestamentische tekst de toepassing maakt naar vandaag. Hij heeft modellen ontworpen, waarmee hij de preken kan typeren (determinatie-raster noemt hij deze). Hij onderscheidt vooral tussen het aansporend en het bevestigend type preken. Aansporend preken komt neer op dogmatisch, autoritair preken. Confirmatief preken leidt tot het zich verplaatsen in de situatie van de hoorder. Binnen deze twee hoofdtypen onderscheidt hij verschillende toepassingsmogelijkheden. Een onderzoek dat ons een brede kijk geeft op tal van preken. Twee dingen met name hebben mij in dit uitvoerige boek getroffen: 1. De preken behandelen de Schrift als ervaringsstof. De auteur gaat op dit uitgangspunt niet kritisch in. Hij wekt de indruk het over te nemen. 2. Het resultaat komt niet veel verder dan een beschrijving van de verschillende mogelijkheden. Een duidelijk program komt er niet uit. Wel wordt ingegaan op een model van preekvoorbereiding dat in Kampen gebruikt wordt en door ds. Van der Laan in een Postille (nr. 41) is gepubliceerd. De homiletische oogst lijkt mij wat mager.

Ds. J. Westerink, Haggaï en Zacharia, profeten van het huis van God. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1992. 216 blz. f 25,-.

Dit is een nieuw deel in de serie bijbelverklaringen die voor de microfoon van de E.O. zijn uitgesproken. We hebben veel waardering voor deze kundige, praktische en tegelijk geestelijk leidinggevende uitleg. Elk hoofdstuk - het zijn er 29 (niet genummerd) -wordt met vragen afgesloten. Het boek is voor persoonlijk gebruik geschikt. Wie deze Bijbelboeken wat beter wil verstaan, vindt hier een goede gids. Daarnaast zijn ze ook voor gemeenschappelijk gebruik in een kring geschikt. Uiteraard blijft verschil van verstaan in onderdelen mogelijk.

M.R. van den Berg, Waarom bidden we? Uitg. Van den Berg, Kampen 1992. 174 blz. f 28,50.

Een boek over het gebed, van de bekende schrijver ds. M.R. van den Berg. Hij bespreekt onderwerpen als: Bidt zonder ophouden, waarbij de opdracht, de uitvoerbaarheid, de gewoontevorming en verschillende soorten gebeden besproken worden. Vervolgens: Bidden is afhankelijk zijn; met als keerzijde: Bidden is geen gepraat in de ruimte, en het gebed als wapen. Bij: Hoe bidden we? wordt o.a. ingegaan op wij en/of ik? Geen privé-God, niet als de heidenen, geen omhaal van woorden. Tenslotte wordt het ‘Onze Vader’ uitvoerig besproken. Het gebed als geheel en alle onderscheiden beden. Het is opvallend in dit boek, dat de schrijver allerlei geschiedenissen, vooral uit het Oude Testament, als illustratiemateriaal in zijn betoog invlecht. Daardoor krijgt het boek het karakter van een uitgebreide bijbelstudie over verschillende aspecten van het gebed. Het is een boek dat bemoediging bevat, maar wat erg breed is in onderdelen.

M.R. van den Berg, Luisteren naar Psalmen. II. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1992. 149 blz. f 21,95.

Vier jaar geleden verscheen deel I. Daarvoor hebben we waardering uitgesproken. Ook voor dit deel geldt dat! Een parafraserende toelichting op de besproken psalm. Daarbij is meer op verbanden en woorden gelet dan op de diepte. Niettemin een bruikbaar boekje. Het is alleen jammer dat de keus vrij willekeurig is. Er zit in de opzet geen systematiek.

G.H. ter Schegget, Recht op gemeente. De betekenis van Joodse denken voor mijn ethiek. Uitg. Kok, Kampen 1992. 103 blz. f 19,90.

Het zijn er nogal wat, die in dit boek besproken worden. Voorop staat Marx. Dan volgt Franz Rosenzweig, Franz Kafka, Martin Buber, Horkheimer, Bloch en Levinas. Opvallend is het verschil in bladzijden dat aan ieder van de auteurs wordt besteed. Levinas en Buber krijgen de meeste aandacht. De besproken auteurs zijn nogal verschillend. In het samenvattend slothoofdstuk worden vier thema’s genoemd, waarin de ethiek van Ter Schegget door deze denkers beïnvloed blijkt te zijn: 1. God en het bestuur; 2. Jodendom, religie en humanisme; 3. Schuld, vrijheid, lijden en liefde; 4. Profetisme en eschatologie. Het komt mij voor dat de auteur hier lijnen schetst, die hij op eigen wijze aan de besproken auteurs heeft ontleend. Ik zie niet een rechte lijn van deze onderling verschillende auteurs lopen naar Ter Schegget. De behandeling van de Joodse auteurs afzonderlijk lijkt mij vooral de betekenis van dit boek te zijn.

Renate Köbler, In de schaduw van Karl Barth, Charlotte von Kirschbaum. Uitg. Kok, Kampen 1992 (oorspronkelijk in 1987 in het Duits versehenen). 136 blz. f 27,90.

Over de secretaresse van Karl Barth, die tevens zijn levensgezellin is geworden, naast zijn vrouw als de moeder van zijn kinderen, wordt de laatste tijd nogal wat geschreven. Dit boekje is aan haar gewijd. Het bevat geen nieuwe dingen, vergeleken met wat reeds bekend was geworden. Er wordt vooral gewezen op het feit dat zij er was. Wat zij precies gedaan heeft, ook als theologische bijdrage aan Barths dogmatiek, wordt niet duidelijk. Zij is de vrouw geweest die ervoor gekozen heeft in de schaduw van Barth te leven. Zo wordt zij hier ook getekend - als in de schaduw.

Dr. L.F. Groenendijk, ds. J.C. Sturm, Comenius in Nederland. Reacties op een grote Tsjechische pedagoog en hervormer (17e - 20e eeuw). Uitg. Kok, Kampen 1992. 96 blz. f 19,50.

1992 was het Comenius-jaar. Twee wetenschappers van de V.U. die hun sporen hebben verdiend op het gebied van de historische pedagogiek, schrijven over de invloed -toenemend en afnemend - van Comenius in Nederland. Ik heb genoten van dit boek. De Nadere Reformatie prees Comenius, al voelde men dat niet alles gereformeerd was. Bavinck en Waterink distantieerden zich van hem. Ik moet de neiging weerstaan om verder weer te geven of te citeren. Wie in Comenius en de pedagogiek is geïnteresseerd, moet zich dit boekje niet laten ontgaan.

J.C. Ryle, Hebt u zekerheid? Over de zekerheid van het geloof. De noodzaak om deze te zoeken. Verhindering om te vinden. Bemoediging voor zoekers. Uitg. Groen,. Leiden 1992. 69 blz. f 14,95.

Waarom dit boekje vertaald is, is mij niet duidelijk. Om de naam van de schrijver? Om het succes van een vorige vertaling? De grondstelling is dat wie gelooft, daarom nog geen zekerheid hoeft te hebben. De schrijver bemoedigt gelovigen om alsnog zekerheid te zoeken en te vinden. Ik vind dit een merkwaardige stelling. Zij zou door Calvijn niet onderschreven worden. Er staan veel vertaalde citaten van anderen in dit boekje. Deze spreken mijns inziens soms een andere taal dan de schrijver. De praktische raadgevingen zijn het overwegen waard. Ze moeten echter van een ander uitgangspunt uitgaan.

Ralph Erskine, De grote bazuin van het eeuwig evangelie. Uitg. Den Hertog, Houten 1992. 107 blz. f 17,90.

De eerste preek over Jesaja 27: 13 draagt dezelfde titel als het boek. Die over Ezechiël 16: 63 is genoemd: Evangelische verootmoediging. Die over Romeinen 8: 37 De gelukkige overwinnaar. Hier treft men de bekende prediker in zijn volle evangelische kracht. Wet en evangelie. De preken roepen op tot bekering en spreken van verootmoediging en overwinning. Ze kennen heel wat onderscheidingen en zijn tamelijk lang. Er zit geestelijk onderricht in.

Hans Knippenberg, De Religieuze Kaart van Nederland. Omvang en geografische spreiding van de godsdienstige gezindten vanaf de Reformatie tot heden. Uitg. Van Gorcum, Assen/Maastricht 1992. 302 blz. f 59,50.

Dit is een bijzonder instructief boek. De geschiedenis van de kerken in Nederland, sinds de Reformatie wordt in vogelvlucht verteld, aangevuld met de ledentallen. Die zijn weer in grafieken en figuren uitgebeeld, waarop men kan zien hoe deze kerkleden verspreid wonen over het land. Historiografie, demografie en topografie - om het wat weids te zeggen - in enen. De gegevens over onze kerken op blz. 82 zijn helaas niet alle correct. Er wordt veel literatuur genoemd. Het trof me dat een aantal niet nader in de noten genoemde boeken, ontbreken in de literatuurlijst. Daardoor weet ik niet welk boek van de desbetreffende schrijver is bedoeld. Het is een tamelijk prijzig, maar wel interessant boek.

Sipco J. Vellenga, Zin, ziel en zorg. Over levensbeschouwing en geestelijke gezondheidszorg. Uitg. Kok, Kampen 1992. 149 blz. f 27,50.

In de geestelijke gezondheidszorg komt opnieuw belangstelling voor de factor godsdienst. De cliënten met hun noden dwingen de hulpverleners tot die aandacht. In publikaties van anderen (bijvoorbeeld mevrouw Aleid Schilder) is hier ook al op gewezen. Om hulpverleners hulp te bieden beschrijft de auteur opvattingen binnen de Rooms-Katholieke Kerk, binnen het protestantisme (van hervormd tot de evangelische beweging, via christelijk gereformeerd en gereformeerde gemeente) en van de humanistische beweging. Hij portretteert iedere stroming en beschrijft dan hun visie op of omgaan met: 1. waarden en normen, 2. handelingen en ervaringen, 3. het sociale leven, 4. houdingen ten aanzien van RIAGG-hulpverlening, en eventueel de instellingen binnen eigen kring. Zo ontstaat er een goed overzicht van deze groeperingen. Ik moet wel zeggen dat ik de beschrijving wat koud en afstandelijk vind. Hier en daar wellicht ook op tamelijk beperkte informatie gebaseerd. De auteur vraagt kennis van, aandacht en respect voor levensbeschouwing en godsdienst. Hij wil ook onderzoek (laten) doen naar de invloed van levensbeschouwing op psychische problemen. Tenslotte bepleit hij samenwerking (met erkenning van ieders eigen taak) tussen hulpverleners en pastores. Een tamelijk nieuw geluid, waarvoor ik waardering heb. Wel wordt dit pleidooi gevoerd vanuit praktische motieven, namelijk om de hulpverlening adequaat te doen zijn; niet zozeer uit principiële motieven. Hangt hiermee samen de hierboven gesignaleerde afstandelijkheid? Hoe dan ook, een boek dat men als ambtsdrager in relatie tot hulpverlening en hulpverleners niet ongelezen moet laten.

Dr. W. Balke, 1. Heel het Woord en heel de Kerk. 2. Omgang met de Reformatoren.

Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1992. 223 resp. 254 blz. per deel f 39,50.

Professor Balke heeft redevoeringen, opstellen en bijdragen in verzamelbundels hier gebundeld in twee geheel door hemzelf gevulde boeken. Ik heb diep respect voor de brede en diepe kennis die de auteur hier tentoonspreidt. Hij heeft meer geschreven dan menigeen vermoedde. De ene bundel gaat vooral over de Reformatie en haar theologie. Niet minder dan 26 opstellen treffen we hier aan, vooral over Calvijn, ook over Zwingli en bij wijze van toegift over Comenius (een mijns inziens iets te positieve waardering). Het andere deel bevat 20 opstellen, over de 19e en de 20e eeuw, met schetsen over Den Ham (het hervormde kerkelijke leven van de Saksen aldaar). Gunning, Hoedema-ker, O. Noordmans (en ook over diens vader), over de beide predikanten Kievit. De meeste hoofdstukken uit deze bundel zijn niet eerder gepubliceerd. Dat vergoedt het feit dat men in de andere bundel hoofdstukken vindt uit speciale verzamelbundels over Zwingli en het Avondmaal (Bij brood en beker). Ik vind het minder gepast bijdragen aan zulke bundels hier op te nemen. Graag spreek ik mijn waardering uit voor dit werk. De hoofdstukken zijn tot op vandaag bijgewerkt en hebben vaak een actuele spits. Men leert Balke hier kennen als de kerkhistoricus die vanaf de Reformatie maar één lijn ziet lopen - namelijk naar de Nederlandse Hervormde Kerk. In die kerk wil hij confessioneelgereformeerd zijn. Hij is breed en tegelijk belijnd. Hij gaat diep op zijn onderwerp in binnen de beperking tot de vaderlandse kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.