+ Meer informatie

ATTENTIE STIL ZIJN TOT GOD

5 minuten leestijd

U hebt dat bordje toch wel eens gelezen, in één der gangen van een ziekenhuis? Dat bordje waarop geschreven stond: Stilte!

Waar kunnen wij die stilte nu nog vinden? Leven wij niet in een wereld van groot lawaai? In de stad, in het dorp, op het land, op het water, in de lucht, in de fabriek, in de huiskamer, overal klinken de stemmen van een rumoerige wereld tot ons door. Vooral in de vakantiedagen lijkt heel de wereld wel één grote muziektent. Muziek op het strand, muziek op de camping, muziek op het water, muziek op het land…. Zo zoekt de mens in de vakantiedagen naar rust, maar vindt het nergens omdat…. hij kan niet meer stil zijn! Rusteloos gaat de mens door het rumoerige leven, en overal zouden de bordjes wel opgehangen moeten worden: Stilte! Stilte!

In deze „attentie” zouden wij uw aandacht daarom willen vragen voor: het stil zijn tot God!

Stil zijn tot God is een genadegave, als wij dat leren mogen in een weg van moeite en strijd, in een weg van leed, kruis en druk, in een weg van geestelijke vertwijfeling en aanvechting. Stil zijn tot God is een genadegave, als wij dat leren mogen óók in deze wereld vol van zonde en ongerechtigheid, oordeel en gericht. Toen Israël door Farao achtervolgd, vlak voor de onstuimige wateren van de Rode zee dreigde om te komen, sprak Mozes tot het volk: „De HEERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn”. Vreest niet en staat vast, ziet het heil des Heeren!


Schilden, bogen, dolken,
Dappere oorlogsvolken,
Wijsheid, moed noch kracht,
K’unnen ooit in ’t strijden,
Enig vorst bevrijden,
Zonder ’s HEEREN macht.


Wat een rijke genadegave, als wij dan in dagen van moeite en strijd op de Heere leren zien, om het zwaard in de schede te steken en de Heere aan het woord te laten komen. Wees stil mijn ziel! stil tot God!


God is Rechter, Die ’t beslist;
Die, als aller Oppervoogd,
Deez’ vernedert, die verhoogt.


Drukt het kruis zwaar op uw schouder? Weet ge niet waar ge het zoeken moet? Grijpt de vertwijfeling u aan? Roept de smader u van alle kanten toe: Waar is nu uw God?

Wees stil mijn ziel! stil tot God, want dit weet ge wel, van Hem alleen is uw heil! Ruth had op de akker van Boaz getoefd, en had iets van Boaz ontvangen, en toen zij thuis kwam sprak Naomi tot haar: „Zit stil mijn dochter! totdat gij weet hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe”. De Heere doet geen half werk, Hij vergeet het geroep Zijner ellendigen niet. Hun geeft Hij moed en krachten, Die hopend op Hem wachten. Wees stil mijn ziel! Stil tot God, ook als de openbaring vah zonden en ongerechtigheid u aangrijpt, de donkerheid in de kerk, de geesteloosheid, de oppervlakkigheid, allerlei godsdienst zonder God! Als ge ziet op de oordelen en gerichten Gods, die over de aarde gaan, en er zo weinig opmerking is. „Ga henen, mijn volk! ga in uw binnenste kamers, en sluit uw deuren na u toe; verberg u als in een klein ogenblik, totdat de gramschap overga”. Wees stil mijn ziel! Stil tot God! „Want ziet de HEERE zal uit Zijn plaats uitgaan, om de ongerechtigheid van de inwoners der aarde over hen te bezoeken”. „God zal opstaan. Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen voor Zijn aangezicht vlieden. Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn”.

Wat een rijke genadegave, iets te mogen leren van dat stil zijn tot God! Stil te zijn is een moeilijke les, maar wel een nuttige en noodzakelijke les. Martha kon zelfs in de tegenwoordigheid van de Heere Jezus maar niet stil zijn. Zij was maar bezig met veel dienens, zodat de Heere tot haar moest zeggen: „Martha Martha! gij bekommert en onrust u over vele dingen, maar één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen dat van haar niet zal worden weggenomen”.

In alle stilte had Maria een plaats gevonden aan de voeten van Jezus, om door Hem geleerd, door Hem onderwezen te worden. Geen betere plaats dan deze plaats, de plaats van het stil zijn tot God.

Staan wij dan ook in vakantiedagen naar deze plaats.

’t Is al jaren geleden dat de bekende schrijver en dichter A. Wapenaar schreef over „radiogevaren”. Eén van die gevaren noemde hij het wegnemen van onze stilte. Hij merkte daarbij op:


’k Min de stilte in haar wezen,
’k Min de stilte die bezielt.
Zij die alle stilte vrezen,
Hebben nooit hun hart gelezen,
Hebben nooit geknield.


Vergeten wij dan de stilte niet in deze tijd vol radio-gevaren en allerlei andere amusementen. Om zich even uit te tillen uit de drukte van het tegenwoordige leven spreken sommige mensen wel over een z.g.n. „stille tijd”. Zo lazen wij laatst in een van de drukke straten van onze hoofdstad op eenmaal een bordje met het opschrift: „een kwartier voor God”. Van de 24 uur die God ons geeft elke dag, wordt dan opgeroepen om een kwartier aan God af te staan. Tekent dat niet duidelijk de overspannen, rusteloze mens van onze tijd? De Heere vraagt echter geen kwartier, maar de Heere vraagt heel ons leven! Heel ons leven dient te staan in het teken van dat stil zijn tot God, van het leven niet alleen langs de horizontale lijn, maar vooral van het leven langs de vertikale lijn. ’d Ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten. Dan moeten wij wel door de wereld, maar tonen in heel onze levensopenbaring dat wij niet zijn van de wereld. Dan worden wij gasten en vreemdelingen op deze aarde, omdat wij zoekers zijn naar een beter, naar een hemels vaderland. Wat zegt de Schrift dan van zulke gasten en vreemdelingen, die door de wereld vaak worden bespot en uitgelachen? De Schrift zegt: „Daarom schaamt God Zich hunner niet om hun God genaamd te worden, want Hij had hun een stad bereid”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.