+ Meer informatie

BIJBELSTUDIE IN DE GEMEENTE

10 minuten leestijd

Plaatsbepaling

Wanneer in Ambtelijk Contact een artikel verschijnt over dit onderwerp, zou de indruk kunnen ontstaan, dat de kerkeraden hierin te maken krijgen met een nieuw verschijnsel. Het gaat dan om het groepsgewijs bestuderen en bespreken van een gedeelte uit de Heilige Schrift. Maar de behoefte daaraan laat zich al eeuwenlang zien. In het bijzonder sinds door Gods genade met de Reformatie de Bijbel aan de gemeente werd teruggegeven. Sindsdien zijn er belangrijke aanzetten geweest voor een stuk gemeentelijk leven in groepen binnen de gemeente, waarbij de bestudering van het Woord van de Here centraal Staat. In de 16e eeuw zien we bijvoorbeeld bij Zwingli in Zürich de ‘Prophezei’ en bij Bucer in Straatsburg de zgn. ‘Gemeinschaften’. In de tijd van de Nadere Reformatie vonden in de ‘conventikels’ diepgaande gesprekken plaats over Bijbel en geloof. Zelf tref ik in de gemeente nog wel eens ouderen die als kind aanwezig waren bij een ‘gezelschap’. Hier en daar vinden die nog steeds plaats, ook wel in gemeenten waar men wat huiverig is voor meer eigentijdse vormen van Bijbelstudie. In ieder geval heeft de behoefte elkaar in kleine kring te ontmoeten rond het open Woord van God zich altijd al vcorgedaan. Wel is het zo, dat er met name door de discussies over de ‘Godsverduistering’ (ik krijg die inmiddels gangbaar geworden term nog steeds moeilijk uit de pen) steeds meer aandacht komt voor Bijbelstudie binnen de gemeente. Een juiste plaatsbepaling ervan moeten we overigens uiteindelijk niet zoeken in de historie of in de actualiteit maar in het Woord zelf. Ik denk, dat dan een geschikte invalshoek gevonden kan worden in de door de Geest aan de gemeente geschonken gave van de profetie (Rom. 12; 1 Cor. 12-14: Ef. 4; 1 Thess. 5). De profetie, die immers niet bestaat in een vermogen de toekomst te voorspellen, maar in de gave het licht van Gods Woord te zien vallen over verleden, heden en toekomst. Het oordeel van de Here ook over òns verleden, Zijn wil voor òns heden en Zijn plan voor ònze toekomst is uit Zijn Woord te kennen, voorzover Hij het ons wil openbaren door de Geest van de profetie. Nu is al in het Nieuwe Testament op te merken, dat die gave in bijzondere zin wordt toegekend aan bepaalde personen. Door de gemeente erkend als een ambt. ‘En Hij heeft gegeven zowel apostelen als profeten…’ (Ef. 4 : 11). Toch mogen binnen de germeente ook niet-ambtsdragers delen in de gave van de profetie. De apostel Paulus roept in 1 Cor. 14:1 zelfs de hele gemeente op naar juist deze gave te streven. Zo belangrijk is het voor ieder de wil van de Here uit Zijn Woord te verstaan. Geen lid van de gemeente dat ernaar verlangt met de Here te leven, kan buiten de lezing en over-denking van het Woord. Want zulk leven is weliswaar een bijzondere vrucht van het vernieuwende werk van de Geest maar daarbij zijn de middelen niet uitgesloten (DL. III/IV, 17). Vanuit de Geestesgave van de profetie mag naast de persoonlijke Schriftstudie ook het groepsmatig lezen en overdenken van de Bijbel een rechtmatige en waardevolle plaats krijgen in het geheel van het gemeentelijk leven.

Studie en prediking

Natuurlijk roept dat de vraag op (die door de redactie dan ook werd meegegeven) naar de verhouding van de ambtelijke prediking en de Bijbelstudie binnen de gemeente. Vanuit bovengeschetste lijnen mag verwacht worden, dat de gemeente zich gehoorzaam voegt onder het gezag van het ambtelijk gepredikte Woord. Maar dat wil niet zeggen, dat ambtsdragers de gave van de profetie ‘automatisch’ bezitten, laat staan dat die gave tot hen beperkt is. Zou de bedoeling niet zijn, dat er een soort wisselwerking plaatsvindt? Een wederzijdse voeding van de prediking en de Bijbelstudie in de gemeente? Een voorbeeld van de ene richting vinden we bijv. in Hd. 17, waar in Berea de hoorders van Paulus’ woorden zich gunstig onderscheidden van die te Tessalonika, ‘daar zij het Woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren’. Daar zien we dus, hoe de prediking Bijbelstudie oproept en voedt. Maar één hoofdstuk verder in het boek Handelingen wordt ook de andere richting zichtbaar. Apollos, een man doorkneed in de Schriften, preekte te Efeze. Maar omdat hij alleen wist van de doop van Johannes namen twee gemeenteleden, Priscilla en Aquila hem bij zich in huis ‘en legden hem de weg Gods nauwkeuriger uit’.

Die wederkerigheid kan ook nu gestalle krijgen. In verschillende gemeenten vindt soms op zondag een preekbespreking plaats. Vaak aan de hand van door de predikant opgestelde gesprekspunten. Dit zou uitgebreid kunnen worden bijv. in geval van een serieprediking. Anderzijds is het goed wanneer een bijbelstudiegroep regelmatig verslag doet van haar gesprekken in het gemeenteblad. Zo kan de hele gemeente delen in de oude en nieuwe schatten, die werden opgediept. En waarom niet wat moeilijk bleef, of wat misschien al te weinig aan de orde komt, aan de predikant voorgelegd met het verzoek er in de prediking eens aandacht aan te geven?

Waarde en normen

Zo ontstaat van de Bijbelstudiegroep in de gemeente een vrij positief beeld. Wanneer inderdaad in afhankelijkheid van de leiding van de Geest het Woord opengaat, dan biedt de Bijbelstudiegroep mogelijkheden die er in de zondagse eredienst zo niet zijn. Vaak kan een heel Bijbelboek worden doorgelezen. En kan het gelezene zeer concreet worden toegepast op levenssituaties als het maatschappelijk functioneren, huwelijk en opvoeding, ouder worden, de praktijk van de stille omgang met God en het leven naar Zijn geboden. Men kan elkaar helpen, bemoedigen en corrigeren. Schrift met Schrift vergelijkend elkaar wijzen op andere gedeelten van Gods Woord en zich samen verblijden over de rijkdom van Gods openbaring. Maar ook heel persoonlijke vragen en twijfels kunnen gesteld worden in het licht van wat de Here erover zegt. En dat alles vergezeld van een stuk gezamenlijke omgang met de Here in gebed en zang. En mogelijk ook uitlopend op praktische hulp aan bijv. broeders en zusters binnen de wijk.

Deze mogelijkheden mogen ons de ogen niet doen sluiten voor de gevaren, die de Bijbelstudiegroep bedreigen. Het functioneren van de Geestesgaven binnen de gemeente wordt door de apostel Paulus niet voor niets aan bepaalde normen gebonden. In Rom. 12:7 spreekt hij over de ‘profetie, naar gelang van ons geloof’. Voor ons onderwerp betekent dat, dat er bij de Bijbelstudie gewaakt m oet worden tegen dwaalleer, die niet in overeenstemming is met de overgeleverde apostolische leer aangaande de inhoud van het geloof. Daarom is het van groot belang, dat er in de Bijbelstudiegroep gebruik wordt gemaakt van verantwoord materiaal en dat de leiding in handen is van iemand, die onderwezen is in de Schriften en thuis in de gereformeerde belijdenis. Waar het op zichzelf genomen niet noodzakelijk is, dat een ambtsdrager de groep leidt, heeft de kerkeraad wel tot taak te waken over de aangenomen leer. En dat geldt niet alleen de prediking.

Een ander gevaar is, dat de eigen beleving en ervaring van de christen centraal komt te staan. In 1 Cor. 12 wordt duidelijk, waar de Geest altijd op uit is. Op de belijdenis: ‘Jezus is Here’. De gezelschappen zijn niet altijd ontkomen aan het gevaar de Christus te doen schuilgaan achter de christen. Daarom moet binnen de gespreksgroep voor ieder duidelijk zijn, dat het uitgangspunt niet is: wat zien wij erin? of: hoe ervaar ik het? Het uitgangspunt moet zijn: wat Staat er? Wat wil de Here ons hier zeggen? Hoe wil Hij ons in dit gedeelte brengen bij de Here Jezus? Welk aspect van Zijn heilswerk vormt hier een pleitgrond voor het toeëigenende werk van de Heilige Geest in ons concrete leven? De ervaring leert ook, dat waar eigen visies en beleving centraal staan, men in het gunstigste geval op een goed moment is uitgepraat. Soms ontstaan er irritaties over de verschilfende stokpaardjes, die keer op keer bereden worden. Wie de Schrift wil lezen om als het ware zelf door de Schrift gelezen te worden, die is zomaar niet ‘uitgestudeerd’.

Nog een ander heel belangrijk critérium is gelegen in de stichting van de gemeente: ‘…..wie profeteert, sticht de gemeente’ (1 Cor. 14 : 4). De Bijbelstudie moet de opbouw van de gemeente dienen. Daartoe is liefde tot de gemeente nodig. Want ‘de kennis maakt opgeblazen maar de liefde sticht’ (1 Cor. 8:1). Vanuit deze gedachte zal gewaakt worden tegen groepsvorming en een clubjesgeest. Dat gevaar is niet denkbeeidig, wanneer een Bijbelstudiegroep selectief is samengesteld uit veelal gelijkgezinden en gelijkdenkenden. Helemaal kwalijk wordt het, wanneer het huis waar de groep samenkomt, verwordt tot een klaaghuis waar een bevestiging gezocht wordt voor allerlei frustraties met betrekking tot prediking en gemeenteleven. Bijbelstudiegroepen die zich binnen de gemeente manifesteren als min of meer gesloten bolwerken, waar met allerlei moderne ideeën of zelfs allernatieve vormen van eredienst wordt geëxperimenteerd, bouwen het gemeenteleven niet op maar breken het af. Het lijkt het beste een Bijbelstudiegroep wijksgewijs samen te stellen. Zo kan de verscheidenheid binnen de gemeente in geestelijk inzicht en beleving, in leeftijd en maatschappelijke situatie ook in het klein tot zijn recht komen. En zo kan de gemeente als geheel worden gediend met de rijkdom van de genade van Christus, waaraan de Geest juist heel verschillende mensen deel geeft.

Gave en vrucht

Want dit is het belangrijkste, wanneer we over dit onderwerp nadenken. De gaven van de Geest zijn er nooit zonder de vrucht van de Geest. De vrucht van de Geest, die allereerst bestaat in wedergeboorte, geloof en bekering. In een hartelijke verbondenheid aan de Here Jezus. Streven naar profetisch inzicht in het Woord van de Here kan niet zonder de beleving van of in ieder geval het oprechte verlangen naar die band. De Bijbel is ons trouwens helemaal niet gegeven als een studieboek. Het is het Woord van de levende God dat de Heilige Geest voor ons hart kan maken tot het levenwekkende Woord van God. Zodat het niet alleen ons kennen en denken voedt, maar vooral ons hart raakt en van daaruit ons leven vernieuwt. Wanneer we spreken van Bijbelstudie moeten we bewaard worden voor een slechts ‘technisch lezen’. De Here Jezus waarschuwde de Schriftgeleerden van Zijn dagen zo: ‘Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben’ (Joh. 5 : 39).

Belofte en gebed

De Schrift zelf Staat vol met prachtige beloften voor wie zich wil laten leiden door het Woord van de Here: ‘Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; - al wat hij onderneemt, gelukt’ (Ps. 1 : 3). Maar dat zal dan niet anders kunnen dan met het gebed van die andere Psalm: ‘Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet’ (119 : 18). En het gebed van de apostel Paulus om de Geest van wijsheid en van openbaring om Hern recht te kennen, om verlichte ogen van het hart (Ef. 1:17, 18a). Ontdekte, verlichte ogen van het hart doen ons in de Schriften de Christus zien. En zó mag Bijbelstudie ertoe bijdragen, dat we persoonlijk en als gemeente onze weg gaan met blijdschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.