+ Meer informatie

JONGENS IN EEN VROUWENMAATSCHAPPIJ

Een gesprek over de benadering van jongens in het onderwijs

5 minuten leestijd

Jongens zijn heel leuk, maar soms een tikje anders dan je denkt. Dat is de boodschap die Mariska Dijkstra-Wolters wil brengen met haar boek Naast de maatschappij is ook het onderwijs sterk vervrouwelijkt, stelt ze. Al dat ellenlange uitpraten na een ruzie, daar worden jongens niet goed van.

Ze liep al langer met het idee om een boek te schrijven, speciaal voor jongensmoeders. Toch bleef het bij een idee. Totdat haar derde kind geboren werd, opnieuw een zoon. ‘Als ik me weer eens verbaasde over het gedrag van mijn jongens, vroeg ik me af of andere jongensmoeders hier nou ook mee te maken zouden hebben.’ Uiteindelijk kwam het boek er. Dijkstra zette een uitgebreide vragenlijst uit en ontving van ruim honderd moeders een reactie. ‘Dat het thema zo veel herkenning opriep, verraste mij eerlijk gezegd wel een beetje.’

Gefrustreerde moeders

‘Ik ben geen wetenschapper’, benadrukt Dijkstra regelmatig. Het is ook niet haar doel om een wetenschappelijk onderzoek te presenteren. ‘Wat ik wel wilde, was herkenning bieden en handvatten voor moeders en juffen geven. Dat laatste heb ik gedaan door veel onderzoeken te raadplegen en mensen aan het woord te laten die verstand van zaken hebben.’ Wanneer heeft de auteur haar doel bereikt? ‘Wat ik vaak terug las en ook regelmatig hoor zijn de verzuchtingen over jongens. Waarom praat mijn zoon niet overal over? Waarom maken jongens zo veel herrie? Er waren zelfs moeders duidelijk gefrustreerd. Enkelen gaven aan zich niet zo happy te voelen in een huis met allemaal jongens. Graag wil ik hen helpen om met een positieve blik naar jongensgedrag te leren kijken. Jongens zijn echt heel leuk, maar anders dan je misschien denkt. Dat wil ik hun meegeven.’

Mannelijk

Meesters. Die zijn er in het primair onderwijs niet zo veel. En dat vinden veel moeders erg jammer, volgens Dijkstra. Daarbij wil ze niet generaliseren. ‘Ook niet elke meester is even mannelijk in zijn gedrag richting de kinderen. Daartegenover zijn er ook genoeg juffen die wel de goede tools hebben om jongens te benaderen.’ Waarom is het dan toch jammer dat er weinig meesters zijn? ‘Een voorbeeld: Als een meester jongens op het plein op de vuist ziet gaan, haalt hij ze gewoon uit elkaar, met de opmerking: “afgelopen”. Daarna spelen de jongens gewoon weer verder. Juffen doen dat vaak anders. Die zetten alle kinderen bij elkaar in een lokaal om te gaan uitspitten waar het mis ging. Daar worden jongens echt moe van.’ Dijkstra pauzeert even. ‘Niet dat ik vind dat je nooit iets uit moet praten, hoor. En als je een ander echt pijn doet, ligt daar een grens.’ Wat is nog meer de kracht van meesters? ‘Humor. Dat doet het gewoon goed bij jongens. Relativeer de situatie met een grap en het probleem blijkt vaak al voor een deel verdwenen. Daarnaast is het zo dat meesters over het algemeen meer geïnteresseerd zijn in computers, auto's en dergelijke. Daar smullen jongens van!’

Drang om te bewegen

Dijkstra spreekt in haar boek de hoop uit dat scholen meer werk maken van het geven van onderwijs aan jongens. Ziet ze hiervan al iets terug? Bescheiden: ‘Ik heb niet de verwachting dat door mijn boek opeens alles gaat veranderen. Maar ik weet wel dat het onderwerp door mijn boek in veel docentenkamers een onderwerp van gesprek is geweest. Ook mocht ik een keer op een ouderavond spreken. Dat leverde goede gesprekken op. Veel ouders gaven toen aan dat ze graag zagen dat de leerkrachten iets zouden doen met het competitie-element dat jongens vaak erg aanspreekt.’ Een ander punt dat Dijkstra maakt is de drang van jongens om te bewegen. ‘Daar kun je ook in de klas wat mee doen. Zorg bijvoorbeeld voor meer activiteiten waarbij bewogen mag worden. Daardoor maak je het jongens makkelijker zich de overige tijd goed te concentreren.’ Daarnaast vraagt het onderwijssysteem van leerlingen dat ze kunnen plannen. ‘Voor veel jongens een lastig punt’, constateert Dijkstra. ‘Ik hoor van het voortgezet onderwijs terug dat van de leerlingen die extra zorg nodig hebben de meerderheid jongen is. Daar zou het punt van plannen weleens een grote rol in kunnen spelen. ‘

Geloofsbeleving

In het boek Tjonge jongens! is er een apart hoofdstuk gewijd aan geloofsbeleving bij jongens. Is dit echt anders dan bij meisjes? Dijkstra aarzelt even. ‘Die vraag is nog niet wetenschappelijk onderzocht, maar zou een mooi onderzoek kunnen opleveren. Wat ik in dit hoofdstuk vooral wil laten zien is dat jongens anders omgaan met geloofszaken dan vrouwen dat van zichzelf kennen. En dat het goed is dat je als moeder daar ook rekening mee houdt. Jongens kunnen bijvoorbeeld een negatief gevoel bij kerkgang ontwikkelen als je als moeder continu bezig bent ze er verzorgd uit te laten zien. Wees daar alert op en maak een afweging.’ Behalve aan de uiterlijke kant is er ook in de beleving verschil tussen jongens en meiden. ‘Meisjes zijn over het algemeen invoelender, kunnen beter meekomen in de emoties die er in een Bijbelvertelling zitten.’

Geen perfecte jongensmoeder

Het boek van Dijkstra heeft al de nodige reactie opgeleverd. De meeste waren positief. ‘De leukste vond ik die van een jongen van een jaar of elf die mij kwam bedanken. Sinds zijn moeder mijn boek had gelezen, kreeg hij veel minder vaak “op zijn dak”.’ Dijkstra lacht. ‘Ook mijn eigen jongens kennen het boek, wat dus ook regelmatig tegen mij gebruikt wordt. “Maar mam, je zegt zelf in je boek dat …’’’ Dijkstra moet erom lachen. ‘Ik ben dus ook geen perfecte jongensmoeder!’

Anders

Wat moeten juffen en moeders morgen anders gaan doen in hun omgang met jongens? Dijkstra heeft wel wat tips. ‘In ieder geval stoppen met elke keer alles willen uitpraten. Daarnaast: accepteer het dat jongens dingen willen uitproberen. Ze leren door te doen, door fouten te maken. Dan gaat er weleens iets stuk. Of ze maken zich vuil. Het hoort gewoon bij hen. Ik word wel een beetje verdrietig als ik moeders daar steeds over hoor klagen. Dan denk ik: geniet ervan dat je jongens hebben genoten en was de boel maar een keer extra.’ Over de vraag wat Dijkstra waardeert in jongens hoeft ze niet lang na te denken. Overtuigend: ‘Jongens zijn zo heerlijk oprecht!’


‘Jongens leren door fouten te maken. Dan gaat er weleens iets stuk, dat hoort bij hen’

Mariska Dijkstra-Wolters

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.