+ Meer informatie

Een Amerikaanse Boanerges

Gilbert Tennent

12 minuten leestijd

„Huichelaars moeten onder zijn prediking óf spoedig tot bekeringkomen, óf woedend worden. Hij is een zoon des donders en heeftgeen mensenvrees." Dat getuigenis gaf George Whitefield van deopwekkingsprediker Gilbert Tennent. Niet voor niets vroeg hij juistdeze predikant om het zaad dat hijzelf in New England had gezaaid,nat te maken. De Amerikaanse Boanerges had een boodschap. Ookvoor onze dagen!

Op 14 november 1739 is in een kerk in New York een grote menigte samengekomen. Van de gezichten van de aanwezigen valt af te lezen dat ze met meer dan gewone verwachting zijn opgekomen. Er zijn twee beroemde predikanten in hun midden. De ene is George Whitefield, de andere Gilbert Tennent. Het is Tennent die deze avond preekt. „Nog nooit heb ik zó'n ontdekkende preek gehoord", schrijft Whitefield na afloop in zijn dagboek. „Hij overtuigde mij er steeds dieper van, dat wij het Evangelie van Christus niet verder kunnen preken dan dat wij er zelfde kracht van ervaren hebben in onze harten. Door een diepe overtuiging van zonden (...) heeft hij bij ondervinding geleerd het hart van een natuurlijk mens te ontleden. Huichelaars moeten onder zijn prediking óf spoedig tot bekering komen, óf woedend worden. Hij is een zoon des donders en heeft geen mensenvrees." Latere geschiedschrijvers zullen Gilbert Tennent roemen als de man die na Whitefield de grootste prediker was, en de evangelist die na hem de meeste vrucht op zijn werk heeft gehad. Hoe verbazingwekkend dat de naam van hem die zonder twijfel de krachtigste prediker in Amerika was gedurende de Grote Opwekking ("Great Awakening"), nu vrijwel onbekend is! Gilbert Tennent wordt op 5 februari 1703 in Ierland geboren.
Als 15-jarige knaap emigreert hij met zijn ouders naar Amerika. Zijn opleiding daar wordt vrijwel uitsluitend door vader William Tennent verzorgd. Dat blijkt geen nadeel te zijn, want in 1725 krijgt Gilbert al een eregraad van het Yale College.

Blokhut College
Tennent heeft de opleiding van zijn zoon zelf ter hand genomen omdat er in die tijd nog geen scholen voor voortgezet onderwijs zijn in de kolonies in het centrum van Amerika. In 1727 sticht hij het beroemde Log College (Blokhut College). Hier worden Gilberts jongere broers en andere jonge mannen opgeleid tot predikant. Het college is in feite niet meer dan een privé-school. Het gebouwtje staat aan de oever van de Neshaminy Creek, in het district
Bucks in Pennsylvania, dicht bij de kerk waar vader Tennent predikant is. In zijn dagboek noteert Whitefield: „Het is een blokhut, ongeveer twintig voet lang en bijna even breed; mij deed het denken aan de profetenscholen van weleer. Vanuit deze verachte plaats zijn onlangs zeven of acht waardige gezanten van Jezus uitgezonden; nog een paar zijn bijna klaar en vele anderen zullen nog worden opgeleid. De duivel zal ongetwijfeld tegen hen tekeergaan; maar ik ben ervan overtuigd dat het werk uit God is en niet verijdeld zal worden."

Vlucht
Als Gilbert Tennent klaar is met zijn opleiding, gaat hij preken. Maar als de presbyteriaanse gemeente van Newcastle, Delaware, hem beroept, vlucht hij in allerijl weg. Een van de grote waarheden waarvan hij hartelijk overtuigd is geraakt door het getrouwe onderwijs van zijn vader, is dat niemand tot evangeliedienaar bevestigd dient te worden die niet overtuigd is van zijn bekering tot God en van een goddelijke roeping tot het predikambt. Daarover heeft hij in deze periode nog zijn twijfels. De vlucht komt hem te staan op een berisping van de gemeente, de classis Newcastle en de synode van Philadelphia. Zowel presbyterianen als independenten zijn in die tijd van mening dat een onbekeerd man best een goede dominee kan zijn. Als hij maar orthodox in zijn theologie is en onbesproken van zeden. Die opvatting hoeft ons nauwelijks te verbazen. Als het met de religie slecht gesteld is, leidt dat onvermijdelijk tot lage gedachten over het ambt van predikant. En het is slecht gesteld met de religie in het Amerika van de jaren 1720-1730.

Beroep
In 1726 blijken al Tennents bezwaren verdwenen te zijn. Met vrijmoedigheid neemt hij een beroep aan van de presbyteriaanse gemeente van New Brunswick. Hij is er in zijn hart van overtuigd dat hij een opdracht van God heeft gekregen om het Evangelie te prediken. De gemeente bestaat grotendeels uit immigranten uit Schotland en Ierland. Hoewel men erg godsdienstig is, lijkt het aantal ware gelovigen gering te zijn. De mensen horen over het algemeen onbewogen de ernstige prediking van hun toegewijde nieuwe dominee aan. Als er na zes maanden niemand tot bekering is gekomen, is Tennent zeer aangedaan. Of hij wil of niet, hij vergelijkt het gebrek aan vrucht met de opmerkelijke zegen die rust op de prediking van zijn collega in de Hollandse gereformeerde kerk. Een tijdlang gebruiken beide gemeenten hetzelfde gebouw. Soms zijn er zelfs gezamenlijke diensten. Frelinghuysen, de Nederlandse dominee, (zie Terdege 6 van 13 december 1995) preekt dan in het Nederlands en Tennent in het Engels. Zo komt het dat Tennent menigmaal in de gelegenheid is om te spreken met hen die onder Frelinghuysen tot bekering zijn gekomen.

Ziekte
Juist in de tijd dat hij gebukt gaat onder het uitblijven van vrucht op zijn prediking, wordt hij ernstig ziek. Later beschrijft hij zijn ervaringen van die tijd. „Het smartte mij in die periode buitengewoon dat ik zo weinig voor God had gedaan. Ik wenste, als dat Zijn wil was, nog een halfjaar te mogen leven, om als het ware voor het oog der mensheid met meer getrouwheid voor Zijn zaak te mogen pleiten, mij ernstiger in te spannen voor het behoud van zielen. (...) Een van de dingen die mij zozeer bezwaarden, was dat ik veel tijd verdaan had met het discussiëren over bijzaken. Tijd die besteed had kunnen worden om onderzoek te doen naar de staat van de mensen in Gods oog en om hen ertoe te brengen zich tot Hem te bekeren." In die omstandigheden ontvangt hij een brief van zijn collega-predikant Frelinghuysen. Die vermaant hem om meer separerend te preken, te leren onderscheiden tussen de huichelaar en de ware gelovige, en het Woord van God dienovereenkomstig toe te passen. Tennent ziet onmiddellijk in wat een verstandige raad dit is. Eenmaal hersteld van zijn ziekte, begint hij te preken op een manier die Whitefield doet uitroepen: „Nog nooit heb ik zó'n ontdekkende preek gehoord."

Evangelist
Als Whitefield in 1740 terugkeert van een glorierijke tocht door New England, dringt hij er bij Tennent op aan als rondreizend prediker de steden van New England langs te gaan, „om het goede zaad dat hij er tijdens zijn recente bezoek had gezaaid, nat te maken." Aanvankelijk aarzelt Tennent, maar uiteindelijk is hij toch bereid tijdelijk zijn gemeente te verlaten en het werk van een evangelist te gaan doen in andere plaatsen. Zo gebeurt het dat hij op 13 december 1740 in Boston aankomt. Hij denkt er een paar dagen te preken en dan verder te trekken, maar de reacties op zijn prediking zijn zo buitengewoon, dat hij onmogelijk weg kan. Hij blijft er bijna drie maanden en er is een krachtige uitstorting van de Heilige Geest. De goede dagen van weleer zijn weergekeerd in Boston! „In deze maanden", zal later een predikant uit Boston zeggen, „kwamen er in één week meer mensen met diepe overtuigingen bij me dan in al de voorgaande vierentwintig jaar van mijn bediening." Onder hen zijn „zowel jongens als meisjes, jonge mannen en vrouwen. Indianen en negers, gezinshoofden en bejaarden." De opwekking blijft niet beperkt tot Boston. Overal waar Tennent preekt, gebeuren soortgelijke dingen.

Ontdekking
Ds. Thomas Prince junior, predikant van de Old South Church in Boston, heeft zijn indrukken van Tennents prediking op schrift gesteld. „Vaak was die zowel verschrikkelijk als ontdekkend. Ja, inderdaad verschrikkelijk, als hij voorstelde de vreselijke heiligheid, gerechtigheid, de wet, bedreigingen, waarheid, macht en majesteit van God, en Zijn toorn jegens weerstrevende, onbewogen, ongelovige zondaars." Toch lijkt het ontdekkende element in Tennents prediking de voornaamste oorzaak geweest te zijn van de grote indruk die zij maakte. Als ds. Prince in gesprek gaat met mensen die, overtuigd van hun zonden, bij hem om raad komen, merkt hij dat die overtuiging niet zozeer veroorzaakt is doordat zijn collega Tennent „sprak over de schrik van de wet en de wraak van God, over verdoemenis of hel (want dat konden ze nog wel verdragen, zolang zij hoopten dat dit niet op hen sloeg of dat zij daaraan wel konden ontkomen), maar veel meer omdat hij hun vele zonden blootlegde, hun verborgen steunsels en hun nagemaakte genade, hun misleidende en verdoemelijke hoop, hun totale onvermogen."

Onbekeerde predikanten
Laat nu niemand denken dat er geen tegenstand kwam. Tennent zelf merkt op: „Zodra er een krachtige deur geopend was, kreeg ik te maken met vele tegenstanders." Het bedroevende is dat de meeste tegenstand uit de hoek van de ambtsdragers komt. Zij belasteren de leiders van de opwekking en steken de spot met de leer die zij preken. Tennent raakt er ten slotte van overtuigd dat er iets aan gedaan moet worden. Wanneer hij als gastpredikant in de presbyteriaanse kerk van Nottingham voorgaat, houdt hij zijn beroemde preek over "Het gevaar van onbekeerde predikanten". Deze klaroenstoot roept allen die de opwekking een warm hart toedragen, op om pal te staan voor de waarheid. Ongetwijfeld gaat Tennent te ver als hij de meerderheid van de predikanten geselt als „orthodoxe letterknechten, farizeeën en huurlingen, moordzuchtige huichelaars." Maar er is alle aanleiding toe. Whitefield betoogt dat „onbekeerde predikanten de vloek voor de kerk zijn." Net als Tennent aarzelt ook hij niet om tegen hen te getuigen. „Hoe kunnen dode mensen levende kinderen baren? God kan inderdaad, als Hij dat wil, voor de bekering van mensen zelfs de duivel gebruiken; dus ook onbekeerde predikanten. Maar ik geloof dat Hij zelden noch de satan noch zulke predikanten hiervoor gebruikt."

Breuk
Ondanks de gebreken die eraan kleven, is deze preek van Tennent voor velen reden om zich van onbekeerde predikanten af te keren. De synode besluit op haar beurt dat predikanten die lid van de synode willen worden, een diploma van een universiteit in Engeland of New England moeten overleggen. Uiteraard met de bedoeling mensen die aan het Blokhut College zijn opgeleid, buiten te sluiten. Tennent treedt daarop uit de synode van Philadelphia. Hij neemt de hele classis New Brunswick mee en ook een deel van de classes Newcastle en New York. Zeven jaar later vormt hij daaruit de synode van New York. Tot zijn eer moet gezegd worden, dat hij later ook het voortouw neemt om de breuk te helen. Bijna alle predikanten hebben dan hun verzet tegen de opwekking opgegeven. De meeste zijn die zelfs gaan aanmoedigen. In 1743, twee jaar na de breuk, neemt Tennent een beroep aan naar de Second Presbyterian Church in Philadelphia. De gemeente bestaat voor het grootste deel uit mensen die tot bekering zijn gekomen onder George Whitefield. Hoewel Tennents prediking inmiddels wat milder is dan in zijn tijd in New Brunswick, heeft ze weinig van haar vuur verloren. „Ik smeek u als boodschapper van de grote God, als op gebogen knieën, bij de zuchten, de tranen en wonden van Christus, dat u ontwaakt! Ja, ik smeek u bij alle vloeken van de wet en de zegeningen van het Evangelie, dat u ontwaakt! O vrienden, u bent uw eigen getuigen dat ik u de dood en het leven heb voorgesteld. O, kies dan het leven, opdat u mag leven! O, overweeg deze dingen zoals u dat zult doen voor Gods rechterstoel op de jongste dag."

Verklaring
Op 23 juli 1764 gaat Tennent, op de leeftijd van 61 jaar, in de eeuwige rust in. Het is moeilijk om iemand voor of na hem te noemen die in Amerika zo is gebruikt voor de bekering van zondaren. Een vraag voor allen wie de zaak van het Evangelie in onze dagen ter harte gaat, is: Welke verklaring kunnen wij daarvoor geven? De diepste oorzaak moet uiteraard gezocht worden in de soevereine wil van God. „Paulus mag planten, Apollos nat maken, maar het is God die de wasdom geeft." Wat Hij aan de een geeft, kan Hij de ander onthouden. Onze plicht is het, getrouw te zijn voor Gods aangezicht met de talenten en mogelijkheden die Hij ons gegeven heeft. Toch mag het ons evenmin ontgaan dat er een verband bestond tussen de aard van Tennents prediking en de vrucht daarop. De vrucht kwam pas toen hij begon te preken „als een stervende tot stervenden". Hij preekte op een alarmerende, wakkerschuddende manier, waarbij hij het koren van het kaf scheidde.

Lering
Ik aarzel niet om te zeggen dat juist dit type prediking vandaag zo nodig is! De afgelopen jaren zijn wij getuige geweest van een geweldige opleving van evangelisatie-activiteit, maar tegelijkertijd van een verval in godsvrucht in de kerk. Overal zien we bij kerkleden een toenemende wereldsgezindheid en gebrek aan overtuiging van zonden. Het probleem is, dat de kerken vol zitten met mensen die zich inbeelden dat zij behouden zijn, omdat zij een „beslissing voor Christus" hebben genomen, of omdat zij de evangeliewaarheid belijden. Maar iemand kan de gedaante der godzaligheid hebben en toch niets weten van de kracht daarvan. Wat nodig is, is ontdekkende, separerende prediking! Wij dienen veel te preken over de aard van het ware geloof waarbij wij het geloof van Gods uitverkorenen onderscheiden van het tijdgeloof We dienen veel te preken over de noodzaak van heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zal zien. We moeten met de apostel Jakobus vrijmoedig zeggen dat het geloof zonder de werken dood is. Weg met die overgevoeligheid die zo veel predikanten bezet, die bang zijn om te preken over de noodzaak van zelfonderzoek, omdat zij mensen wel eens van hun verzekering zouden kunnen beroven. Echte verzekering wordt juist versterkt door het nakomen van deze plicht! In één woord, vanuit de Schriften dienen wij te laten zien wie de kinderen van God zijn en wie niet. Te zeggen dat het de rechtvaardige wel zal gaan, maar dat het de goddeloze kwalijk zal gaan. Ongetwijfeld zullen velen zich dan ergeren. Maar als wij preken zoals Tennent, zullen wij onder Gods zegen wellicht ook iets mogen zien van de vrucht die hij op zijn prediking heeft gehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.