+ Meer informatie

DEPUTATEN ARTIKEL 49?

8 minuten leestijd

Wie in de kerkelijke pers de verslagen van de vergaderingen van de classis en van de particuliere synode leest, komt ze regelmatig tegen. Het gaat om de zogeheten deputaten artikel 49. Er wordt in deze verslagen ‘Dep.art. 49’ gesproken alsof iedereen wel weet wie of wat daarmee bedoeld wordt. Dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn. Vandaar dat ik hier graag in wil gaan op twee vragen: “Wat zijn deze deputaten?” en “Wat doen ze?” Voor de duidelijkheid geef ik eerst de tekst van het artikel 49 uit onze kerkorde (daar gaat het over de particuliere synode):

“ledere synode heeft ook deputaten te benoemen, om de besluiten van de synode bij de respectievelijke onder haar ressorterende classes uit te voeren en om tezamen, of althans ten getale van drie, bij de peremptoire examens van de kandidaten tegenwoordig te zijn. Bovendien hebben zij in alle voorkomende moeilijkheden aan de classes hulp te bieden, opdat enigheid, orde en zuiverheid der leer bevestigd en onderhouden worden. Zij hebben van al hun handelingen aantekeningen te houden om daarover aan de synode rapport uit te brengen en desgevraagd deze te motiveren. Ontslag kan hun slechts door de synode worden verleend.”

Deputaten

Deputaten zijn kort gezegd mensen die bepaalde besluiten van een kerkelijke vergadering uitvoeren. Hun bevoegdheid is dus beperkt tot de opdracht die ze gekregen hebben. Zij zijn ook alleen aan die vergadering verantwoording schuldig. Dit kunnen bijzondere besluiten zijn, het kan ook gaan om besluiten die om een permanente uitvoering vragen. Zo hebben we als kerken afgesproken dat we samen goed zullen toezien op de verkondiging van het Woord. Dat betekent dat we niet individueel, maar gezamenlijk als kerken mensen tot de verkondiging toelaten, dat we met elkaar bepalen wie er eventueel afgezet of losgemaakt moet worden, dat we met elkaar bepalen of een dienaar emeritaat kan krijgen. Het kerkverband is een middel om de zuiverheid en de goede voortgang van de verkondiging te bewaken. Maar het kerkverband is niet in staat om in zijn geheel steeds bij deze zaken betrokken te zijn, dus is het toezicht gedelegeerd naar de particuliere synoden en die delegeren dat weer naar de deputaten artikel 49. Je kunt dus zeggen dat de deputaten 49 eigenlijk het kerkverband vertegenwoordigen.

Wie en hoeveel?

Omdat het niet gaat om een ambtelijke functie hoeven deze deputaten geen ambtsdrager te zijn, ook al is dat in de praktijk vaak wel het geval. Gezien de zaken waar dep. 49 mee te maken krijgen is het zinvol dat er althans een aantal predikanten zitting in heeft. Toch kan het heel goed zijn gebruik te maken van gemeenteleden die specifieke bekwaamheden hebben, waarbij te denken is aan juristen of psychologen, en ook hen in dit deputaatschap te benoemen.

Het aantal deputaten dat een particuliere synode benoemt is vijf (en vijf secundi). Juist vanwege het gewicht van de zaken waarbij de deputaten betrokken worden spreekt het vanzelf dat wanneer zij opgeroepen worden er ook steeds vijf deputaten aanwezig zijn.

Moeilijkheden?

Er zijn in de kerk zaken die van zo groot gewicht zijn dat je elkaar daar hard voor nodig hebt. ‘Zwarigheden’, zo spreekt de oorspronkelijke editie die de synode van Dordrecht vaststelde erover, en onze kerkorde koos voor het woord ‘moeilijkheden’ en daar komt het in de praktijk ook vaak op neer. Als er zaken zijn waar een classis niet uitkomt, kan zij dus bij deze deputaten advies inwinnen. Er zijn echter ook zaken waar deputaten bij betrokken moeten worden. Het gaat om de volgende situaties:

a bij het classicale examen van een kandidaat;

b. bij losmaking, afzetting of emeritering van een predikant en wanneer een predikant overgaat naar ‘een andere staat des levens’ of een afgezette predikant weer in het ambt hersteld wordt;

c. bij het moment waarop een classis beslist over de aanvraag van een kerkenraad nauwere contacten aan te mogen gaan met een andere kerk van gereformeerde belijdenis (volgens bijlage 6 KO).

Het gaat dus duidelijk om situaties die in feite het gehele kerkverband raken.

Voorrang?

In de praktijk van het kerkelijk leven blijkt er nogal eens onduidelijkheid te zijn over de vraag wie er nu voorrang heeft: de classis of de deputaten. Het komt voor dat deputaten menen eerst het besluit van de classis te moeten aanhoren - of althans een idee te moeten hebben gekregen van hoe het besluit zal luiden - en dat zij dan pas daarna zich terugtrekken om zich te beraden en dan met een advies te komen. De oorspronkelijke intentie is echter een andere en die wordt ons duidelijk uit een oud besluit. In 1957 besluit de particuliere synode van Schoonhoven “dat de lidmaten der classis stemmen zullen, nadat de gedeputeerde der synode eerst haar advies gegeven zullen hebben.”

De volgorde hoort derhalve te zijn:

1. De zaak die aan de orde is, wordt besproken en alle vragen over de zaak worden beantwoord en de argumenten voor en tegen worden behandeld.

2. Deputaten trekken zich terug voor beraad en komen terug om hun advies kenbaar te maken, waarbij hun advies niet zozeer de zaak zelf betreff als wel de wijze waarop de zaak behandeld wordt.

3. De classisvergadering neemt kennis van het advies en neemt een besluit, waarbij een classis wel heel goede gronden moet hebben om van het advies van de deputaten af te wijken.

4. Wanneer het besluit van de classis tegengesteld is aan het advies van de deputaten, moet de hele zaak naar de particuliere synode en die vergadering moet dan aangeven wie er gelijk heeft.

Hamvraag

De hamvraag is natuurlijk wat de bedoeling is van het advies. Het kan niet zo zijn dat de deputaten hun eigen mening over een zaak geven, want dat is niet hun bevoegdheid. Als dat zo zou zijn, zou dat betekenen dat een particuliere synode meer gezag heeft dan een classis en dat is strijd met het principe dat geen kerkelijke vergadering over een andere zal heersen. De deputaten hebben geen andere taak dan na te gaan of de classis zich houdt aan de afspraken die we als kerken met elkaar gemaakt hebben. Laat ik twee situaties noemen.

Zoals we zagen zijn de deputaten betrokken bij het laatste examen dat een kandidaat moeten afleggen voordat hij bevestigd kan worden. De classis neemt het examen af en de deputaten hebben geen andere taak dan toe te zien of het examen volgens de regels verloopt. Het advies dat zij geven is geen advies over de kandidaat, maar een advies over het examen, dat wil zeggen de constatering dat het examen al dan niet naar behoren is verlopen. Hetzelfde geldt voor het verzoek van een gemeente tot nauwer samenleven met een andere kerk van gereformeerde signatuur over te gaan. Een dergelijk verzoek wordt beoordeeld door de classis. De classis heeft na te gaan of de betrokken kerkenraad gedaan heeft wat we als kerken over een dergelijke procedure hebben afgesproken. De deputaten hebben na te gaan of de classis op de juiste wijze met het verzoek omgaat. Stel het geval dat alle deputaten persoonlijk moeite zouden hebben met een dergelijk verzoek, dan nog zullen zij positief moeten adviseren als vaststaat dat de classis haar werk in deze op de goede wijze heeft verricht. Dit alles betekent dus wel, dat deze deputaten een negatief advies kunnen geven, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een classis bepaalde wezenlijke elementen in de procedure van een afzetting vergeten is. Deputaten artikel 49 staan niet boven de classis en hebben de grenzen van hun bevoegdheid goed in de gaten te houden, maar ze zitten er ook niet ‘voor spek en bonen’ bij!

Botsing

Onze kerkorde heeft bij dit artikel ook nog enkele kleine lettertje, die aangeven dat als het advies van de deputaten botst met de beslissingen van de classis, de uiteindelijke beslissing door de particuliere synode genomen wordt. Nu lijkt het erop dat dit zou gaan over alle bovengenoemde zaken, terwijl het alleen gaat over het peremptoire examen, zoals blijkt uit de verwijzing naar art. 4 KO sub. 3! Mogelijk zal het deputaatschap dat zich bezig houdt met de revisie van de kerkorde er voor kunnen zorgen dat deze beperking iets duidelijker geformuleerd wordt.

Zware taak

Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om erop te wijzen dat de taak van deze deputaten artikel 49 tegenwoordig een zware taak is. Ons allen is bekend met welke moeilijke en verdrietige kwesties de kerken in de afgelopen jaren te maken hebben gehad. Er zijn deputaten die binnen twee jaar met 4 afzettingen of losmakingen te maken kregen. Deze deputaten hebben zwaarwegende adviezen te geven, zij hebben ook zelf veel narigheid te verwerken. Het zal goed zijn om het werk van deze deputaten in onze voorbeden te gedenken.

Prof. dr. H.J. Selderhuis doceert in Apeldoorn o.a. het vak kerkrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.