+ Meer informatie

Zeeuwse senator Schlingemann eerst vóór nu tégen vaste oeververbinding

6 minuten leestijd

GOES — Het moet minister Tuijnman van Verkeer en waterstaat wel in hoge mate verbaasd hebben dat, toen deze week tijdens de behandeling van zijn begroting in de Eerste kamer de aanleg van de Vaste oeververbinding over de Westerschelde ter sprake kwam, hij de VVD-senator mr. J. F. G. Schlingemann tegenover zich vond.

Schlingemann, die in Zeeuwse. bestuurskringen een grote bekendheid geniet, heeft namelijk als lid van Gedeputeerde Staten van Zeeland jarenlang voor de aanleg, van de brugtunnel geijverd. Nimmer heeft hij onder stoelen of banken gestoken dat die oeververbinding voor Zeewsch-Vlaanderen in het alge; t^meen en voor het bedrijfsleven in het bij' rtzonder zeer gewenst was.

Deze week echter bleek dat hij niet . langer tot de uitgesproken voorstanders : ;van de brugtunnel kan worden gerekend. Integendeel zelfs, als de rijksoverheid haar beleid ten opzichte van Zeeland niet ^ ,snel wijzigt, mogen wat hem betreft de Il plannen voor de Vaste oeververbinding (VOW) in de prullenbak. Zodoende staan — en dat lijkt toch wel tekenend — intus-' sen twee van de vier Zeeuwen in de se. .naat op z"n minst zeer gereserveerd te• genover de aanleg van de brugtunnel (het • ; Zeeuwse Eerste kamerlid Van Wateri: ' schoot is altijd al een tegenstander van de ; JVOW geweest).

\ Veerdiensten
Wat Schlingemanns opstelling sterk heeft bepaald, is de koppeling die het rijk heeft gelegd tussen de Vaste oeververbinding en de Veerdiensten over de Westerschelde. Hij zegt daar over: ,,Nu het rijk een principe-akkoord heeft afgesloten met Zeeland over de brugtunnel, weigert minister Tuijnman belangrijke verbeteringen toe te zeggen voor de veerdiensten. Dat betekent dus dat de verbindingen voor Zeeuwsch-Vlaanderen de eerste vijf, zes jaar uitgesproken slecht zullen blijven, want verschillende veerboten zijn sterk verouderd."

Hij vervolgt:,,Reken maar uit: zélfs als volgend jaar met de aanleg van de VOW wordt begonnen — wat ik overigens niet verwacht — zal het nog tot 1987 of 1988 duren voordat er gebruik van gemaakt kan worden. Tot die tijd moeten de veerdiensten dus gebrekkig blijven functioneren. Ik weet trouwens dat de top van Verkeer en waterstaat die problemen ook onderkent. Ik ken de standpunten daar C. T/l. A. van Waterschoot ...altijd tegen VOW geweest... wel zo'n beetje. Maar men redeneert dat, nu er een akkoord is, niet teveel geld meer in de veerdiensten gestoken mag worden."

Ook de voorwaarde die het rijk heeft gesteld, dat eerst met de brugtunnel begonnen mag worden als het rentepeil tot 10 is gedaald, is Schlingemann in het verkeerde keelgat geschoten. „Zo tovert de overheid iedere keer weer nieuwe hindernissen uit de hoed. Eerst was de krapte op de kapitaalmarkt een bezwaar, tóen kwam men met de spanningen op de arbeidsmarkt, vervolgens werd de aanleg tot 1981 uitgesteld en nu komt het rijk met de voorwaarde dat eerst de rente moet dalen."

„Ik kan het natuurlijk niet bewijzen, maar voor mezelf ben ik er bijna van overtuigd dat straks een nieuwe regering weer iets nieuws verzint. Het is zeer wel denkbaar dat de nieuwe minister van Financiën, wie dat ook mag zijn, zal zeggen: die kosten van de oeververbinding moet ik eerst nog eens even bekijken. Als dat zo is, zal Zeeland minstens tot 1990 moeten wachten, voordat de brugtunnel gereed is. Dan zitten we dus nog negen jaar met die verouderde boten en dat is toch wel een toestand, die uit de hand begint te lopen. In het licht van die wetenschap zeg ik: mensen, verbeter de veren en laat die Vaste oeververbinding maar zitten."

Zeeuwse wens

Mr. Schlingemann, die 66 jaar is en straks niet meer in de Eerste kamer terug zal keren, geeft toe dat zijn kritiek niet mals is. „Toch," zegt hij, „meende ik dat het maar eens gezegd moest worden. Ik bespeur gedurig verontrusting in Zeeuwsch-Vlaanderen, alleen durft niemand het hardop te zeggen. Omdat ik toch aan het eind van mijn politieke carrière sta, kon ik het openlijk zeggen."

Dat hij tijdens het debat in de Senaat nogal uit z'n slof schoot, is eigenlijk ook voor een deel de schuld van minister Tuijnman (een partijgenoot van Schlingemann en zelf ook uit Zeeland afkomstig), voegt hij er aan toe. „Toen de bewindsman zich verdedigde met het argument dat de oeververbinding ,een Zeeuwse wens is en dat Zeeland zelf maar moet beslissen, was voor mij de boot aan. Dat is de zaak omdraaien. Ais de Zeeuwen die oeververbinding onder een beetje normale voorwaarden kunnen krijgen, zullen de meesten er natuurlijk voor zijn."

Een andere . overweging voor de Zeeuwse senator is dat de kosten voor de aanleg van de brugtunnel sterk zijn toegenomen. „Uiteindelijk," zegt' hij, „had de VOW direkt aangelegd moeten worden toen in 1970 het plan was uitgewerkt. Toen keek men echter aan tegen de kosten. Ik zie nu aankomen dat die kosten in de toekomst alleen nog maar verder zullen stijgen. Men zal met de geraamde 850 miljoen gulden echt niet toekomen. Laten we wel wezen, ook de Oosterscheldewerken vallen duurder uit dan men aan-vankelijk raamde. En dan kan men wel zeggen: als de kosten tegenvallen, verlengen we de tolheffing op de Zeelandbrug, maar dat is natuurlijk een lapmiddel.

Enquête

In dit verband herinnert Schlingemann er aan dat hij zelf nog met het Zeeuwse college van GS bij premier Den Uyl is geweest om een pleidooi te houden voor de VOW. De opstelling van het rijk was ook toen al niet erg moedgevend. Schlingemann: „Ik moet zeggen dat de minister-president buitengewoon goed met de situatie op de hoogte was. Maar tegelijk ontnam hij ons bepaalde illusies, in die zin dat hij duidelijk maakte dat de VOW niet hoog genoteerd stond op de lijst van uit te voeren grote werken. Bovendien weet ik — ik loop al wat langer mee, vandaar — dat de top van Financiën de brugtunnnel gewoon te duur vindt. Daarom komt het rijk iedere ki met nieuwe voorwaarden. Verder zal n zich moeten realiseren dat het geld op De pot is leeg."

Schlingerhann wijst tot slot op de ene ête die onlangs door particulieren Zeeuwsch-Vlaanderen is gehouden. enquête wees uit dat 58 procent van < genen die hun formulier instuurden, gen de VOW was. „Men kan dan wel z( gen: dat was geen officiële enquête, Ï derzijds hebben maar liefst 6600 mens hun formulier ingestuurd. Ik vind dat dat niet moet verwaarlozen. Ik ken a de uitslag wel degelijk een zekere waar toe. Dit alles op een rijtje zettend, vind daarom dat het provinciaal bestuur be kan zeggen: als het rijk de voorwaard niet herziet, worden de plannen voor peververbinding voorlopig in de la ] legd," aldus Schlingemann.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.