+ Meer informatie

VAN DE WET DES HEEREN

ZONDAG 34

6 minuten leestijd

De dichter van Psalm 78 zegt: „Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob en een wet gesteld in Israël". De wet des Heeren wordt ook wel Gods getuigenis genoemd. De dichter van Psalm 19 zingt:
't Is Gods getuigenis
Dat eeuwig zeker is
En slechten wijsheid leert.
De wet des Heeren getuigt tegen ons. Naar die wet zullen eenmaal overheden en onderdanen geoordeeld worden. En de heidenen dan?
Daarvan schrijft Paulus aan de gemeente te Rome: „Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen, die der wet zijn, deze, de wet niet hebbende, zijn zichzelven een wet; als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende, en de gedachten onder elkander hen beschuldigende, of ook ontschuldigende".
De wet des Heeren heeft drieërlei functie. Zij is ten eerste kenbron van ellende. We zijn allemaal ellendig, maar weten we het ook? Als we niet verder komen dan een historieel weten, gaan we daarmee voor eeuwig verloren. Ons weten zal een bevindelijk weten moeten zijn en dat bevindelijke weten is een vrucht van de verlichting van God de Heilige Geest. De Heilige Geest gebruikt de wet als een spiegel waarin de zondaar zijn aangeboren en werkelijke zonden ziet. Want door de wet is de kennis der zonde.
De wet is ook een tuchtmeester tot Christus. Paulus schrijft aan de Galaten: „Zo dan de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden".
Als de wet machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.
De wet is in de derde plaats een regel van dankbaarheid. Gods volk krijgt de wet terug, om door het geloof in Christus, die te doen uit dankbaarheid. De allerheiligsten hebben zolang zij in dit leven zijn, maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid.
De Heidelberger plaatst hier de wet in het stuk der dankbaarheid. De belijdenisgeschriften en de formulieren zijn voor het wezen van de Kerk opgesteld. Elke zondag wordt de wet voorgelezen. We zijn er aan gewoon geraakt.
De Heere gaf Zijn wet onder het bloed des verbonds. Dit blijkt uit de aanhef van de wet. De aanhef van de wet luidt: Ik ben de HEERE, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb. Veel zou hier over te schrijven zijn, maar we gaan dit voorbij.
Ik moge de belangstellende lezer(es) verwijzen naar de lessen over het Kort Begrip van wijlen Ds. G. H. Kersten. De belijdeniscatechisanten van onze gemeenten worden zover ik weet daaruit allen onderwezen.
De Tien Geboden worden gedeeld in twee tafelen. De eerste tafel handelt van de liefde tot God en de tweede tafel spreekt van de liefde tot onze naaste. De inhoud van de wet des Heeren is in één woord uit te drukken, namelijk: liefde!
We komen nu tot de vraag wat God in het eerste gebod gebiedt.
De tekst van het eerste gebod luidt: Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Als u uwer ziele zaligheid lief is, dan zult ge alle afgoderij mijden en vlieden. We hebben in dit verband te denken aan een voetpad met verborgen strikken en kuilen. De afgoderij is zulk een voetpad. Daarvoor behoeven we geen afgodsbeeld in huis te hebben. Het volk van Israël was een volk van afgodendienaars. In Egypte diende het volk de afgoden, in de woestijn dansten zij om het gouden kalf en in Kanaan bogen zij zich voor afgoden van volken die de Heere voor hun aangezicht uit de bezitting verdreven had.
Dat we ons zullen spiegelen aan het oude bondsvolk! Ons volk is eveneens een volk van afgodendienaars. Wat te denken van de voetbal- helden, de film-helden en de winnaar van de elfstedentocht? Wat te denken van de zogenaamde sterren die tijdens de Olympische spelen de eersten zijn? Mensenverheerlijking is dus afgoderij.
Maar daar maakt zich niet alleen de wereld aan schuldig, ook de godsdienst doet aan mensenverheerlijking. Er zijn bepaalde dominees die nagelopen worden en die zich daar helaas ook goed van bewust zijn. En verder kunnen we van ons huis een afgod maken, van onze meubelen, van onze auto en zelfs van onze buik.
Verder wordt er in het antwoord op vraag 94 toverij, waarzegging en superstitie of bijgeloof genoemd. Toverij is een waarneembare machtsuitoefening van boze geesten. In de Bijbel lezen we herhaaldelijk van toverij. Het gebod des Heeren luidde: De toveres zult gij niet laten leven. Saul roeide de waarzegsters en duivelskunstenaars uit. Hij heeft ze niet allemaal kunnen uitroeien, want op het laatst van zijn leven wendde hij zich tot de tovenares te Endor. Biléam heeft gezegd: „Want er is geen toverij tegen Jakob, noch waarzeggerij tegen Israël".
Waarzeggen is een aanranden van Gods voorzienigheid. De waarzegger(ster) stelt zich in de plaats van God. Onze tijden zijn niet in de hand van hen die menen de toekomst te kunnen voorspellen. David zegt in Psalm 31: „Mijn tijden zijn in Uw hand".
Verder is er sprake van superstitie of bijgeloof.
Er is nog veel overgebleven van de Oud-Germaanse gebruiken als het schieten in de nieuwjaarsnacht, het blazen op de midwinterhoorn en de mascottes in auto's. En wat te denken van het bijgeloof wat de getallen betreft? Denk verder aan de bedevaarten naar Lourdes, de aanroeping van de heiligen of van andere schepselen.
Het is nodig de enige ware God recht te leren kennen. O, wat is onze kennis van God en Zijn Gezalfde gering. Wat weten we van de Heilige Geest als Trooster en Verzegelaar? Dat we toch alleen op God zullen vertrouwen. Datheen zingt:
Wil gans uw hoop op God stellen
Van u zal Hij gedankt zijn.
Gods Woord spreekt de vloek uit over de man die op een mens vertrouwt. Gezegend daarentegen is de man die op de Heere vertrouwt. Verder lezen we in het antwoord op vraag 94: „In alle ootmoedigheid en lijdzaamheid mij Hem alleen onderwerpe, van Hem alleen alles goeds verwachte. Hem van ganser harte liefhebbe, vreze en ere, alzo dat ik eer van alle schepselen afga en die varen late, dan dat ik in het allerminst tegen Zijn wil doe".
Van onszelf, van de wereld en de duivel is niets goeds te verwachten. Het is moeilijk om van mensen af te zien. Saulus van Tarsen vroeg: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?"
Eindelijk wordt in het antwoord op vraag 95 een definitie gegeven van de afgoderij. God heeft Zich in Zijn Woord geopenbaard als de enige ware God. De heidenen dienen hun afgoden in de plaats van de enige ware God.
Heel veel mensen dienen andere goden nevens Hem.
Elia zegt tegen Israël: „Hoelang hinkt gijlieden op twee gedachten?" Och, dat we ons betrouwen zouden zetten op de Heere. Straks laat alles ons in de steek. Onderzoek en doorzoek uzelf nauw, ja zeer nauw, en vraag om het ontdekkend licht van God de Heilige Geest. Dient de Heere met blijdschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.