+ Meer informatie

Naarde katechisatie

4 minuten leestijd

129

VAN DE GOEDE WERKEN (2).

We hebben in onze vorige les besproken, dat de goede werken geen verdienstelijkheid bezitten om zalig te worden, zoals Rome leert. Want zij zijn ONVOLKOMEN, omdat zij nooit kunnen gedaan worden als „gelijkvormig zijnde aan de wet in alle stukken” volgens Zondag 24.

Anderzijds kunnen zij echter niet gemist worden als vruchten van het zaligmakend geloof. „Want het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid”, zegt onze Heidelberger in diezelfde Zondagsafd. De boom wordt aan zijn vruchten gekend, zegt Christus.

Zo moeten wij nu bezien, wat eigenlijk goede werken zijn!

Hierbij hebben wij wel te onderscheiden. Er kunnen goede werken gedaan worden in uiterlijke zin, zoals kerkgaan, bidden, beoefenen van naasteliefde enz. We zouden die „burgerlijke” goede werken kunnen noemen tegenover „geestelijk” goede werken. Over deze gaat het in de vraag: wat zijn goede werken?

Zij bevatten een drietal vereisten. Zij moeten geschieden UIT HET GELOOF, NAAR GODS WET en TOT GODS EER. Uit het geloof, dat is de WORTEL; NAAR de Wet, dat is het RICHTSNOER en „tot Gods eer”, dat is hun DOEL of OOGMERK. Dat leert ons de Bijbel.

De goede werken moeten dus een goede WORTEL hebben, waaruit zij opbloeien. En die wortel is het geloof! Hebr. 11:6 „Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen.” Het gaat hier over het ZALIGMAKEND geloof. Er is ook een „historisch” geloof. Dat is een alleen „verstandelijke” kennis, buiten het hart omgaande, zoals we in de les over het geloof besproken hebben. Uit dit „verstandelijk” weten vloeien die „burgerlijk” goede werken voort, d.i. uit de algemene genade of goedheid Gods.

We zien het verschil duidelijk uitkomen bij de offeranden van Kaïn en Abel. Kaïn’s offer zag de Heere NIET aan. Zijn offer bloeide niet op uit de rechte wortel : het zaligmakend geloof. Hij bracht zijn offer alleen uit een zeker plichtsbesef, zonder liefde tot God en Zijn dienst. Abel daarentegen offerde uit het oprechte geloof, dat „door de liefde is werkende” naar Gal. 5 : 6.

In de tweede plaats moeten de goede werken naar een zuivere MAATSTAF geschieden. En die maatstaf kan alleen zijn: Gods Wet. Ach, wanneer we de beoordeling „wat goede werken zijn” aan de mensen overlaten, dan zijn in het oog van de mensen goede werken al gauw „goed”, voor God wel geldend. Zie b.v. bij de rijke jongeling. Maar het gaat in de beoordeling over wat goede werken zijn erom: hoe God ze beoordeelt. Daarom moeten zij getoetst worden aan Gods Wet. Die Wet is de uitdrukking of openbaring van Zijn heilige Wil. Wanneer de Heere een mens bekeert, krijgt hij een „hartelijk leedwezen, dat hij God door zijn zonde vertoornd heeft”, maar ook krijgt hij „een hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven”, naar Zondag 33 van onze Heidelberger. „Naar de Wet Gods”. Die Wet krijgt Gods Kind hartelijk lief” door de liefde Gods, die in de harten wordt uitgestort door de Heilige Geest.” Rom. 5 : 5. Dan is de Wet een „liefde-Wet” geworden. Het leven naar die liefde-wet Gods is geen „wetticisme” als een leven van „gebod op gebod en regel op regel”, Jes. 28 : 10. We dienen ook hier weer goed te onderscheiden. Men kwalificeert tegenwoordig veel waarlijk geestelijke beleving van Gods kinderen als beleving van de kinderlijke vreze des Heeren als „wetticisme” en men zegt: Christus heeft de Wet vervuld, dat is dus ook de Wet der 10 geboden, de zondewet. Daarom valt die Wet nu onder de „schaduwachtige” wetten, welke alle vervuld zijn. Dit is een VALSE leer. De zedewet der 10 geboden blijft geldend voor alle eeuwen en wel als KENBRON van onze ellende en als LEEFREGEL DER DANKBAARHEID. Zeer zeker is de Wet door Christus vervuld. We kunnen er niet door gerechtvaardigd worden. Rom. 3 : 20 en 28. Maar in de bekering van de zondaar wordt zij een „Uefde-Wet”. In die zin wordt Gods kind wel „wettelijk”. Zie psalm 119. Wat is Gods Wet voor ù, lezer(es)?

Ten derde moeten goede werken verricht worden met een heilig OOGMERK en wel tot Gods eer!

Hierover in een volgende les D.V.

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.